- Petra Bakels - NieuwDemocratischZeist
- Esther Kant - CDA
- Silke Zwart - GroenLinks
- Tijmen Visser - Seyst.nu
- Annet Ploeg-Bos - ChristenUnie-SGP
- Bar Bakker - VVD
Insprekers
Ook meegedacht aan dit nieuwe beleidskader en wat wij erg waarderen, hè? We waarderen de richting waarin Zeist gaat met dit beleidskader en wat we bijzonder sterk vinden is dat de verantwoordelijkheid voor gezond en veilig opgroeien nadrukkelijk wordt geplaatst in een bredere leefomgeving van kinderen zoals jongeren en kinderen zoals hun ouders, de buurt, hun sociale contacten, het onderwijs in plaats van primair bij de jongeren zelf. Bij de GGD gebruiken we daar de metafoor wel eens voor van de plant. Ik weet niet hoe dat bij jullie thuis gaat. Als een plant slap hangt, dan is het eerste wat je gaat doen volgens mij kijken naar heeft hij genoeg water gekregen en krijgt hij genoeg zon, staat hij misschien teveel in de schaduw? Heeft hij misschien wat pokon nodig? Oftewel, we kijken vooral naar omgevingsfactoren en bij kinderen kijken we heel vaak naar de kinderen zelf. Dat er iets mis is met die plant, hè, met iets mis is met het kind en die daarmee geholpen moet worden. En ook hier denken wij dat het van belang is dat je naar die omgevingsfactoren kijkt en die voedingsbodem zo maakt dat kinderen goed en gezond kunnen opgroeien. Alsnog een voorbeeld vanuit mijn gezonde schoolwerk zag ik dan dat kinderen bijvoorbeeld pestproblematiek op school en ook daar zeiden we dan vaak. Nou, die heeft dan een sociale vaardigheidstraining nodig, en in sommige gevallen is dat ook super waardevol en goed om te doen, maar dat kan alleen maar ook als je kijkt naar de sociale veiligheid op school en daaraan werkt of dat je met de klas kijkt, hé, wat gebeurt hier waarin? Hoezo kan niet ieder kind zichzelf zijn hier en vanuit mijn werk als gezonde schooladviseur kijken we eigenlijk altijd naar het bredere verhaal. Ja, wat ik ook sterk vind aan het beleid, is dat er ook gekeken wordt naar ongelijk investeren voor gelijke kansen. Nog een keer de metafoor van de bloem, dus we weten nou eenmaal dat niet elk kind een paardenbloem is en op elke ondergrond groeit en daardoor is het denk ik van belang om in sommige omgevingen extra te investeren, zodat elk kind tot bloei komt. Ook als je geen paardenbloem bent, maar een orchidee. Nou ja, en als laatste wil ik nog benadrukken dat ik echt onder de indruk ben hoe ik in deze gemeente heb mogen meedenken wij als partners hebben mogen meedenken ook op het beleid. Ja en ik daardoor ook gewoon zin heb om met de uitvoering aan de slag te gaan met partners met deze gemeente. Dank u wel positief. U
Dank u wel, positief. U mag de microfoon eruit zetten en dan geef ik het woord graag aan de heer Meijering.
De heer Van Meij. Goedenavond, mijn naam is Thomassen. Ik ben directeur van Stichting Amped Youth. Amped Youth is een online jongerenwerkstichting en wij richten ons op de digitale leefwereld van jongeren. Wij proberen ervoor te zorgen dat jongeren daar in een veilige omgeving ook digitaal kunnen opgroeien en dat wij ervoor zorgen dat jongeren kunnen blijven aansluiten in de maatschappij. We richten ons op de doelgroep 10 tot 25 jaar. En we bereiken een divers scala aan jongeren: jongeren met LVB, met autisme, ook jongeren met mentale problemen, met eenzaamheid, met mentale gezondheid, zo'n onderwerp dat veel daarin terugkomt. We doen veel online activiteiten, die we inzetten als middel om jongeren te bereiken en om preventief met jongeren bezig te zijn. En ja, zorgen voor verbinding en de maatschappelijke waarde daarvan voor ons. Voor ons werkt het dat we die jongeren ook laagdrempelig toegang geven tot één-op-één contact. Op alle social media platformen zijn we actief. We hebben een live chatfunctie op de website waarbij jongeren 24/7 met ons in contact kunnen komen als er vragen liggen of hulpvragen waar ze tegenaan lopen. En we signaleren vroegtijdig op mentale druk door op laagdrempelige manier met jongeren in gesprek te gaan via die online leefwereld. En proberen daar zoveel mogelijk preventief in te werken met de doelgroep in plaats van dat er zwaardere jeugdhulp voor nodig is. Ja, wat wij ook sterk vinden binnen het jeugdbeleid, is dat het naar de pedagogische basis als fundament staat. Ook voor ons zien we daarin dat we juist onze hulp inzetten voor jongeren die we juist ook bereiken tijdens de dagelijkse activiteiten in het dagelijkse leven en de problemen die ze daar tegenaan lopen. Het normaliseren en preventief werken. Wij proberen ook te starten vanuit online groepsactiviteiten, laagdrempelig contact te maken met jongeren. Ook de ruimte te bieden dat ze met elkaar in contact kunnen komen. Niet direct starten met trajecten, maar juist zorgen dat ze een plek hebben om met elkaar in gesprek te komen en met ons in gesprek te kunnen gaan. Het contextgericht werken, dus we zien juist ook vaak online signalen die later escaleren in de fysieke leefwereld, waardoor we er preventief op in willen zetten om sneller met jongeren te kunnen schakelen. Sneller op signalen te kunnen inspelen die soms onzichtbaar blijven. En het samenwerken en netwerkdenken vinden we ook sterk, want dat is ook één van onze filosofieën. Het online jongerenwerk zien we als een toevoeging op de samenwerkingspartners die er zijn, niet in vervanging van het jongerenwerk, maar juist een aanvulling. En dat is elkaar juist versterken weer in de voorbeelden en de thema's die wij tegenkomen: mentale welzijn, eenzaamheid. Een mooi voorbeeld daarvan is een jongere die bij ons op een woensdagavond om een uurtje voor 11 aan de bel trok omdat hij in paniek was omdat hij uit huis geplaatst ging worden die aanstaande vrijdag. Door even een gesprek met hem aan te gaan, vertelde de jongen dat hij LVB had en autisme en vanaf die vrijdag dus begeleid ging wonen. Maar de dag en plek en locatie waren niet bekend. Dat werd hem woensdag bekend binnen 48 uur. Die grote schakeling was best ingrijpend voor die jongen. We zijn met een gesprek ingegaan en hebben een jongere in onze community die al langer begeleid woont, 5 à 6 jaar, ook autisme heeft, ook LVB. Die heb ik aan elkaar kunnen koppelen om hem gerust te stellen, wat vragen te stellen. Ja, die is daarna die vrijdag dus overgegaan. Hij heeft ons laten weten dat hij het helemaal fijn heeft, naar zijn zin heeft en sinds dat moment nog steeds wekelijks contact heeft met ons en nu één van de vrijwilligers is in de organisatie. Even een beeld te schetsen van hoe dat laagdrempelige contact vanuit die online leefwereld nou iets moois in de fysieke wereld kan leiden en daarin de doelgroep waar wij ons op richten. Dus 10 tot 25 jaar, zoals ik aangaf, en thematiek die we veel tegenkomen is inderdaad mentale druk en stress, eenzaamheid en online veiligheid en grenzen, identiteitsontwikkeling en sociale uitsluiting. Relevante thema's die we veel onder de jongeren horen. Dat is mijn verhaal.
Is mijn verhaal. Dank u wel. En dan gaan we nu samen oplopen en mevrouw Vreselijk gaat beginnen, begreep ik.
Dank u wel. En dan gaan we nu Samen Oplopen en mevrouw Vreeswijk gaat beginnen, begreep ik. Gaat uw gang. Ik ben Margreet Vreeswijk van Meander Omnium, teamleider van onder andere Samen Oplopen. Meander Omnium steunt de ambitie van het beleidskader, de versterking van de pedagogische basis. Wij maken dat zelf ook heel concreet in buurten tussen bewoners en met vrijwilligers en professionals samen. Wij noemen dat gemeenschapsgericht werken. Niet behoren tot een institutionele laag, maar de schakel tussen de gemeenschap en de instituties. Mijn collega Angelique Praat zal daar zometeen een concreet voorbeeld van geven. Wij vragen u deze specifieke tussenpositie ook zo te benoemen en te erkennen in het beleidskader. Daarnaast vragen wij ook aandacht voor de rol van het CJG. Preventie is erg belangrijk, maar het CJG moet ook kunnen doorpakken wanneer situaties ernstiger worden, ook in het belang van de preventie. Een heldere rolverdeling is echt heel belangrijk. Onze belangrijkste zorg betreft ook wel de randvoorwaarden. Het beleidskader beoogt een verschuiving naar preventie oplopend tot een budget van 25%. We zien in de praktijk al een verschuiving. Dit beleid stimuleert dat nog meer, maar de middelen bewegen niet mee. Wij vragen u als raad te bewaken dat de middelen en de verwachtingen gelijktijdig verschuiven. Uitbreiding van werk zonder passende dekking is niet realistisch. Wij werken graag mee aan deze beweging, maar vrij toegankelijk is niet grenzeloos. Mijn collega Angelique, zij is coördinator van Samen Oplopen, zal een praktijkvoorbeeld geven.
Samen Oplopen geeft gecoördineerde informele steun aan gezinnen en jongeren. De kracht van Samen Oplopen is om echt aan te sluiten bij wat gezinnen met veel problemen nodig hebben. Wij koppelen vrijwilligers uit de buurt aan het gezin en de vrijwilliger krijgt daarbij begeleiding van een coördinator die als hulpverlener aanvullende hulp kan bieden of, zo nodig, kan opschalen naar hulpverlening. Dit op een laagdrempelige, gelijkwaardige, menselijke manier. Dichtbij zijn voor deze gezinnen, zodat de stress kan verminderen en de kansen van kinderen worden vergroot. Door aanwezig te zijn, mee te denken over praktische vraagstukken en te helpen om het netwerk te ondersteunen. Hierdoor ontstaat er stabiliteit. Die stabiliteit is cruciaal omdat gezinnen in een overlevingsstand vaak geen ruimte hebben om adviezen op te volgen of hulp te laten landen. Onze ondersteuning vervangt dus geen formele zorg, maar zorgt dat gezinnen in een positie komen waarin formele ondersteuning pas echt effect kan hebben. Stad Kanstrijken is een programma van Samen Oplopen en is onderdeel van de coalitie Kansrijke Start. Kansrijk biedt zwangere moeders en vaders ondersteuning in de eerste 1000 dagen van een kind. Met dit programma ondersteunen we aanstaande ouders in kwetsbare omstandigheden via groepsbijeenkomsten en individuele steun aan huis door betrokken vrijwilligers uit de buurt. Dit alles onder begeleiding van een professionele coördinator. Uitgangspunt in zowel het groepsaanbod als de individuele begeleiding is dat we niet aanbodgericht werken, maar vraaggericht. De kracht zit in het aansluiten bij wensen, ideeën en mogelijkheden van mensen zelf. Wat we zien in deze groepen is dat moeders leren van elkaars ervaringen. De kracht hierin is dat moeders elkaar gaan ondersteunen. Ik noem jullie drie voorbeelden. Gisteren had ik een moedergroep waarin ik een nieuwe moeder samen met haar dochtertje had uitgenodigd om kennis te komen maken. Zo ontmoet ze andere moeders en ook heeft ze contact met een andere moeder die ze mag bellen voor ondersteuning. Een ander voorbeeld, een moeder die nieuw is in Nederland met een dochtertje van 10 maanden die graag meer contact wil met andere moeders en de Nederlandse taal wil oefenen, is gekoppeld aan een moeder die in de buurt woont en die samen met haar dochtertje deze moeder eenmaal per week gaat bezoeken om samen de taal te leren, de omgeving te verkennen en te praten over wat het betekent om moeder te zijn. Een ander voorbeeld, een hoogzwangere moeder met psychiatrische problematiek die daar tegenop ziet hoe het straks zal gaan als het baby'tje er eenmaal is, is gekoppeld aan een vrijwilligster die zelf moeder is en haar hierin wil ondersteunen. Het bereiken van deze kwetsbare inwoners vraagt tijd en een blijvende investering. Groepen vullen zich niet vanzelf. Deze moeders hebben vaak een klein netwerk, zijn zelf getraumatiseerd, spreken de taal slecht of hebben meerdere problemen thuis die de aandacht vragen. Het bewegen van een individualistische samenleving waarin het vragen van hulp niet vanzelfsprekend is naar een samenleving waar oog is voor elkaar en waar men er echt durft te zijn voor en met de ander, vraagt ons inziens een lange termijn visie en investering om inwoners weer zelf de regie te geven in wat zij denken dat nodig is voor een gezonde en veilige omgeving voor hun kind.
Dank u wel, keurig binnen de tijd, alle drie of alle vier zelfs. Het is tijd dat de raadsleden mogelijk vragen hebben. Mochten er geen vragen zijn, dan was uw verhaal duidelijk. Ik kijk rond. Zijn er raadsleden die vragen hebben? Ja. Mevrouw.
Mevrouw Van Lunteren, gaat uw gang. SP? Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb een vraag voor meneer Vermij van Epic. U zegt: zijn er groepsactiviteiten voor jongeren waarbij ze live bij elkaar kunnen komen, of zijn die activiteiten...
Een grotendeels online, maar daarin zien we wel dat er jongeren nu hun vriendschappen en relaties opbouwen die ze in de fysieke leefwereld met elkaar waar ze elkaar gaan opzoeken. En we zoeken ook wel steeds meer in de verbinding met de partners, zoals we die voor de jongeren die brug tussen online en offline beter in balans kunnen krijgen, zodat ze juist de jongeren die heel veel digitaal bezig zijn, ook zoveel mogelijk naar fysieke jongerenwerk kunnen leiden. Ja, dank u wel, maar heeft u dan ook een ruimte daarvoor beschikbaar of moeten jullie iedere keer op zoek naar een zaaltje? Nee, daar is een die hoedanigheid kijken we inderdaad naar de samenwerkingspartners hoe we daar samen op kunnen trekken, want wij daar zelf geen fysieke ruimte in voor inrichten, omdat wij echt vanuit die digitale leefwereld in eerste instantie werken.
Leiden. Ja, dank u wel, maar heeft u dan ook een ruimte daarvoor beschikbaar of moeten jullie iedere keer op zoek?
Dan heb ik dat 16. Ik had eigenlijk bijna dezelfde vraag, want als het online is, en dan denk ik, van de kinderen zitten tegenwoordig al 5, 6, 7, 8, 9 uur op die telefoon of wat dan ook. Zou het niet gezond zijn als ze, en misschien is de wethouder het daar mee eens, dat ze gewoon eens lekker naar buiten gaan en fysiek met elkaar gaan praten? Want praten, dat begint ook zo langzamerhand een moeilijk punt te worden bij kinderen. Ja, daar ben ik het zeker.
Ja, daar ben ik het zeker mee eens. Ons doel is ook zeker niet om jongeren zoveel mogelijk online bezig te laten zijn, juist om een gezonde balans tussen beide te krijgen. Dus juist daarom proberen we ook bijvoorbeeld sportieve activiteiten, zoals een fitnessles, online aan te bieden, maar wel in samenwerking met de lokale sportschool, zodat we de drempel verlagen zodat ze makkelijker naar die sportschool durven te gaan. Na een online sessie waarbij ze een lokale trainer in beeld krijgen met gezamenlijk gelijkgestemden in die groep online, ook fysiek kunnen aanhaken. Dus dat is ook ons doel om zoveel mogelijk die balans te krijgen. Ja ja.
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Meertens. Ik hoorde u zeggen: vrij toegankelijk is niet grenzeloos. En ik heb al een paar keer u beiden horen zeggen: tijd is kostbaar. Komt u tegen dat u gewoon te weinig tijd heeft om alles op te pakken? Wat zijn eigenlijk de obstakels?
Dank u wel. Wat we zien is dat de beweging naar de voorkant, zo noemen wij dat, al bezig is, maar wij krijgen er nog geen financiën voor. Dus daar zit wel een probleem. Wij kunnen dat niet eindeloos blijven doen. We proberen dat nu zoveel mogelijk te doen, maar daar zit natuurlijk een eind aan.
Gedrang. Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Van Nieuwstadt. Dank u wel voor uw mooie bevlogen verhaal en jullie mooie initiatieven. Er zijn natuurlijk best wel veel experts die tegenwoordig pleiten voor het verhogen van de minimumleeftijd voor sociale media. Nou, er zijn natuurlijk ook onderzoeken die aanwijzen wat daarvan de gevolgen kunnen zijn. Maar jullie laten natuurlijk ook zien hoe je dat juist op een hele mooie manier kunt inzetten, dus ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe jullie daar naar kijken.
Daar naar kijken. Dank u wel. Aan de ene kant begrijpen we die keuze om het te verhogen, maar we snappen ook dat het niet de één op de andere dag gedaan is. En daarnaast zien wij dat er ook heel behoefte ligt, inderdaad meer kennis vanuit ons als ouders, als volwassenen. Er zit daar één grote kloof tussen. We gaan naar onze jongerenrol bij de voetbalvereniging, naar de training kijken. We staan langs het veld te juichen, ook al hebben we misschien helemaal geen niks met voetbal, maar we zijn er wel. En datzelfde doen we eigenlijk niet voor die online leefwereld van jongeren waarin ze zitten. Dus als we ons met zijn allen iets meer in verdiepen, zorgt dat ook dat die kloof minder groot wordt, waardoor jongeren in die volwassen wereld ook beter begeleid worden. Dus daar zit een waar wij vooral in proberen in te zetten om daarin te zorgen dat professionals en ouders daar ook iets in kunnen. En om het op die manier aan te pakken.
Zijn er nog andere raadsleden met vragen? Anders ga ik dit blokje afsluiten.
Afsluiten. Ja, mevrouw Van Lunteren, SP, dank u wel, voorzitter. Ik heb nog één vraag voor mevrouw Meertens: hoe kom je bij Samen Oplopen? Moet je doorverwezen worden door een instantie, huisarts of...
Ben je Samen Oplopen, kun je op verschillende manieren terechtkomen. Eigenlijk bij Startkans Rijk de eerste 1000 dagen is de grootste verwijzer eigenlijk de verloskundige die aan ons doorverwijzen. Maar het kan ook het consultatiebureau zijn, maar we krijgen ook bijvoorbeeld verwijzingen vanuit het CJG. Dat is ook een grote doorverwijzer en vanuit de kerken, bijvoorbeeld hier in Zeist. En welzijn op recept is in grootte. Ja.
U wel ja. Dank, dan wil ik dit blok sluiten. Nogmaals dank voor de insprekers, maar blijf ook gewoon gezellig zitten, zou ik zeggen. Ik kijk naar de raadsleden voor vragen aan het college en ik zou eigenlijk een route willen voorstellen dat u eigenlijk, want ik weet niet of er heel veel vragen zijn, maar dat we alle vragen verzamelen, dan even kort schorsen en dat dan de beantwoording vanuit het college is. Ik zie als eerste mevrouw Kanters.
Dank u wel, voorzitter. Ik citeer heel even een klein stukje uit het voorstel: voor de uitvoering van dit beleidskader is voor de jaren 2026-2027 een uitvoeringsbudget aangevraagd en opgenomen in de begroting van 2026. Nou ben ik op zoek geweest in de begroting van 2026. Daar kon ik alleen het bedrag terugvinden van 25.000 en daarbij stond vermeld dat dit voor een programma is, plan is voor de regio perspectief voor samenwerking. Ik kon hier geen verdere specifieke dingen vinden die betrekking hebben op dit voorstel, dus mijn vraag hierbij is: is er een totaaloverzicht van de benodigde financiën en zouden wij deze toegezonden kunnen krijgen? De tweede vraag is: ik heb net een vraag gesteld bij Meander Samen Oplopen en daar hebben we te horen gekregen dat zij meer financiële middelen nodig hebben. Is dat bekend bij de wethouder?
Hoezo is het nu? We gaan uw gang. Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een tweetal vragen. Eentje sluit deels aan bij wat mevrouw Kant zei over de financiën. Er werd net ook al gezegd door een van de insprekers: middelen en verwachtingen moeten gelijktijdig gaan verschuiven. Ik vond dat een hele mooie, en dan is de vraag inderdaad: ja, is er een financiële buffer voor eventuele dubbele lasten? Want weet je, op het moment dat je gaat inzetten op preventie, nou ja, als je daarmee gaat schuiven, hoe zit dat precies? Dus dat was vraag één, en mijn tweede vraag gaat over het normaliseren, normalisering. Ja, hoe kunnen we dat nou concretiseren, weet je wel? Hebben we daar een monitoringsysteem voor? Nou ja, hoe kunnen we dat nou meten? Wat is normaal, wat is zorg?
Zorg? Tot zover, voorzitter. Dan haal ik mevrouw Ploeg, het is nog niet eens gesprek gedrang.
Gesprek gedrang. Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor dit beleidskader jeugd, het ziet er heel erg goed uit. Als we de cijfers zien van eenzaamheid, stress, suïcidegedachten, zien we hoe belangrijk het is om met grotere regelmaat hierover te spreken. Er is één zijde die wij wat onderbelicht zien. Het raadsvoorstel zegt: we willen dat alle kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk zijn. Maar hoe zit dat met geluk? Vanuit diezelfde bril een beetje van: waarom komt bijvoorbeeld zingeving niet voor? Het hebben van een doel en een nut in je leven, je waardevol voelen, hechte vriendschappen, eigen keuzes kunnen maken, dat soort elementen die echt van aard kunnen zijn anders dan de pedagogisch en de kansrijken. Hoe reflecteert
Mevrouw Van Lunteren (SP): Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik de wethouder bedanken voor de beantwoording van alle vragen die ik schriftelijk al ingediend had. Heel erg fijn dat ze zo uitgebreid en to the point zijn beantwoord, dus dank u wel daarvoor. Er zijn nog een paar vragen blijven staan en die wil ik nu graag stellen. Bij pagina 500, het kopje participatie, is één van de problemen die jongeren aangeven dat er een gebrek is aan ontmoetingsruimte, speelplekken, sportvelden, uitgaansgelegenheden. Wat gaat het college daaraan doen? Dan de volgende vraag. Bij pagina 12 onderaan staat dat sociale media als één van de oorzaken van psychische klachten wordt genoemd. Moeten we dan niet meteen de mobiele telefoons op alle scholen in Zeist verbieden en kunnen we dat überhaupt, als we dat zouden zien zitten?
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie vragen. De tweede vraag is wat langer en mijn vragen gaan niet direct over het stuk zelf, al hebben ze er wel raakvlakken mee. Uiteraard, want het stuk zelf, ja, de visie sluit aan bij waar we al mee bezig zijn en de koers die we al hebben ingezet. En er zijn ook heel veel inwoners en organisaties die met prachtige praktijkvoorbeelden laten zien hoe dit vorm kan krijgen. En natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Alleen ondanks alle mooie initiatieven en bevlogenheid kan natuurlijk niet altijd alles worden voorkomen. Helaas dus. Dat brengt me eigenlijk tot de volgende vragen: welke stappen zetten we naast uiteraard het inzetten op het verminderen van zorgvragen door middel van preventie concreet om ervoor te zorgen dat op het moment dat preventie onvoldoende is, wel de juiste zorg wordt geleverd? En dan speelt het CJG natuurlijk een belangrijke rol in het voorkomen van escalatie van problematiek. En hoewel de cliënttevredenheidsonderzoeken gelukkig hele hoge cijfers laten zien en ik uiteraard heel veel vertrouwen heb in de bevlogenheid en betrokkenheid van de CJG-medewerkers, heb ik ook een aantal verhalen gehoord waar, nou ja, in het kader van het stellen van de juiste diagnose is het belangrijk dat de screening voor welke hulp er nodig is, wordt gedaan door gedragskundigen met een BIG-registratie, dus bijvoorbeeld de psycholoog of een orthopedagoog. En het is ook de intentie, heb ik begrepen eerder al, dat die er ook altijd bij aanwezig is, maar in de praktijk is het helaas een aantal keer voorgekomen dat dat niet zo was. En ja, dan duurt het natuurlijk heel lang voordat je überhaupt op de juiste wachtlijst kan worden geplaatst, omdat je nog niet de juiste diagnose hebt. Ja, de wachtlijsten zijn natuurlijk ook al enorm lang, dus ik vroeg me af, ja, wat kunnen we met deze signalen? En de inzet op ervaringsdeskundigheid is natuurlijk heel mooi en heel belangrijk, dus ik ben ook benieuwd wat nu in de praktijk concreet daar nou welke rol dat concreet nu in de praktijk speelt.
Dank u, ik zag mevrouw Bakker. Volgens mij moeten we wel even een microfoon van uw collega gaan lenen. Yes
Dankjewel, ik heb twee vragen. Ik denk dat eentje aansluit bij de vraag van mevrouw Van Lunteren over ontmoetingsplekken in de wijken. Ik heb zelf in mijn eigen wijk zo'n loods gehad. Een tijdje. Die is nu weer weg, omdat daar toch ook best wel veel overlast kwam. En daar zagen we ook dat er een voetbalveld was. Daar maakten heel veel jongeren gebruik van. Toen gingen er ook jongeren in die loods zitten. En dat gaf spanning en ik merk bij meerdere jongeren dat ze zeggen van hé, er zijn weinig plekken voor ons, maar die plekken die worden gecreëerd, die worden dan door bepaalde groepen overgenomen waardoor andere jongeren weer weg worden geduwd. Hoe gaan we daarmee om? Dus een beetje nog verder van: hoe gaan we die ruimte nou inrichten? En mijn andere vraag is, in hoeverre kunnen we hier nog mee doorgaan als het geld niet komt van de Commissie Van Ark de tweede tranche? En of dat een heel groot effect heeft op wat wij hier aan het doen zijn.
Zijn dat alle vragen in de eerste termijn? Dat is zo. Vijf minuten schorsen. Ja, en dan schorsen we vijf minuten en dan krijgen...