Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Laten we dan direct beginnen met de eerste spreker van vanavond. Dat is Claire van Oorsouw, namens de vereniging Lyceumkwartier in Zeist. Mevrouw Van Oorsouw, het woord is aan u. Wilt u de microfoon voor u aanzetten? Ja, geachte...
Eigenlijk zou Ed Nijssen onze voorzitter moeten zijn. Hij zou hier vanavond inspreken namens de vereniging Lyceumkwartier. Helaas is hij door griep geveld, en vandaar dat ik op korte termijn de honneurs waarneem. Namens VLZ spreek ik onze kritiek uit, en ik volg daarbij graag het advies van Roland om het vooral zo kort mogelijk te houden.
We hebben de plannen van het raadsvoorstel bekeken. De materie is behoorlijk complex, en wij maken onze complimenten; de plannen zijn goed doordacht. Toch hebben wij vanavond drie punten die ik hier kort wil noemen. Ook roepen wij u op om onze inspraaknotitie voor deze rondetafel in het raadsinformatiesysteem, met onze kritische kanttekeningen, goed te lezen.
Onze punten betreffen de rol van de wijkvisies en de wijkwaarden bij de ontwikkeling van de omgevingsvisie 2050, de gebiedsindeling naar functie en perspectief, en de participatie door wijken en buurtverenigingen bij planontwikkeling.
Ons eerste punt: de rol van wijkvisies en wijkwaarden. VLZ heeft in 2020 een wijkwaardepropositie, oftewel de wijkvisie, ontwikkeld in samenwerking met de wijkbewoners. Deze waarden, zowel sociaal-maatschappelijk als ruimtelijk, zijn in 2021 aan het college voorgelegd als input voor de eerste Zeister omgevingsvisie. De bedoeling was dat deze waardegedreven en bottom-up tot stand zou komen. De verwachting was dat in de Omgevingsvisie 2050 de wijkwaarden sterker uitgewerkt en verankerd zouden worden. Nu, in 2024, lijkt er een omgekeerde beweging plaats te vinden, waarbij wijkvisies volgens het raadsvoorstel degraderen tot een notering van belangen en wijkperspectieven. Het raadsvoorstel suggereert, ons inziens, dat wijkwaarden en wijkbelangen per definitie moeten wijken voor het algemeen Zeister belang. Wij zijn van mening dat wijkbelangen en het algemeen belang echter prima in elkaars verlengde kunnen liggen.
Ook aan de ambitie in het uitvoeringsprogramma van het coalitieakkoord 2022-2026 om samen met wijken de mogelijkheden van wijkvisies te verkennen, lijkt het plan van aanpak voor de Omgevingsvisie 2050 geen recht te doen.
Ons tweede punt betreft de indeling en grenzen van kernen, wijken en buurten. Het raadsvoorstel en het plan van aanpak voor de Omgevingsvisie 2050 suggereren dat de gebiedsgerichte aanpak mogelijk niet altijd overeen zal komen met de logische wijkindeling. Volgens bewoners maakt digitale visualisatie verschillende gebiedsindelingen voor beleidsthema's, de zogenaamde kaartlagen, mogelijk. In verband met de gezochte aansluiting tussen omgevingsvisie en omgevingsplan lijkt het ons echter niet mogelijk om bestaande indelingen en grenzen van kernen, wijken en buurten, zoals die voortvloeien uit de thans vigerende bestemmingsplannen, uit de omgevingsvisie te schrappen.
En ons derde punt: de participatie door buurt- en wijkverenigingen. Buurt- en wijkverenigingen worden als belanghebbenden genoemd bij onder andere omgevingsplanactiviteiten in het afwegings- en toetsingskader participatie Omgevingswet gemeente Zeist 2024. Volgens dit afwegings- en toetsingskader worden wijken en belangenverenigingen pas door initiatiefnemers in de participatie betrokken als de straat- of wijkstructuur wordt aangepast door het initiatief, of als het initiatief hinder of gevaar veroorzaakt, of als het initiatief invloed heeft op erfgoed en groen. Dit vinden wij een veel te ver gaande inperking van gelegenheden waarbij participatie van wijk- en belangenverenigingen gezocht moet worden. De wijkbewoners en verenigingen zijn juist de hoeders van collectieve waarden en belangen van een buurt of wijk.
Geachte raadsleden, gelet op onze drie punten – de rol van wijkvisie en wijkwaarden, de indeling en grenzen van kernen, wijken en buurten, en de participatie door buurt- en wijkverenigingen – druk ik u op het hart en roepen wij u nogmaals op om onze inspraakreactie goed te lezen. De door ons genoemde tekortkomingen zien wij graag gecorrigeerd worden. Door middel van moties en amendementen in onze notitie geven we per punt concrete voorstellen. We zijn uiteraard graag bereid om dit alles nader toe te lichten en te helpen met het opstellen van deze moties en amendementen. En natuurlijk zijn we beschikbaar voor het beantwoorden van vragen.
Ik dank u hartelijk voor uw aandacht en wens u veel succes.
Dank u wel, mevrouw Van Oorsouw. Inderdaad perfect binnen de 5 minuten, alsof het getimed is. Ja, de volgende op de lijst is meneer Greven namens Stichting Milieuzorg Zeist. Ook van u hebben wij een bijdrage ontvangen, die in het raadsinformatiesysteem terug te vinden is. En nu geef ik u het woord.
Voorzitter, ja, u heeft allemaal de 9 pagina's gezien en ik verwijs ook naar onze inspraakreactie. Ik noem kort het Raadsvoorstel Procesvoorstel Omgevingswet van 12 december 2019, waarbij overigens bijna dezelfde insprekers betrokken waren als nu. Aan tafel is de strekking ongeveer hetzelfde als wat nu voorligt, namelijk het Raadsvoorstel Implementatie Omgevingswet, met daaronder een aantal plannen van aanpak die er echt toe doen, zoals net al aangegeven. Daarvoor willen wij de gemeente complimenten geven, want het maakt duidelijk dat er sprake is van een integrale aanpak en samenhang tussen de diverse plannen van aanpak onder de koepel van implementatie. Het is natuurlijk wel zo, en dat zullen straks ook nog wel insprekers naar voren brengen, dat het goed is om te zien hoe die samenhang kan worden weergegeven. We hebben raadsinformatieavonden gehad, waarbij het idee ontstond dat er wellicht een soort processchema zou komen, waardoor die samenhang ook voor burgers duidelijk wordt. Want het gaat natuurlijk uiteindelijk niet alleen om de 'usual suspects' die weer aan tafel zitten, hoewel we zo niet meer genoemd mogen worden. Maar goed, zo worden we wel aangeduid. Het is ook voor de burgers belangrijk dat zij weten welk proces wij met zijn allen aangaan, en met name ook de ESO. Wellicht was het verstandig geweest, toen die vastgesteld werd, dat dit veel meer aan de burgers kenbaar gemaakt zou worden, zodat zij precies weten wat de inhoud ervan is. Dat is in ieder geval een compliment voor die integrale aanpak, maar ook waardering voor wat wij gemist hebben, namelijk een evaluatie van het hele proces van de ESO tot op heden. Misschien ook dat eerdere Procesvoorstel Omgevingswet, ja, hoe het allemaal is uitgesteld. We weten het, maar het was mooi geweest als dat niet alleen bij de raadsleden had gelegen en bij degenen die de burgeramendementen hebben ingediend, maar eigenlijk met de hele samenleving, want daar kunnen we als lerende organisatie zijn. Tenminste, dat hebben we begrepen, ook uit deze stukken, dan kunnen we allemaal leren en stappen zetten naar de toekomst.
Over de participatie, ja, daar wordt dan gezegd: raadplegen. Ik heb de participatieladder er nog eens bij gepakt, zoals die door de Ombudsman wordt gebruikt. Daarboven staat adviseren, dan krijg je cocreatie of coproductie en vervolgens meebeslissen. Nou, meebeslissen, daar gaat de raad over, maar we hebben inmiddels ervaring met GONS. We hebben ervaring met de structuurvisie in de tijd van Zeist met 34 bijeenkomsten in alle wijken, twee keer toe, eerst het ontwikkelingsperspectief: waar gaan we als koers naartoe? En vervolgens breed gedragen en dat is dan samen met de gemeente uitgewerkt. Dus Zeist heeft fantastische voorbeelden van hoe het aan te pakken, maar durf dan ook de lat hoog te leggen en ga voor minimaal coproductie. Want er zit heel veel expertise, niet alleen hier, maar ook in de samenleving. Daar ben ik van overtuigd. Onder andere bij Vollenhoven en bij andere gebiedsprocessen, dus pak dat op, zou ik zeggen.
Ik zal niet ingaan op alle overheidsniveaus, want ik ben landelijk betrokken bij diverse programma's, ook bij de Nota Ruimte die op kaart wordt gezet, het Nationaal Milieuprogramma en bijna alle omgevingsvisies, inclusief de plannen van de omringende gemeentes en hoe zij het hebben aangepakt. Maar ook daarvan kunnen we met zijn allen leren. Goed, dan ben ik waarschijnlijk al over de 5 minuten heen, maar wat ik in ieder geval gemist heb, is de uitwerking. Anderen zullen daar ook nog op ingaan. Er is wel gezegd: we gaan inventariseren, hè? De groene amendementen worden niet expliciet genoemd, maar ook daar ligt een hele belangrijke basis, zowel kwalitatief als kwantitatief. Maar dan zou het wel goed zijn dat dat uitgewerkt wordt, ook in relatie tot de omgevingsvisie, en ten aanzien van het omgevingsplan. Daar moet het uiteindelijk allemaal gaan landen en een juridische basis krijgen. En het is volgende week aan de orde. De BOPA's, onderschat die ook niet. En dat geldt trouwens ook voor de waarde weger; zolang die er niet liggen, wordt het heel erg moeilijk voor iedereen om straks te kunnen gaan bepalen hoe we nu bepaalde belangen afwegen en hoe die groene waarde daarbij goed in beeld komt.
Over de IJsselsteinse zes heb ik al het een en ander gezegd, de omgevingsvisie. Ja, wij zijn ook voorstander, niet alleen van groene kwaliteiten, maar ook van leefomgevingskwaliteit in het algemeen. We hebben heel sterk bijgedragen aan de ruimtelijke verkenning. Ik heb die niet zelf geschreven, maar wel bijgedragen aan diverse scenario's, hè, maar wel verschillende denkrichtingen aangehouden. Onder andere van PBL Groenland in onze bijdrage aan de ESO hebben wij toen voorgesteld om natuurinclusief bouwen, dat kan groen Zeist worden, in ieder geval als een van de scenario's mee te nemen. En ik vind het zelf jammer en ook een gemiste kans dat men alleen met de stakeholders die scenario's wil gaan bepalen. Dat zou naar mijn mening, zoals het in De Bilt ook is gegaan, veel breder bekeken moeten worden. Welke scenario's gaan we voor Zeist of denkrichtingen na de bezien alle effecten in beeld brengen, inclusief die plan-MER? En dan kunnen we straks met zijn allen en de samenleving tot hele bewuste keuzes komen als we weten, ook bijvoorbeeld vanuit brede welvaart, wat die effecten dan zijn.
Nou, een afronding wil ik aan meneer geven. Oké, dat vermoedde ik al. Nou ja, ik heb al gezegd, transitie strategie. Er is over de indeling in deelgebieden al het een en ander gezegd. Ik kan er heel veel over zeggen, ook met de standaardvergelijking met het bestemmingsplan. Ik heb voor de liefhebbers, in 2005 heeft Zeist al alle bestemmingsplannen geharmoniseerd. Hier heb ik het oude plan uit '83, het bestemmingsplan buitengebied, waar toen voor het hele buitengebied een bestemmingsplan was. Ik geef alleen maar aan dat als je echt voor het beschermen van waarde gaat, je uiteindelijk ook in een bestemmingsplan heel duidelijk je planregels kunt vastleggen. Daarna zijn er dan 80 postzegelbestemmingsplannen gekomen, heel veel projectprocedures, en dat heeft er eigenlijk toe geleid dat het één grote kluwen is geworden. Maar de helderheid, hè? Door al die deelplannen om ontwikkelingen mogelijk te maken.
Oké, ik wil u bedanken voor uw bijdrage, meneer. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Visscher. Hij spreekt voor zichzelf, begrijp ik, en als mede-indiener van het aangenomen burgeramendement over het handvat voor participatie. De komende vijf minuten zijn voor u, dank u.
Ik wilde vooral onderscheid maken als het gaat om participatie, en daar zal het vooral over gaan: de participatietransitie in de ontwikkeling van de beleidsplannen. Dus, voor het omgevingsplan en voor de Omgevingsvisie 2050, en daarnaast heb je natuurlijk nog participatie gedurende dit jaar, hè? Via het kader en de participatie uiteindelijk in de hand, waar participatie aan de orde zal komen. Daar zal ik op alle drie toch wel ingaan, omdat het in feite allemaal met elkaar te maken heeft.
Allereerst over de projectopzet: ik moet zeggen dat ik die buitengewoon goed vond. Het is een duidelijk haalbaar procesverhaal. En ja, als je dat doorloopt, even los van de inhoud, dan kom je een heel eind; dus duidelijk, overzichtelijk en werkbaar, denk ik.
Dan over de deelplannen die er komen: die twee deelplannen voor de korte en meer langere termijn. Ik moet zeggen dat wat daar staat over het participatieniveau 'raadplegen' niet klopt met bijvoorbeeld het kader dat nu voor de korte termijn geldt. Dat is veel genuanceerder, en ik zou haast zeggen, het klopt ook niet met het handvat participatie dat nu in gebruik is. Daar gaat het over adviseren; dus met andere woorden, ja, er zit nog wel wat frictie tussen wat in het ene document staat en wat in het andere document staat.
Als we dan voor de korte termijn via het beleidskader 2024 een zeer goed en genuanceerd stuk hebben, dat als het ware zouden aanpassen of die tekst dan wel aanvullen, dan kom je, denk ik, veel verder en dan doe je ook recht aan het burgeramendement, waarin wordt gezegd dat het streven van de participatie is om gezamenlijk te komen tot optimalisering van de omgevingskwaliteit en de te maken belangenafweging. Dus die gezamenlijkheid, het idee, dat staat wel in het beleidskader als mogelijkheid. Maar hier wordt in de huidige deelplannen, zoals die voorgesteld worden, ineens het laagste participatieniveau 'raadplegen' genoemd. Ik denk dat dat niet juist is. Dan is het ook niet duidelijk in die stukken gedurende welke ontwikkelingsfasen, beleidsniveaus en thema's participatie plaatsvindt. Dat moet verhelderd worden, en ik zou zeggen: op alle drie.
Een tweede punt is de voorwaarde voor participeren. En als je niet goed informeert, of alleen passief of lastig vindbaar informatie verschaft, zoals nu gebeurt, dan gaat dat ten koste van deze plannen. Want ja, wie weet er nou van? Je moet via een vrij ingewikkeld doorkliksysteem komen om uiteindelijk bij de plannen uit te komen. Er is natuurlijk wel een nieuwsflits, maar die sturen we alleen naar mensen die daarop geabonneerd zijn omdat ze echt belangstelling hebben. Maar waar het om gaat, is dat iedereen natuurlijk de mogelijkheid moet hebben om te weten te komen wat er aan de hand is. Dus dat zou veel actiever moeten, met behulp van objectieve voorlichting en liefst ook tweezijdig en proactief. Dat zou ik graag willen zien, en dat zou eigenlijk ook helder in de stukken tot uitdrukking moeten komen, want zonder goede informatie heeft participatie geen enkele zin. En dan krijg je natuurlijk toch dat alleen degenen die keihard werken om al die 60 of 70 pagina's door te vlooien, in staat zijn om in te spreken. Ik zou graag zien dat het ook wat breder gedragen kan worden. In onze achterbannen kan dat wel, maar ja, het is eigenlijk dat wij jullie taak gaan uitvoeren als gemeente. Dat lijkt me niet de goede zaak.
Dan het derde punt, dat Patrick al heeft gezegd: de evaluatie, daar ontbreekt het ten enenmale aan in de gemeente. Ik zie nooit een goed participatie- en evaluatievoorstel, en bij zo'n voorstel zou je vooraf de criteria moeten aangeven en de normen op basis waarvan je wilt beoordelen en dus ook leren. Het is een soort angst, denk ik, om ja, kritiek te krijgen, terwijl ik denk: ja, gebruik het nu, doe het nou eens goed, hè? Je krijgt ook vertrouwen daardoor bij de bevolking, bij de anderen, bij de vertegenwoordigers. En als je dat niet doet, dan laat je een kans liggen om de zaken te verbeteren.
Dan even over het voorstel voor, of althans het kader voor 2024. Ik heb al gezegd: het is een uitstekend genuanceerd verhaal dat je zo kunt toepassen voor de langere termijn, ook voor zowel de gemeentelijke deelplannen als voor het toekomstige handvat participatie. En dat is ook beter in evenwicht met het huidige handvat participatie dat thans gebruikt wordt voor de ontwikkelingen in de gemeente.
Ik heb dat allemaal samengevat in de aanbevelingen. Die gaan ten eerste over die deelplannen: gebruikmaken van het huidige afwegingskader en toetsingskader, maar ook nadruk leggen op goede evaluatie- en beoordelingsnormen en ook verder zorgen dat de voorlichting goed van de grond komt. Is nogmaals, dames en heren, ik zou graag willen zien dat die aanbevelingen op een of andere manier, hetzij via een motie of amendement, door de Raad worden aangedragen om zo de stukken wat nog iets meer coherent te maken. En ook, laat ik zeggen, een goed draagvlak te creëren voor iedereen. Zowel uw oproep is duidelijk, Raad als...
Dank u wel, meneer Visscher. Dan geef ik graag het woord aan de heer Schaafsma, die spreekt als de indiener van het burgeramendement gericht op het opnemen van groene ambities, en namens de 318 ondertekenaars en verdere ondersteuners van het amendement. Meneer Schaafsma, het woord is aan u.
Geachte voorzitter, dat was mijn eerste zin. Geachte voorzitter, dames en heren raadsleden, het abonnement op het groene amendement werd natuurlijk ook gesteund door alle grote wijkverenigingen van de groene wijken en kernen in Zeist. Net als de vorige spreker zou ik willen zeggen dat het raadsvoorstel zeker lof verdient voor de procesindeling met het plannen van aanpak per omgevingsinstrument. Maar de omvangrijke teksten maken de oriëntatie af en toe wel wat lastig. Eerlijk gezegd was ik af en toe de weg kwijt, en ik stel voor om het college te vragen om een overzichtelijke planning op één pagina met tijdslijnen en per deeltraject, en vooral ook de afhankelijkheden daartussen, te maken. Dat kan dan als gezamenlijk referentiedocument dienen bij verdere discussies.
Goed nieuws is de toezegging van de wethouder in ons vooroverleg dat de gevraagde groeninventarisatie in het vierde kwartaal van dit jaar, 2024, beschikbaar zal zijn en dat het uiteraard niet alleen gaat om een inventarisatie van openbaar groen, maar ook van particulier groen. Echter, het werd niet helder welk instrument gebruikt gaat worden voor de groeninventarisatie, noch wanneer de metingen gaan plaatsvinden of welke kengetallen dan gehanteerd gaan worden. Dit baart ons zorgen.
Voorstellen om met een groepje burgers-experts te helpen bij de ontwikkeling van de bedoelde instrumenten zijn herhaald, maar werden helaas niet met gejuich ontvangen. Laten we het dan dus maar bij uw informatie houden. In bijlage één beschrijven we een paar kengetallen waarvan wij denken dat die minimaal gehanteerd zouden moeten worden in een goede kwalitatieve en kwantitatieve groeninventarisatie. Misschien kunt u daar later in het proces ook weer op teruggrijpen.
In bijlage twee, voor uw oriëntatie, geven we enkele uittreksels uit een prototype database die wij op basis van beschikbare data uit de Groene Stad Challenge hebben gebouwd, die we overigens via de gemeente hebben gekregen. We verzoeken u vriendelijk om het college te bevragen hoe zij de aanpak van de groeninventarisatie nu verder voor zich ziet. Ook hopen we dat u zult zorgen dat de juiste indeling en grenzen van wijken, zoals de vorige spreker ook al zei, in de nieuwe omgevingsvisie worden opgenomen.
In deze zaal, en ik zie hem zelf zitten aan het eind van deze tafel, is meerdere keren een lans gebroken voor eenduidig en accuraat kaartmateriaal in omgevingsplannen. De wijk- en buurtwaarden, zoals vastgelegd in de ESO, zullen ook gebruikt worden bij de ontwikkeling van de Visie 2050. Dat is op zich goed nieuws, maar de concrete aanpak blijft onduidelijk. Ons lijkt dit een mooie gelegenheid om in overleg en samenwerking met wijkverenigingen de relatie tussen wijkwaarden en algemene Zeister waarden verder uit te diepen. Er zijn ook sprekers geweest die dat al hebben gezegd.
De aangenomen motie van D66 van 25 mei 2023 is ook hier van belang. Daarin staat onder meer dat onder punt C in het plan van aanpak aangegeven moet worden hoe wordt omgegaan met de samenhang tussen alle bovengenoemde thema's en hoe de samenleving hierbij een adviserende rol kan spelen. Kunt u het college bevragen over de uitvoering van die punten uit de motie? Dat zou onze vraag zijn.
Over de ontwikkelingen van denkrichtingen voor Zeist 2050 uit bijlage twee vroegen wij of de bevolking ook denkrichtingen mocht aandragen. En dat vroegen we de wethouder om een top-downbenadering te vermijden. Hoewel de wethouder aangaf dat de pluriforme samenleving hier ook geraadpleegd zal worden, hopen we dat u als raad kunt verzoeken om op basis van betrouwbaar vooronderzoek een maatschappelijke dialoog te organiseren over de strategische ontwikkelrichtingen van Zeist. En ook zorgvuldig te overleggen met wijkverenigingen over de rol en status van wijkwaarden in deze bredere context en de beloofde uitwerking van de waarde wegen.
Als laatste, het zogenoemde 'vision statement' voor Zeist in bijlage twee op pagina één, stelt het college onder het kopje 'doelstelling' het volgende voor: "Zeist is een levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie. Groen is ons goud. Het is het imago van Zeist, het DNA. Het is kenmerkend en sturend, ook in hoe zij zich ontwikkelt, en het is de belangrijkste waarde voor de inwoners." Hierbij dus het verzoek aan uw raad om dit tekstvoorstel nadrukkelijk te omarmen en vast te stellen als leidende en sturende kernvisie voor Zeist tot 2050. Dank u wel.
Dank u wel, meneer Schaars, voor uw keurige bijdrage binnen de vijf minuten. Ik vergat nog te melden dat uw bijdrage ook terug te vinden is in het raadsinformatiesysteem voor de raadsleden. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Schuller namens de werkgroep Natuurlijk Zeist-West.
Ik kan me goed vinden in wat de vorige sprekers hebben gezegd. De laatste heeft zelfs een citaat uit mijn stuk genoemd over het DNA van Zeist, en daar wil ik dan ook mee beginnen. Dat zijn hele motiverende en aansprekende woorden. Alleen de voorstellen die er nu liggen, maken eigenlijk niet duidelijk hoe dat nu handen en voeten krijgt. We hebben grote zorgen over de manier waarop het groen zich op het moment ontwikkelt. We zien vele bouwplannen, en die bouwplannen gaan net steeds te ver het groen in. Zeist is altijd de parel van de Stichtse Lustwarande geweest, maar we krijgen nu te horen dat we qua verstedelijking vergelijkbaar zijn met gemiddeld Nederland en ook dat de biodiversiteit gemiddeld is in Zeist. Dat is eigenlijk vreemd, want Zeist kent drie landschappen en je zou verwachten dat wij hier een hele hoge biodiversiteit hebben. Wat wij zien, is dat door al dat groen dat afgespeeld wordt, de volgende nadelen gaan ontstaan: je verliest voldoende leefgebied voor soorten in de natuur, want die hebben gewoon een beetje ruim groen nodig om te kunnen blijven bestaan. En ook voor inwoners is er veel minder groenbeleving. Wat wandelen in het groen was, wordt nu wandelen tussen bebouwing. Verder verlies je de ruimtelijke kwaliteiten die al die groenstructuren betekenen, en cultuurhistorie. Het is dus dringend nodig dat er goede groenregels komen, en dat zien wij toch in deze implementatie echt onvoldoende uitgewerkt.
Ik wil enkele voorbeelden noemen. Het Landschapsontwikkelingsplan LOT+ dat over het buitengebied gaat en door vijf gemeenteraden is vastgesteld in onderlinge samenwerking, zou geen geldend feitelijk beleid zijn. Ik laat even in het midden wat de argumenten daarvoor zijn, want daar ontbreekt mij nu de tijd voor. Als je kijkt naar de propositie van Zeist, daarin is nadrukkelijk vermeld dat de transformatielocaties zouden worden getoetst aan de omgevingsvisie. Maar als je in de eerste omgevingsvisie geen duidelijke groene regels en criteria hebt staan, hoe kun je dan die locaties toetsen aan je groene DNA? De raad heeft bij de vaststelling van de Omgevingsvisie de motie 'Inventariseren, borgen en evalueren van natuur- en groenblauwe waarden' aangenomen. Die zegt heel duidelijk dat er een inventarisatie moet plaatsvinden en dat hierover een voorstel richting raad moet komen voor nieuwe initiatieven. Dat is veel eerder in onze ogen dan bij de tweede omgevingsvisie, want die geldt pas in 2026. In dit stappenplan ontbreekt het moment waarop de raad dat voorstel aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Wij vinden dat zolang die groene regels niet duidelijk zijn, bouwplannen en bouwinitiatieven ook moeten worden aangehouden. Eigenlijk is pas de tweede omgevingsvisie geschikt om die te toetsen, blijkt eigenlijk als je tussen de regels van deze stukken doorleest.
We hebben erop aangedrongen dat dat groene toetsingskader er gewoon met spoed komt en dat het ook in het stappenplan wordt opgenomen ter uitvoering van die motie groenblauwe waarde. Wat ons ook veel zorgen baart, is de manier waarop er met de participatie wordt omgegaan. Wie verdedigt nu het groen en landschap en de ruimte in al die ruimtelijke processen? In deze komen groene organisaties en inwoners aan het eind van de rit. Dat blijkt bijvoorbeeld bij die motie 'Denkrichtingen'. Die worden daar niet bij betrokken. Dat wordt met professionele organisaties gedaan, en ik kan misschien een professionele organisatie bedenken die ook met natuurbelangen bezig is en met groen, maar ik weet dat die heel zwak bemenst is en die zal echt niet met verve de belangen verdedigen. Het vraagt gewoon heel veel inspanning, werk en kennis verzamelen om dat goed te doen. Dus dat is gewoon een heel mager verhaal en ook raadplegen is volstrekt onvoldoende om goed om te gaan met de participatie. Dat dilemma rood-groen, de afweging tussen welke ruimte heb je nu voor het groen en welke ruimte heb je nu voor woningbouwplannen, is heel belangrijk. Bij heel veel plannen geldt dat je met een onsje minder woningen misschien wel een pond groen kan sparen. Dat vraagt om dialoog met elkaar. Dat vraagt niet dat al bij de start bepaald wordt hoeveel woningen er komen en hoeveel geld er is, want dan zijn de plannen in beton gegoten. Als je dan daarna mag participeren, dan gaat het groen eraan. Dat is de ervaring van onze werkgroep bij heel veel bouwplannen. Het is dringend nodig dat juist bij de start van plannen, bij de eerste gedachtevorming helemaal vooraan in het proces, ook naar het groen gekeken wordt. Daarvoor heb je regels nodig, maar ook goede participatie en dialoogvorm over de planontwikkeling zelf.
Ik kan heel veel voorbeelden noemen van schade en ook van plannen waarin dat gewoon misgegaan is, omdat het veel te laat gekomen is. Nog een opmerking over het punt dat in die bijlage met feitelijk geldend beleid plannen worden opgenomen die met participatie zijn tot stand gekomen. Nou, dat lijkt mij een goed criterium. Dan zou ik erop willen wijzen dat LOT+ wat daar niet in opgenomen is, interactief in vijf gemeenten en met participatie tot stand gekomen is. Maar plannen zoals de propositie en het integraal ruimtelijk perspectief, daarover is helemaal geen participatie geweest, behalve twee rondetafels hier in de gemeenteraad. Je kunt het ophalen van informatie bij burgers over allerlei ideeën en plannen die ze hebben niet als volledige participatie beschouwen. In diverse stukken staat dat participatie ook meepraten en meedenken over beleid inhoudt. Dat heeft over deze plannen absoluut niet plaatsgevonden. Dat steekt nog steeds. In de eerste omgevingsvisie is die dialoog over rood en groen uit de weg gegaan en hoe je daar beleidsmatig mee om moet gaan.
Als jullie een punt zetten, mag ik dan nog even samenvatten wat ik vind? Ik vind dus dat die twee plannen niet bij het feitelijk beleid horen en eigenlijk geweigerd zouden moeten worden. Dat je eigenlijk geen nieuwe bouwplannen en initiatieven moet accepteren voordat die groene toetsingsregels er zijn. En dat er een goede dialoog en debat moet komen over dat dilemma rood-groen, wat nou het passende woningaanbod is. In welke mate maken we ruimte in het groen en hoe zorgen we dat het groen in onze gemeente nog betekenis heeft? Ik sluit me aan bij de vorige sprekers voor een goede dialoog en debat.
Het bezit komt bij de griffie, waarna het in het raadsinformatiesysteem wordt opgenomen. Ik wil u danken voor uw bijdrage. Tot slot geef ik het woord aan meneer De Braak, namens de Belangenvereniging Hoge Dennen. U heeft de komende vijf minuten het woord, meneer De Braak. Dank u wel.
Dat het zo werkt, is ongeveer juist. Ten tweede, ik heb mij aangemeld als spreker namens mezelf, namens Hoge Dennen en als indiener. Deze keer heb ik niet, zoals de vorige keer, drie keer vijf minuten spreektijd gevraagd. Ik zal het kort houden. Als bewoner van Zeist constateer ik, Wim de Braak zijnde, dat ik nog steeds niet op de hoogte ben van de stand van zaken omtrent de Omgevingswet in Zeist. Als burger heb ik geen enkele, laten we zeggen, behapbare informatie in mijn brievenbus ontvangen. Dat is voor mij geen groot drama, maar voor andere bewoners, en dan spreek ik namens Hoge Dennen, is het wel een probleem. Onze bewoners van de wijk Hoge Dennen zijn ook niet geïnformeerd. We hebben als bewonersvereniging geprobeerd een wijkvisie met onze bewoners te bespreken. Daaruit kwam een beeld van wat wij belangrijk vinden. Ik heb begrepen dat die wijkvisie nu een perspectief wordt, wat dat ook mag inhouden.
Het neemt niet weg dat de website ruimtelijkeplannen.nl een disclaimer heeft gekregen met de boodschap: "Hier moet u niet zijn. U moet naar het omgevingsloket." Voor mensen die enigszins bekend zijn met dergelijke zaken, is het verwarrend. Ze weten van niets en als ze naar het omgevingsloket gaan, zien ze dat er geen bestemmingsplan meer staat. Als je wilt weten welke voorwaarden van toepassing zijn op een bepaalde plek, krijg je geen omgevingsplan of bestemming te zien, maar een lange alfabetische lijst die begint met een regeling voor acculaders.
Over inspraakmogelijkheden hebben wij als burgers ook nooit iets gehoord. De burger vraagt zich af wat zijn houvast is. Er is een omgevingsvisie die je kunt vinden als je zoekt, maar er is ook nog steeds de ruimtekaart van Zeist. Het ideale plaatje zou zijn dat eerst de omgevingsvisie eruitziet zoals op de website staat: "Dit is de ruimtekaart van Zeist en dat is eigenlijk de eerste Zeister omgevingsvisie." Maar als je op de website zoekt op het woord 'amendement', dan vind je geen resultaten, ook al zijn er amendementen geweest en zijn de plannen enigszins aangepast.
Als het zo is dat wij meerdere bronnen hebben die niet gesynchroniseerd en niet volledig zijn, dan is mijn advies aan u om het college te vragen een deel van die bronnen af te sluiten en zich te concentreren op één informatiebron die toegankelijk, compleet en correct is. Moet de ruimtekaart van Zeist, ooit een prachtig idee, nog open blijven of kan die gewoon gesloten worden?
Dan nog iets als indiener van het amendement: het was een interessante reis de afgelopen maanden. We hebben drie keer overleg gehad op ons verzoek, ambtelijk en twee keer met de wethouder. We hebben burgeramendementen ingediend. Hoe gaat dat nu verder? Wij zitten thuis en weten niets. De wethouder heeft daarop geantwoord en dat was grappig. Ze zei: "Je komt dat wel vragen, maar dat is eigenlijk vreemd. Ik doe dat bij andere indieners van amendementen ook niet." Het is eigenlijk heel bijzonder en daar moet je trots op zijn dat ik jou en jullie ontvang. Dat klinkt eerst wat vreemd, maar als je erover nadenkt, is het amendement niet meer van ons. Wij zijn wel de indieners, maar het amendement is door deze raad, door u allen, vastgesteld. Het is dus niet meer ons amendement, maar van ons allemaal. Dan is het logischer dat wij niet naar de wethouder gaan, maar naar onze collega-indieners van het amendement, oftewel de raadsleden, om te bespreken wat de stand van zaken is. In dit bijzondere geval is er zelfs een mooie mogelijkheid, want we hebben een raadscommissie Omgevingswet. Het zou heel logisch en verstandig zijn, en ook in lijn met wat de wethouder zelf aangeeft, als wij een lopend en warm contact opbouwen met de raadscommissie Omgevingswet. Dit is dus geen vraag aan het college via een omweg van de raad, maar een directe vraag aan de raad zelf.
Tenslotte, ik heb het momenteel een beetje druk. We hebben ook nog zoiets als een rotonde Jagersingel en een Oranje Nassaulaan, voor wie daar wat van weet. Het is druk. Ik heb niet alles kunnen lezen, dus misschien moet ik afronden. Misschien overkomt dat u ook weleens, vast niet in dit gezelschap, maar op een andere plek. Wat me wel opviel, was een tekstje, als ik het goed heb onthouden, waarin staat dat het mobiliteitsplan niet wordt opgenomen in de lijst van onderliggend beleid, omdat het mobiliteitsplan een soort van uitvoeringsplan is. Ik vind dat een aandachtspunt voor u als raad, want op 8 november 2022 heeft u als raad bepaald dat het mobiliteitsplan een beleidsplan is en dat daardoor het bezwaar van Stichting Beter Zeist niet ontvankelijk was. Het is namelijk een plan dat alleen over beleidslijnen gaat en voor het uitvoeren van plannen zijn aanvullende besluiten nodig, aldus letterlijk in uw eigen besluit.
Ik ga u hier ook onderbreken, meneer De Braak. We zijn alweer ruim over de vijf minuten heen en we willen de raadsleden nog wat mogelijkheden geven om hun vragen te stellen. Wilt u de microfoon uitzetten? Dan gaat dat ook goed. Dank u wel. De bijdrage van meneer Schuler staat inmiddels in het raadsinformatiesysteem, begreep ik net van de griffie, dus dat is te raadplegen. Nou, raadsleden, u heeft veel informatie tot uw beschikking. Ook zijn er vragen. Wie van de raadsleden wil er iets vragen? Ik zie dat meneer Fiscali dat graag kort en bondig wil doen. Aan wie heeft u een vraag?
Als u mij nu de gelegenheid geeft, voorzitter, om mijn vraag toe te lichten, dan komt u vanzelf tot de conclusie dat wat u nu vraagt, namelijk wat ik bedoel, overbodig is. Sorry hoor, maar ik vind dit maar onduidelijk.
Maar u bent nu heel gebrand, meneer Fiscalini, en ja, dat mag op zich. Maar ik vraag u concreet: aan wie wilt u een vraag stellen? U zegt dat dat op zich kan, maar formuleer dan alstublieft uw vraag. Laten we vervolgens kijken wie daar het beste antwoord op kan geven, want het is bedoeld als toelichting op wat al gezegd is, en niet om allerhande nieuwe informatie te verstrekken, want daarvoor is de avond gewoon te kort. Maar stelt u alstublieft uw vraag. Excuseer.
Nee, ik vind het niet correct. Mijn vraag aan alle insprekers is de volgende: hartelijk dank voor uw bijdrage en ook hartelijk dank voor de adviezen die in de diverse stukken zijn gegeven. Mijn concrete vraag is: heeft u daar gezamenlijk overleg over gehad om dubbelingen in adviezen te voorkomen of om de adviezen die u aan de Raad geeft sterker te maken? Omvat dat ook onderling overleg?
Oké, meneer Visscher niet. Dat is een duidelijke vraag aan iedereen. Die kan, denk ik, heel kort en bondig beantwoord worden met een 'ja' of 'nee'. Misschien kunnen we even het rijtje langs gaan, te beginnen met meneer Schuler. Nee.
In de aanloop naar en na het overleg met de wethouder moet ik zeggen dat er uiteraard enige afstemming heeft plaatsgevonden over die kwestie. Zoals u hebt kunnen horen, heeft meneer Visser meer aandacht besteed aan participatie. Ik heb me meer gericht op het groene beleid, dus in die zin is er overleg geweest. Maar u heeft ook veel herhalingen kunnen waarnemen, dus wat dat betreft is er ruimte voor verbetering.
Nee, ik heb kennisgenomen van bepaalde stukken. Wat ik echter mooi vind, is dat iedereen vanuit zijn eigen perspectief een bijdrage levert. Ik denk dat dit heel veel toegevoegde waarde heeft. Daarbij hebben we ongeveer een keer per maand bijeenkomsten waarin we gezamenlijk afstemmen met verschillende organisaties. Zo krijgen we een beeld van wat er leeft in Zeist, en in die zin vindt er dan ook een bepaalde afstemming plaats.
Alles wat anderen, als een deel van de deelnemers, hebben gezegd, gaat met name over de groep die de burgeramendementen heeft ingediend. Ik heb de bijdrage niet gelezen en ik heb mijn bijdrage ook niet vooraf met anderen gedeeld. Dat neemt niet weg dat wij, zoals Patrick ook regelmatig zegt, vaak met elkaar spreken en dat we redelijk goed weten wat de anderen ook denken. En we proberen uiteraard te voorkomen dat u zes keer hetzelfde verhaal hoort.
Op mijn vraag - en ik laat daar meteen de volgende vraag op volgen - mag ik ervan uitgaan dat u allen het goedvindt als alle gegeven adviezen in een amendement worden samengevat?
Gezien mijn vorige ervaringen met amendementen, lijkt dit mij wel wat voor het begrip van iedereen en ook om het amendement snel door te voeren. Het is niet heel bevorderlijk als u alles erin zet, maar als u dat wilt, is het aan u.
Sluit datgene wat naar voren is gebracht wel op verschillende niveaus mooi op elkaar aan? Het zou dus een goede richting kunnen geven aan zowel de omgevingsvisie als het omgevingsplan. De popacts zijn de revue gepasseerd en hebben een handvat geboden. Ik denk dat, als je zo de verschillende bijdragen hoort, dit een hele duidelijke richting voor de toekomst van Zeist zou kunnen geven, evenals de wijze waarop de...
Ik heb nog een andere vraag, voorzitter, en dat is aan meneer Patrick Greeven. Meneer Greeven, u noemde de situatie in De Bilt, maar het is niet helemaal duidelijk wat u daarmee bedoelde. Is daar op dezelfde wijze en in dezelfde zin een omgevingsvisie tot stand gekomen? Ik dacht van niet, meneer Greeven.
Toen de behandeling van de ESO aan de orde was, heb ik een PowerPoint-presentatie gegeven. Ik heb beelden gedeeld en ben ook benieuwd naar de heuvelachtige gebieden bij Bunnik, Utrecht en Soest die betrokken zijn om er iets aan toe te voegen. De Bilt heeft echter heel duidelijk gekozen, en ik heb toen aangegeven wat de denkrichtingen voor scenario's waren, als een van de weinige gemeenten. Ze hebben de as genomen van lokaal tot regionaal en van lage tot hoge dynamiek. Dat heb ik toen ook laten zien, en daaruit zijn vier scenario's voortgekomen. In de plan-MER is dat allemaal uiteengezet, met een heel duidelijk beoordelingskader, zodat je ook kunt zien wat dit uiteindelijk voor de wereld als geheel betekent.
Nu ligt het klaar voor de besluitvorming van de Raad, maar de Raad heeft het ontzettend druk. De datum is, dacht ik, de 24e februari 2024, maar in ieder geval zal het binnen niet al te lange tijd aan de orde komen. Wat ik ook heb aangegeven, is wat De Bilt ook heeft gedaan, wat ik op zich fantastisch vind. Men heeft aangegeven voor de verschillende gebiedstypen en doelen welke ambities men wil nastreven, van de minimale wettelijke grens tot duidelijke ambities voor de verschillende thema's en gebieden, inclusief het milieu.
Ik heb verschillende keren aan tafel gezeten om daar een bijdrage aan te leveren, net als de hele samenleving met drie maanden van de leefomgeving. Ze hebben in het hele proces drie maanden lang hun leefomgeving georganiseerd in elke stap en elke fase, zoals staat in de startnotitie. In die zin ga ik ook zeggen dat ik De Bilt een voorbeeldgemeente vind in hoe ze dit hebben aangepakt. Of ik met alle uitkomsten eens ben, is een ander verhaal, maar ze hebben het heel breed aangepakt, inclusief een plan-MER en, op basis van de Commissie van der Meer, ook nog een passende beoordeling vanwege de mogelijke stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden. Zo zie je dat er een compleet pakket ter besluitvorming voorligt.
Mijn voorstel is niet dat je De Bilt moet kopiëren, aangezien elke gemeente anders is. Maar het zou heel mooi zijn als je ziet wat er allemaal gedaan is, wat de provincie heeft gedaan met grote conferenties om burgers te betrekken, grote enquêtes... Ja, daar kan je als Zeist, als je echt de samenleving wilt betrekken, denk ik, veel van leren.
De vraag die ik had, is beantwoord. Nu heb ik nog een volgende vraag: Kent u andere gemeenten waar soortgelijke dingen zijn gebeurd, en wat vindt u van hetgeen in Zwolle is gebeurd?
Ik weet niet dat ik Zwolle heb gevolgd, dus dat is eenvoudig. De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft gezegd: "We gaan eerst een toekomstvisie maken, inclusief het sociale domein." Het gaat niet alleen om de fysieke leefomgeving, maar ook om het sociale aspect. Dat doen we heel uitgebreid met de hele samenleving, en vervolgens gaan we stappen zetten richting de omgevingsvisie. Ze zijn nu al bezig met de uitwerking van programma's waarin bepaalde thema's, zoals vitale dorpen, centraal staan. Dus ik wil maar aangeven dat elke gemeente het op zijn eigen manier aanpakt, gebaseerd op zijn identiteit, en het zou mooi zijn als men daarvan zou kunnen leren en ook tot een bepaalde consensus zou kunnen komen.
Hé, mevrouw, ik wil u even onderbreken, want vanavond is er geen dialoog. We zitten vanavond rond de tafel waar u uw zegje kunt doen. Mag ik u laten uitspreken? Dat hebt u gedaan, en vervolgens is het aan de raadsleden om u daar inhoudelijk over te bevragen. Dat gebeurt ook, en ik probeer dat een beetje te stroomlijnen. Er zijn namelijk andere raadsleden die ook vragen willen stellen, en zij moeten ook de kans krijgen. Ook tegen u zou ik zeggen: blijf gerust, maar als u wilt vertrekken, staat het u uiteraard vrij. Het is jammer en naar mijn mening niet nodig.
Laten we even kort schorsen, ja? Oké, dames en heren, ik ga open kaart spelen hier aan de ronde tafel. De heer heeft aangegeven niet meer deel te willen nemen aan deze vergadering en ook niet beschikbaar te zijn voor vragen, dat is zo. We gaan wel verder met het stellen van vragen door de andere raadsleden en laat het duidelijk zijn: ik wil u uiteraard alle ruimte geven om vragen te kunnen stellen aan de inspreker. Er is geen enkele twijfel over, maar probeer dat wel kort en bondig te houden, zodat we vanavond het programma ook kunnen afmaken. We hebben namelijk ook nog een vragenronde aan de wethouder en daar willen we ook voldoende tijd voor hebben om die vragen te kunnen stellen. Meneer Bliekendaal, mag ik u iets vragen? Wie heeft...
Twee vragen. Voor de eerste vraag: ik lees in de stukken dat hij wil zorgen voor objectieve voorlichting met de mogelijkheid voor dialoog. Maar hoe dan? Dat staat in de tekst. Vervolgens kan ik zelf wel dingen bedenken zoals extra informatie, bijeenkomsten of digitale platformen. Focusgroepen, workshops - waar denkt Egbert aan? Wat zijn de middelen waarop we ons met name moeten richten voor de dialoog? En dan, nadat hij antwoord heeft gegeven, zou ik graag mijn tweede vraag willen stellen. Meneer Visser?
Het gaat hier om een kwestie van werkwijze, die van groot belang is. Ik kom toch weer terug op het punt dat overleg zinloos is als er geen goede voorlichting wordt gegeven. Dat is de absolute voorwaarde; zonder deze voorwaarde is elke vorm van participatie zinloos, omdat je dan constant alles moet uitleggen. Dat is dus absoluut noodzakelijk. Wim de Braak heeft gezegd dat dit gewoon correct is. Geen enkele burger is in staat om de documenten op te zoeken, zelfs niet als hij weet dat ze bestaan en waar het om draait. Dat is punt één. Punt twee is inderdaad ook een kwestie van werkwijze, afhankelijk van wie er aan tafel zit. Zijn het alleen maar direct omwonenden? Hoe groot is het plan? Heeft het te maken met werkwaarden, wijkbelangen of iets anders? Je moet daarom een zorgvuldige keuze maken, en dat is heel goed weergegeven in het toetsingskader voor 2024. Dat kader biedt al die mogelijkheden en gaat niet alleen over raadplegen of adviseren, of optie A of B.
Ja, ik zie ook dat in zijn stukken beoordelingscriteria staan, zeg maar, en de normen die gesteld worden waarvan ik denk dat ze van toepassing zijn. Ik kon zelf bijvoorbeeld denken aan tevredenheidsonderzoeken, begrijpelijk taalniveau of het meten van het aantal ideeën. Of wat hebben we ermee gedaan? Waar denk jij aan?
Ik ben een zelfevaluatiedeskundige, en dat heeft dus alles te maken met de doelstelling die je oorspronkelijk had voor de activiteit die geëvalueerd moet worden. Daarom moet je de criteria aan de beoordelingsnormen relateren. Dat is eigenlijk het voornaamste criterium.
Dat is inderdaad zo, omdat het per activiteit verschilt. Stel dat je een activiteitencentrum wilt oprichten. Dan heb je te maken met allerlei mensen die daar activiteiten gaan ondernemen, en die zul je op de een of andere manier moeten bevragen. Daarbij heb je ook de situatie dat je een beginmeting moet doen om überhaupt te weten hoe de situatie op dat moment is. Vervolgens kun je tussentijdse evaluaties uitvoeren en na afloop evalueren. Dat kan echter niet zonder dat je eerst de criteria en normen hebt vastgesteld. Als je pas aan het einde begint met evalueren, dan ben je simpelweg te laat. Oké? Goed, dan weet je eigenlijk niets. Nee, dank je. Is het u duidelijk? Ja.
Mijn eerste vraag is gericht aan de heer Schaafsma. In zijn pleidooi gaf de heer Schaafsma aan dat de huidige wijk- en buurtindeling gehandhaafd zou moeten worden. Hoe komt het dat sommige karakteristieken van wijken, zoals groenvoorzieningen, soms wijkoverstijgend zijn? Is het dan niet logischer om die juist ook mee te nemen? Wat is het nadeel daarvan, of zou dat juist geen nadeel zijn als je specifiek aan die indeling in wijken en buurten vasthoudt?
Het is niet óf óf, maar én én, en dat suggereren we ook. Tegenwoordig heb je natuurlijk digitaal allerlei mogelijkheden om kaartlagen op elkaar te stapelen, wat een belangrijke, zelfs zeer belangrijke dimensie is, denk ik. Voor mensen is de identiteit van hun directe leefomgeving, het karakter van de wijk of buurt waar ze wonen, essentieel. En daartoe behoort ook het groen. Mensen bekijken het groen vanuit het perspectief van hun wijk. Uiteraard is het heel belangrijk, zelfs een kernwaarde, dat bijvoorbeeld het Lyceumkwartier onderdeel uitmaakt van een groene zone die door heel Zeist loopt, een gebied dus. Er zijn meerdere invalshoeken mogelijk wat betreft groen. En dat is het antwoord; het maakt het geheel rijker. Als je langs die verschillende dimensies kunt navigeren, bijvoorbeeld via een digitale opzet.
Wij kregen de indruk, vanuit het raadsvoorstel, dat het idee was om alleen maar brede groene gebieden te definiëren. Daar schiet niemand wat mee op. Ook de database die achterin ons voorstel zit, splitst de gegevens op naar wijken, en die data zijn gehaald uit de CBS-wijken- en buurtenindeling. Op die manier kun je heel mooi per wijk aangeven hoeveel huizen er zijn, hoeveel bomen er staan, wat de gezondheid van die bomen is, hoeveel daken er nog vergroend kunnen worden, hoeveel grijze stenen er uit de achtertuintjes gehaald kunnen worden, enzovoort. Daarom is het heel belangrijk om juist ook de dimensie van wijken en buurten mee te nemen.
Ja, dat zal ik doen, voorzitter. Ik had een vraag voor de heer Visser. Hij schrijft in zijn bijlagen en inspraak, zeg maar, dat het onduidelijk is gedurende welke ontwikkelingsfasen, op welk beleidsniveau en bij welke thema's participatie plaatsvindt. Nu denk ik dat je niet bij elk onderdeel of elk onderwerp participatie kunt hebben, anders zou je de hele dag kunnen participeren. Dus wat is zijn bedoeling hiermee? Want ik vind het wat algemeen. Wat is zijn insteek, zeg maar, vanuit hemzelf? Wanneer is die participatie dan belangrijk of cruciaal?
De tekst staat eigenlijk in het kader voor 2024, en daar wordt nu ook aangegeven dat je niet overal aan hoeft deel te nemen, of dat je zegt: "Nou, oké." In dit geval kunnen we het beperken tot raadpleging, want het is min of meer onomstreden. Maar er zijn andere zaken die bijvoorbeeld veel breder zijn; dan heb ik het over beleidsniveaus. Wat ik eigenlijk mis in het verhaal, is de aansluiting tussen datgene wat in het plan voor de toekomst staat en hoe je daarmee omgaat. Nou, dat staat in feite in het kader voor 2024.
Oké, dank u wel. Ik krijg net door van de griffie dat het raadsinformatiesysteem kennelijk een storing heeft. Misschien had u het nog niet gemerkt, maar het hapert hier en daar. Er wordt aan gewerkt, dus ik hoop dat het snel is opgelost. Dat even tussendoor. U had nog een vraag, meneer Van Vliet, zegt u?
Zeg, want ik had inderdaad ook een probleem. Dus vandaar dat ik een vraag had aan de heer Schuller van de werkgroep Natuurlijk Zeist-West. Kan hij twee voorbeelden geven waarbij de te late raadpleging van maatschappelijke organisaties, en natuur- en groene organisaties, ertoe heeft geleid dat het later niet meer goed geborgd kon worden?
De plannen voor Eikenstein worden genoemd. Het is verheugend dat er woningbouw plaatsvindt, maar dan zie je toch dat de groene randen van het huidige terrein verdwijnen. We hebben eigenlijk al bij de eerste keer gezegd, toen die plannen in de raad kwamen, dat het jammer is dat er niet iets minder woningen op zitten. Het is ook in strijd met de gebiedsvisie voor de Utrechtse wegen, waarbij de groenstructuren juist robuuster zouden worden. Je ziet dat ze veel minder robuust worden en dit zit toch echt in de start van de planontwikkeling. Wat geef je een ontwikkelaar mee, wat gaat die betalen? Je moet eigenlijk al een kaart geven met de groene grenzen van dat gebied. Dat betekent niet dat je de woningbouw vastzet, maar gewoon duidelijk maakt dat bepaalde delen groen moeten blijven. Dus je moet er minder voor betalen of een andere opzet maken in je exploitatie. Dat kan best bij de start, maar niet meer halverwege de rit. Dan zijn de kosten al gemaakt en de gedachten al gevormd.
Een tweede voorbeeld zou het voormalige BVG-kantoor kunnen zijn. Dat was natuurlijk een mega plan, maar op deze manier is er weinig van het groen overgebleven en heeft het eigenlijk geen groene monumentaliteit meer aan de Utrechtseweg. Als je daar veel eerder bij bent, kun je dat allemaal veel duidelijker aangeven.
Nu is er een ontwikkeling dat het kantoorpand De Dreef 2 helemaal groen zou blijven, maar dan wordt er toch weer een rand van bergingen om het gebouw heen gemaakt. Dat kost behoorlijk wat groen en maakt het gebouw veel zichtbaarder. Nu is het verstopt in het bos en denk je: "Wat een mooie groene hoek van Zeist, het oude voormalige landschapspark van het landgoed Vollenhoven." Daar zitten kantoren in verstopt. Straks zullen we meemaken dat daar een kantoor of een woongebouw staat. Wil je dat? Niemand gaat er natuurlijk dood van, maar uiteindelijk verandert de hele gemeente van een echt groene gemeente in een gemiddelde gemeente, of misschien wel minder, met al dat asfalteren en bebouwen.
Het belang is dus dat je bij de start hier gewoon met elkaar over kunt praten en niet pas als de plannen eigenlijk al uitgetekend zijn. Soms in overleg met de gemeente en dan worden we ook nog eens geraadpleegd. Dat is waarover je praat. Niemand...
Ik heb inderdaad nog een vraag. Deze is gericht aan een lid van de werkgroep Natuurlijk Zeist West. Hij zei dat er groene criteria en regels ontbreken die ten grondslag liggen aan deze plannen. Kan hij twee voorbeelden noemen van de regels waar hij bijvoorbeeld aan denkt?
De tekst bevat veel herhalingen en onduidelijke zinsconstructies. Hier is een poging om de tekst grammaticaal correct te maken, met behoud van de oorspronkelijke betekenis:
"In de motie worden groene en groenblauwe waarden benadrukt, evenals de inventarisatie en taxatie van deze waarden. Het is belangrijk om een visie te hebben over hoe we hiermee omgaan, inclusief de compensatie. Ik had begrepen dat dit met spoed zou gebeuren om nieuwe plannen en ontwikkelingen te kunnen toetsen. Nu lijkt het echter onderdeel te worden van de tweede omgevingsvisie, die op zijn vroegst in 2026 van kracht zal worden. Er zijn echter veel nieuwe en lopende plannen die in de tussentijd getoetst moeten worden.
Mijn vraag is dan ook: waarom hebben we een onstabiele ESO vastgesteld, terwijl dat niet nodig was? Uit de documenten blijkt dat we pas per 1 januari 2027 een omgevingsvisie moeten hebben. Zou het niet beter zijn als de gemeenteraad de ESO zou intrekken en de oude structuurvisie zou laten gelden, totdat de tweede omgevingsvisie, die goed onderbouwd is, tijdig wordt vastgesteld? Nu hebben we een onduidelijke balans tussen stedelijke ontwikkeling (rood) en groene waarden (groen), en ik vrees wat daaruit voortkomt. Dat is onze grootste klacht.
Ik wil ook even ingaan op het punt dat door vijf raadsleden is aangekaart: de vergaderingen zijn langdradig, vervelend en er zijn veel sessies. Maar als je het wezenlijke debat over de problematiek vermijdt en je verschuilt achter allerlei papierwerk en afleidingen, en twijfelt of het huidige beleid wel of niet geldend is, dan krijg je inderdaad afschuwelijke vergaderingen. Ik herinner me dat er bij de vorige structuurvisie een levendig debat was over de balans tussen rood en groen. Dat leidde tot een levendig debat over een reëel probleem.
Als je echter steeds vermijdt om over het groen te praten omdat je dan niet kunt bouwen, krijg je natuurlijk een vervelende situatie. Dat is de conclusie die ik trek uit de evaluatie: de raad, het college en de ambtenaren zijn het debat over ambities en ontwikkelingen uit de weg gegaan. Ze roepen dat ze waardegedreven zijn, maar als de ambities niet worden ingekaderd door die waarden, vind ik dat niet waardig gedreven. Dat geeft een nare sfeer aan dit debat.
De energie van ons, de insprekers, gaat zitten in klagen over het college en de raad, in plaats van onze medeburgers te mobiliseren, zoals we bij de vorige structuurvisie hebben gedaan. Dat voelt als een aansporing om tot een goed ruimtelijk beleid te komen. Dan ben je bereid om compromissen te sluiten. Nu echter, lijkt het alsof we constant de gemeenteraad en het college aan het bekritiseren zijn, in de hoop dat het debat over de ontwikkeling van de stad rond dit dilemma plaatsvindt. Sorry, ik liet me even gaan. Excuses."
Heeft u nog een vraag? Ik heb een vraag voor mevrouw Van Oorsouw. Zeg ik het zo goed? U zei aan het einde van uw betoog een hele mooie zin, namelijk: "Het algemeen belang hoeft niet te botsen met het wijkbelang en vice versa." Iets in die strekking. Dan was er iemand anders vanavond die zei: "Onze wijkvisie wordt als een perspectief meegenomen." Maar ik kan me best voorstellen dat het algemeen belang wel degelijk zou kunnen botsen met een wijkvisie. Dus het komt ook bij mij over alsof het meenemen van een wijkvisie als perspectief een heel goed idee zou kunnen zijn. Deelt u die mening? Nou ja, dat is eigenlijk geen tegenwerping op uw eerste bijdrage.
Het gesprek met Hans gaat eigenlijk over twee niveaus, nietwaar? Het algemeen belang als een groter geheel en de wijkbelangen als kleinere gehelen. Ja, uiteraard kan dat botsen, maar als je alle kleinere belangen optelt, dan vormen die ook een groot belang. Dus het is een ingewikkeld spel. Het hoeft niet te botsen. Het kan ook prima met elkaar overeenstemmen en uiteindelijk kun je dit met elkaar in overeenstemming brengen. En dan vermijd je ook een botsing.
Ja, ik verwees natuurlijk naar het woord 'perspectief', dat ook door anderen is gebruikt. Dus ik denk dat mijn vraag wel ruimte biedt en door meerdere mensen beantwoord moet worden, Schaafsma.
Het woord 'natuurlijk' heeft meerdere betekenissen; je kunt het opvatten als slechts een mening van een wijk, of je kunt het ook opvatten als een perspectief gericht op de toekomst. Hoe zien we deze wijk zich verder ontwikkelen als inwoners van deze wijk? Wij krijgen de indruk dat het woord 'perspectief' gebruikt is in de eerste zin. Met andere woorden, wij - de raad en de gemeente - gaan over het algemeen belang van Zeist. Dat is ook wettelijk zo bepaald. En ja, dan beslissen wij wel wat er in die wijken moet gebeuren. En daar zit een inherent conflict. De manier waarop dit, laten we zeggen, opgeschreven is, en ook eerder al in de waardenwegen, in de ESO, is neergezet, wekt de indruk dat je aan de ene kant de werkwaarden hebt en aan de andere kant het algemeen belang. Werkwaarden zijn collectieve belangen, dus geen individuele belangen. Maar collectieve belangen? Ja, ik zie niet in - en dat was ook veel eerder al een verzoek ten tijde van de ESO - waarom die twee zouden moeten conflicteren. Als je een waardehiërarchie maakt, zeg maar, waarbij je van onderaf gaat kijken hoe ver je komt, dan zit er inderdaad nog een niveau dat het algemeen belang van Zeist heet, en daar kan het wel eens botsen. Maar wij krijgen nu de indruk dat het zo opgeschreven is om werkwaarden en wijkvisies en dergelijke af te doen als slechts een mening.
Ik heb mijn eigen ervaring met het opstellen van de Wijkvisie Zeist Noord. Deze loopt van Vollenhoven tot de Dichtersbuurt, enzovoort. Aanvankelijk was er twijfel: zou het wel lukken? Kunnen de mensen uit Vollenhoven goed overweg met de Dichtersbuurt en andere buurten? Ja, dat blijkt verrassend goed te gaan. Men richt zich niet alleen op eigenbelangen; die worden juist gefilterd in de wijkvisie. Daardoor ontstaat er een soort gemeenschappelijke opinie met doordachte ideeën over zaken die zowel het groen, de bouw, de winkels en andere onderwerpen betreffen. Dus in feite is die wijk met bijna 20.000 inwoners in staat om een weloverwogen visie te presenteren.
Ja, dan gaan we het nog een keer doen, inderdaad. Er is alle ruimte voor. Welk van de raadsleden? Meneer Bredius, aan wie wilt u een vraag stellen? Ja.
Ja, de vraag aan meneer Schuler is nog wel hoe hij de groene grenzen ziet. Eerder sprak hij over zijn plan van aanpak; hoe zou hij dat willen invullen? Afgezien van zijn suggestie om de structuurvisie in ere te herstellen, hoe realistisch zijn we als we naar dit plan kijken? Hoe concreet kunnen we daarin zijn? Een andere vraag is wat de heer Pee bedoelt. Moeten we iets schrappen uit de bijlagen in de propositie? Ik zie de IRP niet in de bijlage die ik hier heb. Zijn de documenten, hoewel ze zonder participatie of met incomplete participatie tot stand zijn gekomen, niet van waarde? Kijk naar de propositie met de vijf waarden die daarin genoemd worden en naar de IRP, die ook beperkingen heeft in bepaalde opzichten. Tenslotte nog een vraag aan meneer Visscher. Hij zegt eigenlijk: "Zonder informatie, geen participatie." Zou de heer Visscher concreet kunnen aangeven hoe hij dat proces zichtbaar wil maken? Heeft hij daar een concrete suggestie voor? Hoe kunnen we dat zichtbaar maken voor heel Zeist? Wat zouden we daaraan kunnen doen? Tot zover.
Ja, misschien toch. Er zijn natuurlijk twee perspectieven: de motie over groene en groenblauwe waarden gaat uit van een raadsvoorstel waarin al voor de korte termijn regels worden gemaakt. Op basis van een inventarisatie en een waardering van het groen, wat is dan geïnventariseerd? Daar heb ik wel een mening over, maar ik weet niet of het niet wat prematuur is om daar nu op in te gaan, omdat je dan met zijn allen gaat inventariseren en het er met elkaar over gaat hebben. Ik bedoel, daaraan doe ik graag mee en ik kan u wel een voorschot geven, maar dat is misschien niet helemaal op zijn plek, vanwege dat proces. Ik wil er vooral op aandringen dat dat binnen een paar maanden gebeurt. Dat had eigenlijk in mijn ogen samen moeten lopen met de vaststelling van de ESO, minimaal om die nieuwe initiatieven te kunnen toetsen. Juist omdat het in de ESO helemaal niet uitgewerkt is. En ook nu de Waarderweg niet uitgewerkt is. Nou ja, dat geldt eigenlijk ook voor de tweede omgevingsvisie. Dat is een proces wat in het implementatieplan voorzien is om met elkaar te gaan doen, maar pas voor 2026. Dat is gewoon veel te laat. Ja, ik wil erop wijzen dat er al heel veel groen verdwenen is en dat je heel voorzichtig moet zijn met allerlei plannen als je een HOV over de Door Vollenhoven wilt. Ja, en als ik om me heen kijk, dan denk ik dat dat groen gaat kosten. Wil je dat nog in de voet van die flats die destijds in het groen zijn neergezet? Ja, daar kun je hele dringende redenen voor hebben, maar dan moet je daar met elkaar in dialoog over gaan, denk ik, en niet zeggen: "Ja, we gaan heel veel aanleggen, dat kost geen groen hoor." Dat is natuurlijk mensen voor het lapje houden. Bedoel, dan moet je flink zijn en zeggen: "We hakken die bomen om en daar komt het te liggen." Ik bedoel, dat is dan, en dat moet ook, voor 5000 woningen bij. Anders is het niet betaalbaar. Ja, ik heb... Het gaat om de manier waarop je dit soort dingen op tafel legt. En dan denk ik: ja, je zult in Zeist toch rekening moeten houden dat je de grotere groenstructuren die nu structureel groen zijn, dat je daar eigenlijk beter niet aan kunt komen en daar zelfs nog bufferzones bij aan moet leggen. Dus dat je daarbinnen, bij transformaties, best op bestaande verhardingen en bebouwingen groen kunt ontwikkelen, maar verder goed moet nadenken. En dat schrijft in zekere zin voor dat het groen misschien volgroeid is en dat je het programma vooral moet richten op een passend woningaanbod, voor je eigen politieagenten, onderwijzers en dat soort zaken. En nu zie ik vooral dat er ongericht veel gebouwd wordt. Nou, dat denk ik, dat debat moet je met elkaar hebben. Hoeveel ruimte hebben we daarvoor? Wat zijn de perspectieven en hoeveel groen kost dat? Dus ik wil wel wat filosoferen over regels, maar mijn buurman heeft al allerlei databases aangeboden. Ik wil hem ook niet voorbijstreven, dus dat gaat, denk ik, nu wat ver. Tot mijn verrassing zag ik ook dat het IP niet genoemd werd in de lijst van vastgesteld ruimtelijk beleid. Ik dacht, ik noem het toch maar even, voor het geval het opeens door iemand toegevoegd wordt als een omissie achteraf. Ik vind gewoon dat ik constateer dat het niet met participatie vastgesteld is en de propositie is in bepaalde opzichten een waardevol document, maar in andere opzichten een document dat volkomen ongeremd allerlei plannen lanceert en allerlei ambities formuleert, zonder die toetsing aan groene waarden. En toen is gezegd dat we dat bij de omgevingsvisie gaan doen. Vervolgens werd de omgevingsvisie gezegd: "Nee, die ambities en ontwikkelingen, daar gaat de participatie niet over." Er waren heel veel vragen van onze werkgroep en van anderen: "Waar liggen die groene grenzen nou? Wat betekent dit? En hoe komt u tot aantallen van 500 tot 1500 en nu 2500 woningen? En wat voor groene scenario's als we inbreuk op het groen maken?" Die zienswijzen zijn niet beantwoord. En dus vind ik dat die propositie niet als belangrijk beleid gezien moet worden, niet omdat ik af wil doen aan de waarde van de ideeën in de propositie, maar omdat daar geen duidelijke participatie over is geweest en ook geen toetsing aan heeft plaatsgevonden.
We hebben dus een afbraak gezien van de voorlichting aan de burgers. Vroeger kon je via de nieuwsbode globaal zien wat er aan de orde was. Toen verdwenen de toelichtingen en daarna het geheel. Nu hebben we weliswaar een nieuwsflits van de gemeente, maar daarvoor moet je geabonneerd zijn. Voor de rest kun je proberen de plannen te achterhalen via allerlei links, enzovoort. Je hebt niet echt een ingang, direct naar de raadsinformatie. Of je moet weten dat die bestaat. Maar op de gemeentelijke site moet je vijf keer klikken om bij een bepaald plan te komen. En ik begrijp best dat de gemeenteraadsleden zich goed geïnformeerd voelen. Dat geldt absoluut niet voor de burgers. Dat is volstrekt tegengesteld en dat is de omgekeerde wereld. Want jullie, als raadsleden, mag ik even onderbreken? Mijn vraag was niet wat er miste, maar of meneer Visser een suggestie had om duidelijk te maken aan de inwoners, en aan die groep die dus niet geïnformeerd wordt, hoe het dan wel werkt. Nog even een goede concretisering van de vraag, meneer Visser, heel goed. Maar dat was eigenlijk mijn inleiding. Als je eerst alles weghaalt en je legt het niet terug, en wat we in de Braak zeiden: "Waar kan ik het vinden?" Er moet iets zijn waar je direct kunt zien welk plan er is. Dan kun je zeggen: "Ja, dat is een QR-code. Die kunnen we vinden, dat wil Utrecht ook prima." Maar nu is er een interregnum waar niemand iets weet, niemand kan iets opzoeken en dat is zeer kwalijk. En dat is niet de taak die uitgevoerd wordt door de gemeente, zoals die juridisch ook bestaat, hè? Je hebt de burgers voor te lichten op welke manier dan ook. En ja, je kunt er allerlei middelen op inzetten. In Engeland doen ze dat met aanplakborden, juist nog een beetje ouderwets, maar toch weet iedereen in zijn straat of in zijn buurt wat er gebeurt. Ja, je kunt erom lachen, maar de helft van de mensen gebruikt die digitale toegang helemaal niet voor hun buurt. Daar weten ze precies wat er gebeurt. En ja, nogmaals, ik wil niet naar het verleden terug, maar je hebt wel een duidelijke ingang nodig die goed gecommuniceerd wordt, waar al die plannen per wijk, per buurt zichtbaar zijn.
Hier is de tekst, grammaticaal gecorrigeerd:
"Misschien kunt u het zelf invullen als voorbeeld. Zit er vanavond een ronde tafel of iets dergelijks? Ik denk dat het strategische document voor Zeist voor de komende jaren het allerbelangrijkste document is. Niks, ja. Welke burgers zitten hier op de tribune? Wat had de gemeente Zeist moeten doen om deze hele tribune vol te krijgen met mensen die er allemaal iets van vinden en om deze hele zaal vol met insprekers te krijgen? Ik denk dat, behalve de mensen die hier zitten, niemand in Zeist weet dat dit vanavond aan de orde is."
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een vraag voor meneer Schaafsma, en die betreft een opmerking die hij maakte in zijn betoog. Deze ging over de groene inventarisatie die we eind 2024 hopelijk op tafel hebben liggen. Hierbij zei hij vrij expliciet dat hij ervan uitging dat daarin ook de groene inventarisatie van particulier groen opgenomen zou worden. Daarover heb ik een vraag. Ik vraag me af wat wij vanuit onze positie hier in de Raad moeten doen met particulier groen. Is het een statische constatering en moet ik daar iets van vinden? Moet ik iets vinden van het feit dat iemand te weinig groen in zijn tuin heeft, of juist te veel, of dat het in de loop van de tijd minder of meer is geworden? We hebben een bomenverordening, een kapverordening. Dat is eigenlijk het instrument waarop wij nu sturen als het gaat om, als ik het zo mag noemen, achter de voordeur invloed uitoefenen op het groen bij particulieren. Maar kunt u iets meer zeggen over hoe u denkt dat er omgegaan moet worden met juist die particuliere kant van de groene inventarisatie die wij hopelijk op tafel krijgen?
Aspecten zijn er in overvloed. Een daarvan is de inventarisatie van hoeveel vierkante meter groen, zowel openbaar als particulier, er in mijn directe leefomgeving aanwezig is. Is dat voldoende of onvoldoende, en zou er eventueel een programma voor kunnen worden opgezet of toegepast? Ik heb het al gehad over het verwijderen van tegels, wat voortkomt uit de Groene Stad Challenge. Het groenpotentieel is een van de belangrijke aspecten, of laten we zeggen hoofdstukken, die uit die database gehaald kunnen worden. Daar zie je bijvoorbeeld hoeveel vierkante meter daken nog vergroend kunnen worden, hoeveel parkeerplaatsen er vergroend kunnen worden, enzovoort.
Dat is natuurlijk noodzakelijk. Als je kijkt naar de ecosysteemdiensten van groen en bomen, dus de echte waarde voor mensen, dan moet je ook het particuliere groen meerekenen. Je moet ook weten hoe dat verloopt of hoe dat in elkaar zit. Ik geef een voorbeeld uit de database waar ik het over heb. Daar blijkt dat in het Lyceumkwartier, behalve de laanbomen, geen openbaar groen aanwezig is. Er zijn geen parkjes, geen trapveldjes, helemaal niets in die zin. Dan is het verweer: "Ja, maar jullie hebben daar zulke grote percelen, die zijn helemaal groen." Precies, en dat is wat we dus ook zeggen. Daarom hopen we ook dat er de komende tijd een bomenverordening komt die nog veel strikter is dan de huidige, met name met betrekking tot bouwactiviteiten. Want op dit moment geeft de bomenverordening ruim baan; zodra je gaat bouwen, kun je alles kappen. Dat is weer een ander interessant inzicht.
Ter illustratie: het nieuwe Kerkenbos wordt altijd genoemd als een natuurinclusieve wijk, en wellicht de meest fantastische wijk die Nederland kent op dat gebied. Als je echter in die database kijkt, dan zie je dat het nieuwe Kerkenbos op plaats 14 staat van alle wijken in Zeist wat betreft het aantal vierkante meters groen per inwoner. Dat soort inzichten lijkt mij heel belangrijk om boven water te krijgen, zodat er een integraal beleid gevoerd kan worden. Aan de ene kant via de bomenverordening en aan de andere kant via het groenbeleid van de gemeente.
Ik dacht dat vanuit GroenLinks is gezegd dat er een aanpassing van de bomenverordening zou moeten plaatsvinden. Nu hebben we dus groengebieden die ook betrekking hebben op particuliere terreinen, en witte gebieden, nietwaar? De witte gebieden zijn die gebieden die min of meer gemakkelijk te ontbossen zijn, om het zo te zeggen. In groene gebieden moeten vergunningen aangevraagd worden voor het kappen van bomen, afgezien van de punten die Sjoerd noemde, waarbij bomen automatisch gekapt kunnen worden. Ik heb dit zelf aangekaart, ook bij GroenLinks, in de tijd dat men kon terugvallen op bijvoorbeeld andere stedelijke voorstellen. Denk aan Amsterdam, denk aan Amersfoort. Dit is ook vastgelegd in de motie en aanvaard door de raad. Dus wat dat betreft kunnen we gewoon gebruikmaken van datgene wat er in andere gemeenten aanwezig is.
Het is belangrijk te erkennen dat particulier groen niet alleen bestaat uit het groen van het Utrechtse landschap of van grote zorginstellingen met veel groen. We moeten dus niet alleen aan het eigen voortuintje denken. Dit is een aanvulling. Een tweede aanvulling is dat ik in de wijk Couwenhoven woon, waar een prachtige woonstraat met openbaar groen in het ontwerp is opgenomen. Helaas is dit deels ook als snippergroen verkocht, wat het eigenlijk niet was. In de voortuinen spelen in het ontwerp ook een belangrijke rol als groen. De vraag is dus wat de gemeente hiermee moet doen. In de verkoopovereenkomsten staat dat het groen mooi moet blijven. Echter, planologisch is het niet beschermd. Is het dan de verantwoordelijkheid van elke individuele bewoner of een collectief belang om dat groen te behouden? En moet je dat dan vertalen in regels, zeker als je deregulering nastreeft? Ik zie nu ook dat mensen in ruimtenood met hun grote auto's stukken van hun voortuinen gaan bestraten. Dit heeft natuurlijk ook implicaties voor het klimaat en het milieu. Ik zeg niet dat de gemeente nu met een schep overal moet ingrijpen, maar wel dat we het debat hierover met elkaar moeten aangaan. Soms hebben mensen ook een zekere aandrang nodig om hun individuele belang af te wegen tegen collectieve belangen. Dus de gemeente heeft ook die verantwoordelijkheid. En dan gaat het ook over het nadenken over kleinere tuinen. Ja, wat willen we daarmee als we Zeist groen willen houden?
Oké, duidelijk, ja, duidelijk, dank u wel. Wie van de raadsleden heeft nog een vraag aan de insprekers? Geen vragen meer? Oké, dank, en ook dank aan de insprekers voor hun bijdrage.