Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Ik zou graag deze rondetafel willen voortzetten. Dank. We gaan naar de beantwoording van het college, dus ik ga kijken naar mevrouw Beltie. Gaat uw gang.
Het college, dus ik ga kijken naar mevrouw Welting, gaat uw gang. Ja, dank u wel, voorzitter. Kijk, allereerst zou ik even een algemene inleiding willen schetsen dat nou, wat u ook wel ziet, hè, is we hebben gewoon één jeugdzorgstelsel wat echt gewoon op de schop moet. We zien gewoon toenemend jeugdhulpgebruik. We zien kinderen die veel stress ervaren. We zien lange wachtlijsten ontstaan voor specialistische jeugdhulp. En we zijn ook wel tot de conclusie aan het komen, baat het niet, dan schaadt het niet, hè? Dus het is echt wel dat we moeten zeggen, we willen het anders met elkaar allemaal. Ik denk dat dit beleidskader ook echt schetst. De beweging, de lange termijn beweging en wat dat betreft was ik wel ook. Nou, was het fijn dat Meander Omnium en Samen Oplopen dat ook wel schetst. Het is een lange termijn beweging. Waar wij als gemeente iets te doen hebben waar we hier als raad, hè? Maar ook de partners die hier zitten, maar zeker ook de ouders en kinderen zelf, hè? Dat is met elkaar die maatschappelijke dialoog voeren en ook met onze scholen bijvoorbeeld over. Heb je nou een diagnose nodig of heeft iemand gewoon extra ondersteuning nodig en moet je die diagnose hebben om dat te kunnen doen? Of kunnen we ook gezegd, ja, wat heeft binnen deze context nou dit gezin of dit kind nodig? In plaats van dat het eerst door allerlei hoepeltjes moet springen om te krijgen wat er nodig is en de tweede is en dat sluit ook wel een beetje aan op de vraag van Seyst.nu over, wat is nou normaliseren? En ook wel de vraag van de ChristenUnie over geluk, want tuurlijk, geluk is geen doel op zich. De zingeving wel, hè? Er zijn best wat jeugdpsychiaters die ook zeggen dat streven naar dat perfecte dat ook de invloed van social media daarbij. Geluk is één resultaat wat komt, hè? Dus fijn als je die geluksmomenten kunt ervaren in het leven als jongeren, maar die gaat ook heel erg met vallen en opstaan. De veerkracht hebben om om te gaan met de leuke dingen, maar ook de minder leuke dingen in het leven. Dat is volgens mij wat we te doen hebben met elkaar in het opgroeien en opvoeden van onze kinderen en jeugd in Zeist. En dus is het ook wel, hè? Of dat dan is, hè, want dat was nog de vraag, moet het woordje geluk dan terugkomen? Omdat dat geluksdenken ook in de weg kan staan, hè? Als je psychiater De Wachter daar ook over hoort, hè, van dat streven naar ik moet gelukkig zijn en ik moet het allemaal perfect voor elkaar hebben. Zit je ook juist heel veel jongeren in de weg? En is het veel meer die zingeving in de definitie die ook in de beleidskader staat over die hechte vriendschap en die vriendschaps, hè, of die relaties, die je hebt met elkaar en die verbindingen is er wel in je persoonlijke sfeer, hè? Er staat. Ik moet even kijken op welke bladzijde die ook exact staat als ik daar even naar kijk, maar dat is veel meer. Die pedagogische basis. Die gaat dus over die verbondenheid en onderdeel zijn van die gemeenschap. En dan komt in die zin die zingeving. Hè, ik heb een bepaald talent, ik kan iets ontwikkelen en ik ben onderdeel van een groter geheel van de gemeenschap. Ja, die zijn volgens mij cruciaal en daaruit vloeit dan ook ja geluksmomenten voort, dus ik hoop dat ik daarmee de vraag voorzitter van de ChristenUnie over geluk heb beantwoord. En als hij niet bevredigend is, dan komt mevrouw Ploeg denk ik vanzelf wel even op de lijn. Het betekent ook dat de vraag van Seyst.nu over wat is dan normaliseren. Ja, dat is dus ook dat we zeggen. Kunnen wij voor onze kinderen en gezinnen ook juist die context creëren waarin ze mee kunnen doen en waarin we, hè, ze onderdeel zijn van die sportclub of waarin ze die talentvolle, hè, die talenten kunnen ontwikkelen? Dat is ook wel. En hoe meten we dat dan? Nou, we hebben natuurlijk verschillende zaken waarin we het kunnen meten. Allereerst is er natuurlijk gewoon de factsheet die we hebben. Over sociaal hun balans waarin we de uitgaven voor de jeugdhulp en ook kunnen zien, gaat er nou over een tijdje. En dat is natuurlijk niet op de korte termijn, maar dat is iets wat we natuurlijk de komende jaren ook willen monitoren. Gaan we ook daadwerkelijk een verschuiving zien van die hoogspecialistische of specialistische ambulante jeugdhulp, hè, die echt die tweede en derde lijns jeugdzorg naar veel meer die voorkant in de inkoopstrategie die u ook heeft vastgesteld als raad zetten we daar natuurlijk wel op in, want daar is het heel duidelijk dat we zeggen. Vanaf 1 januari 2027 hebben we die nieuwe inkoop van de jeugdhulp. Daarin gaan we ook echt die 10% verschuiving met oplopend naar 25% van het budget. Wat we nu inzetten voor specialistische jeugdhulp willen we eigenlijk veel meer aan die voorkant zetten. Dus nou, daarmee moeten we uiteindelijk. Dat is ook een beetje op de eerste vraag van Seyst.nu, hè, die verschuiving van budgetten ja, die is dus ook gewoon wel in andere stukken dan alleen dit stuk kunt u die terugvinden? En moet dat dus ook. De nieuwe inkoop moet daartoe leiden. Dat betekent ook wel een stevig gesprek met onze jeugdhulpaanbieders, want daar gaan we iets anders van vragen dan wat we tot op heden hebben gedaan. En daar gaan we ook in het CEG die de toegangspoort tot die specialistische jeugdhulp is, gaan we ook dingen anders doen, hè? Dus die gaan ook meer zelf laagdrempelige hulp bieden in combinatie met wat we hier in die sociale basis neer willen zetten. Dat even als antwoord voor Seyst.nu. Op de vraag, dan komt het ook wel op de vraag die het CDA stelde, maar heeft u voor die beweging dan ook voldoende budget gereserveerd, hè, mevrouw Kant vroeg daarnaar nou in de begroting van 2026 bij de meldingen van de kadernota op pagina 13. Dus als u nog specifiek wil weten waar het staat, kan ik dat ook nog even naar de raad toe doen komen. Schriftelijk maar kunt u zien dat we daar ook voor 2026 en 27? Budget gereserveerd hebben die staat voor 28 en 29 niet omdat we dan die nieuwe inkopen hebben. En de bedoeling is dat we dat dus uit het normale reguliere jeugdhulpbudget moeten kunnen bekostigen, hè? We gaan minder in die specialistische kant doen en meer in die in die sociale basis. Noem maar even. Dan als het dan gaat vervolgens ja, hé Marianne Junger geeft hier een signaal af. Dat is een terecht signaal, maar we zijn in een brede en ik denk dat het goed is dat we de raad daar ook, hè? Zodra we het uitvoeringsprogramma, hè, na het vaststellen van dit beleidskader gaan we natuurlijk ook met het uitvoeringsprogramma aan de slag. Daarin gaan we ook kijken en zeker op op het aanbod voor jeugd hebben we echt iets, hè. Hebben we een echte ontwikkelvraag, nou, daar gaan we ook met Meander over in gesprek. Daar speelt wel mee dat het. We ook het kritische gesprek met Meander voeren. Niet alleen moeten nou geld bij voor deze verschuiving. Maar ook, wat doe je nu, hè? Dus het gaat ook. We zijn ook in gesprek in den brede. Waar besteden we de middelen aan? Want het is ook nog gewoon een vraagstuk. Het kan niet altijd, maar dingen erbij. Het is ook, hè? We zijn met het buurt en wijkgericht werken, daar bent u recent ook over geïnformeerd als als raad ook bezig om goed te kijken met een integraal afwegingskader. Hoe gaan we nou wat in welke buurt doen? En, kan het zijn dat we een onsje minder doen in buurt X, omdat we zien. Daar loopt het eigenlijk goed, ook op basis van de cijfers en de signalen die de professionals geven. En ik moet erin buurt Y iets bij nou met die bril kijken we in den brede ook naar de inzet van Meander Omnium en gaan we vervolgens ook kijken, hé, als we nou met ons uitvoeringsplan aan de slag gaan, wat vraagt het van de inzet van onder andere Meander Omnium en moeten daar dan wel of niet middelen bij? Ik hoop dat dat even voor nu voldoende helderheid geeft over. Het signaal wat Meander Omnium afgeeft. Overigens niet onterecht signaal, maar ik probeer even aan te geven in het proces waar we zitten. Laat ik het dan zo stellen? Dan heb ik volgens mij de vragen van CDA. Seyst.nu en ChristenUnie beantwoord en dan de vraag van. De SP over participatie en jongerenplekken. Nou ja toevallig nou niet helemaal toevallig, maar was ik vandaag op pad met de jongerenwerkers. Op verschillende plekken in Zeist en zij geven gewoon zeker aan dat zij behoefte hebben aan meer plekken. Nou, we hebben een positief punt en ik weet niet meer of u het gezien heeft. Maar afgelopen vrijdag hebben we de nieuwe jongerenbus geopend, hè? Die op verschillende plekken in de wijken in verschillende wijken inzetbaar is. Tegelijkertijd, hè? Voorziet dat nog niet in de behoefte op alle soorten, hè? Ik sprak vandaag ook een jongerenwerker die aangaf dat dat ze graag ook meer gebruik wil maken van bijvoorbeeld de gymzaal van Van het Binnenbos, hè, in de kelder nou ook dat is zoiets waar we moeten kijken, hoe kunnen we nou die gymzalen of andere fysieke plekken meer toegankelijk maken? En ook de vraag van de VVD, hè? Ontmoetingsplekken in de wijk ja, ook daar moeten we die combinatie gaan maken van op welke plekken in welke in welke buurt. Ja, want een wijk is eigenlijk al een te grote entiteit in mijn optiek als het gaat over de inzet van jongerenwerk. Je moet echt op buurtniveau kijken. Kijk naar een wijk als Kerckebosch en Hoog Dennen. Ja, daar zitten echt specifieke hotspots waarvan je zegt, daar wil je de jongeren pakken en daar ook kijken wat je daar kunt doen qua fysieke ontmoeting en het is terecht, hè? We hebben in het verleden wel plekken gehad waar dan één, één jongeren ontmoetingsplek een JOP, hè, werd neergezet. En waar vervolgens gedoe ontstaat, dus ik denk dat het wel. Cruciaal is en dat moeten we in het uitvoeringsplan ook meenemen dat je die combi maakt tussen waar ga je die jongerenwerker op inzetten en welke fysieke plek zet je daar dan bij? En dat kan een bus zijn. Dat kan gebruik maken van het Binnenbos zijn, hè? Dat is nu nog best even een issue, maar dat is wel iets waarvan de jongerenwerkers eigenlijk zeggen, ja, we willen eigenlijk ook dat Binnenbos ook een plek kan zijn. In de Koppeling hebben we al zo'n plek voor jongeren, hè, die die daar die hebben al een soort eigen plek. Dat heet het FOP, maar ik moet even de de V ben ik even kwijt, maar ontmoetingsplek. Ik ben even de afkorting kwijt. En zo zie je dus dat we op verschillende plekken in de Kameleon in Den Dolder, hè. Er wordt bijvoorbeeld ook meegenomen bij de herontwikkeling van de dorps of de de ontwikkeling van de dorpshuis. Ja, daar is ook echt wel expliciet aangegeven. Ja, dat we daar ook een plek creëren voor jongeren om elkaar te ontmoeten zijn. Weer andere jongeren dan Zeist West of in in in Noord, maar zo zie je dat we steeds. Het is wel echt gewoon kijken. Wat is de behoefte van de jongeren en hoe kunnen we dat in de verschillende wijken? Faciliteren en soms is het ook, hè? Ik ben ben ook met de wijkmanager van bijvoorbeeld de Austerlitz in gesprek. Daar willen een aantal jongeren heel graag een calisthenics a la wat we in het Kouwenhovense Veld hebben. Nou dat dus zo zie je dat je per. Je moet er vooral ook niet aanbodgericht, maar vraaggericht kijken waar de behoefte zit van de jongeren en daar op op inspelen. Dan over de social media, die volgens mij ook door de fractie van NieuwDemocratischZeist nog even naar voren kwam. Ja, hij kwam ook van de SP, maar ook van NieuwDemocratischZeist geloof ik die daarop inzoomde. Ja kijk wat ik daarover kan zeggen, er zijn allereerst, dit is ook iets waar we over in gesprek zijn met scholen en ik weet niet of u zelf, hè, de raad de raadsleden een aantal raadsleden hebben kleinere, misschien wat oudere kinderen. Ik heb in ieder geval zelf twee pubers en daar is het inmiddels thuis of in de kluis is het beleid op eigenlijk alle scholen? Op in Zeist. Vervolgens hebben we natuurlijk de discussie en ik zie al lagere scholen, basisscholen die ook aan kanteling aan het maken zijn waarin de de landelijke wetgeving die er nu komt, hè? Een verbod op social media vanaf tot tot 15 jaar of tot en met 15 jaar. Dat meteen ook wel de vraag is ja, hoe handhaafbaar is dat? Hè? Dat is natuurlijk altijd de discussiepunt, maar ik denk wel dat het een bewustwording op gang brengt. Dat net als dat we dat destijds met de alcohol hebben gehad, hè? We zien hoe schadelijk het is. Nou is die leeftijdsgrens en daar is Tera Knopperts van van de GGD ook nou bij betrokken als het gaat om gezonde school is het ook een bewustwording om met elkaar die maatschappelijke dialoog te voeren en ontstaan er nu ook al bewegingen waarin vooral ouders en scholen de handen ineen slaan en zeggen, laten we nou voorkomen dat er op die lagere school al smartphones de klas inkomen, want we willen het niet. Nou, dat is een een tegenbeweging op de steeds jongere leeftijd. Van smartphones, hè? Want we hebben al gevallen waarin groep 5 al kinderen heel actief op Snapchat zitten. Nou, ik zie meneer Visser van Seyst.nu nu ook opknikken, terwijl dat eigenlijk je nu een tegenbeweging gaat zien, zeggen we daarmee God mobiele telefoons nu verbieden. Ja, dan ga ik heel realistisch zijn. Ja, jongens, volgens mij zijn we bezig om ook daar weer een langetermijnbeweging te maken, omdat we zien dat het niet gezond is voor jonge kinderen. Dus een verbod richting scholen. Scholen zijn hier al heel goed mee bezig. En, ik ben vooral benieuwd wat de landelijke wetgeving wanneer die gaat komen. Ook dat is iets waar we met bijvoorbeeld de GGD over in gesprek zijn. Die nemen dat ook mee, hè? Hoe ga je nou om met online gebruik, maar even voor voor de beeldvorming? We hebben het er zelfs al over met de kinderopvangorganisaties, hè? We hebben in het kader van de agenda jeugd onderwijs periodiek overleg met zowel kinderopvang, middelbare scholen en en. Basisscholen middelbare scholen GGD schuift daarbij aan. CNG schuift daarbij aan. En die kinderopvangorganisaties hebben dan ook apart nog overleg mee, want dan pakken we alle kinderopvangorganisaties en er zijn gewoon al hele jonge kinderen die ontzettend veel naar YouTube filmpjes zitten te kijken en continu op dat scherm zitten dus ook daar het gesprek over aangaan. Alle wat de schadelijke effecten zijn van te veel social media gebruik nou. Volgens mij vindt u daarmee aan aan uw zijde en tegelijkertijd zeg ik ja, het is ook op dit moment de wereld. Dan moet het niet alleen maar negatief zien, hè? Het online jongerenwerk. Ik hoorde mevrouw Brakers dat ook zeggen, ja, moeten die kinderen niet vooral naar buiten? Het is zo en tegelijkertijd zie ik ook, hè? Dat dat is ook iets waar waar, waar wij als nou volwassenen die online wereld en die offline wereld loopt door elkaar heen. En het heeft ook zijn voordelen, ze ontmoeten elkaar sneller. Het is ook heel makkelijk en laagdrempelig en van het online jongerenwerk om je je je zorgen zelf je ja te delen en dat kan dus het is ook voor een aantal jongeren een heel mooi instrument. Nou en, volgens mij moeten we daar een goede balans in vinden en net als met alcohol niet te vroeg, niet teveel, niet te vaak, hè? Zeg maar altijd, maar toch is het volgens mij het motto zou ook zo rondom social media eigenlijk? Dit zijn niet te vaak niet, niet te vroeg en niet te jong. Weet je dat is. Dat is volgens mij wel waar het over gaat. Nou, ik ben even aan het kijken voorzitter. Dat ging over. Volgens mij heb ik de vragen van de VVD ook al wel beantwoord, hè? De commissie van Ark ja, als die middelen niet komen, ja, dat is eigenlijk wel de de. Dat schets des te meer de urgentie om met deze beweging aan de slag te gaan, dus. Ik ben. Nou, ik ben hoopvol. Laat ik het zo stellen dat de de onderhandelingen met met het rijk zijn nog volop gaande hierover. De VNG zet daar vanuit de commissie zorg jeugd en onderwijs ook volop in. Ik zou ook bijna zeggen, ja, degene die ook connecties hebben met landelijk schetsen wel dat dit voor gemeentes gewoon echt wel een groot vraagstuk is. Als dat als die middelen niet komen, is het des te belangrijker dat we deze bewegingen gaan maken. Dan heb ik nog de vragen tot slot vanuit de GroenLinks, welke stappen zetten we om te zorgen dat de juiste zorg wordt geleverd? Nou geeft daar ook aan dat het CEG er een cruciale is om die zorg te verlenen. En ik denk dat het belangrijk is dat we. Daar kan ik een aantal dingen over schetsen. Misschien dat Hester Frank de, de manager van het CEG en het sociaal team daar ook nog iets op kan aanvullen, maar we zijn wel bezig. Nu, we hebben echt geïnvesteerd in een goede screening betekent ook dat er nu een aanmeldteam is, waar zowel. Het CEG, maar ook de jeugdgezondheidszorg als Meander Omnium vanuit de sociale basis altijd met een gedragswetenschapper kijken. Welke casussen komen er binnen en wat is hierop nodig, zodat je veel sneller die screening kan maken? Wat heeft specialistische jeugdzorg nodig en wat kan veel meer naar die voorkant? Elke wijk heeft ook een gedragswetenschapper, zodat we ja veel meer inzetten op die triage zoals dat heet, zodat je veel sneller kunt zien. Zijn er ondertussen wel wachtlijsten? Ja, dus we moeten ook deze. Die we willen maken is juist ook bedoeld, zodat er minder jongeren ook in die in die. Naar het CEG toe hoeven gaan en dat je veel meer al dingen kunt afvangen aan de voorkant. Nou, misschien dat jij nog een aanvulling daarop hebt of dat je zegt, nou, dat is wel in de kern, oh, dan moet je je je pasje erop leggen. Sorry. Één keer aan de zijkant links nee links zo en nu klaar ja nu laten en dan kan je op de rechterknop drukken.
Drukken. Ik moet nog even leren hoe dit werkt. Ja, ik werk pas sinds kort als manager in het sociaal domein hier en ik moet zeggen dat ik het heel mooi vind om te zien dat de beweging naar voren echt wel flink is ingezet met een programma door ontwikkeling van CEG en sociaal team. Er zijn drie grote maatregelen die we aan het nemen zijn en één is dat we gestart zijn met het versterken van de contactpunten. Echt kwaliteitsverbetering van het eerste contact met de inwoner, met als doel dat mensen gelijk op de goede plek komen. En ja, de hoofdmoot daarvan is dat we een sterkere triage aan het doen zijn en met de mensen die de wethouder net al noemde vormen we eigenlijk een team om te zorgen dat als het niet nodig is, we kunnen normaliseren of mensen toeleiden naar het voorveld. Als het licht complex is, doet de consulent van het CEG in samenwerking met de gedragswetenschapper zelf een stukje ondersteuning. En natuurlijk is er ook een groep waarbij er toch iets meer nodig is. Dan is de bedoeling dat er ook sneller toe geleid kan worden naar meer specialistische hulp. Ja, en de eigen begeleiding is een stuk dat ook in die maatregelen valt, wat verder ontwikkeld wordt. We willen ook meer toewerken naar groepsaanbod daarin. Want heel vaak komen we dezelfde vragen tegen en is dat ook heel prima in een groep op te lossen waarin ook weer die ontmoetingscomponent zit, wat eigenlijk heel versterkend werkt. De ervaringsdeskundigheid, die vanavond al genoemd werd, kan daarin ook een belangrijk onderdeel zijn. Het derde punt is dat we toch strakker willen gaan sturen op de caseload die er is, vanuit het idee dat we er niet alleen zijn voor de mensen die de consulenten in de caseload hebben en ook niet alleen voor de mensen die op de wachtlijst staan. We zijn er eigenlijk voor heel Zeist, voor alle inwoners. Dat betekent ook dat we daar strakker op moeten sturen om te kijken dat er tijd vrij blijft voor de mensen die het echt nodig hebben. Ja, dit is in een notendop, denk ik. Misschien even ter aanvulling, u bent niet Sam Kiers, maar dat stond net wel in beeld, maar het was heftig wrang. Mijn tas is in beeld, dat is ook heel fijn. Mooie tas, niet in Zeist gekocht.
Nee, dit is. Soms gaat de ondertiteling nog niet helemaal goed, hè? Geloof ik hier ja, nee, helemaal goed. Nee, en daarmee heb ik volgens mij de vraag ook beantwoord, voorzitter. De ervaringsdeskundigheid, daar wil ik nog één ding over zeggen, is dat in de inkoopstrategie voor jeugd en jeugdhulp WMO dat ook genoemd wordt, hè? Dat we veel meer willen inzetten op ervaringsdeskundigheid. Daar zit een professionele kant aan. Ervaringsdeskundigheid betekent dat je mensen ook echt opleidt tot ervaringsdeskundigen en daar iets in laat doen. Maar de grootste ervaringsdeskundigheid zit gewoon in het normale leven. Je buurvrouw, je vriendin, hè? Dat is zo krachtig aan samen oplopen. Gewoon iemand die zelf ook moeder of vader is waar je tegen kan aanhouden. Ik zat, nou ja, gisteren zaten we nog, hè? Was ik op werkbezoek bij die moedergroep, waar Angelique het over had, waar gewoon letterlijk het gesprek naar voren kwam over een moeder die zegt: "Ja, maar ik durf die kinderen nog niet los te laten bij, want ik zei: 'Ja, waar is die vader dan als jij een keer wil sporten?' Ja, nou, dat vind ik allemaal spannend." Waarop we natuurlijk allemaal een beetje zaten te lachen en zo, van: "Ja, hij doet het op een andere manier, die vader. Maar laat het even, weet je, er gaat niks mis." Dus nou, en dan is het heel mooi dat er een gesprek ontstaat tussen twee en drie moeders, inclusief mijzelf, die gewoon zeggen: "Joh, ja, dat is de eerste keer als je een klein kindje hebt, best spannend om even twee uurtjes die koffie te gaan doen of je eigen sport, maar het gaat wel goed." Dus het durven loslaten was echt een thema wat, nou ja, gisteren dan zo ontstaat. En dan is het heel waardevol dat niet een professional dat zegt, maar gewoon iemand die zelf ook moeder is en zegt: "Ja, ik weet nog dat ze klein waren of dat ik de eerste keer weer ging werken. Ik vond het heel erg spannend, maar het gaat wel goed." Dus dat is, vind ik zelf, hè? We hebben ervaringsdeskundigheid, kunnen we heel hoog overzien, maar de grootste waarde van ervaringsdeskundigheid zit gewoon in het informele en het nabije. Nou, daar wilde ik even.
Gaat uw gang. Ja, dank u wel. Ja, toch nog een vervolgvraag op die zingeving. Heb ik de wethouder goed begrepen dat u zegt dat zit eigenlijk geborgen in pedagogische basis en dit zijn de beleidskaders? Kunt u dan een klein doorkijkje geven in hoe dat wellicht een vorm gaat krijgen in een uitvoeringsprogramma?
Even, ik zit even na te denken over hoe we dat vormgeven. Ja, dat is op verschillende manieren, want we hebben bijvoorbeeld nu die pedagogische basis. Dat gaat eigenlijk ook over welke netwerken er nou rondom jongeren staan. Dus, hè? Dan heb je het over sport, dan heb je het over de thuissituatie, dan heb je het over school. Dus die pedagogische basis gaat dan ook over, ja, ik zit even te zoeken naar hoe ik daar antwoord op kan geven. Hebben we de netwerken rondom kinderen en jongeren voldoende georganiseerd, waardoor ze ook in staat zijn om, nou ja, hè, wat ik al zei, hun talenten te ontwikkelen, maar ook om netwerken aan te boren? En hè, voor sommige jongeren en kinderen is het best spannend om bijvoorbeeld lid te worden van een sportschool of van een club of wat dan ook. En juist daar, ja, met elkaar dat zo te creëren. Een mooi voorbeeld is bijvoorbeeld wat we doen met school en omgeving. Er zijn een aantal scholen die subsidie hebben gekregen van het Rijk om een rijke schooldag te organiseren voor hun kinderen op hun school, hè? En wat we daar zien is dat daar iets ontstaat waar die kinderen niet allemaal automatisch lid zijn van een club. Dus we hebben het ook echt bewust Club Zeist genoemd met het idee: ja, zij voelen dat ze ook onderdeel zijn van een groter geheel. Ja, nee, wanneer ga jij naar de club? Dus dat is maar een voorbeeld om aan te geven dat, hè, daar hebben we met elkaar ook een soort taal ontwikkeld. Gemeente, de aanbieders, hè, dus MeanderOmnium en Kunsthuis Ideeën doen er bijvoorbeeld veel, en de school waarin je een soort gemeenschappelijke taal spreekt. En iedereen heeft dezelfde training gekregen om de kinderen aan te sporen: wat is jouw talent? En voorbij bijvoorbeeld bepaald gedrag te kijken en te kijken van: hé, die kinderen krijgen dezelfde manier van aanspreken. Dat is een voorbeeld van die pedagogische basis en hoe dat vorm krijgt in de praktijk. Ik hoop dat ik daarmee een beetje tastbaar heb gemaakt dat je, nou, of we Samen Speelcode bij Vollenhoven, hè? Daar is een mooie nieuwe speeltuin gekomen achter bij Op Dreef en daar is gewoon samen met de kinderen en de professionals gekeken van: ja, hoe zorgen we nou voor heel veel ouders die zich druk maakten over het spelen in de speeltuin, omdat daar, ja, wel zo ruw, hè, jongeren en oudere kinderen. Nou, de Samen Speelcode is ook een voorbeeld van hoe je dan met elkaar zegt: hoe doen we dit eigenlijk? Wat vinden we belangrijk? Nou, is dat een antwoord op de vraag? En misschien, ik zie mevrouw Ploeg knikken.
Heer Visser, zij spelen. Ja, dank u wel, voorzitter, en dank wethouder voor beantwoording van de vragen. U zei inderdaad een verschuiving van specialistische zorg naar meer de eerstelijnszorg, hè? Dat die 25% die dan naar de preventie gaat. Met als doel verkorting van wachtlijsten, is dat dan één van de belangrijkste zaken waar we u? Nou ja, ik zal niet zeggen op kunnen afrekenen, maar moeten die wachtlijsten korten. Of is het daarmee ook? Nou ja, vermindering van kosten. Ik zit meer te denken inderdaad, ja, zonder het afrekenen, dat vind ik een vervelende term. Maar weet je wel waar? Waar staan we dan?
Weet je wel waar? Waar staan we dan over 4 jaar? Nee, maar ik vind het een terechte kijk, laat ik allereerst zeggen. De belangrijkste reden waarom we dit doen, is niet het verkorten van de wachtlijsten of de jeugdhulpuitgaven naar beneden. Dat moeten we ook doen, hè? Want het jeugdhulpstelsel is niet, maar is vooral dat wij volgens mij onze kinderen geen recht doen. Ik zou u allen ook willen inspireren om gewoon Bert Wienen te volgen die ook zegt: wij zitten in een enorm individualistisch medisch diagnosemodel waarin kinderen ondertussen hun eigen diagnose zijn. Dat zijn kinderen niet, ze zijn veel meer, ze hebben talenten, ze zijn voorbij hun gedrag. Dus de belangrijkste reden ook voor mij als wethouder jeugd is dat we willen dat kinderen veel meer in die... dat is die normaliseren. Dus veel meer vanuit de veerkracht die je aansporen dat, hè, daar sloeg we ook even aan of dat geluksdenken, hè, of dat geluk. Dat moet niet het doel op zich zijn. Het doel is veerkrachtige kinderen die opgroeien en hun talenten ontwikkelen en mee kunnen draaien in de samenleving en van daaruit een, nou ja, hè, tot volwassenheid bloeien en dan mee kunnen draaien. Wat we wel zien en dat is natuurlijk dus een navenant doel of een onderliggend doel is wel. Er zijn kinderen en gezinnen waarvan we weten dat ze een complexe ondersteuningsvraag hebben of hulpvraag hebben en waarin dat stelsel van complexere, hè, specialistische jeugdhulp ook toegankelijk moet blijven. Dus het is wel... en dat stelsel is nu niet houdbaar. We hebben het te ingewikkeld gemaakt. Teveel ketens. Het is versnipperd, dus daar op de vraag van waar kunt u dan onze bon afrekenen? Is het uiteindelijk wel dat in die factsheet van het sociaal domein noem ik hem, dan maak ik hem toch even heel tastbaar en concreet, is wel dat we willen zien over een aantal jaren dat wij minder kinderen in die specialistische jeugdhulp hebben. Dat we ook kunnen zien dat het CJG ook wat meer lucht en ruimte heeft zoals Hester Macrander ook aangaf van, hè, dat we ook laagdrempelige hulp kunnen bieden dat we veel meer ook in die netwerken hebben gedacht. Dus ja, en hoe we dat exact gaan vormgeven, gaan we in het uitvoeringsprogramma ook wel een vormgeven, maar er zit wel een hele duidelijke link met onze inkoop jeugdhulp WMO en wat hij terug gaat zien in factsheets van het sociale. Sociale in balans. Ik hoop dat dat voor nu.
Ja, dank voorzitter. En ja, dat is voor nu voor mij in ieder geval voldoende concreet. Ja, volgens mij mooi om vooral naar talenten van kinderen te kijken. Ik denk dat dat een mooie conclusie is.
Mevrouw Kant zei het al. Dank u wel, voorzitter, aan de wethouder. Dank voor de beantwoording van de vraag en natuurlijk het noemen van punt 5, kadernota. Ik heb hem even erbij gezocht. En er staat inderdaad dat er geld gereserveerd wordt voor de godspedagogische basis en voor jeugd. Maar eronder staat ook dat het preventief jeugdbeleid zou worden uitgewerkt. Wat er verder nog aan middelen nodig is na 2026. Dus vandaar ook eigenlijk wel een combinatie met de eerste vraag die al gesteld is: is er een totaaloverzicht van de kosten of hebben we nu inderdaad dit is de investering voor nu en komt er later nog een extra overzicht met...
Nou, kijk wat we sowieso, wat ik voor 2026 en 2027, hebben we dit budget nu gereserveerd. Dat is één, om die uitvoering, uitvoeringsplan ook te kunnen maken. Dat is één. Tweede is dat we natuurlijk ook, wat ik net schetste, ook het gesprek wat wij voeren met MeanderOmnium, maar ook met andere partners in die sociale basis. Wat voor aanbod voor jeugd gaan wij doen? Dat is niet alleen maar iets wat extra is, maar waar we ook moeten kijken. Dat is bijvoorbeeld ook het gesprek wat we met de GGD voeren. Dat is bijvoorbeeld ook zo'n vraagstuk. Neem bijvoorbeeld alle gesprekken die bij het consultatiebureau worden gevoerd. Ja, daar wordt nu al veel meer gekeken en het is ook nog een gesprek wat we hebben over, kan je dat ook groepsgericht doen? Kunnen bepaalde bezoeken, daar pak je meteen een aantal ouders samen, dus je dienstverlening op een andere manier inrichten. Dat is een gesprek wat we voeren met meerdere partijen, niet alleen met Meander of met Samen Oplopen, maar ook bijvoorbeeld met de GGD in het kader van Kansrijke Start. Pak nou bepaalde thema's en kijk eens met bepaalde groepen of je daar dat groepsgericht, want dat consultatiebureau, dat ziet volgens mij wel tien keer in die eerste paar jaar of misschien wel meer. Je kijkt in die eerste vier jaar kom je heel vaak bij dat consultatiebureau. Nou, een aantal van die bezoeken zou je ook collectief kunnen doen waarin je meteen ook laagdrempelig groepen samen hebt. Dus om maar even een voorbeeld te geven, dus wat we aan het doen zijn, is eigenlijk dit investeringsbudget wat we nu nodig hebben, tegelijkertijd kijken naar de bestaande dienstverlening die we hebben met verschillende partners in die sociale basis. En de derde poot heb ik net ook aangegeven, is dat we in die inkoopstrategie van jeugdhulp en WMO een verschuiving willen zien van die specialistische kant naar de voorkant. En dat moet ook echt tot uiting komen in de budgetten. Dus op die manier gaan wij en het uitvoeringsprogramma wat we gaan maken naar aanleiding van dit beleidskader zal moeten aantonen van, hé, hebben we daar dan nog steeds extra geld voor nodig? Ik verwacht dat we met de budgetten die we, die verschuiving die ik net schetste, nou dat dat moet kunnen. Maar we moeten het uitvoeringsplan nog wel gaan maken. Dus mocht het zo zijn, ja, dan kom ik natuurlijk bij de raad terug. Maar dit is wel de reden waarom we ook die koppeling maken tussen dit beleidskader wat we hier en dat doen de andere vijf gemeenten, andere gemeentes in Zuid ook. En die inkoopstrategie voor jeugdhulp WMO, dit is wel die zijn, wat we doen op die verschillende lagen in de regio, moet ook echt zijn uitwerking hebben hier in het lokale.
Dank voor de beantwoording. Dus eigenlijk is het gewoon van: nou, dit is de start en dan later zal altijd nog wel blijken van: goh, hebben we meer nodig of niet nodig? Dat is het eigenlijk. Zo kort gezegd, dat snap ik, dat snap ik.
Zo kort gezegd, dat snap ik, dat snap ik, maar laten we eerlijk zijn, weet je, de urgentie om dit te doen? Het kan niet zo zijn dat we de jeugdhulpbudgetten maar laten groeien en groeien en groeien. En tegelijkertijd ook de sociale basis laten groeien. Het geld, hè, en linksom of rechtsom houdt een keer op, dus we moeten ook realistisch zijn. Alleen ik vind, wat ik in het begin zei, ik vind vooral, het is niet vanuit die financiële kant, is niet te incentive. Maar zowel de noodzaak, de echte motivatie om dit te doen, is ook vanuit die inhoudelijke kant die ik net schetste. Ook richting zijspunt nu als het ging over dat normaliseren.
Mevrouw Van Lunteren (SP): Ja, dank u wel, voorzitter. En met uw welnemen wil ik nog graag een vraag stellen. Een toelichtende vraag over het beleidskader, kan dat? Dank u wel. Op pagina 26 staat namelijk een stukje waar ik het wel moeilijk mee heb. Er staat: "Veiligheid is dus een maatschappelijke verantwoordelijkheid waarin zowel inwoners, scholen en meer allemaal hun verantwoordelijkheid hebben. Deze verantwoordelijkheid vraagt om moedige inwoners en tactvolle en daadkrachtige professionals." En dan vraag ik mij af, zijn de inwoners wel moedig genoeg om bijvoorbeeld een groep jongeren op hun gedrag aan te spreken? Want ik moet eerlijk zeggen dat ik dat zelf niet ben en ik vermoed dat meerdere mensen dat niet zullen zijn. Je kan één grote mond krijgen als je geluk hebt, maar als je pech hebt kan je ook gewoon afgetuigd worden. En ik heb juist het idee dat veruit de meeste mensen denken: ik zie een probleem. Jongeren zijn vuurwerk aan het afsteken of ze zijn de boel aan het vernielen. Dus ik constateer een probleem, maar niet mijn verantwoordelijkheid. Maar tot hoever zou dan die verantwoordelijkheid van inwoners gaan? Mag je iemand alleen aanspreken of mag je ook een foto van mensen maken en dat dan naar de politie sturen? Mag je fysiek ingrijpen als je ziet dat er gevochten wordt? Ik zou graag een toelichting willen hebben van de wethouder over hoe ver die verantwoordelijkheid van inwoners nu gaat.
Als je ziet dat er gevochten wordt? Ik zou graag een toelichting willen hebben van de wethouder over hoe ver die verantwoordelijkheid van inwoners nu gaat.
Nou, hier zitten gelaagdheden in. Allereerst moeten we deze veiligheid niet alleen maar zien als jongerenoverlast of dat ze iets doen op straat. En hoe ga ik daarmee om? Want ik snap heel goed dat het best spannend kan zijn om een groep jongeren die ergens staat aan te spreken. En tegelijkertijd merk ik ook dat wij een groep jongeren die zich ophouden, daar heb ik vanmiddag ook met die jongerenwerkers op het werkbezoek nog over gehad, dat we dat heel snel zien als probleem en overlast en heel erg vreemden als er meer dan twee jongeren zich ergens ophouden, dan is het jongerenoverlast. Ik vind ook dat we een ander frame moeten hebben. Omdat ik zelf ook merk in mijn eigen ervaring dat op het moment dat jij jongeren aanspreekt, hé jongens, hoe is het? Het is ook wel dat je een heel open gesprek kan hebben. Dat is één. Ten tweede is dat wij zien, dat kwam ook vanmiddag heel mooi naar voren, dat de jongerenwerkers ook zichtbaar zijn in de buurt. Er zijn meerdere bewoners die zeggen, ja, ik vind dat spannend, maar die hebben het telefoonnummer van die jongerenwerker, hebben daar een kort lijntje mee en dat is ook een manier om het gesprek aan te gaan met jongeren. Hé jongens, jullie staan hier nou altijd hier op te houden, maar dat is niet zo'n prettige plek, want hier wonen allerlei mensen. Daar is een veel stillere plek. Ga daarheen en letterlijk zijn er gewoon plekken in de wijk. Wij zijn gewoon het gesprek over aangegaan met jongeren en de overlast is verminderd. Dan nog even een ander aspect, voorzitter, vind ik wel belangrijk. Deze veiligheid gaat niet dus alleen over veiligheid op straat en met jongeren, die gaat over veiligheid in den brede. En ik merk dat zelf, nou, in het verleden ook in de jeugdzorg gewerkt, bijvoorbeeld ook met vechtscheidingen te maken gehad en één van de dingen die mij daar opgevallen is, is dat we het heel ingewikkeld vinden om ons te bemoeien met andermans kinderen of ons te bemoeien met de scheiding van vrienden om ons heen en ergens is dat wel de moed die we met elkaar moeten hebben, dat ik wel eens tegen mensen zeg, ja, ik ben dan misschien iemand die daar een beetje bemoeizuchtig in is, maar het zijn altijd, en als mensen gaan scheiden, dat kan allemaal, dus ieder zijn eigen keuze, daar heb ik geen oordeel over, maar hou je mond over je ex tegen je kinderen bijvoorbeeld, want heel veel van die vechtscheidingen komen ook daaruit voort. Zijn wij als inwoners, staan wij dan om mensen heen om te zeggen, hé joh, het is allemaal leuk en aardig, maar denk even een beetje aan je kinderen, vinden we ingewikkeld, terwijl we tegelijkertijd weten dat als er mensen omheen gaan staan die je een beetje kunnen helpen, zeggen joh, bel mij maar als je denkt nou. Dat ik pak hem even als voorbeeld, maar het gaat dus ook over die veiligheid. Als je dingen signaleert, kijk je weg of zeg je, hé, dat is niet oké, dus het bredere vraagstuk over, er gebeuren dingen en ik maak me daar zorgen over en dan weet ik de weg ook te vinden naar bijvoorbeeld professionals. Of ik durf ook iemand daarop aan te spreken. Dat is wel hoe het hier is opgeschreven. Dus het gaat ook over, we kunnen niet alleen maar naar de overheid kijken of naar de professionals kijken. We hebben met elkaar de verantwoordelijkheid om ook dingen te signaleren. En tuurlijk moet die professional waar nodig dan ook ingrijpen. Of dat nou een jongerenwerker is of het is Veilig Thuis of wat dan ook. Maar het is wel iets wat we met elkaar ook doen, dat is wel zo is hij hier bedoeld. Dus ik hoop dat dat wat meer duiding geeft van hoe dit.
Ja, dank u wel, wethouder. Het is mij wel duidelijk, maar ik ben toch wel bang dat heel veel inwoners een beetje moed moeten krijgen of opgevoed moeten worden in het aanspreken van anderen. Dus dat is ingewikkeld. Ik vraag me echt af hoe we die hele Zeister gemeenschap...
Ja nee, het is een beetje een herhaling van zetten, dus ik denk dat het vooral een mening is. Bestuurszijde, zijn er nog vragen? Kijk, de heer Bas van der Schild gaat.
Bas van der Schild: Ga je gang. Ja, dank, dank voorzitter. Ik heb nog een vraag. Als iemand specialistische zorg nodig heeft en in de jeugdzorg zit, inmiddels 17 is, staat op de wachtlijst, indicatie wordt afgegeven voor behandeling. Op een gegeven moment start de behandeling, vertrouwensband, noem maar op, en degene wordt 18. Dan eindigt de jeugdzorg en dan gaat het over in de WMO. Is die overgang een beetje soepel geregeld of komt degene dan weer achteraan de wachtlijst? Hoe gaat dat in de praktijk?
Nee, het is zo dat verlengde jeugdzorg altijd mogelijk is. Dus het is niet zo dat als jeugdhulp is ingezet op 17 en die behandeling loopt nog door, dat dat dan per definitie stopt. Dus verlengde jeugdzorg is wel degelijk mogelijk als dat van toepassing is. En soms kan het ook zijn, hè? Want het is wel zo dat er een andere financieringsstroom is, hè, en iemand gaat over naar de WMO. Wat ook gebeurt, is dat er dan gekeken wordt van: hé, kan dat dan vanuit een andere aanbieder? Of soms is het ook dezelfde jeugdhulpaanbieder die ook andere zorg kan leveren en dat gekeken wordt van: hé, hoe wordt dat soepel geregeld? Dus het wordt per casus bekeken of de verlengde jeugdzorg nodig is of dat ook al gekeken kan worden naar de WMO. Dat is eigenlijk...
Voldoende, meneer Van der Schild. Ja. Ik zit hier alleen mee dat, hè, als een bepaalde behandeling is opgestart dat dat het vertrouwen weer is met de behandelaar. En als het dan via de WMO een andere zorgverlener is, dan is er ook vaak een andere behandelaar, dus ja, dan begint zo'n traject en een vertrouwensband opbouwen. Noem maar op, vaak weer opnieuw. Dus ja, voortzetting van de zorg die ingezet is, zou wel heel wenselijk zijn. Dat is ook wel wat er meestal gebeurt, maar dat kan dus gewoon met verlengde jeugdzorg en wat er tegelijkertijd ook belangrijk is, is dat er nou gekeken wordt naar jeugduitstroom uit bijvoorbeeld de jeugdhulp met verblijf. Ja, daar proberen we juist ook heel goed te kijken en op tijd. Daar zit, daar zit nog een, hoe heet dat, een uitdaging dat de kinderen ook, hè, jongeren sneller kunnen uitstromen naar bijvoorbeeld begeleid wonen. Nou, dat is ook wat collega Hoogstraten en met de woonzorgvisie.
Dat is ook wel wat er meestal gebeurt, maar dat kan dus gewoon met verlengde jeugdzorg. Wat er tegelijkertijd ook belangrijk is, is dat er nu gekeken wordt naar jeugduitstroom uit bijvoorbeeld de jeugdhulp met verblijf. Ja, daar proberen we juist ook heel goed te kijken en op tijd. Daar zit nog een, hoe heet dat, een uitdaging dat de kinderen ook, hè, jongeren sneller kunnen uitstromen naar bijvoorbeeld begeleid wonen. Nou, dat is ook wat collega Hoogstraten met de woonzorgvisie heeft gedaan, van, hé, dat je goede inventarisatie hebt waar de behoefte aan is. Dus nou, anders ga ik teveel de details in.
Juist. Ja, dank. Ik heb nog eventjes een vraag. Ik ben trouwens heel blij dat heel vaak in deze nota wordt gesproken over de ouders, dat die als eerste worden genoemd. En daar heb ik even een vraag over, want we willen dus naar de preventie, maar zijn nou juist de ouders niet de eerste stap? Ik zeg altijd heel simpel: de opvoeding begint in de baarmoeder, maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. Maar zijn er ook, misschien heb ik er overheen gelezen, maar zijn er ook speciale bijeenkomsten alleen voor ouders, dus zonder de kinderen, waarin ze dus op allerlei opvoedkundige dingen worden gewezen? En nou ja, ik zeg altijd maar: een goed voorbeeld doet volgen. Zie je niet altijd in het verkeer en op de trottoirs, maar dat is dus wel zo. Dus als de ouders dus wat handvatten krijgen van, hoe kan je of een oud CDA-gebeuren dat ik het noem, de waarden en normen even wat proberen te herstellen? Kijk, dat zijn termen.
Ja, ik zie het CDA al kijken. Ja, ja, ja, nee. Allereerst zijn er wel degelijk ook oudergroepen en zeker moeder- en vadergroepen. Ik denk dat Samen Oplopen een mooi voorbeeld is, hè, die op een hele laagdrempelige manier en sowieso hebben we in Zeist al een aantal jaren een hele, ja, volgens mij goed werkende coalitie van Kansrijke Start. Dat zijn de eerste 1000 dagen. Wat dat betreft begint het wel in de baarmoeder, dus dat is in die zin. Heeft u niet een onterecht punt, hè? Gezond zwanger worden is al heel bepalend, maar daarbij ook de gezondheid tijdens de zwangerschap. Daar hebben we steeds meer aandacht voor. Ook dat je ziet dat bij die Kansrijke Start dat je al een community vormt met, hè, de verloskundige die verschillende moedergroepen of zwangergroepen hebben. En Centering Pregnancy en vervolgens ook Centering Parenting, dus dat zijn zo'n bepaalde methodiek waarbij je juist ook met moeders samen zit en eigenlijk wat we zien. En dat is nu, hè, we zien dat rondom die zwangerschap en daarna dat dat al heel gebruikelijk is. Maar eigenlijk zou je dat veel meer voort willen zetten, ook in latere leeftijden. En dus ook zijn we die beweging aan het maken, zowel in wat ik net schetste. De dienstverlening van de GGD kan je daar veel meer ook in groepsverband doen, maar ook in aanbod voor ouders op andere terreinen. En dat is volgens mij de beweging die we moeten gaan maken. Ik zie een aantal scholen die daar bijvoorbeeld al heel goed mee bezig zijn. Hoe krijg je nou op de plek waar kinderen zijn, hè? Dus het concept familieschool zijn we nu in Vollenhove aan het uitbouwen en willen we ook op andere plekken in Zeist doen, waarbij eigenlijk de school de plek is waar ouders toch al komen. En je ook via jeugdgezondheidszorg opvoedondersteuning, maar ook op school kunt kijken met school CJG'ers. Ja, kun je hier nou een aanbod hebben voor ouders, waarin ze elkaar gewoon laagdrempelig kunnen ontmoeten en, hè, bepaalde opvoedvraagstukken of dat nou social media is of het gaat over naar bed gaan of dat soort dingen gewoon aan de orde kunt hebben? Want we hebben soms ouders ook, ja, wat, hoe zeg je dat, wat handelingsverlegen gemaakt? Dat soms ouders ook denken dat ze overal een professionele coach bij nodig hebben. We hadden het laatst met de GGD'er ook over dat al die ouders hebben dan een slaapcoach dat je denkt, nou, misschien gewoon rust, reinheid, regelmaat en gewoon met elkaar tips uitwisselen. Ja, nogmaals, dan kom ik op de ervaringsdeskundigheid. Die zit in dat informele netwerk, dus terecht punt dat we zeker ook op ouders moeten inzetten en ook dat is onderdeel van de beweging.
We willen maken. Ik heb geen vraagstellers meer op mijn lijst staan en dan kijk ik of dat klopt. Dan heb ik wel een vraag aan u als raadsleden. Wilt u hierover in debat of mag het gelijk doorgeleid worden naar de raadsvergadering van 3 maart? Dat is het geval. Dan ga ik wel danken, dank aan de insprekers. Dank aan het college en de ambtelijke organisatie. De volgende vergadering start om 09.30 uur en dan gaat er ook een voorzitterwissel plaatsvinden.