Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Vanavond staat de bestuursrapportage op de agenda, die we kunnen beschouwen als een stand van zaken. Daarnaast is er de kadernota, die een vooruitblik biedt en die uiteindelijk verwerkt moet worden in de begroting voor 2023. Al deze onderwerpen komen samen in het debat op 21 juni. Deze vergadering wordt, zoals gebruikelijk, live uitgezonden en opgenomen voor YouTube. Dus laten we in ieder geval de microfoons gebruiken en met elkaar communiceren. Ik stel voor dat ik straks alle fracties, en iedereen die dat wil, in een eerste ronde de gelegenheid geef om drie vragen te stellen. Deze vragen mogen naar eigen inzicht gaan over de bestuursrapportage of de kadernota. Na die eerste ronde geven we het college de kans om deze vragen te beantwoorden. Ik heb ook met hen afgesproken dat we, indien nodig, samen bepalen wie de antwoorden geeft. We herhalen dit proces zo vaak als nodig is vanavond, zodat we ook van elkaar kunnen leren. De vragen die een ander stelt, kunnen net zo interessant zijn als de vragen die je zelf stelt. Met dat gezegd hebbende, wens ik jullie een prettige vergadering toe en ga ik nu kijken wie als eerste zijn vragen wil stellen in de eerste ronde. Ik heb al één persoon gezien: Hafid Boutahar van D66. Ga je gang, Hafid, en daarna kom ik bij de volgende.
Ja, dank u wel, Voorzitter. Om te beginnen heb ik geen drie vragen, maar twee vragen die betrekking hebben op de Bestuursrapportage 2022. Mijn eerste vraag aan het college betreft voornamelijk pagina 52, over de WMO. Er wordt aangegeven dat we een tekort van 6 miljoen hebben, dat nu via het weerstandsvermogen wordt gedekt. Dit is natuurlijk een enigszins bijzondere constructie. Aangezien het een structureel tekort betreft, zou ik graag van het college willen weten waarom er voor deze constructie is gekozen en wat de visie voor de lange termijn is. Het weerstandsvermogen lijkt mij namelijk geen middel om structureel dekking te zoeken, dus dat is mijn eerste vraag.
Mijn tweede vraag, ik kon het niet laten, betreft een onderwerp waarover we ook gesproken hebben tijdens de auditcommissie afgelopen dinsdag. Het gaat over rechtmatig aanbesteden. Op pagina 50 trof ik een passage aan die mijn aandacht trok. Er wordt gesteld dat er een capaciteitstekort is, wat aanvulling vereist. Dat is op zich prima, als dat nodig is, maar de laatste zin suggereert dat we zonder uitbreiding van de formatie moeten accepteren dat er fouten in de aanbestedingsprocedure gemaakt zullen worden. Ik vond dat een vreemde bewering, want hoewel ik begrijp dat een tekort aan capaciteit tot werkdruk kan leiden, betekent dit niet automatisch dat er fouten gemaakt moeten worden. Ik vraag me af waarom deze conclusie wordt getrokken en zou hierop ook graag een antwoord van het college ontvangen. Tot zover, dank u.
Bedankt, David, voor je vragen. Ik heb inmiddels naar Vincent van Voorden geknikt, dus Vincent van het CDA, en dan kom ik bij de jonge Britse Vincent, waarvoor dank.
Voorzitter, ik sluit eigenlijk aan bij de vragen van de heer Boutahar. Op pagina 51 van de Bestuursrapportage wordt gesproken over de NUTS-kosten van Slot Zeist, een belangrijk onderwerp. We zien allemaal de stijgende gasprijzen, en daar wordt onder punt 23 melding gemaakt van een knelpunt. Echter, als ik verder zoek naar punt 23, blijkt dat het over mobiliteit gaat, wat volgens mij geen verband houdt met de NUTS-kosten, althans niet in deze context. Ik ben dus benieuwd waar we de juiste informatie kunnen vinden. Mocht deze niet correct weergegeven zijn, zou deze dan nog voor het debat aan onze kant kunnen komen?
Dank u wel. Dit betreft de uitvoering van de Archiefwet, pagina 51 van de bestuursrapportage. Er wordt jaarlijks een ton begroot, en in de toelichting lees ik dat het noodzakelijk is dat wij een archivaris aanstellen, maar ook dat deze nog niet is aangesteld. Dan vraag ik me af of voor dit jaar ook al een ton gereserveerd had moeten zijn. Uitgaande van het feit dat deze ton voor personeelskosten is, waaronder de kosten voor een archivaris. Dat was het, dank u wel.
Dank u wel, voorzitter. Ik ga geen drie vragen stellen, maar twee: een wat meer filosofische vraag en misschien een detailvraag. Beide gaan over de kadernota en hebben ook een link met de bespreking van afgelopen dinsdag in de auditcommissie. In de kadernota wordt natuurlijk gewag gemaakt van het 'ravijnenjaar'. Een prachtig woord, dat misschien wel het woord van 2022 wordt. Het is in ieder geval aanleiding om in de tekst van die kadernota ook tot voorzichtigheid te manen. Het college geeft aan dat je het op verschillende manieren kunt beschouwen, maar het maant wel tot voorzichtigheid. Dan vraag ik me af: wat wordt er precies bedoeld met die voorzichtigheid? Kunnen jullie mij daar iets meer gevoel bij geven? Want in de auditcommissie viel het op dat de accountant in het verslag nadrukkelijk schrijft dat er nogal wat gemeenten zijn die hun algemene reserve optellen bij de reserve weerstandsvermogen. En als je dat doet, dan krijg je een ratio die meer dan uitstekend is. Dat staat niet alleen tot twee keer toe in dat verslag, maar dat werd ook nog eens nadrukkelijk toegelicht tijdens die auditcommissie door de accountant. Dan krijg je bijna het gevoel dat ze zich afvragen: waarom doen jullie dat? Dus die vraag zou ik willen stellen. Maar tegen die achtergrond wil ik ook graag weten: wat is de definitie van voorzichtigheid en wanneer vindt dit college, ook met de plannen die in het akkoord staan, dat we onvoorzichtig zijn? Dat is de filosofische vraag.
Een vraag die gewoon bij mij persoonlijk opkomt, is: er staat €0,- vermeld bij het knelpunt 'doorbraakbudget', omdat deze investeringen zich terugbetalen doordat er later minder kosten zijn. Waarom geldt dat bijvoorbeeld wel voor dat doorbraakbudget en niet voor zo'n manager huisartsen? Want als je die weg schrapt, dan denk ik dat je daar ook heel veel extra kosten van gaat krijgen. Dit is een meer technische vraag: waarom worden hier twee verschillende methodes gebruikt en resulteert het bij de een in een nulbedrag en bij de ander in een reëel bedrag? Dat is het, dank u wel.
Een filosofische en een technische vraag: op beide wilt u gewoon een rationeel antwoord. Hartelijk dank, meneer Van Nieuwstad van GroenLinks, en Hannie van Kippersluis.
Dank u wel, Voorzitter. Ik wil graag aansluiten bij de vraag die zojuist gesteld is. Ik wil deze vraag iets scherper formuleren. Ik heb een drietal vragen. Ten eerste, in hoeverre gaan we ervoor zorgen dat de weerstandsratio terugkeert naar de waarde die in de nota over stabiliteitscriteria staat? Ten tweede, wat is het risico op overbesteding? En ten derde, bent u, Minister van Onderwijs, in 2023 nog aanwezig en hoe gaan we om met dat risico, met de kennis van nu? Dank u wel.
Dank, en ik vergat natuurlijk te melden: zeer belangrijk, Hannie van Kippersluis, dank voor de vraag. De overbesteding van de WMO was de vraag, hè? Ja, want dat risico, daar was oké, wie was nog van de Raad? Marco Hubers van de VVD, ga je gang.
Dank u wel, voorzitter. De ene vraag is reeds gesteld door Zeister Belang. Dat is inderdaad de vraag hoe het college ervoor gaat zorgen dat we de weerstandsratio weer op orde krijgen. Dat is vraag één; vraag twee betreft het knelpunt van de prijsstijgingen, punt 7. Daar staat nu een pro-memoriepost, maar zou het college daar toch enige invulling aan kunnen geven? Wat zou het potentieel effect kunnen zijn op het saldo, dat geloof ik 'potentieel saldo' wordt genoemd? Misschien betreft het knelpunt 7, de prijsstijgingen.
Op pagina 11 van de Bestuursrapportage lezen we over de vitale gemeenschappen. Ik had eigenlijk een inhoudelijke vraag over de jongeren: in hoeverre hebben we een programma voor de jongeren? Zijn de scholen bijvoorbeeld rookvrij en drugsvrij? Ook wordt de luchtkwaliteit genoemd, en die is waarschijnlijk in het najaar weer urgent. In hoeverre hebben we dit op de rit? Dan zijn we klaar voor het najaar.
Bedankt aan het team van ChristenUnie, SGP. Zijn we dan klaar, David Tompot? Nog vragen? Ah, Anne Rose Zijsplit, nu ben jij aan de beurt. Even kijken, hoor. Ja...
Dank u wel, Voorzitter. Ik had een vraag over de kadernota met betrekking tot de continuering. De functie van netwerkmanager voor huisartsen wordt geschrapt. Als ik het goed begrijp, besparen we hiermee 60.000 euro aan kosten. Echter, er bestaat nu de vrees dat we hierdoor een groot risico creëren. Zou het niet raadzaam zijn om deze functie te continueren, aangezien een goed functionerend netwerk op termijn een hoop kosten kan voorkomen? Ik zou willen vragen of hier nogmaals naar gekeken kan worden.
Mijn tweede vraag heeft enigszins verband met de eerste: hoe zit het met de continuering van de samenwerking met de huisartsen? En in hoeverre spelen zorgverzekeraars hierin een rol? Daarbij maak ik de overbrugging naar de vraag of we kunnen verwachten dat de besparingen ten goede komen aan de zorgverzekeraars in plaats van aan de gemeente?
Dat waren mijn twee vragen. Dank u wel.
Ja, voorzitter, we zijn wat onthand, zoals dat heet. Jan Bredius was hier, maar hij is vertrokken zonder mee te delen waar hij naartoe ging of moest. Dus ik hoop niet dat er iets ernstigs is, maar hij had de vragen voorbereid. En ja, die kunnen wij dus niet stellen op dit moment, maar misschien komt het nog.
Ja, dank u wel, voorzitter. Op dit moment heb ik een vraag over de tabel uit de bestuursrapportage. Daarin wordt gesproken over acties en resultaten met betrekking tot de combinatie van wonen en zorg, en dat er passende oplossingen worden gezocht. Ook wordt vermeld dat er verdere analyse plaatsvindt naar de behoefte aan specifieke zorgwoningen. Echter, ik lees niets over de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek naar een Knarrenhof in Zeist. Misschien kan de wethouder hier iets over zeggen? Is dit ook iets wat binnen de scope valt en komt er inderdaad een Knarrenhof in Zeist?
Dank u, David Tompot van de Socialistische Partij. Dan zijn we nu rond voor de eerste ronde. Ik kijk even naar het college, aangezien jullie ook pas recent in de rollen zijn gestapt. Ik weet niet of de zaken al zo goed verdeeld zijn dat er sprake is van routine en of jullie direct kunnen antwoorden. Willen jullie misschien even tijd hebben om dit af te stemmen? Jullie mogen ook even onderling overleggen, als jullie dat willen. Misschien een paar minuten? Oké, ik schors de vergadering dan even voor 5 minuten. In de tussentijd kan er koffie gehaald worden. Ik schors de vergadering voor 5 minuten. Dank u wel. We hervatten de vergadering. Ik kijk even naar het college: wie van jullie neemt als eerste het woord? Ja, Walter van Dijk.
Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal beginnen, maar volgens mij komen we allemaal aan het woord en lopen de zaken wel goed, denk ik, een beetje af. Zoals ook de vragen vanavond zijn gesteld, dus om te beginnen bij D66, die twee vragen stelden. De eerste ging over pagina 52, de WMO en die 600.000 euro. Hoe zit dat nou? Is dat structureel of niet? Eigenlijk is het misschien goed om te noemen dat dit wel de standaardmanier van werken is. Dus op het moment dat er jaarlijks risico's in kaart worden gebracht, wordt ook jaarlijks gekeken hoeveel we zouden moeten reserveren, welke reserve we nodig hebben, zeg maar, welke omvang van het weerstandsvermogen we nodig hebben. En dat is gekoppeld aan die risico's en op het moment dat die risico's zich voordoen, dan zit de dekking van zo'n risico dus ook in dat weerstandsvermogen. Dat was de verklaring, maar uw vraag was meer van: "Hoe zit dat? Is dit incidenteel of structureel?" En dan geldt daarvoor dat er in de kadernota 200 van die 600.000 euro als structureel wordt gezien, dus die 600.000 is voor dit jaar en die 200.000 is structureel van aard. Dus dat wat betreft de eerste vraag. De tweede vraag gaat over pagina 50, die is wat lastiger te beantwoorden. Fouten in de aanbestedingsprocedures die zouden kunnen ontstaan; die tekst had, denk ik, wat anders geformuleerd moeten worden, want die causaliteit zou er zeker niet mogen zijn. Als er te weinig geld is, is dat geen reden om niet gewoon zorgvuldig te blijven werken. Dan ga je eerder misschien een aanbesteding minder doen dan dat je gaat koersen op het maken van dit soort fouten. Dus ik denk dat we die tekst daarop zullen aanpassen. Ja, dan het CDA. Daar geldt eigenlijk ongeveer wat ik als laatste zei: die tekst klopt gewoon niet, dus die laatste zin die nemen we terug. En dan spring ik even door, want de vragen van de Partij van de Arbeid zullen door Wouter Catsburg beantwoord worden over de Archiefwet. Naar GroenLinks, ravioli jaar toeval.
De laatste zin vervalt eigenlijk, maar dan rijst de vraag of wij nog nadere toelichting krijgen. Hoe gaan wij in Zeist om met de problematiek rondom gas en wat kunnen wij financieel verwachten?
Ja, op dit moment wordt in kaart gebracht welke leverancier we zouden moeten kiezen, gezien de hoge gasprijzen en de lopende discussie hierover. U heeft hier zelf eerder vragen over gesteld. We nemen dit mee in de begroting. Ja, het woord 'ravijnjaar' is de laatste dagen vaak gevallen. Het zou echter zomaar kunnen dat dit een term is die we heel snel niet meer zullen horen. Dit heeft te maken met de meicirculaire die vandaag is verschenen. Het is natuurlijk veel te vroeg om te zeggen wat dit voor gemeenten betekent, en al helemaal niet wat het voor Zeist betekent. Maar dat neemt niet weg dat er vandaag al volop is gerekend. En ik zou nu heel voorzichtig kunnen zeggen dat dit voor Zeist niet ongunstig lijkt uit te vallen. Wat dit exact betekent en welke definities erbij horen, dat is nog niet duidelijk. Ik zou zeggen, geef ons de ruimte om dit mee te nemen naar de begroting. Ik ben er vrij zeker van dat we voor het debat, dus voor 21 juni, met een Raadsinformatiebrief (RIB) zullen komen waarin we de betekenis van de meicirculaire kunnen duiden. Er zullen dan nieuwe overzichten en bedragen in staan, en ik vermoed dat het woord 'ravijnjaar' hooguit nog terugkomt in de zin van iets wat we voorheen zo noemden.
De andere vragen van GroenLinks zullen door een ander beantwoord worden; Laura, in dit geval. Dan ga ik over naar de VVD en het weerstandsvermogen. Op dit moment reserveren we hiervoor, waardoor onze ratio boven de één uitkomt. Als we daaronder zakken, zult u zien dat we zullen voorstellen om bij te storten aan het weerstandsvermogen, zodat we weer boven die eenheid uitkomen. Dat is en blijft het doel.
Wat betreft de vraag over prijsstijgingen, dat is op dit moment nog niet goed te beantwoorden. Dat is ook benoemd als een kader voor de begroting en iets waar we rekening mee houden. Als u de krant leest, dan ziet u dat dit ieder jaar natuurlijk iets is om rekening mee te houden, maar dit jaar is het toch wel bijzonder, en dat zal waarschijnlijk ook de komende jaren zo zijn. We nemen dit mee in de begroting en het krijgt bijzondere aandacht, omdat de inflatie op dit moment op een dusdanig niveau ligt dat dit een aanzienlijke hoeveelheid bijzondere aandacht verdient.
Ja, dankjewel. Het weerstandsvermogen en de ratio van het weerstandsvermogen houden ons bezig, nietwaar? Er werden twee vragen over gesteld, en ik heb het al genoemd in het kader van wat besproken is bij de auditcommissie. In dat rapport stond het, dat heb ik ook vermeld. Je kunt immers ook gewoon je algemene reserve optellen en dan verbetert je ratio weerstandsvermogen. Dat doen heel veel gemeenten en die hebben dan ineens een fantastische ratio weerstandsvermogen. Wat denkt de wethouder hierover?
Nee, we zaten dinsdag bij dezelfde sessie en ik heb de accountant horen zeggen dat hij die toelichting ook heeft gegeven, en zo is het ook, hè? Dus laten we waarderen dat we in Zeist een financiële situatie hebben die, vergeleken met andere gemeenten, gunstig is. Dat was in de kern de strekking van haar opmerking, denk ik. Dan staan we er hier gewoon goed voor. Tegelijkertijd hebben we met elkaar keuzes gemaakt wat betreft die nota over stabiliteitscriteria. Het dashboard daarvan is dinsdag natuurlijk ook besproken. Een van de elementen daarin om de gezondheid van de financiën van Zeist te monitoren, is de ratio van het weerstandsvermogen. En ja, om die ratio te berekenen, kun je dat op verschillende manieren doen. We hebben ervoor gekozen om een duidelijke scheiding aan te brengen in de algemene reserve. Bij een deel geldt dat als weerstandsvermogen en dat is tot op zekere hoogte misschien arbitrair, maar het is wel een keuze van de raad, dus in die zin zeker niet arbitrair.
En ja, als je dan kijkt naar hoe dat op dit moment zit, dan ontwikkelt zich dat, zoals ik net aangaf, zo rond de één en zakken we daaronder, wat gebeurde door de bestuursrapportage. Nou ja, dan ziet u wat we doen: een deel van het overschot over 2021 wordt dan voorgesteld om aan te wenden om de reserve weerstandsvermogen weer op het niveau te brengen dat de ratio boven de één uitkomt. Dat is een mooie manier om te sturen op de risico's die ik straks al noemde. Want één keer per jaar wordt in de organisatie het net opgehaald: welke risico's zijn er allemaal? Hoe zou je die kunnen kwantificeren? Hoe groot is de kans dat die zich voordoen? Dat leidt dan tot een totaalbedrag onder de streep en die één geeft dus aan dat we ook een reserve hebben om met die risico's om te gaan die ongeveer net zo groot is als de omvang van het te verwachten risico. Dan krijg je vervolgens de methodiek die ik net aangaf in de richting van D66: als zo'n risico zich voordoet, dan haalt dat dus ook een hap uit het weerstandsvermogen en is het daarna ook weer zaak om dat weer aan te vullen, zodat je weer op die één zit.
Maar dat neemt allemaal niet weg dat je het ook zou kunnen samenvoegen; in die zin snap ik uw vraag. Dank u wel, voorzitter. Dankjewel.
De wethouder gedraagt zich alsof hij er al jaren zit. Ik zie een vraag naar aanleiding van iets, en als eerste zag ik een splinter. Dan moet er iets met Kippersluis gebeuren. Eigenlijk...
Eigenlijk heb ik het antwoord op de vraag van Roel van Nieuwstadt toch niet echt gehoord: wat is nou het grote nadeel van het hanteren van die systematiek om ermee op te tellen? Als je dat in een paar zinnen zou kunnen formuleren, dan zou dat, denk ik, verhelderend voor mij werken.
Nou ja, vooropgesteld dat het duidelijk is, is er niets op tegen om de reserve weerstandsvermogen en de algemene reserve samen te voegen. Wanneer we dat zouden doen, zoals de accountant aangeeft, is dat iets wat we bij veel omliggende gemeenten zien. In het jaarverslag wordt ook een vergelijking gemaakt met omliggende gemeenten. Nee, dat staat niet in het jaarverslag, maar we doen dat in de nota stabiliteitscriteria. Dan zie je dat we dicht bij elkaar in de buurt zitten, maar dat de berekeningswijze waarmee we tot de weerstandsratio komen behoorlijk verschilt. Dat heeft te maken met het feit dat je een BV hebt en allerlei andere wetten en regelgeving op het gebied van gemeentelijke financiën. Maar op dit gebied zijn er geen regels. Wij hanteren een formule die is ontwikkeld binnen de Universiteit Twente en die veel gemeenten gebruiken. Als we daar goed naar kijken, zou je in theorie vergelijkbaarheid hebben, maar die formule laat ook veel ruimte, bijvoorbeeld om te kiezen voor een aanpak zoals wij die hanteren. Dus, zoals ik net beschreef, breng je in kaart wat de risico's zijn en probeer je een dekking te vinden conform de ratio's die de Universiteit Twente stelt, die tussen de nul en twee liggen. Dan zou je twee keer het bedrag dat je aan risico loopt als reserve moeten aanhouden. Maar we zetten dat apart om te kunnen omgaan met die risico's als ze zich voordoen, en ze doen zich voor. Kijk naar de WMO; als je alles bij elkaar optelt, wordt het heel onoverzichtelijk. Dan heb je die koppeling met je risico's niet meer. Ik denk dat dat een belangrijke reden is om dat niet te doen. Verder staan we financieel niet slecht voor, er zijn veel gemeenten die die reserve niet hebben. Maar laten we niet vergeten dat een begroting en een jaarrekening over structurele zaken gaan. Zo'n reserve is er maar één keer, hè? De afgelopen jaren hadden we ook nog een aparte reserve specifiek voor het sociaal domein, die in 2015 is ontstaan vanuit de decentralisatie. We hebben gezien dat die jaar op jaar met 5, 6, 7 miljoen achteruitliep en dat het op dit moment nog maar €140.000 is. Eind dit jaar hebben we helemaal niets meer, dus dat loopt ook heel snel terug als je daar zaken mee financiert die structureel van aard zijn. Dus iets wat structureel is, moet je ook structureel dekken met inkomsten en uitgaven. Incidenteel en structureel moet je goed uit elkaar houden. Nou, dat zijn redenen, denk ik, waarom het goed is om het te doen zoals wij het hebben gedaan. Zoals gezegd, dat ligt vast in de nota stabiliteitscriteria, maar die moet je wel eens in de zoveel tijd tegen het licht houden. Een volgende keer zou ik me kunnen voorstellen dat dit een goede discussie kan opleveren.
Ja, nog even, heel kort. Als ik het in één zin probeer samen te vatten: cosmetisch gezien is het heel mooi. Tegelijkertijd wordt het minder overzichtelijk en loop je toch grotere risico's door alles bij elkaar op te tellen. Ik zie...
Ja, op een aanverwant gebied, namelijk dat van het strategisch financieel instrumentarium, nietwaar? We hebben samen systemen bedacht om in weerbarstige tijden stabiel op koers te blijven. Dat is waar het op neerkomt. We hebben nagedacht en een systeem gevormd rond het weerstandsvermogen, dat een functie heeft: het afdekken van risico's. We hebben niet zonder meer besloten, en in die zin ben ik het niet eens met de accountant. Hij vraagt waarom we dit optellen, maar dat is een interessante vraag. Het betekent echter niet dat je het zomaar moet optellen, want de algemene reserve is het tafelzilver van de gemeente. Je kunt het tafelzilver weliswaar een keer verkopen voor welk doel dan ook, maar als je het gebruikt voor zaken die geen tafelzilver zijn, dan raak je door je bestek heen. De redenering achter het opbouwen van dat financiële systeem, of het nu gaat om onderwijshuisvesting of de reserve voor integrale ontwikkeling, is dat we ook een systeem voor vervangingsinvesteringen hebben. Die systemen mogen nog wel gevoed worden met de algemene reserve, als dat nodig is, omdat daar duurzamere investeringen tegenover staan. Je moet de zaken echter wel in verband zien met elkaar. Het is interessant dat de accountant zegt dat je het moet optellen, maar dat betekent niet dat je het zomaar moet doen. Anders raak je het overzicht kwijt en put je je tafelzilver uit, en doe je de besteding van je andere reserves, die we samen in het kader van het strategisch financieel instrumentarium hebben geconstrueerd, bedacht en goedgekeurd, tekort. Dan ben je uitgespeeld. Dat is eigenlijk de redenering. Ik ga terug.
Ja, dus om nog even terug te komen op afgelopen dinsdag, want ik wilde het daarover hebben. Het was zeker geen advies om de reserves samen te voegen. Het was meer een constatering dat Zeist hierin heel behoedzaam optreedt en dat er andere gemeenten zijn die daar, eerlijk gezegd, ook gewoon noodgedwongen anders mee omgaan. Aanvullend wil ik misschien nog even zeggen dat het weerstandsvermogen gaat over het afdekken van risico's. Risico's kunnen zich voordoen, zeker als je ze vooraf in kaart hebt gebracht. Het is goed om daarvoor een reserve aan te leggen, maar er gebeuren ook dingen die je niet had voorzien als risico en die toch gebeuren. Corona is daar een mooi voorbeeld van. Daarvoor worden we ruimhartig vergoed, maar dat is natuurlijk ook geen garantie. De prijsstijgingen voor gas, waar we het net al over hadden, ja, dat is ook typisch zo'n risico dat niet voorzien was en ook daar doe je er goed aan om het zogenaamde tafelzilver, zoals je dat noemde, achter de hand te houden. Dus niet al te scherp aan de wind te varen. Misschien ten slotte nog iets over het momentum: er komt dit jaar, of anders begin volgend jaar, een nota over risicobereidheid die ook te maken heeft met het financiële instrumentarium. Deze komt naar de raad toe en dat zou een goed moment kunnen zijn om het hier nog eens met elkaar over te hebben, want het gaat in de kern over risico's en hoe je die op een goede manier afdekt. Dank u.
Dank u wel, voorzitter. Ik had een paar vragen gesteld en ik probeer heel erg op te letten, want hoewel ik wel wat antwoorden krijg, zijn deze versnipperd. Wat ik met name had gevraagd, was een doorkijkje naar de toekomst. Dus, ik heb over procedures gehoord en ik heb over risico's gehoord, maar eigenlijk wil ik weten: wat gaan we nu doen vanaf 2023? We weten nu wat de situatie is, maar wat gaan we doen om in 2023 niet weer een tekort te hebben? Op welke manier zijn wij van plan dit aan te pakken? Zijn er al beelden of ideeën over hoe we dit misschien kunnen benaderen? Of, nou ja, dat soort zaken. Dus, die twee vragen waren eigenlijk waar mijn vragen op gebaseerd waren. Ik wil ze nog wel een keer herhalen, als dat misschien wat meer duidelijkheid schept.
Het is goed dat wij het rondje even afmaken, want ik heb een selectie van vragen gemaakt op basis waarvan ik denk dat deze goed aansluiten bij wat andere wethouders gaan zeggen. Dus als we eerst het rondje hier afmaken, kunnen we daarna bekijken of er nog vragen overblijven.
Ja, voorzitter, ik wilde beginnen met een aanvulling op de antwoorden die mijn collega Van Dijk heeft gegeven rondom de Wmo. In de bestuursrapportage staat een expliciete melding van een tekort van 6 ton die door de weerstandsreserve wordt gedekt. Dat is omdat dit ook een van de voorziene risico's was en het risico doet zich nu voor, vandaar dit voorstel voor dekking. Er staat nog een melding in de bestuursrapportage en dat is voor de komende drie jaren voor 2 ton extra, en dat wordt gewoon via het begrotingssaldo gedekt. Dat is minder dan de overschrijding van 6 ton van dit jaar. Eigenlijk omdat al voorzien was dat er waarschijnlijk hogere kosten zouden zijn rondom de Wmo-begeleiding.
Nou, waarom hebben we die kosten hoger begroot in de opvolgende jaren 2023, 2024 en 2025? Omdat je toch wel ziet dat er, met name rondom ouderen, een stuk vergrijzing optreedt. Maar we zien ook dat er steeds meer doelgroepen thuis komen te wonen, dus meer mensen blijven thuis wonen en dat er dus ook steeds complexere zorgvragen thuis zijn die we zo goed mogelijk proberen te ondersteunen met verschillende vormen van Wmo-begeleiding en thuiszorg en dergelijke. En de doelgroep groeit en er is vergrijzing en die combinatie samen leidt tot verhoogde kosten rondom de begeleiding.
En dat gezegd hebbende, is er natuurlijk best wel een vraag van: ja, hoe gaan we dat dan beter beheersbaar krijgen en hoe voorkomen we dat we iedere keer van die hoge uitschieters krijgen? Nou, daar hebben we het programma 'Sociaal in Balans' voor, maar we werken ook onder andere met de praktijkondersteuners bij de huisartsen en de netwerkmanagers huisartsen. Dat zijn twee vormen van samenwerking in de wijk en met de huisartsen om te voorkomen dat de huisartsen die ook doorverwijzingen doen, maar meer gaan samenwerken met de sociale teams en met de jeugdteams en de CG in de wijken.
Er werd gevraagd of dat ook iets is wat je samen met de zorgverzekeraars doet. Nou, dat klopt inderdaad. We hebben twee netwerkmanagers; een wordt betaald door de zorgverzekeraar en een wordt betaald door de gemeente. Waarom staan ze dan nog in de kadernota bij de knelpunten? Dat komt omdat we ze de afgelopen jaren eigenlijk iedere keer met incidenteel geld hebben bekostigd. Het werd eerst gefinancierd vanuit het innovatiebudget dat we hadden gereserveerd in het budget voor het sociaal domein en vervolgens is dat ieder jaar nog steeds met een incidentele bekostiging in de begroting gekomen. Eigenlijk wat we zeggen is dat we dat gewoon een structurele bekostiging willen geven, omdat het een manier van werken is die we eigenlijk al doen en die we gewoon willen doorzetten omdat het ook zijn effect heeft.
Nou, de heer Van Roels zegt dat we zien dat het doorbraakbudget ondertussen op nul staat omdat dat zichzelf terugverdient. Kunnen we diezelfde redenering niet voor de huisartsen doen? Ja, dat zou een redenering kunnen zijn, maar hij staat nu in ieder geval nog als knelpunt en iets wat we wel moeten bekostigen. We zouden daar natuurlijk naar kunnen kijken of dat via de doorbraakmethode eenzelfde financiering zou kunnen krijgen, omdat het zichzelf terugverdient. In ieder geval is het voorstel om bij de begroting weer opnieuw integraal te bekijken: hoe gaan we voorkomen dat dit risico zich iedere keer voordoet? Ja, dat blijft best lastig omdat zorg... Ja, omdat er natuurlijk... We zijn bezig met die transformatie ook rondom de Wmo. We hebben bijvoorbeeld met het aanbesteden van alle zorg, onder andere de begeleiding, een goede aanbesteding gedaan op de specialistische begeleiding. Daarnaast zijn we bezig met het afschalen van de specialistische begeleiding, dus dat er meer algemene begeleiding gegeven wordt en niet altijd maar die dure specialistische begeleiding. Dat gebeurt ook wel, dat zie je ook wel redelijk stabiliseren. Maar ja, dan zie je wel dat de algemene begeleiding toeneemt. En nogmaals, er zijn echt wel andere transformaties bezig waardoor je ziet dat er gewoon grotere, complexere situaties ontstaan met meer zorgvragen. Dus dat blijft gewoon een onderdeel wat we denk ik blijven meenemen in onze risicoparagraaf en mocht het zich voordoen dat we dat op deze manier dus weer moeten doen, neemt niet weg dat we er wel steeds beter in willen worden en dat we natuurlijk steeds betere zorg dichtbij en preventieve zorg willen bieden.
Volgens mij heb ik zo voldoende de vragen rondom de Wmo beantwoord. Dan is er nog een vraag van de SP rondom: hoe staat het nou met de ontwikkeling van het Knarrenhof bij de oude gemeentewerf? Ik kan u meedelen dat het binnenkort weer de rapportage rondom de versnellingsopgave richting uw kant komt. Daarin wordt dat ook meegenomen. Met betrekking tot de Knarrenhof en de nieuwe wetgeving is het heel lastig om die specifieke plek aan hen beschikbaar te stellen. Dat is iets wat meespeelt in de afwegingen en in de verdere ontwikkelingen, maar dat wordt verder meegenomen in de rapportage van de versnellingsopgave.
Tot zover, voorzitter, dank u.
Nee, we zijn nog bezig met de beantwoording. Meneer Bredius, nog even geduld alstublieft. We behandelen eerst een paar vragen van de wethouders, daarna komen we bij u. Welke van de wethouders is aan de beurt? Dank u wel, voorzitter. Ja.
Er is een vraag gesteld door de ChristenUnie over jongeren en hoe het zit met rookvrije, drugsvrije en alcoholvrije omgevingen, en ook over schone scholen, zoals ik het maar even noem. Wat we daarover kunnen melden, is tweeledig. Ten eerste hebben we een uitgebreid preventiepakket waarbij de GGD heel duidelijk voorlichting geeft op scholen. Deze voorlichting gaat over rookvrije scholen, maar ook over drugs- en alcoholgebruik. Dat wordt gedekt via de GGD. Dus als er aanvullende vragen over zijn, laat het weten, dan kan ik daar altijd een toelichting op geven.
Wat betreft de ventilatie en schone scholen: er is een subsidieregeling vanuit het rijk beschikbaar gesteld in 2021, waarbij we scholen ook actief hebben geholpen met het aanvragen van die subsidie. Diverse scholen hebben daar gebruik van gemaakt. Ook daar kan ik een overzicht van geven. Laat ik nu niet op de details ingaan, maar de scholen worden dus actief ondersteund. Primair is het de verantwoordelijkheid van de school zelf, maar we zien natuurlijk ook dat wij verantwoordelijk zijn voor de onderwijshuisvesting. Dat betekent ook dat er gekeken is naar scholen die herbouwd worden of vervangende nieuwbouw krijgen. We hebben in overleg met de scholen gekeken naar het juiste momentum, aangezien de subsidie niet bedoeld was voor vervangende nieuwbouw. Dat loopt in principe goed. Dus ja, ik kan zeggen dat dit aangepakt wordt en dat we daarover in gesprek zijn met de scholen. Ik hoop dat dit voldoende antwoord geeft. Dank u wel.
Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, dat ging even over de Archiefwet. De vraag van Willem Albertus van de PvdA valt eigenlijk in de portefeuille van collega Van Dijkman. Aangezien ik die vorige periode eenmaal heb begeleid, pak ik de beantwoording op. Ja, die ton is niet specifiek voor de gemeentearchivaris, maar die is voor de complete aanpak rondom het archief, hè? We staan onder toezicht van de provincie op dat gebied, en die heeft gezegd: "Gemeente Zeist, jullie moeten versnellen, verbeteren en dat structureel inbedden." En daarvoor is die ton uiteindelijk structureel nodig.
Op dit moment, zoals u aangaf, is er een gemeentearchivaris. We hebben een kandidaat-gemeentearchivaris aangesteld. Die wordt straks met de ingang van de nieuwe archieven de gemeentearchivaris. Alleen, op basis van de nieuwe Archiefwet is het namelijk niet meer noodzakelijk dat de gemeentearchivaris de specifieke opleiding in archiefbeheer fysiek hoeft te hebben gevolgd. Ik denk: ik schrijf het maar op, want ik onthoud het vast niet. Dus zij stroomt straks gewoon door als gemeentearchivaris, en zij doet dat in de praktijk eigenlijk nu al, als wat we dan noemen de aanvoerder van de club. Dank, wethouders.
Er waren ook nog vragen voor de burgemeester van de wethouders, geloof ik. Nietwaar? Nee, althans niet in dit verband. Goed, dank u. Dan gaan we nu over tot de tweede ronde. Hartelijk welkom, Jan Bredius. Je komst was al aangemeld, en ik geef jou als eerste het woord bij de Democraten. Voorzitter, ja.
Ja, ik heb zeker vier vragen, maar laat ik beginnen met drie. Het gaat over het begrip 'bewust beleidsarme kadernota'. Voorzitter, is dat niet innerlijk tegenstrijdig? Schreeuwt dat niet om een verklaring die meer behelst dan wat in het raadsvoorstel tot uitdrukking komt? De fractie van Nieuw Democratisch Zeist voelt zich oncomfortabel bij dat begrip, en de vraag is of het college zich ook ongemakkelijk voelt bij deze kadernota. Dit is de tweede opeenvolgende keer dat er een beleidsarme kadernota komt, en de eerste keer was daar alle begrip voor, gezien de twee jaar die we achter ons hebben. Deze keer is er echter onvoldoende uitleg, en daar wordt naar gevraagd. Omdat de kadernota de kaders aangeeft, wordt er aangegeven: "Ja, maar straks komt de begroting en dan kunnen de kaders wel volgen." Maar dat is geen verklaring die de fractie vooralsnog accepteert. Dus de vraag is: welke verklaring bestaat er nu precies?
De tweede vraag hangt daarmee samen en heeft te maken met het coalitieakkoord. Nieuw Democratisch Zeist heeft erom gevraagd, nietwaar? Noem drie speerpunten. Maar dat was geen college, maar nu ligt er een college voor dat verantwoordelijk is voor het beleid. Welke drie beleidsspeerpunten zijn er nu? Ik heb ze niet gezien, maar ik kan wel een aantal voorbeelden noemen, zoals het inlopen van achterstanden in beheersplannen en investeringen. Je kunt spreken over wonen als speerpunt, het groen, de lokale aanpak van de klimaat- en energiecrisis. Zal ik nog even doorgaan? Maar ik vraag u om drie, omdat er voor de komende vier jaar toch minstens drie zouden moeten volstaan, naast de andere beleidsthema's die vanzelfsprekend aandacht vragen.
Ja, de derde vraag, voorzitter, gaat over de kadernota waarin gesproken wordt over de meicirculaire. Want er ligt inmiddels een meicirculaire en we weten dat die meicirculaire hoge percentages in het accres kent. Ik noem ze voor 2022: 8,4%, voor 2023 en 2024: 6,7% en voor 2025: 5,9%. Zouden we dat 'ravijnjaar', waarover gesproken wordt, niet moeten vergeten, ook in lijn met de uitleg die ik...
Op dit punt ben ik het met meneer Breed eens. Heeft u iets kunnen missen? Ik denk dat u iets gemist heeft. Dus ik stel voor dat de wethouder dat antwoord nog eens duidelijk herhaalt. Op dat punt is dat goed, want...
Ik stel deze vraag met name omdat we in de kadernota een financiële doorkijk zien, die echter niet terugkomt in het raadsvoorstel zelf. Dit betreft het informatieve deel, de kolommen die ontbreken. Twee dagen geleden is hier de nodige aandacht aan besteed, vooral met betrekking tot de negatieve 5,6 miljoen in 2026. Ik wil hier specifiek een vraag over stellen. In lijn met de meicirculaire en de criteria van het Stabiliteitspact, kunnen we spontaan reageren, toch? Op elk moment kunnen we correcties aanbrengen. Waarom kunnen we dat niet doen met betrekking tot de meicirculaire, die aangeeft dat er een effect te verwachten is? Kan de raad een voorlopige prognose verwachten? Afgelopen jaar hebben we namelijk 13 miljoen kunnen opbouwen; we zijn van negatief naar positief gegaan. Het zou dus maar zo kunnen dat die 5 miljoen in 2026 snel weggewerkt is. Zijn we niet te negatief? Dat is eigenlijk mijn vierde vraag.
Hoe moeten ze de gelegenheid nemen? Het betreft de overhead, zoals we zien. Ja, en daar zullen ze toch op terugkomen. Ik zal er op een ander moment ook op terugkomen. Wij vinden het belangrijk om aandacht te vragen voor beleidsindicatoren, en overhead is daar ook een onderdeel van. In de kadernota wordt dit specifiek genoemd. Wat is het bedrag of het percentage dat precies aan de overhead wordt besteed, zie pagina 16? Dat waren de vier vragen, voorzitter, dank u wel.
Ja, dank u, voorzitter. Ik heb een paar vragen. Als u kijkt naar het raadsvoorstel op pagina 5, dan ziet u een kader voor een herijking van het gemeentefonds, en dan ziet u de bedragen die door de tijd heen oplopen. In hoeverre zijn die bedragen zeker, zoals ze hier zijn ingeboekt? Want door de tijd heen is dat nog weleens gewisseld. Dat is mijn eerste vraag. De tweede vraag betreft pagina 10 van de kadernota. Voorzitter, ...
Ik denk aan pagina nee. De eerste vraag was op pagina twee, dus sorry, ik had twee dingen door elkaar gehaald na het lezen van twee punten uit het raadsvoorstel onderaan.
3.14. Herijking van het gemeentefonds: de een na onderste regel van onderaf. Ja, daar zie je bedragen staan voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026. Nu staat er wel beschreven op welke manier dat meerjarenperspectief is samengesteld. Maar ik heb toch nog een vraag over die herijking van het gemeentefonds bij die stelpost: hoe komen we tot die bedragen en hoe zeker zijn die? Ernstig?
Je dacht, nee, ik meende dat er nog een vraag zou komen, ja, dus hier is deze vraag van Gerard over die rijke familie Helder. Ja, oké, Gerard, ga je gang.
In de kadernota op pagina 10, onder punt 10, wordt de bezuiniging op de gemeentelijke organisatie besproken. Daar worden bedragen genoemd voor 2022, namelijk een extra €250.000 bovenop de bedragen die al in 2021 en 2022 worden doorgevoerd. Daaronder wordt ook verwezen naar voorstellen van het IOC met betrekking tot bezuinigingen van €350.150.000. Mijn vraag is eigenlijk in hoeverre deze bezuinigingen realistisch zijn. Zijn ze te behalen met behoud van het serviceniveau van de gemeente? En in hoeverre worden deze bezuinigingen ook deels behaald met inhuur, aangezien het voor gemeentes in deze tijd heel lastig is om personeel te behouden? Goede medewerkers zijn immers heel belangrijk om de organisatie op een goed serviceniveau en inhoudelijk niveau te houden.
Als derde en laatste vraag in deze ronde heb ik een opmerking over programma 8 in de kadernota, dat gaat over het duurzaamheidshoofdstuk of 'Samen aan de slag voor het klimaat'. Daar mis ik het onderwerp versterking van biodiversiteit. Ik zie het wel enigszins terug in de actualisatie van de brede milieuvise, maar daar wordt het in verband gebracht met onder andere beleidsdoelen. Ik denk dat versterking van biodiversiteit in deze tijd ook een belangrijk onderwerp is. Hoe komt het dat dit dan in de betreffende rapportage niet expliciet op die manier is teruggekomen, dus de voortgang en de versterking van de biodiversiteit? Dat is mijn vraag.
Dat was de sterke biodiversiteit die je tegenkomt in de Berap-bestuursrapportage, en dat gaat over programma 8. Daar worden een aantal onderdelen genoemd waar de gemeente actief is en wat de resultaten zijn. En daar miste ik het onderwerp 'versterking van de biodiversiteit'. Ik kwam het wel tegen in het kader van de brede milieuvise en de actualisatie die genoemd werd. Dat onderwerp kwam ook nog wel ter sprake in een ander hoofdstuk. En in een eerder hoofdstuk, maar dan niet zo dat je het als een centraal thema beschouwt. En ik vroeg me af waarom dat niet als centraal thema in de versterkingen is opgenomen. Ik denk...
Ja, dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van pagina 53 van de beleidsrapportage heb ik een vraag, want ik heb het niet teruggezien in de kadernota. Het gaat over het inhuurbudget voor ruimtelijke ontwikkeling. Daar staat dat er voor dit jaar 300k is opgenomen voor inhuur. Kennelijk is er dit jaar geen knelpunt, want in de kadernota zie ik dat niet bij de knelpunten terug. De vraag is of dat op dit moment voldoende is. Ik weet dat er in het coalitieakkoord ook het een en ander over is opgenomen; dit heeft ook te maken met de intentie van de coalitie om te bouwen in het middensegment. Hoe moet ik dat zien? Is er geen knelpunt op dit moment en gaan we hier nog iets van merken bij de begroting in het najaar?
Ja, dank u wel, voorzitter. Ik maak een sprongetje naar de Slotlaan, want op 23 maart jongstleden hebben wij een amendement aangenomen over het trekken van lijnen op de Slotlaan. Ik citeer even een stukje van de website van de gemeente Zeist. Daar staat dat dit door mensen is aangenomen en dat deze variant zal worden onderzocht, uitgewerkt, besproken met belanghebbenden en, indien mogelijk, uitgevoerd. De uitvoering zal plaatsvinden in overleg met de ondernemers. Als ik dan in de Berap ga kijken, naar hoofdstuk 6, pagina 29, dan staat daar dat de herinrichting van de Slotlaan naar verwachting in de eerste helft van 2022 zal plaatsvinden. Nou, dat zou betekenen dat dat ongeveer binnen nu en drie weken is, wat ik me zo niet kan voorstellen. Dus de vraag is: is er al zicht op wanneer die uitvoering is? Maar vooral, is er zicht op die onderzoeken die blijkbaar worden gedaan en waarop mogelijk een inrichting wordt gebaseerd? Die twee vragen wil ik voor nu even stellen. Dank u.
Dank aan Vincent van Vooren van het CDA. Ik kijk nog even rond voor een vraag. Hannie van Kippersluis, zij is aan de beurt, en daarna David Tompot. Vervolgens geven we weer even 5 minuten pauze. Ga verder.
Dank u wel, Voorzitter. Ik heb enkele vragen over de kadernota. Tijdens het lezen kwam ik op pagina 4, bij paragraaf 3.1.2, een passage tegen over de '3 O's'. Het moet me van het hart dat ik daar '4 O's' zie staan, en toch worden ze '3 O's' genoemd. Dat roept bij mij verwarring op. Voorzien kan ook onuitstaanbaar zijn, dus waarom wordt 'onvoorzien' gekoppeld aan 'onoplosbaar'? Waarom noemen we het niet gewoon '4 O's'? Dan zou een mogelijk misverstand uit de wereld geholpen zijn. Dat wilde ik even kwijt.
Op pagina 5 wordt bij de herijking van het gemeentefonds gesproken. Kan er een toelichting gegeven worden op de volgende zinnen? "Bij deze stelpost is uitgegaan van de toen bekende gegevens, waarbij vanaf 2023 een ingroeimodel van € 15 per inwoner is gehanteerd, oplopend tot een maximum van € 60 per inwoner vanaf 2026." Inmiddels staat de datum en wijze van invoering vast, waarbij momenteel uitgegaan wordt van een maximaal effect van € 37,50 per inwoner vanaf 2026. Dat roept bij mij vragen op. Misschien kan daar een eenvoudige toelichting op gegeven worden.
Op pagina 6, in de laatste alinea, staat een van de voorlaatste zinnen: "Toch is die informatie hard nodig, aangezien het jaar 2026 voor de begroting van 2023 de laatste jaarschijf is waarop de provinciaal toezichthouder toetst of een begroting structureel en reëel in evenwicht wordt gebracht." En dan lees ik dat 75% wordt opgenomen, volgens advies van de onderzoekscommissie. Maar in het coalitieakkoord staat een lager bedrag. Wat verstaat men dan onder 'budgetneutraal'?
Oh ja, wat me ook nog opviel, is op pagina 11 bij de continuering van de samenwerking met huisartsen. In de laatste zin van de eerste alinea staat: "De samenwerking met de huisartsen in deze vorm is gestart met een pilot in 2018." Ik vroeg me af of er inmiddels ook een evaluatie heeft plaatsgevonden.
Dat waren mijn vragen tot nu toe. Dank u wel.
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog twee aanvullende vragen over de bestuursrapportage. Op pagina 35 staat onderaan bij punt 11 dat onder de resultaten bij de minimaregelingen vermeld wordt dat deze regelingen beter bekend en toegankelijk moeten worden voor inwoners die daar tijdelijk behoefte aan hebben. Ook is het streven om het gebruik van de minimaregelingen te laten toenemen. Als ik het goed lees, is mijn vraag aan het college of er een streefcijfer is vastgesteld. Ik begrijp dat het gebruik van de minimaregelingen op dit moment nog niet optimaal is en dat er dus meer potentie is. Mijn vraag is dan ook wat het streven van het college is. Is het streven bijvoorbeeld dat de doelgroep voor 100% bereikt wordt? Meer concreet zou ik willen weten, en dit kan misschien ook schriftelijk beantwoord worden, of het college cijfers heeft over het gebruik van de bijzondere bijstandsregeling in het afgelopen jaar en welk percentage van de doelgroep daar gebruik van heeft gemaakt. Ik denk dat dit antwoord misschien beter later schriftelijk kan worden gegeven, maar ik zou het antwoord graag willen hebben.
Dan heb ik nog een tweede vraag over een ander onderwerp, namelijk de legesverordening voor de omgevingsvergunningen op pagina 53 van de bestuursrapportage. Daarin wordt melding gemaakt van een tekort dat op dit moment al 675.000 euro zou bedragen, per de stand van zaken op 1 juli van dit jaar. Er wordt ook gesteld dat, als de situatie ongewijzigd blijft, het tekort per 1 januari 2023 kan verdubbelen tot 1,35 miljoen euro. Dit is afhankelijk van de beslissing van de gemeenteraad over het moment waarop de nieuwe legesverordening ingaat. Deze beslissing zou kunnen betekenen dat er voor de tweede helft van dit jaar nog een nieuwe ingangsdatum moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. Mijn vraag is of de gemeenteraad nog wel de mogelijkheid heeft om dit jaar een reële nieuwe ingangsdatum vast te stellen voor een nieuwe legesverordening voor omgevingsvergunningen, gezien het feit dat er, zoals ik uit eerdere bijeenkomsten heb begrepen, nogal wat herberekeningen moeten worden gedaan met betrekking tot de kostendekking. De gemeenteraad moet hierover natuurlijk eerst geïnformeerd worden voordat er een besluit kan worden genomen. Dus mijn vraag is of het realistisch is dat de gemeenteraad hier dit jaar nog een uitspraak over kan doen en zo ja, binnen welk tijdsbestek dat dan mogelijk zou zijn. Dat zijn mijn twee vragen.
Naar aanleiding van de vragen van de SP over deze opmerkingen wordt overwogen om te onderzoeken of er een nieuw systeem voor het heffen van leges bedacht kan worden. Dit zou een heel andere kijk kunnen geven op de verplichting om leges te heffen en dus ook op het begroten van inkomsten daaruit. Dank u.
Dank u, ik begrijp dat de regenachtige Pinksterdagen door de raadsleden goed benut zijn. U had ook een roman kunnen lezen, maar u heeft ervoor gekozen om u grondig te verdiepen in de Bestuursrapportage in de Kaderbrief, waarvoor mijn complimenten. Ik wil jullie even een paar minuten geven. Kan dat gelijk? Ja, oké, we gaan direct verder met de beantwoording en dan begint, denk ik, Walter van Dijk. Ja.
Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het dan weer heel selectief doorlopen en de anderen kunnen dan vooral op inhoud aanvullen. Ik begin in de volgorde zoals het ook langsgekomen is, dus wij in DWZ. De heer Bredius bracht vier punten naar voren. Het eerste punt was, in mijn woorden, of het college zich niet ongemakkelijk voelt bij het feit dat dit een beleidsarme kadernota is. Het korte antwoord daarop is nee. Een kadernota die beleidsarm is, is als zodanig heel gebruikelijk, dus daar hoeft men zich zeker niet voor te schamen. In dit geval zijn er ook twee goede redenen om daarvoor te kiezen. Ten eerste is er het feit dat het gemeentefonds nog zoveel onduidelijkheden met zich meebrengt. Ik kom zo bij uw derde vraag nog even terug op dit punt; eerder vanavond is hier ook over gesproken, maar toen was u nog niet in de zaal. Maar dat zal ik zometeen nog even kort herhalen. En ja, daarnaast, natuurlijk, maar dat spreekt voor zich, ligt er een coalitieakkoord. Dat is nog niet uitgewerkt; er staan nog geen bedragen in, dus de verwachting is dat dit in deze dagen vertaald wordt naar een uitvoeringsprogramma. Op dat moment kan het ook vertaald worden naar euro's en uiteindelijk krijgt dat dan zijn beslag in de begroting, en daarin zult u zien dat het buitengewoon belangrijk gaat zijn. Dus dat betreft vraag één.
Vraag twee zit daar een beetje in de buurt van: wat zijn de beleidsspeerpunten? Nou, wat dit college betreft, staan de echte beleidsspeerpunten in dat coalitieakkoord, en dat is publiek en dat kent u. De vertaling daarvan naar de begroting maken we dus in het najaar, en daar zit dat uitvoeringsprogramma dus tussen. Dus daarvoor vrees ik dat u even geduld zult moeten hebben, maar de planning is daar ook op gericht.
Het derde punt noemde ik al: dat is dat ravijnjaar. Ik heb hier vanavond aangegeven dat dat een woord is dat misschien helemaal niet meer zou vallen, omdat vandaag de uitwerking bekend is geworden op hoofdlijnen van de meicirculaire. Ook hieraan hebben we vandaag hard gewerkt en kunnen we nog zeker geen bedragen noemen, maar we kunnen wel aangeven dat de eerste inschattingen die in de maartcirculaire zijn gemaakt en die ook in de stukken staan, achteraf gezien, of met de kennis van nu, te pessimistisch zijn. Dus dat het gunstiger uit gaat vallen. Met hoeveel precies zal duidelijk worden in een Raadsinformatiebrief (RIB) die we in ieder geval voor het debat op 21 juni aan de raad beschikbaar zullen stellen. En dan zou het heel goed kunnen zijn dat dat een jaar, een woord is dat enige tijd heeft gespeeld, maar vanaf nu in ieder geval voor Zeist met de nodige nuance geïnterpreteerd zou moeten worden.
En tenslotte had u het over overhead. Hoe zit dat op pagina 16? Nou, daarin volgt de gemeente Zeist de voorschriften. Dat is, zoals eerder vanavond over weerstandsratio's besproken, niet vrij te interpreteren. De wet schrijft precies voor hoe je overhead moet berekenen en ja, langs die lijn berekenen we het in Zeist ook. Dus daarmee heb ik volgens mij uw vragen beantwoord. Ik spring even door naar GroenLinks voor de toelichting van het volgende punt.
Toch, naar aanleiding van de eerste opmerking, kijk: het is evident dat de kadernota de kaders vaststelt voor de begroting. Eigenlijk kun je zeggen: zonder kadernota, geen begroting. Nu wordt er voor de zoveelste keer een uitzondering gemaakt, met twee argumenten. Kijk, dat het het eerste jaar van de nieuwe coalitie is - ja, dat is overduidelijk. En dat het gemeentefonds in discussie is - dat is elk jaar het geval. Misschien moeten we naar een andere vorm van kaderstelling toe, als dit betekent dat we dit structureel gaan krijgen. Een beleidsarme kadernota, ja, dan zeggen wij dat. Dat zou dus eigenlijk geen goede gedachte zijn. Als dit niet structureel is, dan is de fractie van Nieuw Democratisch Zeist het met de wethouder eens. Maar als dit volgend jaar ook weer gaat gebeuren om bepaalde redenen, dan zullen we naar een andere toon, toonzetting of een andere manier van kaderstelling moeten overgaan en niet wachten op de begroting. Dus misschien moet ik een maand later komen, of vlak na de zomer. Dank u, meneer.
Het feit dat de heer Bredius een andere visie heeft op de voorzittersrol dan het beeld dat het college heeft van de Kadernota, is inderdaad correct. De Kadernota is een document dat de kaders voor de begroting schetst en bevat belangrijke keuzes voor de organisatie. Deze keuzes zijn niet per se beleidswerk. Het zou ook vreemd zijn als dat wel zo was, want dan zou je eigenlijk twee keer per jaar een discussie voeren over inhoudelijke keuzes die je met elkaar maakt, en dat doen we echt bij de begroting. Dat is de koninklijke route. De Kadernota is een belangrijk moment op weg naar de begroting. Het college geeft daarin zicht op ontwikkelingen in onze omgeving. Deze worden genoemd, maar wel met een aantal onzekerheden die ook worden aangegeven. Van daaruit kan de Raad vragen stellen, kanttekeningen plaatsen en suggesties meegeven. Langs die kaders ontstaat dan een begroting. Het gesprek over de begroting, beter gezegd de beleidskeuzes, wordt in het najaar gevoerd rondom de begroting. En dat is ook het juiste moment, denk ik. Dus in die zin is het helemaal niet vreemd dat we een beleidsarme Kadernota hebben. En het zou zomaar kunnen dat dit volgend jaar opnieuw het geval is.
Dan de vragen van GroenLinks over de herijking van het Gemeentefonds. De gemeente volgt voornamelijk de richtlijnen die vanuit het ministerie worden meegegeven. Er valt niet veel meer over te zeggen. Daarnaast noemde u een punt dat ons ook bezighoudt. U spreekt over ambitieuze bedragen, en dat herkennen we. De vraag in hoeverre dat realistisch is, is dan ook een goede. Deze vraag werd eerder vanavond al genoemd en ook door de provincie gesteld, en natuurlijk ook door de accountant op het moment dat er serieuze vraagtekens bij te plaatsen zijn. Als dat het geval is, dan wordt dit meegenomen in de bestuursrapportage. In deze eerste bestuursrapportage kan dat al het geval zijn, en anders zeker in de tweede bestuursrapportage die later dit jaar volgt. We mogen geen zaken laten staan die ooit zijn bedacht of vorig jaar op basis van de toenmalige situatie zijn opgesteld, en waarvan we nu weten dat ze niet realistisch zijn. Zodra dat beeld echt wordt bijgesteld, nemen we dat op in de bestuursrapportage. Daar vragen we goedkeuring voor van de Raad en daarmee ontstaat in feite een aanpassing van de begroting. Zo werkt het, en de heer Jansen zal daar zo meteen inhoudelijk nog wat meer over zeggen.
Even kijken... Wat betreft de vraag of ik naar drie of vier O's spring: er staat een slash tussen de eerste en de tweede O, of dat nou helemaal dezelfde betekenis heeft, weet ik niet. Dat lijkt me een filosofische discussie, misschien iets voor een ander moment. Maar ik begrijp uw opmerking.
Het betreft hier een kwestie, denk ik, waarbij u ook vroeg hoe het nu zit met die €60 versus die €37,50. Oorspronkelijk was het bedrag vastgesteld op €60, maar dat is in de loop van de tijd aangepast; er is een jaar afgevallen omdat de discussie voortduurde. Na overleg tussen het ministerie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn de bedragen gewijzigd. Waar het eerst ging om vier keer €15 per jaar, dus €60 in totaal, is dat later veranderd in twee jaar van €15, plus een half jaar, wat neerkomt op €57,50. Dat is dus €15 plus €7,50, wat resulteert in €37,50. Dit leidt tot een veel gunstiger situatie voor Zeist en dat verklaart de bedragen die in de regels staan die u heeft genoemd. Zo moet u het lezen. Voor de overige zaken verwijs ik u graag door naar mijn collega's.
Naar mijn idee was er slechts één vraag van de SP over de minimaregelingen: "Wat is het streefcijfer van het college voor het gebruik van de minimaregelingen?" Nou ja, we hopen natuurlijk dat het bereik 100% is, maar de praktijk is wat dat betreft best weerbarstig. Er zal altijd een laatste groep zijn, zo'n 10 tot 15%, die lastig te bereiken is, maar we doen er wel alles aan. Verder vroeg u naar cijfers voor het bereik van de geld-terug-regeling; die zullen inderdaad schriftelijk aan u worden toegezonden.
Daarnaast zijn er vragen gesteld over de Slotlaan. Ik heb het even opgezocht: de herinrichting staat inderdaad gepland voor de eerste helft van 2022. Ik denk dat het gewoon een typefout is, want het moet de eerste helft van 2023 zijn. Dat is nu de verwachting voor de uitvoering, aangezien de raad inmiddels budgetten heeft beschikbaar gesteld. De variant die in het amendement staat, wordt nu ontworpen en onderzocht. Als er een nieuw conceptplan is, zal dat in samenspraak met de ondernemers en omwonenden bekeken worden, en in ieder geval met de ondernemers om te bepalen wat het beste moment voor uitvoering is. Dat hangt ook af van de levering van de materialen, zoals de stenen. Maar ik denk dat het een typefout is: het moet de eerste helft van 2023 zijn.
Dank u wel, Voorzitter. Er zijn vragen gesteld over de € 300.000 voor de inhuur op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. Ik kan in ieder geval die vraag beantwoorden. Ik weet even niet meer wie hem gesteld heeft; dat heb ik zo snel niet meegekregen. Ernst, oké, heel goed. Ik was druk bezig met schrijven, maar ik kreeg niet alles mee. Wat in ieder geval belangrijk is, is dat het college heeft geconstateerd dat er veel aanvragen liggen. Er zijn ook stevige ambities van deze nieuwe coalitie op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. We hebben gemerkt dat de bestaande capaciteit niet toereikend is, niet alleen voor het afhandelen van omgevingsvergunningen, maar ook voor advisering in de voorfase van dergelijke trajecten, of het nu gaat om projectontwikkelaars of particuliere initiatiefnemers. We willen de formele wachttijden niet laten oplopen. Dus als mensen een aanvraag indienen, moet die ook binnen de geldende termijnen afgehandeld kunnen worden. Maar we willen ook een inhaalslag maken. Daarbij zal het college ook kijken naar de prioritering van bepaalde projecten. Mensen die mogelijk wat langer moeten wachten in de voorfase, worden hierover goed geïnformeerd. Binnenkort hebben we daar ook afstemming over, maar die extra inhuur is dus dit jaar nodig om die inhaalslag te kunnen maken. Ik denk dat we in de loop van 2022 ook moeten kijken of dat toereikend is. Dus ik wil daarmee ook deze Raad informeren: laten we daar goed de vinger aan de pols houden. We hebben een stevige ambitie, zoals u weet, maar we zetten alles op alles om die inhaalslag te gaan maken. Ik hoop dat dit voor nu voldoende antwoord geeft. En dan...
Dank u wel. Er was nog een vraag van GroenLinks over de biodiversiteit. Nou, die komt inderdaad terug in het stuk en staat er eigenlijk netjes in. Er loopt een extra impuls die gegeven is, en die is in principe buiten beschouwing gelaten, want dit is de bestuursrapportage op basis van de primitieve begroting. De extra impuls voor biodiversiteit loopt en is ook volop in uitvoering. Ik hoop in ieder geval voor de zomer, of misschien net na de zomer, ook een beeld te kunnen geven van bijvoorbeeld de gezondheidseffecten die we omvormen naar langdurige en biodiverse bloemrijke gebieden, hè? Dus dat is gewoon volop in progress. We zijn daar, denk ik, op de goede manier bezig en eigenlijk conform de planning. Dat is even wat ik wilde zeggen, en we verschillen niet van mening over hoe belangrijk biodiversiteit is, voorzitter.
De heer Van Vliet, voorzitter, vroeg iets over punt 10 op pagina 10 van de Bestuursrapportage 2022. Dit ging over de voorstellen van de inwonersadviescommissie en de effecten daarvan op personeel en organisatie. We kunnen dan denken aan voorstellen op het gebied van digitalisering, zowel intern als naar de samenleving toe. Ook kunt u denken aan het benutten van de kracht van de samenleving, waardoor we als gemeente niet alles zelf hoeven te doen. Bedoelt u de ambtelijke en bestuurlijke medewerkers, of de samenleving in het algemeen? Al deze voorstellen zijn samengebracht in een gestructureerde aanpak die op termijn een besparing van 1,25 miljoen euro per jaar moet opleveren. Dat zijn grote bedragen en de voorstellen hebben grote effecten. Uw vraag sluit hierop aan, net als de eerdere vraag van Wilma Breddels, vertegenwoordiger van de Arbeid. Zij stelt dat we de voorstellen wel kunnen goedkeuren, maar dat er grenzen zijn aan wat we van onze eigen organisatie kunnen vragen. Er zijn grenzen aan de gevolgen voor onze dienstverlening en er zijn beperkingen als we kijken naar de huidige situatie in het land. Er is grote arbeidsmobiliteit bij gemeentepersoneel. De coronatijd heeft ook invloed gehad op deze mobiliteit en op het ziekteverzuim. We hebben de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. De wereld is na corona weer op gang gekomen, wat de werkdruk verhoogt. Ziet u het eerdere antwoord van wethouder Wilting ook in dit licht: dat we voorzichtig moeten zijn en niet blindelings moeten uitvoeren wat we hebben afgesproken? Daarom wordt uw vraag zeer op prijs gesteld. Met punt 10 bedoelen we dat een deel van de taakstelling is gehaald. Dit is de eerste rapportage en bij de tweede bestuursrapportage komen we met een verdere precisering. Maar we houden echt de vinger aan de pols om te zien of het haalbaar is, want dat vinden we belangrijk, niet alleen voor onze eigen organisatie, maar natuurlijk ook voor de dienstverlening. Dit is geen winstwaarschuwing, maar het bevestigt de zorg die u, net als eerder mevrouw Breddels, hebt geuit. We doen echt wat we hebben afgesproken, maar we moeten het onmogelijke niet vragen. Tot nu toe is een deel van de taakstelling gehaald en we houden de vinger aan de pols om dit op een realistische manier te blijven doen. Dat wilde ik graag toevoegen. Dank u wel.
De vraag kwam uit twee hoeken: zowel bij de SP als bij de heer Visscher van de Unie. Ik dacht: "Ja, ja, over de bouwleges." Twee weken geleden is er een raadsbijeenkomst georganiseerd waarbij een aantal verhuurders aanwezig is geweest. Het is duidelijk gemaakt wat de ontwikkelingen zijn, en dat staat dus in zekere zin los van de 300.000 waar collega Wiltink net over sprak. Dit gaat over die 675.000 en de 1,3 miljoen die over het hele jaar zouden zijn. Er is een raadsinformatiebrief geschreven, maar ik weet niet zeker of die al bij de raad terecht is gekomen. Als dat niet zo is, zal dat een dezer dagen gebeuren. De kern van die raadsinformatiebrief is dat er, mede op basis van het sentiment tijdens die raadsinformatiebijeenkomst, voor is gekozen om niet nu, nog voor de zomer, met een voorstel naar de raad te komen, maar dit in nauwe afstemming met de raad mee te nemen in de begroting richting het najaar en het dan op 1 januari 2023 in te laten gaan. Dat is niet toevallig ook de datum waarop de Omgevingswet en de WKB ingaan, althans dat is de laatste bekende planning. Dat zou nog anders kunnen worden, maar los daarvan is ervoor gekozen om dit per 1 januari 2023 in te laten gaan, zodat we daarna het financiële tekort dat nu aan het ontstaan is, kunnen inlopen.
Dan ligt in het vervolg van uw vraag de vraag van de heer Scalini, denk ik: "Kijk je dan naar het instrumentarium van nu of kijk je ook naar andere instrumenten?" Het antwoord is dat laatste. Er wordt niet alleen naar leges gekeken, want ook kostenverhaal is nadrukkelijk onderdeel van het palet aan instrumenten dat je zou kunnen inzetten om uiteindelijk tot de inkomsten te komen die we nu gewend zijn te halen. Met de ingangsdatum van die twee nieuwe wetten, de Omgevingswet en de WKB per januari 2023, vervalt voor een groot deel de basis daaronder. Er wordt nu druk gekeken naar hoe je ongeveer dezelfde inkomsten vanaf 2023 kunt genereren op basis van het instrumentarium dat die twee nieuwe wetten bieden. Op dit moment is daar nog geen direct antwoord op te geven, maar het is wel iets wat de komende tijd naar de raad toe zal komen. Ervan uitgaande dat per 1 januari 2023 we de instrumenten scherp hebben, een goede indicatie hebben van hoeveel inkomsten dat zou kunnen opleveren en dat het idealiter ongeveer hetzelfde bedrag zou moeten zijn als wat we op dit moment begroten vanuit de huidige wetgeving. Overigens geldt wel dat de verwachting is dat we dat punt zeer waarschijnlijk niet helemaal waar zullen kunnen maken. Dat is ook de reden waarom je dat nu al in de stukken die we vandaag bespreken terugziet, wethouder.
Ik wil nog even iets zeggen over dit verband. Ik hoop dat we daar straks vragen over kunnen stellen, maar ik had de tekst niet snel genoeg bij de hand. Toen de wethouder haar antwoord gaf, zei ze dat het inhuurbudget voor ruimtelijke ontwikkeling ook niet gewoon uit de opbrengsten van de leges betaald zou moeten worden. Met andere woorden, zou die kostenpost niet onderdeel moeten zijn van het verhaal over de leges? Gezien de omschrijving van de werkzaamheden die bij die inhuur horen. Het antwoord is nee, dat is een eenmalige zaak.
Nee, want het is een tijdelijke maatregel. Ik denk dat deze € 300.000 bedoeld is voor tijdelijke inhuur om de enorme hoeveelheid aanvragen die we nu hebben, en ook de vooroverleggen die we voeren met initiatiefnemers, te kunnen verwerken. Dus ik denk dat het antwoord van mijn collega hiernaast juist aangeeft dat er een noodzaak is om te komen tot een nieuwe verordening en een nieuwe systematiek. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de leges, maar ook naar wat je wel of niet met projectontwikkelaars kunt doen. Daar zit ook een stukje advisering bij, bijvoorbeeld voordat er überhaupt een vergunning wordt verleend. We maken vaak ook afspraken met ontwikkelaars, dat is onderdeel van het geheel. Maar er zijn hele instrumentele of financiële instrumenten die we hebben. Daar moeten we ook naar kijken, dus dat wordt meegenomen in de hele discussie. Wat je aan bouwkosten wel of niet in je leges mag verrekenen, en wat je op een andere manier moet organiseren dan via de leges. Volgens mij is het belangrijk dat we dat met elkaar goed bekijken. Dat staat los van die € 300.000 die we gaan inzetten voor, zoals ik al zei, tijdelijke inhuur.
Het is hetzelfde, mevrouw Breddels. PA, dank u. Ik hoor de wethouder zeggen dat er nog een hoop aanvragen ligt. Ja, dan ben ik wel benieuwd of bij die hoop aanvragen alle kosten al in rekening zijn gebracht, of dat dat nog moet gebeuren. Want als die kosten er nog bij moeten komen, dan vraag ik me af hoe dat zich verhoudt tot het nieuwe tekort van 1,35 miljoen. Want dan kan het wellicht ook zo zijn dat de financiële situatie heel anders komt te liggen.
Deze zinnen zijn grammaticaal incorrect en lijken fragmenten van een gesprek te zijn. Om ze grammaticaal correct te maken, moeten ze worden herschreven tot coherente zinnen. Hier is een poging om de tekst te herschrijven:
"Dat zijn de vragen die aan de orde komen in de RIB. Ik zou willen voorstellen... Nee, is die vraag dan te beantwoorden, wethouder? Nee."
Let op dat zonder meer context, het moeilijk is om de intentie van de spreker en de volledige betekenis van de tekst te begrijpen. De afkorting "RIB" is ook niet gedefinieerd, wat het moeilijk maakt om een volledig correcte zin te vormen zonder te weten waar het voor staat.
Nu geeft dit antwoord op de vraag: dit is een detail dat ik op dit moment niet kan beantwoorden. Ik zou dit moeten nagaan met de mensen van Ruimtelijke Ordening en de financiële mensen. Ik zal hierop terugkomen om te onderzoeken in hoeverre bepaalde aspecten van toepassing zijn. Wat wel zo is, is dat in principe de reguliere aanvragen gewoon volgens de normale wettelijke termijnen worden afgehandeld. Wat ik probeerde aan te geven, is dat er ook veel plannen liggen waarbij we advisering aan de voorkant bieden en waarbij we ook dienstverlening willen kunnen geven. Natuurlijk kun je dan nog steeds discussiëren over welke kosten wel of niet doorberekend moeten worden. Dat is een ander vraagstuk. Ik zal uitzoeken hoe dat zit en kom daar later op terug. Ja.
Ja, dank u wel, voorzitter. Graag zou ik nog een nadere, verduidelijkende vraag willen stellen naar aanleiding van het zojuist gegeven antwoord van de wethouder op mijn vraag over de bouwleges. Uit het antwoord kan ik niet goed opmaken of de wethouder nog een mogelijkheid ziet dat de Raad vóór januari 2023 met een nieuwe verordening zou kunnen komen, waardoor het voorziene tekort van maximaal, en ik zeg bewust maximaal, 1,35 miljoen nog lager zou kunnen uitvallen. Of gaat de wethouder er nu al vanuit dat de nieuwe, verplichte verordening, die wij als Raad sowieso moeten vaststellen, niet eerder zal ingaan dan 1 januari 2023? Hierdoor zou het tekort dus ook naar alle waarschijnlijkheid die 1,35 miljoen bedragen. Zou de wethouder hierover nog wat nader uitsluitsel kunnen geven?
Ja, misschien is het goed om dat nog iets duidelijker te stellen. Twee weken geleden is er tijdens een informatiebijeenkomst geschetst waarom de inkomsten zich ontwikkelen zoals ze dat doen en wat je qua ordegrootte zou kunnen ondernemen. Het is zeker een scenario geweest dat daar gepresenteerd is om op heel korte termijn, dus voor de zomer, al iets te ondernemen om ervoor te zorgen dat je niet uitkomt op dat bedrag van 1,35 miljoen euro. En ja, dan doe je iets onder flinke tijdsdruk en dan is de vraag of dat verstandig is, of dat je, gezien de relatie die dit heeft met de twee nieuwe wetten die per 1 januari naar verwachting ingaan, er goed aan doet om het gewoon mee te laten lopen met de begroting en de tijd te nemen. Ook om het gesprek hierover met de Raad en misschien ook wel breder dan alleen met de Raad goed te voeren. En daar proefden we als college heel duidelijk het sentiment bij de Raad. Maar ik vermoed dat u niet bij die bijeenkomst aanwezig was. Nee, kies niet voor die shortcut, kies voor een planning die zou betekenen dat je koerst op een ingangsdatum van 1 januari 2023, en dat geldt dus ook voor de verordening waar u op doelt. Die gaat, als het goed is, gelijktijdig in met die twee nieuwe wetten, de Wkb en de Omgevingswet. En dat leidt inderdaad dan tot een hoger tekort dan wanneer je nu zou ingrijpen. Maar dat is de afweging geweest en het college heeft daarin, mede in het licht van het sentiment en de geluiden tijdens die avond, gekozen om te kiezen voor dat model waarin we ruimte hebben voor veel meer dialoog met de Raad en, zoals gezegd, mogelijk ook met de samenleving. En dat betekent koersen op 1 januari 2023.
Ja, dank u wel. Ja, ik begrijp het, want ik was overigens wel bij die bijeenkomst aanwezig. Tijdens de bijeenkomst begreep ik in ieder geval dat de raadsleden het ook nog niet eens zijn. De raadsleden wisten natuurlijk dat de definitieve koers, zogezegd, bij het college zou liggen wat betreft welke keuzes er gemaakt zouden worden. Maar als ik dan naar pagina 53 kijk en die teksten nog eens doorneem, dan begrijp ik uit het antwoord van de wethouder dat het dus niet meer reëel is dat de gemeenteraad nog dit jaar een uitspraak zou kunnen doen of een nieuwe lezersverordening nog voor 1 januari 2023 zou kunnen laten ingaan. Dat betekent in ieder geval dat die mogelijkheid dus niet meer aanwezig is. En dat betekent dus dat we ervan uit kunnen gaan dat het tekort van die 1,35 miljoen niet meer gedekt zal worden.
Ja, ik weet niet zeker of we elkaar nu goed begrijpen, maar nogmaals, de insteek is dat we per 1 januari 2023 een nieuwe verordening hebben met een nieuw instrumentarium, gekoppeld aan de ingangsdatum van de Omgevingswet en de WKB. We kiezen er dus niet voor om in de loop van dit jaar, dus voor de zomer, al iets aan de Raad voor te leggen. Daarmee zou je in feite het tekort voor dit jaar wel iets kunnen beperken. Waarschijnlijk gaat het dan over een bedrag van een paar ton. We hebben ervoor gekozen om daar niet op in te zetten en in plaats daarvan echt het goede gesprek met elkaar te voeren, gegeven de complexiteit en de relatie met allerlei andere zaken, maar vooral ook gegeven wat we vanuit de Raad opvingen. We koersen op die datum van 1 januari 2023, en dat is wat we doen. Dus als dat het antwoord is op uw vraag, dan is het antwoord bevestigend. Ik zag...
De correcte grammaticale vorm van de zin is niet geheel duidelijk, omdat de oorspronkelijke zin geen duidelijke structuur of betekenis heeft. Het lijkt erop dat er namen en mogelijk een dialoog in de zin verwerkt zijn. Hier is een poging om de zin grammaticaal correct te maken, maar let op dat de betekenis geïnterpreteerd is:
"In ieder geval, ik denk dat David Tompot knikt als antwoord op de vraag of Helder nog fiscaal advies op dit punt heeft."
Goed, dat gezegd hebbende, denk ik - ik kijk even rond - is de Raad voldoende geïnformeerd voor het debat? Nog een laatste punt, mevrouw Van Kippersluis, van zeer groot belang, voorzitter.
Voorzitter, ik heb netjes gewacht tot alle collega's aan het woord zijn geweest. Echter, op twee van mijn vragen heb ik nog geen antwoord ontvangen. Ten eerste heb ik gevraagd naar een evaluatie van een pilot die sinds 2018 loopt. Ten tweede heb ik een vraag gesteld over het gemeentefonds: waarom is er 75% van het advies van de onderzoekscommissie opgenomen, terwijl in het coalitieakkoord een lager bedrag staat vermeld? Ook wil ik graag weten wat men precies verstaat onder 'budgetneutraal'. Op deze vragen heb ik nog geen antwoord gekregen.
Heb ik het dan goed begrepen? Ja, want in de afgelopen jaren deden wij dit niet uit voorzichtigheid, zoals we hier gewend zijn met de financiën om te gaan, maar om de begroting sluitend te krijgen. En vooral ook omdat dit min of meer de norm werd in gemeenteland, is er toen voor gekozen om het advies dat gold ook in Zeist over te nemen. Zo is die 75% ontstaan. Maar dat was, denk ik, niet uw vraag, want die weet u. Uw vraag gaat over de zin daarna, waarin een lager bedrag is opgenomen in het coalitieakkoord. Dat gaat niet over het lokale coalitieakkoord, maar over het landelijke coalitieakkoord. Helpt dat? Ja.
Dus, goed, nu dat geregeld is, wachten we nog af hoe dit zich zal ontwikkelen. Op dit moment is het te vroeg om iets te zeggen. Het zou kunnen dat de meicirculaire, die vandaag is binnengekomen, leidt tot nader advies. Als dat zo is, zullen we dat verwerken in de tweede bestuursrapportage en meenemen in de begroting. Meer kan ik er op dit moment niet over zeggen, vrees ik.
Ik snap dat het een behoorlijk ingewikkelde vraag is. Ik wacht met veel spanning op de meicirculaire, want die is nu al een paar keer gevallen. Ik denk dat daarin alle antwoorden op de vragen van het leven terugkomen, dus dat is wat er gezegd is.
De verwachting is dat er een aantal bijstellingen naar voren zullen komen die ons allen positief zullen verrassen. Ik heb eerder aangegeven dat het belangrijk is dat de inhoud van het document duidelijk op tafel ligt op het moment dat we een debat voeren. Dat debat is gepland op 21 juni, en we zullen ervoor zorgen dat de benodigde informatie zo vroeg mogelijk beschikbaar is. Dit zijn echter complexe berekeningen waar we vandaag mee zijn gestart, en het zal nog enige tijd duren. We proberen ruim voor 21 juni een Raadsinformatiebrief (RIB) te sturen met een nadere duiding van de meicirculaire. We zijn ons bewust van het belang hiervan.
Ik heb een opmerking en een vraag voor het college met betrekking tot het karakter van de kadernota. Het college en de fractie van Nieuw Democratisch Zeist verschillen van mening over het belang ervan. In de kadernota stelt de raad de prioriteiten en de kosten voor de gemeente Zeist voor de komende jaren vast. Deze prioriteiten en kosten worden vervolgens in de begroting weergegeven. Ik zie de wethouder knikken; tot zover lijken we het eens te zijn. Er zijn echter wel verschillen in opvatting. Hoe worden we nu geconfronteerd met die prioriteiten? Worden die tijdens de begroting, over ongeveer vier maanden, gepresenteerd? Hoe neemt het college de raad mee in de prioriteiten die gaandeweg worden vastgesteld? Ik hoor de wethouder spreken over het voeren van gesprekken. Is al duidelijk welke gesprekken er gevoerd gaan worden en op welke momenten, met betrekking tot de prioriteiten die invulling gaan krijgen?
Omdat er sprake is van een beleidsarme kadernota, vraagt deze fractie zich af: is het prima dat er voor deze aanpak gekozen wordt, maar hoe gaat de invulling in de komende maanden plaatsvinden om tot een beleidsvolle kadernota te komen? Deze twee vragen zijn misschien wel belangrijker voor deze fractie dan je op het eerste gezicht zou denken. Hoe gaat het college de raad meenemen in dit proces? Of wordt de begroting een verrassing?
Laten we proberen het debat hierover niet te voeren, maar ik begrijp dat uw vragen vooral gaan over de doorwerking van de toezegging en de uitwerking ervan, en hoe de Raad erbij betrokken wordt. Dus dat is een vraag die bij deze avond past, wethouder Van Dijk.
Ja, misschien zijn er twee dingen. Als het gaat om het belang van de kadernota, dan verschillen we van mening. Ik denk dat we volstrekt niet van mening verschillen, want het is een belangrijk document. Sterker nog, het is een noodzakelijk document om überhaupt tot een begroting te komen. Het wordt voorgelegd aan de Raad en daar is reflectie vanuit de Raad op nodig. Daarom hebben we deze cyclus. Op 21 juni gaan we in debat en daar mag je van alles van vinden. We zien vanavond ook wel dat er allerlei zaken in zitten, hè? Waar het van belang is om met elkaar het gesprek over te voeren en langs die weg krijgen wij meer zicht op datgene wat de Raad van belang vindt en kunnen we dat uiteindelijk meenemen in de begroting. Maar het echte debat over inhoud en prioriteiten? Ja, daar zit een zekere volgordelijkheid in waar we weinig aan kunnen doen. We hebben verkiezingen gehad, we hebben daarna een coalitievorming gehad. Er ligt nu een coalitieakkoord, maar dat is te abstract om mee te kunnen nemen in deze kadernota, al hadden we dat gewild, en ook de tijdlijnen sluiten daar niet op aan. Maar dat snapt u ook. Dus in die zin is dat een onoverkomelijke reden om het te doen zoals het nu gedaan wordt. Dus dat maakt dat dit jaar in zekere zin beleidsarm is. En de tweede reden, waar we het ook uitgebreid over hebben gehad, heeft te maken met het feit dat we financieel gezien, en dat geldt voor alle gemeenten in het land, in een hele bijzondere situatie zitten. Zo'n 'ravijnjaar', noemden we het zelf vanavond. Is dat nou wel of niet een ravijnjaar? Is het wel of niet 5,6 miljoen in de min in 2026, of is het een heel ander bedrag? En dat weten we niet. Dus ook dat maakt dat het op dit moment een goed idee is, wat ons betreft, om het te doen zoals we het nu hebben voorgesteld. Maar ik denk niet dat we in de kern verschillen over het belang van de kadernota. Integendeel.
Ja, maar laten we dan even precies kijken naar waar mijn vraag op gericht was: hoe neemt het college de raad mee? Bestaat er ook een routekaart? Kunnen we ijkpunten met elkaar vaststellen, behalve dan uiteraard 21 juni? Maar dat gaat over deze nota. Het gaat om de invulling daarvan. En hoe komen we dan bij die begroting uit? Is daar een antwoord op te geven, wethouder?
Ik zie ook nog twee raadsleden die een bijdrage willen leveren op dit punt. Zal ik die even aan het woord laten? Dat zijn Ernst van Splunter en een ander lid.
Ik heb dit nu een tijdje aangehoord. Het is natuurlijk gevaarlijk om hier een debat te gaan voeren, wat we niet moeten doen. Daarom stel ik een vraag aan het college, want daar zijn we tenslotte allemaal voor. De heer Bredie heb ik iedere keer horen spreken over dat hij allerlei dingen mist. Maar is het niet zo dat, als hij vindt dat het allemaal te beleidsarm is, hij dan de kadernota kan verrijken met zijn eigen plannen? En dat hij die kan aanvullen met ongetwijfeld zeer goede ideeën, waardoor het geheel veel beter zou worden, in plaats van steeds aan het college te vragen om allerlei dingen die hij nu nog mist in die kadernota?
Voorzitter, ja, ik begon me enigszins te ergeren aan de vragen omdat ik vond dat we meer richting een debat gingen dan het stellen van technische vragen. En ik vond ook dat het college wel degelijk antwoord heeft gegeven op de vraag. Misschien was het niet het bevredigende antwoord dat werd verwacht, maar er werd aangegeven dat het wordt uitgewerkt en dat we erop terugkomen. Laten we het college, dat er nu net een paar weken zit, even de ruimte geven om daarmee aan de slag te gaan. Dat wilde ik even kwijt.
Ja, ik denk dat het goed is dat de Raad even de gelegenheid kreeg om te reflecteren op wat er vanuit de NZD naar voren werd gebracht. Want ja, je kunt er verschillend over denken en je zit heel snel op het grensvlak van: waar begint het debat in de kern? Zoals gezegd, zijn we het niet oneens over het belang van de kadernota. Het belang is groot; het is, zoals de naam aangeeft, een kader voor uiteindelijk de begroting en het debat. Met name is het moment van 21 juni belangrijk, waarop we horen hoe de Raad aankijkt tegen die kadernota en of er zaken missen. Precies zoals de VVD aangeeft, kan dat vanuit alle partijen ingebracht worden en voor zover het college op dit moment zicht heeft, laat ik zeggen, de kaders voor de begroting zijn opgenomen in de kadernota. En ja, is er op dat punt nog onduidelijkheid? Heeft u behoefte aan nadere invulling? Geef het ons mee en dan zullen we proberen dat zoveel mogelijk aan te reiken. Maar het houdt op bij die twee punten die ik noemde. Als het gaat om de inhoud, hebben we gewoon iets meer tijd nodig om het coalitieprogramma te vertalen naar een uitvoeringsprogramma en ook die weg financieel te vertalen. Dat ziet u dus bij de begroting. En als het gaat om de meicirculaire, ja, zoals gezegd, daar komt een RIB. Volgende week hoop ik, maar in ieder geval voor de 21e, en dat kleurt het nadere in. Dank u wel.
Ja, voorzitter, ter afronding dan. Jan, ik denk dat er nog steeds vragen blijven, dus het is volkomen terecht dat er van deze kant kritische vragen worden gesteld over een beleidsarme kadernota en dat die vragen uiteraard tot mij komen. Ik heb niet bedacht dat deze kadernota beleidsarm moet zijn, dus wat ik mis aan deze kadernota is inderdaad beleid. Mijn vraag aan het college is om uit te leggen waarom deze nou precies beleidsarm is. Dat is een volkomen terechte vraag, juist omdat die kadernota zo belangrijk is, en dat andere raadsleden mij vragen stellen. Nou, daar is dit podium niet voor. Het is vanavond de bedoeling dat vragen aan het college gericht worden, dus ik voel me ook niet geroepen om daar antwoord op te geven. Maar dit is wel mijn reactie, en mocht de vraag stedelijk zijn geweest, dan is dat precies de bedoeling. Dank u wel, voorzitter. Dank.
Dankzij meneer Bredie is het niet democratisch. In Zeist krijg ik nog een seintje van wethouder Veltink. Was er nog een vraag die beantwoord moest worden?
Ter aanvulling, ik heb zojuist ook even via de app contact gehad met de ambtenaar over de vraag van mevrouw Breddels aangaande de vergunningen en de berekeningswijze. Zullen er nu meer inkomsten zijn? De conclusie is dat er veel kleine aanvragen zijn waarvan de inkomsten niet hoog zullen zijn. Dus, er zijn veel kleine bouwaanvragen die relatief minder leges betalen. Dat is ook precies de reden waarom we samen naar de systematiek van de berekening kijken. Wat betreft de inschatting: er is een toestroom van aanvragen, dus er zal nog veel geld binnenkomen. Dit moet ik even in uw gedachten corrigeren. Dat is namelijk niet de inschatting die er nu is. Dit is dus nog een aanvulling op uw vraag of dit leidt tot beduidend meer inkomsten in de tweede helft van 2022. Die verwachting is er niet, dus ik hoop dat dit wat meer duidelijkheid verschaft. Dank u.