Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
De RIB dankt voor de informatie over de huisvestingsstatus van statushouders. Ja, meneer Fiscali vraagt wat het verschil is tussen 'uitgestroomd' en 'definitief gehuisvest' (tussen haakjes). Het betreft eigenlijk een vraag naar een toelichting op de terminologie. Ik zie dat mevrouw Welling het antwoord heeft gegeven.
Dank u wel, voorzitter. "Uitstromen" betekent inderdaad hetzelfde als "huisvesten". Er is een woning toegewezen en statushouders stromen uit vanuit de opvang naar de woning, en daarmee zijn de statushouders als het ware gehuisvest. Er is echter wel een verschil tussen toewijzen en huisvesten. Dat betekent dat iemand een woning toegewezen heeft gekregen, maar nog niet meteen in de woning woont. Er kan soms een periode tussen zitten. Toewijzen is het moment dat de corporatie de woning toekent, en ja, er kan enige tijd overheen gaan voordat iemand daadwerkelijk verhuist en geregistreerd wordt. Het kan ook zijn dat iemand van buiten komt en in onze gemeente komt wonen. Dat is ook waarom er is afgesproken met de corporaties dat wij de taakstelling willen realiseren en dat we die op 30 november van dit jaar als ijkpunt nemen. Zo weten we of alle toewijzingen, waar we in 2022 aan moeten voldoen, gerealiseerd zijn. Daar kan dus een paar weken overheen gaan. We willen eigenlijk de peildatum op 30 november 2022 hebben om te weten of wij voldaan hebben aan onze taakstelling voor statushouders voor dit jaar. Dus dat is even ter toelichting. Het is een wat technisch antwoord, maar het was ook een technische vraag. Dus ik denk dat u nu, nou ja, zal ik maar zeggen, begrijpt dat "uitstromen" daadwerkelijk betekent dat ze uit de opvang zijn en een huis hebben. Maar tussen toewijzen en huisvesten kan dus een tijdsverschil zitten. Ja, is dat duidelijk genoeg? Ik hoop van wel.
Waarvan akte. De wethouder laat de microfoon open, want ik denk dat we weer naar u gaan. De MPO-middelen zijn in het geding, en de vraag is of deze bij toenemend thuisonderwijs ook beschikbaar zijn voor dit thuisonderwijs, als een korte samenvatting. De wethouder...
Laat ik allereerst zeggen dat het onze ambitie is dat zoveel mogelijk kinderen gewoon naar school gaan en daar zo min mogelijk vrijstelling van de leerplichtwet hoeven te krijgen. Want onderwijs is meer dan alleen een plek waar je leert; het is ook de plek waar je je ontwikkelt. Dat neemt niet weg dat er bijzondere omstandigheden kunnen zijn waarin een leerling wordt vrijgesteld van de leerplicht en dus niet verplicht is om onderwijs op school te volgen. Elk schooljaar wordt door de leerplicht een jaarverslag opgesteld waarin het aantal verleende vrijstellingen wordt aangegeven. Het jaarverslag over het afgelopen jaar is nog niet beschikbaar, maar in de jaren daarvoor zien we wel een lichte daling van het aantal vrijstellingen. Wat betekent dit? Dat de inzet die we plegen om zo min mogelijk vrijstellingen te geven en zoveel mogelijk kinderen naar school te laten gaan, succes aan het boeken is.
Wat betreft de NPO-gelden: daar hebben we recent een plan van aanpak voor gemaakt en, als het goed is, bent u daarover ook geïnformeerd via een RIB. Dat is opgesteld samen met maatschappelijke partners, het onderwijs en de jongerenraad. En die is niet gericht op thuisonderwijs, dus daar wil ik heel helder over zijn. We hebben ook geen aanspraken of aanvragen gekregen van ouders of vanuit hulpverleners die willen aanspraak maken op die NPO-middelen voor thuisonderwijs. Dus als je kijkt naar de speerpunten die in het plan van aanpak voor NPO staan, dan zijn die echt gericht op het tegengaan van onderwijsachterstanden, het tegengaan van overgewicht bij jongeren die te weinig bewegen, en ook gericht op de psychosociale kant, de gevolgen van corona. Dus het antwoord op de vraag is nee, thuisonderwijs of kinderen die thuiszitten, dat zit niet in het plan van aanpak NPO, meneer.
In die zin is er sprake van een recht op het moment dat men een vrijstellingsbeschikking krijgt, en daar gaat de leerplicht over. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn waardoor ouders aanspraak kunnen maken op thuisonderwijs. Vóór afgelopen jaar heb ik nog geen verslag ontvangen van de leerplicht, omdat zij dat nu aan het afronden zijn. Ik hoop dat binnen afzienbare tijd te hebben. Jaarlijks worden er een aantal vrijstellingen afgegeven door de leerplicht, maar dat gebeurt alleen onder bijzondere omstandigheden.
De vraag is of er vrijstelling wordt gegeven aan de desbetreffende ouder en of ook gemeld wordt dat er de mogelijkheid is om een beroep te doen op de NPO-middelen.
Ja, in die zin dat het plan van aanpak dat wij hebben gemaakt en uitgevoerd, niet inhoudt dat de NPO-middelen zijn ingezet voor thuisonderwijs. Dus nee, als antwoord op de vraag of de NPO-middelen beschikbaar zijn voor thuisonderwijs: nee, daarvoor zijn andere middelen beschikbaar. Wij zetten in deze gemeente de NPO-middelen dus niet in voor thuisonderwijs. Dat is wat ik heb willen aangeven. Maar ja, er zijn wel degelijk mogelijkheden voor ouders om een beroep te doen op thuisonderwijs; echter, er is geen verband tussen die twee zaken.
Dank u, wethouder. Ik ga naar Annet Ploeg van de ChristenUnie-SGP. Bij de noodopvang was er geen mogelijkheid voor onderwijs voor kinderen tot 12 jaar. De vraag is nu: kan dat inmiddels wel? Wethouder, wel?
Wel, ja, dank u wel, Voorzitter. Allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor alle partners. Volgens mij bent u zelf ook in Kamp van Zeist geweest, nietwaar? Ondanks het ontbreken van onderwijs in de afgelopen tijd is er wel een programma opgezet door allerlei partners, waaronder Sportief Zeist. Er is ook met anderen samengewerkt om in ieder geval een programma te hebben gedurende die overbruggende periode. Er is heel hard gewerkt om dat basisonderwijs te organiseren. En nou ja, we hadden het eerder vanavond ook al even over de krapte op de arbeidsmarkt. Er is een zeer krappe arbeidsmarkt, zeker omdat je nu ook docenten zoekt die kunnen werken met deze leerlingen, en dat is niet elke docent gegeven. Dus je zoekt in een kleinere vijver van docenten die kunnen werken met asielkinderen. Wereldkids heeft al nieuw personeel geworven en op 12 september start een groep van 15 leerlingen voor drie dagen per week. Ik hoop dat we begin oktober ook de tweede groep kunnen laten starten. Het werven van nog meer personeel is in volle gang en we hopen dat zo snel mogelijk te kunnen doen. De kinderen kunnen nog niet starten in Kamp van Zeist, omdat we bezig zijn met de onderwijshuisvesting. Die is door ons, vanuit de kant van de gemeente, wel geregeld, maar het hele AZC moet nog opgebouwd worden. Dus we zijn ook afhankelijk van het COA. Tot die tijd gaan zij naar school in Bilthoven, waar de Afghaanse kinderen ook naar school gaan. We hebben ook afspraken gemaakt met de gemeente De Bilt, dat we daar meer lokalen kunnen huren. Daar is al een school en we kunnen daar een aantal lokalen afnemen totdat Kamp van Zeist als AZC echt opengaat. Dus daar wordt extra ruimte gecreëerd. We hebben het nu zo geregeld dat de jonge kinderen van 4 en 5 jaar mee kunnen in de peuteropvang, die ook bij Op Dreef wordt georganiseerd, zodat ook daar een programma voor is. Zij krijgen dus nog even geen school, ook omdat ze nog in die jonge leeftijd zijn. We hebben gezegd dat er een aantal mensen later is ingestroomd in de noodopvang. Laten we beginnen met de kinderen die al vanaf het begin in de noodopvang zitten en die, zoals we dat allemaal zeer betreuren, vanaf eind april nog geen onderwijs hebben gehad, alleen het overbruggingsprogramma. Daarmee starten we, dus ik hoop de Raad binnenkort positief nieuws te kunnen geven dat alle kinderen in Zeist die in de opvang zitten, voldoende onderwijs krijgen.
Ja, oké, dank u voor de uitgebreide beantwoording. Als laatste wil ik het onderwerp RIB 22-096 bespreken, het onderzoek naar de omgang met Joods vastgoed tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Als ik de vragen van Jan Bredius mag stellen, maar dan in mijn eigen woorden, dan proef ik dat er grote steun is voor het onderzoek en dat er ook een gevoel heerst dat dit in de uiterste consequentie zou moeten kunnen leiden tot rechtsherstel. Is zo'n onderzoek daar dan ook goed voor uitgerust? Zorgen we er op een goede manier voor en is dat ook de intentie van het college? Ik kijk naar Walter van Dijk, denk ik. Dit zijn mijn samenvattende woorden.
Ja, want we hebben de vraag mogelijk net iets anders gelezen. Ja, dat het zo geformuleerd is, heeft een goede reden. We willen vooral niet te veel vooruitlopen op de eventuele uitkomsten van het onderzoek en ook om expliciet over rechtsherstel te spreken, zou in feite vooruitlopen zijn. Dus vandaar dat we hebben gekozen voor deze bewoordingen. En ja, voor dit moment lijkt het ons verstandig om dat ook zo te doen: een zorgvuldig proces te doorlopen en afhankelijk van de uitkomsten daarvan. Nou ja, dan kunnen er stappen genomen worden en is het goed denkbaar. Dank u.
Ja, ik had ook nog een vraag. In feite concentreert het onderzoek zich op de rol van de gemeente met betrekking tot wat er is gebeurd met het Joodse vastgoed van Josef. Nu is bekend dat er in die fase ook andere spelers invloed hebben gehad. Wanneer je zoiets onderzoekt voor een gemeente, kan het ook belangrijk zijn voor de nabestaanden en de slachtoffers om dit aspect als overheid mee te nemen in het onderzoek. Dus daar ging mijn vraag over. Soms kan dit misschien in een vervolgfase plaatsvinden, maar mijn vraag was eigenlijk of er ook ideeën zijn om dit mogelijk ook mee te nemen.
Deze tekst is in feite een afleiding van vele onderzoeken die reeds hebben plaatsgevonden, nietwaar? Voornamelijk betreft het onderzoek dat op landelijk niveau is uitgevoerd. Er zijn meerdere gemeenten die momenteel specifiek voor hun eigen gemeente dit verder aan het uitwerken zijn. Dus de reikwijdte hier is echt beperkt tot de gemeente. U heeft ongetwijfeld gelijk dat er ook andere partijen een rol spelen. Echter, het zou dan aan hen zijn om zelf onderzoek te initiëren, waarbij de uitkomst van dit onderzoek zeker de aanleiding zou kunnen vormen. Maar dat zullen we echt even moeten afwachten, denk ik, denken wij.
Laten we nu niet langer over dit onderwerp spreken, maar overgaan naar andere agendapunten, want ik begrijp dat een collega nog vragen heeft gesteld. Deze zijn niet geformuleerd, maar zullen desondanks behandeld worden, en er zal gelegenheid zijn om de vragen te beantwoorden. Ik heb de voorzitter een vraag gesteld. Is dit ook nieuw beleid? Met andere woorden, als je na 07:30 uur vragen formuleert, krijg je dan toch de gelegenheid, zoals deze collega, om je vraag naar voren te brengen? Met andere woorden, wordt er straks strikt gehandhaafd op 19:30 uur of niet?
In het licht van onze bijeenkomst afgelopen dinsdag zou ik willen voorstellen de vraag rechtstreeks aan Gerard te stellen. Wat de reden ook mag zijn, de vragen waar Gerard van Riet mee kwam, zijn niet rondgedeeld. In elke andere situatie, waarin er vragen waren die betrekking hadden op onderwerpen die toch al op de lijst stonden - en dat waren in dit geval al zijn vragen - zou ik het, als voorzitter, prima vinden om het betreffende raadslid tijdens de reactieronde de gelegenheid te geven een vraag te stellen. Echter, de vragen worden niet samengevat en herhaald, aangezien hij er vele heeft gesteld. Dat zou mijn beleid zijn op dit punt. Meneer Bredie, dit is na overleg in het presidium toch zo afgesproken, nietwaar?