Nieuws in één oogopslag

Het Journaal toont kort en krachtig wat er speelt.

Journaal

Raadsinformatie

Alles kunnen vinden en niets missen. Met analyses & samenvattingen.

Maak een dossier

Verzamel informatie over een specifiek onderwerp.

Dossiers
Kies een vergadering : 20-06-2023, Vergadering Debat (o.a. RV Jaarrekening, Bestuursrapportage en Kadernota - algemene bechouwingen) 20-06-2023
Met elkaar in debat zijn
  • Koos Janssen - Burgemeester
  • Walter van Dijk - Wethouder
  • Marcel Fluitman - CDA
  • Roy Luca - Seyst.nu
  • Jan Bredius - NieuwDemocratischZeist
  • David Tompot - SP
  • Laura Hoogstraten - Wethouder
  • Ernst van Splunter - VVD
  • Wilma Breddels - PvdA
  • Hannie van Kippersluis - ZeisterBelang
  • Angèle Welting - D66
  • Hanny Roelofsen - Seyst.nu
  • Roel van Nieuwstadt - GroenLinks
  • Wouter Catsburg - Wethouder
Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie. Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven. Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.

uur Beantwoording/reactie college op algemene beschouwingen en vragen


Koos Janssen - Burgemeester

Beste mensen, hartelijk welkom bij het tweede deel van de Algemene Beschouwingen. We zijn vanmiddag om twee uur begonnen met de jaarrekening van 2022 en vanaf drie uur met de Algemene Beschouwingen. Ja, van elf politieke fracties over de kijk op het leven in Zeist en een visie op de financiële en inhoudelijke perspectieven. Dat hebben we rond zes uur afgesloten en nu krijgen we de eerste termijn van het college, als reactie op de Algemene Beschouwingen. We doen dit in de volgorde waarin wethouder Financiën Walter van Dijk als eerste spreekt, gevolgd door wethouder Laura Hoogstraat, wethouder van Shell Wilting en wethouder Wouter Catsburg. Ik sluit de rij namens het college. Daarna, als we dat achter de rug hebben en u wilt interrumperen, dan kunt u dat doen. Als we er geen zin in hebben, dan negeren we dat. Nee hoor, dat is natuurlijk niet waar. Maar geef ons alstublieft de kans om in het verhaal te komen, want u heeft echt iets neergelegd dat de moeite waard is om ook van onze kant van een reactie te voorzien. Als we die ronde gehad hebben, komt vervolgens een eerste gedachtewisseling over het amendement aan de orde. Dus we doen het in deze volgorde. Even kijken... Ja, gaan we het zo doen? Mooi. Ik geef het woord aan Walter van Dijk. Dank u wel. Denk eraan dat u moet staan, uw pakje en uw pasje mee moet nemen. U moet uw pasje meenemen. Dank u wel voor uw bijdrage.

Walter van Dijk - Wethouder

Ik ga nu alle tijd nemen. Laat ik beginnen met in ieder geval heel hartelijk dank te zeggen voor alle constructieve en verbindende woorden die vanuit alle fracties naar voren zijn gekomen en die door ons ook echt zijn gehoord. Dank ook voor alle complimenten aan de ambtelijke organisatie voor de kwaliteit van de stukken; die woorden zijn zeker door hen gehoord, hebben wij gemerkt tijdens het diner zojuist, en niet alleen gehoord, maar ook zeer gewaardeerd. Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik zou willen zeggen, maar toch ook een paar inhoudelijke dingen, te beginnen met de financiën. Onze omgeving kenmerkt zich op dit moment enerzijds door hele grote maatschappelijke opgaven, zoals we straks al hebben genoemd, en anderzijds door een behoorlijke financiële grilligheid wat betreft het rijk. In die zin is iedere circulaire ook voor ons, niet alleen voor u, toch wel een verrassing, en dat zou het eigenlijk niet moeten zijn, zeker niet in de mate waarin het op dit moment zo is. Ja, het optimisme over circulaires; we werden er in mijn beleving een beetje van beticht dat we daaraan zouden lijden. Dat delen wij niet, dus ook voor de rest van dit jaar is het echt afwachten wat het rijk gaat doen, in welke mate bijvoorbeeld de opschalingskorting zou kunnen verdwijnen en ook waar het gaat om de jeugdzorg en de Wmo zijn er nog de nodige vraagtekens. Dus wij willen daar, zoals eerder vanavond ook gemeld, zeker niet reikhalzend naar uitkijken, maar in plaats daarvan gewoon zelf aan de slag gaan met een aantal voorbeelden die vanmiddag ook genoemd zijn. Daarbij zullen wij ook zeker werken aan ons voorspellend vermogen, een woord dat een aantal keer naar voren is gebracht, in navolging overigens van de accountant die daar ook aandacht voor vraagt. Dat is ook heel logisch, want als je kijkt naar de cijfers waar we mee werken, van begroting naar kadernota en van kadernota naar begroting over de afgelopen jaren, dan zie je dat daar dezelfde grilligheid in zit die ik net benoemde. Als college hebben we, dat is goed om te noemen, misschien hebt u het al eerder meegekregen, drie nota's in voorbereiding die alle drie in het derde kwartaal naar de raad toe komen. In het vierde kwartaal staan ze, afhankelijk van uw reactie daarop, ter besluitvorming op de agenda van de raad. De eerste nota gaat over risicomanagement en weerstandsvermogen, een onderwerp dat vanavond veel aan de orde is geweest, maar dat hoeven we dus ook niet vanavond of bij de raadsvergadering volgende week af te ronden. Dat krijgt nog heel uitgebreid aandacht later dit jaar. Het tweede onderwerp gaat over reserves en voorzieningen, een onderwerp dat vandaag misschien wat minder aan de orde is geweest, maar wat heel erg te maken heeft met het voorspellende vermogen. De egalisatiereserve ICT is nog wel even aan bod gekomen en heeft daarmee te maken; het is feitelijk al een invulling daarvan. Het derde onderwerp is een ingewikkelde: het gaat over risicobereidheid. Dus in welke mate zijn we bereid om bepaalde risico's te nemen? Alle drie zullen in het derde kwartaal naar de raad komen. Misschien nog iets over de cijfers zelf, want daar moet geen onduidelijkheid over bestaan. Over die 18 miljoen heb ik het al gehad, maar er is nog een getal dat niet helemaal correct naar voren is gekomen, en dat gaat over 2027. We gaan van 12 naar 8,5 miljoen, maar dat is dan wel voor de meicirculaire, dus misschien nog even goed om te vermelden. Ik zei zojuist dat de bedragen onder de streep, dus na verwerking van de meicirculaire, over de periode 2024 tot en met 2027 variëren van 3,2 miljoen negatief tot 4,2 miljoen negatief. Om daar misschien nog iets concreter over te zijn: in 2024 is het 4.174.000, in 2025 4.115.000, in 2026 3.271.000 en in 2027 3.635.000, dus een behoorlijke consistentie, maar opgeteld wel zo'n 15 miljoen negatief. Dan kwam de klinker onder andere aan de orde. Ik weet niet zeker meer of dat nou in relatie met het woordje 'stadspaleis' was, ik geloof het niet. Maar ja, wel een pand waar iets speelt. Dat hele gebied daar speelt iets. Dat staat ook in het coalitieprogramma en daar zijn we inmiddels ook volop mee gestart. Dan hebben we het over concreet een gebiedsvisie voor dat gebied. Hoe groot dat gebied zal zijn, of het Emmaplein daar bijvoorbeeld en de Voorheuvel ook onderdeel van uitmaken, moet nog bepaald worden. Maar één ding is zeker: het marktplein maakt daar onderdeel van uit. Dat maakt dat het ook direct gerelateerd is aan het pand van de klinker. Wat we daarmee gaan doen? En ja, vervolgens raakt dat aan heel veel zaken. We hebben ook een nieuw bestemmingsplan nodig in het centrum. We werken aan een evenementenbeleid. Dat is onderdeel van het evenementenbeleid. Kijken we ook naar locatieprofielen, dus als je dan een evenement hebt, waar organiseer je dat dan? Welke locaties zijn dat, hoe sluit dat dan op elkaar aan als je een bepaald evenement hebt? En hoe kun je bijvoorbeeld ook richting omwonenden dan tot voorspelbaarheid komen? Dat is gewoon, weet je, oké, ik woon ergens in de buurt, maar dat betekent dan dit maximaal wat betreft aantallen evenementen of bijvoorbeeld volumes wat betreft geluid. En nou ja, als afgeleide daarvan weer, zo hangt alles met elkaar samen. Ontstaat er dan ook duidelijkheid wat betreft de plek van de warenmarkt, iets waar we onlangs de raad ook over hebben geïnformeerd. Maar dat ging wat meer over de korte termijn. En ik heb het nu dan over de lange termijn. Als het gaat over economie, dan is daar niet heel veel over gesproken, anders dan dat het wel over de wijkwinkelcentra ging. Althans, het ging over enkele wijkwinkelcentra. De Klomp is kort genoemd, maar met name toch wel wat zorgen en die herkennen wij over Kerkenbos, en dan gaat het over het winkelcentrum, maar ook wel over de woningen in de directe omgeving en veiligheid. En het ging ook over het Vrijheidsplein, waar wat recenter ontwikkelingen zijn ontstaan. Wat betreft Kerkenbos, dat werd vanuit de VVD ook al aangegeven, merken wij dat er vanuit de raad en overigens ook vanuit het college volop contact is met de ondernemers en niet alleen met de ondernemers, maar ook met mensen in het veiligheidsdomein en zeker ook met de eigenaar, of moet ik zeggen eigenaren, van het betreffende gebied. Daarmee wil ik niet zeggen dat daarmee het lek boven is, maar wel dat we er bovenop zitten. En we werken aan goede oplossingen, waarbij met name vanuit het ondernemersplein ons accountmanagement, zeg maar voor ondernemers, een heel directe verbinding aanwezig is met andere ondernemers. Dus dat zou de komende maanden tot meer perspectief moeten leiden. Wij zijn daar niet per se pessimistisch over, integendeel, zou ik bijna zeggen. Vrijheidsplein is, zoals gezegd, een wat recentere ontwikkeling. Daar heeft een ondernemer een plan opgevat om echt flink aan de slag te gaan met dat gebied en vanuit het ondernemersplein hebben we eerst contacten gelegd met ondernemers op het Vrijheidsplein, omdat het hen zeker gaat raken. Maar ja, daar kunnen we ons heel goed voorstellen dat er allerlei vragen spelen bij de ondernemers en we brengen die partijen, dus de ontwikkelaar en de ondernemers, actief bij elkaar. Eigenlijk is dat niet onze rol, die zou eigenlijk gewoon van de ondernemers vandaan moeten komen, maar we nemen de moeite om partijen bij elkaar te brengen. Dan de Willem-Arts-schroeven. Daarin... [Tekst lijkt hier onvolledig te zijn afgebroken.]

Marcel Fluitman - CDA

Dank u wel, Voorzitter. Ik wil even terugkomen op de veiligheid in winkelcentra. Ik heb al lof uitgesproken over hoe goed dat gaat in Kerkenbos, waar er goed contact is. Maar kunt u iets meer vertellen over de contacten met de ontwikkelaar daar? Hoe gaan we om met de leegstaande winkels in het winkelcentrum? U weet dat er al winkels leegstaan. Er heerst grote onzekerheid bij de huidige winkeliers die daar gevestigd zijn. Zoals ik van hen hoor, worden ze van het kastje naar de muur gestuurd. Hoe kijkt u aan tegen de ontwikkeling van dat winkelcentrum in Kerkenbos? En ten tweede, u geeft aan dat er contact is geweest met de ondernemers bij het Vrijheidsplein. Kunt u daar iets meer over vertellen? Wat doet de gemeente voor die ondernemers en hoe brengt u hen in contact met de ontwikkelaar, in plaats van alleen maar naar de ondernemers te luisteren? Want voor hen bestaat er grote onzekerheid over of zij in de toekomst daar nog kunnen blijven. En wat ik dan weer hoor van die ondernemers, is dat zij bijna in een soort noodgedwongen kramp op zoek gaan naar andere locaties, wat volgens mij niet goed is voor het winkelcentrum en de leefomgeving daar. Dus ik hoor graag meer over de concrete acties die u als college onderneemt om verbinding te leggen en te kijken naar het behoud van de ondernemers daar, zodat zij goed kunnen blijven ondernemen in dat gebied. Dank u wel.

Walter van Dijk - Wethouder

Allereerst u. Ik denk dat we de analyse hebben uitgevoerd, nietwaar? Het is dus misschien goed om dat te benadrukken. We zijn het erover eens dat er in Kerkenbos iets nodig is. Dat hebben we samen vastgesteld, maar dat is een mening die eigenlijk iedereen deelt die daarbij betrokken is. Vanuit het college zijn we vooral in gesprek met de eigenaar, omdat die uiteindelijk nodig is. Het betreft immers privé-eigendom, wat zowel voor de winkels als voor de woningen daarboven geldt. Ja, de private eigenaar zal op een bepaald moment actie moeten ondernemen. Wat wij als gemeente moeten doen, is zorgen voor goede kaders. We hebben niet de indruk dat het daar aan schort of dat daar het knelpunt ligt. We moeten ervoor zorgen dat we in gesprek blijven met de ontwikkelaar en de ondernemers. En dat, zoals ik aangaf, doen we volop. Met de ontwikkelaar is bijvoorbeeld zeer recent nog gesproken. De ontwikkelaar is ook bezig met de planvorming. Ik kan daar nu inhoudelijk niet veel over zeggen, anders dan dat ik, zoals ik net al zei, daar niet per se pessimistisch over ben en dat we de raad en zeker de ondernemers goed op de hoogte proberen te houden. We mogen niet vergeten dat het ook aan de ondernemers zelf is, zelfs voor het Vrijheidsplein, om de winkeliers, die in die panden zitten en daar hun winkels exploiteren en hun brood verdienen, op de hoogte te brengen van wat er speelt. Wij zijn nu zowel in Kerkenbos als op het Vrijheidsplein bezig de gaten te dichten, en dat is ook niet goed. Daar spreken we de betreffende ontwikkelaars en eigenaren ook op aan. Wat het Vrijheidsplein betreft, dat kent een andere fasering dan Kerkenbos, maar de analyses zijn niet anders. Dus daar moet contact zijn tussen de eigenaar, de ontwikkelaar en de winkeliers. Die ontwikkeling is echter van recentere datum, dus de mate waarin er vanuit het ondernemersplein contact is met de winkeliers op het Vrijheidsplein is niet zo intensief als die inmiddels in Kerkenbos tot stand is gekomen. Zoals ik aangaf, gaan we ervoor zorgen dat die verbinding wel ontstaat, maar ook daar wijzen we de eigenaar en de ontwikkelaar op hun eigen verantwoordelijkheden richting de winkeliers.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, dank voor uw antwoord. Fijn om te horen dat die contacten er zijn. Bent u zelf bereid om een keer met enkele winkeliers in het Vrijheidsplein te spreken over wat hen overkomt? Want ik heb het idee dat er nog een kloof bestaat tussen de beleving, zoals u die nu schetst, en de rol van de ontwikkelaar enerzijds en de beleving van de winkeliers zelf anderzijds. Ik denk dat u een rol kunt spelen in het belang van het behoud van een gezond en goed winkelcentrum, zowel richting de ondernemers als richting de ontwikkelaar. Nu heb ik het gevoel dat er in een driehoek gesproken wordt, maar niet mét elkaar. Dus zou u de smeerolie in deze situatie kunnen zijn?

Walter van Dijk - Wethouder

Ja, laten we niet vergeten dat het sneeuwt, want onbedoeld kan dat ondergesneeuwd raken terwijl we in feite bij Kerkenbos op zoek zijn naar een kwaliteitsimpuls.

Marcel Fluitman - CDA

Laat ik het even hebben over de verzetswijk.

Walter van Dijk - Wethouder

Ik kom op uw vraag terug, maar ik vind het wel belangrijk om dat even te markeren. In Kerkenbos zien we dat de omgeving eigenlijk degradeert; de kwaliteit van de leefomgeving gaat daar de verkeerde kant op. Dat is voor ons de aanleiding om met de ontwikkelaar in gesprek te gaan. In beide gevallen zie je ook dat er gewoon een goede verbinding moet zijn tussen de eigenaar en de winkeliers. Het verschil is echter dat je bij het Vrijheidsplein ziet dat er een eigenaar is, een ondernemer, die juist een impuls wil geven aan dat gebied. Maar dat gezegd hebbende, in Kerkenbos is er contact geweest vanuit de VVD, zoals ook aangegeven werd. Kunnen we dat nog concreter maken? De burgemeester is er een paar keer geweest, ik ben er zelf geweest. De wijkwethouder, mevrouw Wilting, is er ook meerdere keren geweest, dus wij staan daar volop in verbinding. Maar er zit een fasering in het verschil tussen Kerkenbos en het Vrijheidsplein. Als uw vraag concreet is, of u in contact wilt komen, niet alleen via het Ondernemersplein, dus ambtelijk, maar ook als college uw gezicht wilt laten zien richting de winkeliers en overigens ook richting de ontwikkelaar-eigenaar, dan is het antwoord volmondig ja.

Walter van Dijk - Wethouder

Ik stap over naar de Willem Arntsz Hoeve, waar ik via de aandacht voor erfgoed terecht ben gekomen. Daar bevindt zich een monumentale as. Over de Willem Arntsz Hoeve hebben we nog niet zo heel lang geleden een sessie in deze zaal georganiseerd, samen met de huidige gebruikers Altrecht en Fivoor en de huidige eigenaar. De monumentale as is al eigendom van BPD, zeg maar, boven ons. In de tussentijd wachten wij nog steeds, net als toen, maar we zien wel ontwikkeling en duidelijkheid vanuit de huidige gebruikers. Deels zijn zij ook nog eigenaren, Altrecht en Fivoor, die echt kenbaar moeten maken per welke datum ze gaan vertrekken. Dat ze gaan vertrekken is zeker, maar wanneer ze gaan vertrekken, is vooralsnog niet duidelijk. En als dat wel duidelijk is, dan ontstaat er ook voor BPD de duidelijkheid die nodig is om dat gebied echt te ontwikkelen. Bestemmingsplannen liggen klaar om in procedure gebracht te worden, maar dat wacht op duidelijkheid over dit punt. Los daarvan hebben we het initiatief genomen, vooral ook op verzoek van GroenLinks, om eind augustus een avond te organiseren over dat gebied met de Raad, waarschijnlijk op locatie. Ik denk op locatie, om te laten zien hoe het er daar voor staat, vanuit het perspectief van erfgoed, maar zeker ook vanuit het perspectief van leefbaarheid en veiligheid. Want ook al zouden die bestemmingsplannen op korte termijn in procedure gebracht worden, dan nog zal Altrecht en zal ook Fivoor zeker niet voor 1 januari 2027 vertrekken uit dat gebied. Oftewel, we moeten echt nog wel een flink aantal jaren overbruggen waarin het leefbaar en veilig moet blijven, maar waarin ook het erfgoed goed behouden moet blijven. Dus vandaar dat ik daar graag even iets over wilde zeggen en het over erfgoed had. De heer Bredius sprak er met name over. Daar speelt een dilemma, want wij koesteren, denk ik, allemaal het Zeister erfgoed, en tegelijkertijd bestaat er een zekere spanning tussen het belang van erfgoed, duurzaamheid en betaalbaarheid. Bijna een jaar geleden, of een half jaar geleden, zijn we op bezoek geweest bij Woongoed, waar we zijn meegenomen in de spanning binnen die driehoek van erfgoed, duurzaamheid en betaalbaarheid. We hebben gezien tegen welke knelpunten de corporaties aanlopen en hoe ingewikkeld het is om die op te lossen. Dat heeft ons als gemeente in ieder geval het nodige huiswerk opgeleverd, en daar zijn we ook mee aan de slag. Met name waar het gaat om de spanning tussen erfgoed en duurzaamheid zien we dat dit een algemeen herkenbaar probleem is, waarmee ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bezig is. Beneden in de hal is op dit moment een tentoonstelling over dat onderwerp. We hebben een project 'Duurzame Monumenten', waar mensen die willen verduurzamen en die in het bezit zijn van of woonachtig zijn in een monument, terecht kunnen met hun vragen over wat wel en niet kan. Dat is heel toegankelijk en men kan er één-op-één geholpen worden. Maar dat neemt niet weg dat wij in Zeist ook behoorlijk veel monumenten hebben, met name veel gemeentelijke monumenten, zo'n 1600. We willen opnieuw kijken naar die hele lijst, om ervoor te zorgen dat we de kwaliteit behouden en tegelijkertijd, in sommige situaties, bepalen of het noodzakelijk is elk huis stuk voor stuk te behouden, of dat het ook voldoende is om enkele van die woningen te behouden. U noemde zelf het dorp als voorbeeld, dus ik gebruik dat dan ook. Maar in Griffensteijn, bijvoorbeeld, zie je dat er een bepaalde balans is gevonden. Iedereen kan daar het zijne van denken, maar ook daar is uiteindelijk een balans gevonden tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en erfgoed. En zo zullen we dat ook op een aantal andere plekken in Zeist met elkaar moeten gaan vinden.

Koos Janssen - Burgemeester

De heer Luca, interruptie bij punt 6.

Roy Luca - Seyst.nu

Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Van Dijk spreken over een herijking van de lijst van gemeentelijke monumenten. Is er binnen het college een weging gemaakt met betrekking tot de kwaliteit en het behoud van de monumenten? Of is dit een reactie op een verzoek? Hoe kunnen we die vierkante meters in de toekomst anders inrichten, met het oog op een woningbouworganisatie? We hebben nu een paar keer oefeningen gehad waarbij dat de uitgangspositie was. Is er een afweging gemaakt ten aanzien van de mensen die daar momenteel gehuisvest zijn?

Walter van Dijk - Wethouder

Nee, we zijn eerlijk gezegd nog lang niet zo ver. Er is nog helemaal geen sprake van een weging. Het gaat veel meer om een waardestelling, nietwaar? Dus we moeten per gemeentelijk monument kijken, aangezien bij rijksmonumenten de Rijksdienst dit doet. Bij gemeentelijke monumenten moeten we dat zelf doen. Er zijn echter gespecialiseerde bureaus die gevraagd zijn om naar die weging te kijken, en soms zal dit per individueel pand moeten gebeuren. Soms kan dit, zoals bij Park Griffensteijn, ook geclusterd worden. Maar de uitkomsten van het onderzoek verwachten we na de zomer, en daarna kun je daar je eigen weging op loslaten. Pas daarna brengen we het ook in relatie tot de andere aspecten die ik noemde, zoals duurzaamheid en betaalbaarheid. En ja, langs die weg kun je uiteindelijk een afweging maken, en die maken wij niet zozeer. Dat zullen we zeker ook samen met de Raad doen, want dat zijn echt politieke keuzes. Voorzitter.

Roy Luca - Seyst.nu

Mijn vraag was of mijn andere vrouw al meegenomen was of dat ik niet moest doen wat ik hoorde. Wanneer worden we aangesloten? Ik heb echter van de wethouder gehoord dat wij als Raad daarover tijdig en goed geïnformeerd zouden worden, dus dank daarvoor.

Walter van Dijk - Wethouder

Mooi, dankjewel. Dan ga ik verder met de sociale balans, want er zijn een aantal vragen over gesteld. Vooropgesteld dat het belangrijk is om te benoemen dat het uitgangspunt is en blijft dat de ondersteuning daar terecht moet komen waar het het hardst nodig is. Tegelijkertijd is het de andere kant van dezelfde medaille dat het nodig is om keuzes te maken. Als je kijkt naar waar de inkomsten en uitgaven uit elkaar lopen binnen de gemeentelijke begroting, dan zien we dat over al die jaren. Ja, dan zit het toch met name in het sociaal domein en daar zien we dan ook de aanleiding om aanvullend op de drie lijnen die op dit moment al onderdeel uitmaken van 'sociaal in balans', het programma, zeg maar, daar een impuls aan te geven om daar een vierde lijn aan toe te voegen. Dat noemen we dan 'gericht kiezen'. Een van de vragen was: wat is dat dan, gericht kiezen? Nou, dat is met name, want ja, in de kern gaat het over de jeugdzorg, de WMO, het leerlingenvervoer, al die zaken die in het sociaal domein zitten en waar kosten mee gemoeid zijn. Het gaat over de vraag waar de knoppen zitten waaraan je kunt draaien om ervoor te zorgen dat je bijvoorbeeld minder uitgaven hebt, zonder dat dat impact heeft op het uitgangspunt dat ik net noemde: dat hulp en ondersteuning daar waar het echt nodig is ook geboden moet kunnen blijven worden. Dat klinkt misschien nog steeds redelijk abstract, maar dan zou ik kunnen zeggen dat het ook te maken heeft, en zo hoort het ook, met het concretiseren van de leidende principes die een paar maanden geleden door de raad zijn vastgesteld. Maar we bevinden ons op een zeker abstractieniveau, en dat is een niveau waarop dat niet direct tot keuzes leidt, tot sturing leidt voor de mensen op de werkvloer, de mensen binnen het CJG, de mensen binnen het sociaal team. En ja, dan hebben we het bijvoorbeeld over een woord als 'normaliseren'. Dat viel vanmiddag ook. En we vinden allemaal, denk ik, dat het een richtinggevend woord is, maar tegelijkertijd is het dat gewoon niet. Je zult echt concreter moeten maken in welke situaties je wat nou exact verstaat onder dat woord 'normaliseren'. En als je die weg inslaat, maak je die leidende principes concreet en kom je uiteindelijk ook tot een beeld van de knoppen waar je aan zou kunnen draaien. En op het moment dat we dat beeld hebben, is dat een goede basis voor het gesprek met de raad over de vraag welke knop we nu ook echt willen gaan draaien. Nou, in de tussentijd zien we dat de VNG hier ook volop inzet. Een gevleugelde uitspraak van de voorzitter die net is vertrokken, Jan van Zanen, is dat er 'knaken bij de taken horen te zijn' en dat spreekt voor zich, maar eigenlijk. En dat bedoelde ik met dat activistischer worden, dat werd vorige week ook wel heel duidelijk aangegeven. Nou ja, dat kun je ook omdraaien, dus op het moment dat de knaken er niet zijn, op het moment dat de knaken er niet komen, het rijk niet met geld over de brug komt, ja, dan moet je dus naar de taken kijken. En dat is deels ingewikkeld, want we hebben als gemeenten te maken met medebewind; zaken zijn gewoon wettelijk verplicht om uitvoering te geven aan rijksbeleid. Maar ja, er zijn ook taken waar we dat niet in medebewind doen en waar gemeentes zelf invulling geven aan het beleid, zeg maar, aan datgene wat onze inwoners van ons vragen. Dus dat maakt het tegelijkertijd heel lastig, want je wilt het goede doen voor je inwoners en tegelijkertijd ja, we zullen daar echt kritisch naar moeten kijken als dat geld er niet komt. Dan was er een oproep om inwoners daar actief bij te betrekken en daar zien we heel duidelijk een haakje met de motie die vanuit D66 is ingebracht bij de voorlaatste raadsvergadering. Als ik het goed zeg, om rondom sociale balans, waar toch lastige keuzes gemaakt moeten worden, een directere, een grotere betrokkenheid vanuit de raad te organiseren. En langs die weg kunnen we, denk ik, ook de brug naar de inwoners die dit uiteindelijk raakt, beter maken, los van het feit dat we ook met advies naar het werk Zeist en dergelijke. En een verbinding hebben met de mensen die dit direct in de praktijk raakt, nog even los van het CJG en het sociaal team en dergelijke die daar natuurlijk in eerste instantie voor aan de lat staan. Over sociale balans gesproken, misschien. Die vierde lijn gaat dus over gericht kiezen, maar er is ook nog iets dat weliswaar geen onderdeel van het programma is, maar wel een belangrijk aandachtspunt wordt genoemd als zodanig in de kadernota. En dan gaat het met name over fraude en onrechtmatigheid, ook iets waar de accountant aandacht voor vraagt. Maar ook in de actualiteit hebben we dat gezien, dat er zorgaanbieders zijn die zich niet gedragen zoals wij dat zouden vinden dat ze dat zouden moeten doen. En ja, wat is er erger, zou ik bijna zeggen, dan middelen die bedoeld zijn voor hulpbehoevenden die niet op de goede plek terechtkomen, en zeker als dat moedwillig gebeurt. Dus die casus, die hebben we nu, die zijn we aan het evalueren. Wat kunnen we daaruit leren? Hoe kunnen we voorkomen dat we nog een keer tegen die situatie aanlopen? En zo zijn er nog een aantal andere zaken in die hoek, dus de rechtmatigheid, de fraudebestrijding, waar we komende jaren meer dan de afgelopen jaren aandacht aan zullen besteden. Vanuit het doel om de rechtmatige besteding van zorgmiddelen zo goed mogelijk op orde te krijgen. Dan het grondbeleid. Dat kwam ook aan de orde. Als gemeente sturen we ja met beleid en niet met grondposities. Het uitgangspunt is daarmee dat met name de markt aan zet is als het gaat om de ontwikkeling van gebieden, zoals we nu bijvoorbeeld zien rondom Driebergen-Zeist. We hebben ook geen aanwijzing vanuit andere gemeenten, bijvoorbeeld dat een actief grondbeleid leidt tot lagere grondprijzen; van het tegendeel is eerder het geval. En ook niet dat dat leidt tot het beter kunnen invullen van ambities. Terwijl we wel weten vanuit andere gemeenten, ook hier in de regio, dat als je actief grondbeleid voert, dat grote risico's met zich meebrengt. Die posities staan op je balans. Die moet je jaarlijks ijken en op het moment dat de waarde van die gronden een bepaalde kant opgaat, zou je daar dan ook verliezen op moeten nemen. En dat kan om hele grote bedragen gaan. Met andere woorden, het huidige beleid is situationeel, zoals dat heet, dus we kijken van geval tot geval waar behoefte aan is. We zijn terughoudend met actief grondbeleid. Maar we zijn ons ook bewust van het feit dat vandaag of gisteren, ik weet het niet zeker, minister De Jonge aangaf dat gemeenten op dit gebied toch iets actiever zouden kunnen zijn. We kijken daarnaar, zeg maar, en dat is reden dat we, dat was overigens al een plan, om de nota grondbeleid van de gemeente Zeist in ieder geval in deze coalitieperiode te actualiseren. Ik ben een beetje voorzichtig met het moment waarop; dat zal zeker in dit kalenderjaar zijn, maar ergens komend jaar, uiterlijk het jaar daarna, zullen we dat zeker gaan doen. Aan veiligheid. Daar zit duidelijk een haakje met een van de mantra's, zou ik bijna willen zeggen, van dit college, namelijk van reactief zoveel mogelijk in de preventieve situatie terechtkomen. De discotheek werd door aan de Tweede Dorpsstraat werd daar gerefereerd door de DSP, als ik het wel heb, in relatie tot boa's. Nou, we zien die link niet direct, vooral niet omdat we daar dus veel meer via die preventieve lijn zouden willen sturen op goede afspraken met vooral de ondernemer, maar ook wel met de hele omgeving en dus vooral via vergunningvoorwaarden bijvoorbeeld zouden willen sturen op het voorkomen en bestrijden van zoveel mogelijk overlast. Tegelijkertijd is het wel zo dat in het uitvoeringsprogramma ruimte is opgenomen voor deze coalitieperiode, dus voor bepaalde tijd, voor vier jaar, voor uitbreiding van de formatie van jeugdboa's. Twee fte komt daarbij. Die zullen vervolgens ja in heel Zeist actief zijn en daarmee ook in het centrum. En dat staat overigens los van de boa, die eveneens projectmatig extra in Vollenhove is ingezet. En we zijn natuurlijk helemaal eens met het feit dat boa's een zeer belangrijke rol spelen, samen met de politie, bij het gevoel van veiligheid dat we onze inwoners in Zeist willen bieden. Dan ook de SP, het dorp Zeist in Den Dolder, waar u pleit voor daadkracht, zal ik maar zeggen, geen woord dat u gebruikt, maar zo voelde het wel een beetje en ik snap dat ook wel. Maar eigenlijk is dat ook niet haaks staand op wat wij zelf voorstaan. Alleen we willen het wel in de goede volgorde doen. Er is heel recent, en daar hebben we nog niet over kunnen informeren, een leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd in Den Dolder, waarbij we aan alle inwoners van Den Dolder, de responsratio was heel hoog, hebben gevraagd, nou ja, hoe men bijvoorbeeld de veiligheid ervaart in Den Dolder, maar ook welke voorzieningen men waardeert en welke voorzieningen men ook mist. En ja, vooral antwoord op de laatste vraag zitten veel elementen die ons sterken in het idee dat het een goed idee is om in Den Dolder te verkennen of daar een dorpshuis zou kunnen komen. Maar dat is nog steeds wel de vraag van waar. Er is één keer eerder, maar dat is 12, 13 jaar geleden, een verkenning gedaan door de gemeente naar locaties. Er zijn zeven à acht locaties in kaart gebracht. Die hebben allemaal hun eigen plussen en minnen. Als je er nu naar kijkt, zijn dat grotendeels nog steeds dezelfde locaties, maar die zien er wel heel anders uit, want er is heel veel gewijzigd in het dorp, dus bijvoorbeeld heel veel woningbouw bijgekomen. Maar dat is wel de reden waarom we dat onderzoek echt nodig hebben. Dat gaat dus niet zozeer over het waarom of het wat, want daar zijn we, denk ik, niet. Daar verschillen we niet over van mening, maar misschien wel over het hoe, over de locatie en misschien ook wel over vraagstukken als de exploitatie, want genoemde Oud-Zuilen, even als voorbeeld, het dorpshuis daar, maar u weet bijvoorbeeld vanuit het werkbezoek recent vanuit de raad. Ja, dat de exploitatie daar door het dorp zelf wordt gedaan en op dit moment hebben we geen aanwijzing dat dat ook mogelijk is in een veel grotere setting als die aanwezig is in Den Dolder. Dus daar zullen we echt naar moeten kijken. Het is wat anders dan dat je een locatie vindt en de middelen vindt om zo'n locatie geschikt te maken. Je wilt uiteindelijk ook gewoon voor minimaal 10, 15 jaar een sluitende exploitatie organiseren en dat vereist echt dat onderzoek, maar daar hebben we wel tijd voor nodig. Maar daarna hebben we hetzelfde gevoel van urgentie. Dus het feit dat we in feite een belofte hebben openstaan, dwingt ook tot die daadkracht, zou ik bijna zeggen. Dan leegstandsbeleid. En ik ben er overigens bijna, denk ik. Dit is het laatste punt. Daar is een aantal keren naar gekeken in Zeist en er zijn natuurlijk ook veel andere gemeenten die ervaring hebben met leegstandsbeleid en soms ook heel concreet met bijvoorbeeld een leegstandsverordening. En dan blijkt dat de ervaringen in andere gemeenten daar niet direct positief mee zijn. Het is een vrij duur instrument, zeker een verordening. Het vereist bijvoorbeeld vrij veel ambtelijke inzet. Denk bijvoorbeeld aan het bijhouden van een leegstandsregister, dus het creëert nou ja in die zin extra werk. En dan moet het ook wel behulpzaam zijn en moet je het probleem ook wel herkennen. En nou ja, daar zie je eigenlijk dat we op dit moment in de gelukkige situatie zijn dat waar het gaat om winkelvastgoed, maar zeker dat het gaat om wonen, dat we niet zo heel veel leegstand hebben in Zeist en dat daar waar we leegstand hebben, we daar een goed beeld van denken te hebben en over het algemeen ook volop in gesprek zijn met de eigenaren daarvan. Het is leegstandsbeleid, ook een verordening kan een reden zijn om voor te kiezen om langs die weg in gesprek te raken met eigenaren en ook instrumenten in de achterzak te hebben. Op basis van de gesprekken die wij nu hebben met eigenaren waar sprake is van leegstand, hebben we niet het gevoel dat dat instrumentarium ontbreekt en dat we daar nou echt iets mee zouden winnen. Dus in die zin kijken we er wel naar, vooral ook omdat we het retailperspectief op dit moment aan het actualiseren zijn. En daar zullen we zeker iets over opnemen over leegstandsbeleid. Maar uit mijn woorden kunt u wel een beetje opmaken dat we hier niet een hele grote inzet op zullen zetten. Zeker niet de verordening, eerder dan misschien wat we een aantal jaren geleden ook hebben gehad, het inhuren van een vestigingsmanager. Dat zou nog wel denkbaar zijn. Dat heeft toen een aantal zaken opgeleverd. Maar ja, de situatie, zeker op de Slotlaan en op het Emmaplein, was toen ook wel echt fundamenteel anders dan op dit moment. De hoeveelheid leegstand is gewoon veel minder en zal de komende tijd nog verder afnemen, kijkend naar de ontwikkelingen die wij zien aankomen op dat gebied. Voorzitter, dat was ongeveer wat ik in reactie op de signalen van de raad naar voren wilde brengen.

Koos Janssen - Burgemeester

Ik zie dat Roy en Luca nog een interventie willen plegen, en wellicht willen anderen dat ook, dus we geven daar graag gelegenheid voor, voorzitter.

Roy Luca - Seyst.nu

Dank u wel, meneer Van Dijk, dank voor uw antwoorden. Ik heb toch nog even twee vragen. Ten eerste, omdat ik specifiek een vraag wilde stellen over het zoeken naar een dorpshuis en of er tijd voor vrijgemaakt kan worden. Wij zijn het helemaal eens met dat onderzoek, want het wordt hoog tijd dat dit geregeld wordt. Maar gaat u dan ook gelijk een combinatie maken met de destijds onderzochte, maar nog steeds niet gerealiseerde hangplek voor jongeren? Zij vragen hier nog steeds om in De Dolder, en dat weet u als wijkwethouder zeker ook. Krijgt dit ook een goede plek, aangezien de vraag weer toeneemt? We krijgen signalen uit De Dolder dat er op verschillende plekken, waaronder bij het schoolplein, af en toe overlast is. Dus mijn vraag is of u daar een combinatie ziet. Dan mijn tweede vraag, als u het goedvindt, voorzitter, dat ik die gelijk stel. Gaat u het ondernemersplein, nu C&A is vertrokken, niet ook meenemen in de aanpak? Als je nu de Slotlaan opgaat, zie je dat de etalages geen goede uitstraling geven aan de rest van de ondernemers. Er ligt gewoon puin in de etalage dat niet wordt opgeruimd. Dat is niet representatief voor wat wij willen uitstralen. De ondernemers op de Slotlaan en het winkelend publiek hebben hier last van. Destijds hebben we met het vertrek van V&D slim ingegrepen door de etalages zo in te richten dat het leek alsof de winkel nog aanwezig was. Ik zou graag de suggestie aan het college willen meegeven en ook horen of hierop ingezet kan worden. Dank u wel, voorzitter.

Walter van Dijk - Wethouder

Wat betreft Den Dolder, nemen we dat zeker mee en dat sluit ook aan bij de uitkomsten van het leefbaarheidsonderzoek, wat ik al noemde. Dit aspect wordt daarin ook genoemd. Een dorpshuis moet natuurlijk iedere leeftijdscategorie bedienen, dus het antwoord is bevestigend als het gaat om het C&A-pand. Wellicht is het u bekend, of misschien ook niet, dat dit pand al een huurder heeft, dus het wordt op dit moment verbouwd. Er komen twee winkels in terug en ja, in de tussentijd kunnen de problemen ontstaan waar u op wijst. Dat zijn niet zozeer de zorgen van het ondernemersplein; het zijn met name de boa's die daar alert en actief op zijn. Ik zal uw signaal in die zin doorgeven. Met...

Jan Bredius - NieuwDemocratischZeist

Ja, dank u wel, voorzitter. Terugkomend op de monumentenlijst en de sloop: de portefeuillehouder heeft net toegezegd dat de raad wordt meegenomen in het traject. Het gaat dan om de 1600 gemeentelijke monumenten. We gaan naar de lijst kijken, er komt een herijking en er komt een nieuwe lijst. Zo heb ik het begrepen. De toezegging is dat de raad wordt meegenomen. Dat is voor mij toch iets te abstract. Kan de wethouder daar iets meer over zeggen? Vinden er kaders plaats en vindt dat in een raadsvoorstel plaats? Met betrekking tot de herijking, kan het college de nieuwe lijst, voordat deze door het college wordt aangenomen, naar de raad sturen?

Walter van Dijk - Wethouder

Ja, ik denk dat ik bang ben dat u mij nu een klein beetje overvraagt, want we zijn op dit moment nog niet zo ver. Dus ik hoor wat u zegt en ik zal kijken of we dat kunnen meenemen. Vanzelfsprekend zullen we de Raad hier goed bij betrekken, en evenzeer de bewoners en de eigenaren van de monumenten. Dit kun je niet vanuit een eventuele, niet-bestaande ivoren toren organiseren. Dat zouden we zeker niet willen. Maar of dat dan gaat via het stramien dat u net aangaf, daarmee overvraagt u mij. Geef ons alstublieft even de tijd om, zodra wij de antwoorden van het bureau dat op dit moment aan het werk is hebben, te kijken wat het proces zou moeten zijn. En nogmaals, ik heb gehoord dat u daar een belangrijke rol voor de Raad weggelegd ziet, en die zie ik ook.

Jan Bredius - NieuwDemocratischZeist

Ja, voorzitter, met name omdat het een toezegging betreft. De Raad wordt meegenomen, en daarover wilde ik graag een toelichting geven. Het is in ieder geval duidelijk wat de wens van deze kant is. De

Marcel Fluitman - CDA

Dank u wel, voorzitter. Ik dank de wethouder voor zijn antwoorden. Toch mis ik een onderwerp. Nou, als u mij ziet, weet u waar het over gaat, of u nu aanwezig bent of niet: de coronagelden. Ik zou graag met u in gesprek gaan over hoe we daarmee omgaan. We hebben nu een keurig overzicht gekregen, en in mijn betoog heb ik aangegeven dat we daarover, naar mijn mening, harde afspraken hebben gemaakt in 2020. Ik heb ze hier voor me liggen, en ik merk op dat u zegt dat we wat soepeler met de regels kunnen omgaan en dat we minder streng gecontroleerd worden. Terwijl de afspraak was dat we het via het PBV-systeem of de systematiek zouden doen. Dan komt er een voorstel waarvan ik niet over de inhoud wil spreken, want daarmee ben ik het zeer eens dat er geld bij moet, maar wel over de systematiek die we toepassen. Er zijn dus nog middelen in de coronapot. Welke keuzes maken we nu over hoe we die middelen gaan inzetten? U heeft ons een keuze voorgelegd, dus mijn vraag is nog steeds: a) hoe komt u tot uw keuze, en b) hoe denkt u dat we in de toekomst met deze kwestie om moeten gaan? En wat vindt u dan ook de rol van de raad daarbij?

Walter van Dijk - Wethouder

Ja, ik heb dat onderwerp bewust niet meegenomen omdat mijn collega Hoogstrate dat zo meteen zal bespreken. Dus dat komt later vanavond nog aan bod.

Marcel Fluitman - CDA

Het lijkt mij toch iets voor de wethouder van Financiën om over de coronagelden te spreken en over hoe we met die budgetten omgaan. Ik neem aan dat mevrouw Hoogstraat het over de inhoud zou hebben als het gaat om 'voor elkaar', en ik denk dat we elkaar daar uitstekend kunnen vinden. Maar ik wil het nu niet hebben over 'voor elkaar'. Ik wil het hebben over het overzicht dat we hebben gekregen van wat er nog in de coronapot zit en over uw ideeën over hoe u denkt daarmee om te gaan in de toekomst, in plaats van dat het college denkt: "Oké, dit kunnen we wel uit dit potje halen." Met andere woorden, hoe kijkt u daar nu tegenaan? Hoe gaan we om met de middelen die er nog zijn? En hoe betrekt u de raad erbij als u besluit dat geld uit te geven?

Walter van Dijk - Wethouder

Ja, dan is het misschien goed om het te splitsen, met uw welnemen, voorzitter. Ik bedoel de vraag waarvan ik dacht dat de aanleiding daarin gelegen was, namelijk de financiering van de continuering van 'Voor elkaar in Vollenhoven'. Mevrouw Hoogstraat zou daarop ingaan, en de dekking komt uit deze voorziening, uit deze reserve. De spelregels daarvoor staan in algemene zin in de beantwoording op uw vragen. Ik denk dat uw vraag dan is: "Is dat niet te ruim neergezet? Bieden de spelregels het college niet te veel ruimte?" Dat zou kunnen, want we komen nu met een voorstel waarvan wij denken dat het daarbij past, maar u kunt daar anders over denken. Dat is ook het mooie: het college doet voorstellen richting de raad, en de raad weegt uiteindelijk af of ze vindt dat het wel of niet binnen die kaders past. We krijgen eigenlijk een vrij identieke situatie wat betreft de reserve voor vluchtelingen, waar we het eerder vanavond over hadden. Die heeft te maken met de 2,7 miljoen die we in 2022 overhouden, aanvullend op wat we eerder al dachten over te houden. Dat is ook de reserve die ontstaat vanuit de opvang van Oekraïners, de noodvoorzieningen. Het zijn middelen die we de komende jaren beschikbaar hebben en die we iets breder zouden willen inzetten, op hoofdlijnen volgend, waarbij vanzelfsprekend het beleidskader geldt. Maar dat zijn ruime kaders, en voor de invulling zullen wij met voorstellen naar de raad komen. Andersom kan de raad natuurlijk ook zelf initiatieven nemen. Dus als u daar ideeën over heeft, kunt u daar ook zelf de dekking van een bepaald voorstel in vinden, binnen diezelfde kaders. Ik kan me voorstellen dat u zegt: "Ja, die zijn enigszins ruim." En dat lijkt me logisch, want we hebben hier geen ervaring mee, noch met coronamiddelen, noch met middelen voor Oekraïne. Dan zul je elkaar ook een beetje moeten vinden in dat proces, denk ik.

Marcel Fluitman - CDA

Maar geeft u de Raad nu de ruimte om met ideeën te komen om de CoronaMelder te verbeteren, zonder dat het iets met corona te maken heeft?

Walter van Dijk - Wethouder

Nou, ik ben blij dat u zegt, zonder dat het iets met corona te maken heeft, want dat is natuurlijk wel een van de kaders die eerder ook aan de Raad zijn voorgelegd en door de Raad en de EU zijn geaccordeerd. Wat u voor u heeft liggen, is de beantwoording van uw vragen. Dus het zal zeker een relatie moeten hebben. Het heeft met elkaar te maken, maar we hopen niet zo ruim dat je er elke vorm van dekking in kunt vinden. Dan...

Marcel Fluitman - CDA

Dan kom ik nu even terug op de inhoud van het voorstel waar wethouder Hoogstraat over spreekt. Het heeft niets met corona te maken. Dus ik vind dat u dat wel heel erg breed interpreteert. Los van het feit dat ik vind dat het voorstel structureel gefinancierd moet worden – en op dat punt zal de wethouder mij zeker aan haar zijde vinden – wil ik daar even van afzien. Ik vind dat het college wel heel breed denkt over de kwestie van 'waar heb ik nog een potje en waar kan ik wat uithalen?' Ik zou u willen verzoeken om óf u aan de afspraken te houden die we in 2020 hebben gemaakt en de middelen dienovereenkomstig in te zetten, óf naar de Raad te komen en te zeggen: "Ik wil af van de afspraak van 2020. We zien op dit moment geen mogelijkheden of zaken meer waarvoor we dat geld kunnen besteden en we willen het op een andere manier aanwenden." Maar doe dat dan met open vizier, in plaats van via, in mijn ogen, een zijweg middelen te besteden die daar niet voor bedoeld zijn.

Walter van Dijk - Wethouder

Ja, voorzitter, dan nogmaals het proces toegelicht, omdat ik dat zo belangrijk vind. Wij, als college, komen met een voorstel en de raad besluit daarover, ook op inhoudelijk vlak. Zoals gezegd zal collega Hoogstraat de antwoorden geven en duidelijk maken waarom wij denken dat het gepast is om in dit geval de dekking uit deze middelen te vinden en dus wel de relatie zien tussen de continuering van 'Voor Elkaar' en de achtergrond van deze middelen die hun oorsprong vinden in de coronacrisis. Ja.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, dan ga ik zomaar naar het debat met mevrouw Hoogstraat. Ik weet niet of het fijn wordt, want ik ben het helemaal niet met u eens. U heeft een tijdperk bepaald waarin er iets tijdens corona is gebeurd waarbij men er ook voor elkaar was, en u koppelt dat aan elkaar. Echter, 'voor elkaar' had een heel andere functie en had niets met corona te maken. Het verlengen van 'voor elkaar' heeft evenmin iets te maken met het feit dat we corona hebben gehad. Het heeft te maken met onze wens om de mensen in die wijk verder te helpen en ons daarvoor in te zetten. Maar dat debat ga ik dan heel graag met mevrouw Hoogstraat aan, dus u ziet mij zo terug.

Koos Janssen - Burgemeester

David Tompot van de Socialistische Partij. Doet u het? Dank u wel.

David Tompot - SP

Dank u wel, Voorzitter. Ja, ik had enkele vragen naar aanleiding van de reactie van de wethouder op enkele punten die ik had ingebracht tijdens mijn algemene bijdrage aan de algemene beschouwingen. Allereerst over de boa's: ik had iets gezegd over de mogelijkheid dat er binnenkort een discotheek geopend zou worden aan de Tweede Dorpsstraat. Is het niet zinvol om na te denken over de inzet van extra boa's? Ik heb van de wethouder gehoord dat het op dit moment niet de inzet van het college is om, specifiek gekoppeld aan de opening van een discotheek, extra boa's in te zetten rond die openingstijden. Maar het verhaal gaat dat de wethouder vooral heil ziet in de afspraken met de ondernemer op het gebied van preventie, ook gekoppeld aan de vergunning die verstrekt zal worden. Toch wil ik hier heel concreet even over spreken. Stel dat de discotheek, na sluitingstijd, honderden bezoekers kan ontvangen. Ik stel me zo voor dat, als de discotheek gaat sluiten, al die bezoekers tegelijkertijd op straat komen. Ik weet niet of ze allemaal op de fiets zijn gekomen of met de bus gaan. Maar als er op dat moment geen boa's beschikbaar zijn, voorzie ik veel overlast van die jongeren. Het gaat niet alleen om het feit dat ze dronken kunnen zijn, maar ook om het feit dat er heel veel jongeren tegelijkertijd op straat zijn, wat voor bepaalde vormen van overlast kan zorgen. Dan vraag ik me af: als je afspraken maakt met de ondernemer, hoe effectief zijn die dan? Ik kan me niet voorstellen dat de ondernemer zegt: "Nou, ik ga elk kwartier enkele tientallen mensen naar buiten laten, zodat alles heel geleidelijk leegloopt." Het zal toch zo zijn dat na sluitingstijd alle mensen tegelijk op straat komen te staan. Dan heb je toch wel de inzet van ten minste één of misschien meerdere boa's nodig. Hoe kijkt het college aan tegen die enorme bezoekersaantallen die dan kunnen ontstaan? En het tweede punt waar ik op wil reageren, betreft het dorpshuis in Den Dolder. Begrijp ik het goed uit de reactie van het college dat de verkenning en het onderzoek inderdaad een opmaat zijn naar de realisatie van het dorpshuis in Den Dolder? En dat het dus niet zo is, wat ik er toch een beetje uit las, vooral uit de laatste opmerkingen, dat er een risico bestaat dat het voorstel niet wordt toegekend? Dat het voorstel dat uit het verkenningsonderzoek komt, ook zou kunnen leiden tot de conclusie dat een dorpshuis niet realiseerbaar zou zijn, wat dan weer zonde zou zijn van het geld van die €100.000? Het lijkt erop dat de inzet moet zijn, als je dit verkenningsonderzoek gaat doen, dat het college serieus van plan is het dorpshuis te realiseren, op welke wijze dan ook, en dat je daarbij de bevolking in Den Dolder juist moet betrekken. Kan het college bevestigen dat dit inderdaad de bedoeling is? Dat waren mijn twee punten, dank u wel.

Walter van Dijk - Wethouder

Nee, dank u voor uw vragen. Laat ik beginnen met duidelijk te maken dat er in uw vraag een veronderstelling lijkt te zitten dat de vergunning voor die discotheek zal worden toegekend. Zo ver zijn we nog niet; een vergunningaanvraag is niet zomaar iets. En in dit geval, omdat het om een discotheek gaat, is het nooit een eenvoudig proces. We zijn nog niet aan het einde, dus die afweging moet nog plaatsvinden. Wat betreft de afspraken die gemaakt worden in de vergunning, bijvoorbeeld met de ondernemer, denken wij zeker dat dit belangrijk is, ook met betrekking tot de onderwerpen waar u op doelt. Je kunt niet zomaar iedereen op straat zetten en zeggen: "Nou, gemeente, los het maar op." Er kan ook op een andere manier mee omgegaan worden. We hebben recent op de Steijnlaan gezien dat je in dialoog met de betreffende ondernemers andere keuzes kunt maken, zoals dat in het laatste uur niemand meer binnenkomt. Ik zal niet op de techniek ingaan, maar er is echt heel veel mogelijk, met name waar het gaat om de verantwoordelijkheid deels bij de ondernemer neer te leggen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat, op het moment dat er sprake is van overlast, en zeker rondom sluitingstijd, de politie en ook de boa's in typische uitgaansgebieden in Zeist aanwezig zullen zijn en waar nodig zullen ingrijpen. Over uw tweede punt wil ik toch wel echt aangeven dat het een verkenning is, dus dat er daarna echt nog een besluit nodig is van het college, maar zeker ook van de raad. Een dorpshuis is geen geringe investering. Ik denk dat er veel voor te zeggen valt, zowel in historische en morele zin als in zakelijke zin, maar dat moet nog blijken, met name wat betreft de exploitatie. Dat is wel een punt en daar heeft Den Dolder tot op zekere hoogte ook zelf invloed op. Het hangt ook sterk samen met de locatie die we kiezen en of we dat bijvoorbeeld samen kunnen doen met maatschappelijke organisaties, zoals Omnium of Kunsthuis IDEA. Dat maakt dat we over een heel andere situatie praten dan wanneer de exploitatie op een veel smallere basis zou rusten. Dat zijn allemaal zaken die we met elkaar moeten verkennen. Daarna komen de uitkomsten van het onderzoek naar de raad toe, en zullen wij in de vorm van raadsvoorstellen een voorstel voorleggen, waarbij niet verder gaan uitdrukkelijk ook een optie is. Tot zover, voorzitter. Dank u.

Koos Janssen - Burgemeester

Hartelijk dank voor de vragen en uw inbreng. Graag geef ik nu het woord aan wethouder Laura Hofstraat.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Ja, dank u wel, voorzitter. Er is een Keniaans spreekwoord. Ik denk dat ik er toch mee begin, omdat het wel een typerend spreekwoord is voor vanavond: "Wil je snel gaan, ga alleen; wil je ver komen, ga samen." En vanavond heb ik veel gehoord over samenwerking. Om met de woorden van de laatste spreker te beginnen: samenwerking, samenspel. De overheid kan het gewoon niet alleen. De menselijke maat staat tegelijkertijd onder druk. Keuzes maken, een beetje de woorden die vanavond langskwamen. Om dan ook te beginnen met die keuzes maken en de menselijke maat bij de WMO en de vergrijzing. En hoe je ziet dat de kosten stijgen en dat we dat ook gewoon zien, omdat er steeds meer ouderen komen. We hebben te maken met een vergrijzing en die ouderen zorgen ervoor. Als wethouder is het gewoon belangrijk dat we onze maatschappelijke thema's, al onze vraagstukken, ook bezien vanuit oudere inwoners die gezond en goed en zelfstandig ouder willen worden. Dat is dan ook de maat. En daarmee zijn we dan ook aan de slag gegaan. En dan wil ik ook even noemen dat ik vanochtend bij een bijeenkomst was en mevrouw Belting en ik, die er was, een bijeenkomst van de sociale teams en de CG-medewerkers. En we hebben eigenlijk een prachtig cliënttevredenheidsonderzoek. En als je dan de inwoners centraal zet en kijkt naar dat cliënttevredenheidsonderzoek, dan zie je dat daar gewoon echt goed gescoord wordt. Mensen voelen zich gehoord, dat ze hun verhaal kwijt kunnen, dat ze durven tegenspreken, hun mening durven uitspreken en dat ze zich geholpen voelen. En ik denk dat, misschien hebben we nog niet de grip op de financiën, dat al wel een goede maatstaf is waarin we kunnen zeggen: "We zijn best goed op weg." En hoe is het dan gekomen dat we dat goede cijfer krijgen? Nou, dat komt gewoon door het programma Sociaal en Balans. Het gestructureerd werken aan het steeds beter zicht krijgen, grip krijgen op de zorg. Steeds beter mensen faciliteren om ook goede professionals te zijn en om zo te zorgen dat we uniformer gaan werken, dat er goede houding en gedrag, voorspelbaarheid is. Dat mensen weten hoe ze keuzes en dilemma's kunnen afwegen in het werk wat ze dagelijks tegenkomen. En dat doen we door samenwerken, eigenlijk het versterken van netwerkversterking, het verenigen van alle gebieden, de vrijwilligersorganisaties, de non-profitorganisaties, de semiprofessionele organisaties, ons sociaal team als ingang, maar ook de eerstelijnszorg zoals de huisartsen en vervolgens ook de tweedelijnszorg, waarin we ook goed in de gaten houden van: "Welke zorg wordt geleverd, kan het afgeschaald worden? Wat is er nodig?" Kortom, elkaar kunnen vinden, goed samenwerken en een mooi netwerk hebben en dat wordt ondersteund met digitale middelen. Dat heb ik ook gehoord bij sprekers van: "Is dat niet iets wat we moeten doen?" Nou, we hebben VIP LIFE, dat is digitale ondersteuning. En er is een app voor zorgprofessionals waarin ze elkaar heel snel kunnen vinden. En ik ben bij een bijeenkomst geweest met huisartsen en het sociaal domein om te kijken: "Hoe loopt die samenwerking nou?" Die samenwerking in dat VIP blijkt echt naar voren te komen als een goed middel om elkaar te vinden en die nabijheid vorm te geven en daarmee ook meteen reactie te krijgen op urgente vragen, maar ook van: "Hé, ik zit ergens mee, denk eens mee." Dus samenwerking op die manier wordt steeds beter en steeds makkelijker, vraagt nog steeds heel veel aandacht en dat geven we ook vorm in het netwerk Zorg voor Zeist en dat wordt ook digitaal ondersteund. Dat is meer een platform en een intranet voor de welzijnsorganisaties en de zorgprofessionals, zodat ook die zorgprofessionals weten welke welzijnsorganisaties er zijn, hoe kunnen we mensen met bepaalde vragen doorsturen? Zodat we steeds meer vragen op een gewone manier kunnen beantwoorden, het normaliseren. Dus mensen helpen om niet altijd met een zorgvraag te komen, maar met welzijn kan ook heel goed. Dus samenwerken, netwerkversterking, platforms, daar zijn we allemaal stappen in aan het maken en nogmaals, het cliënttevredenheidsonderzoek vind ik heel veelbelovend in de zin van: "Ik denk dat we op de goede weg zijn." Maar goed, we moeten zeker ook aandacht hebben voor niet te groot denken, niet te denken dat mensen veel aankunnen. Het gevaar voor overschatting. We moeten opletten dat we de mantelzorgers niet overbelasten en al dat soort vraagstukken. Dat hebben we natuurlijk begin dit jaar vastgesteld in die visie sociale basis. En daar zitten acht thema's in, die ga ik nu niet noemen, maar daar zitten ook drie ontwikkellijnen in die ik ook vandaag weer heb gehoord en dat gaat over de weg vinden. Kunnen mensen makkelijk de weg vinden naar zorg, kunnen ze het vinden, is het eenvoudig? Hoe krijgen ze de informatie? Nou ja, overzicht en samenwerking, daar heb ik net wat over gezegd. En de derde ontwikkellijn is de voorzieningen dichtbij, dus het vormgeven van zorg nabij mensen, makkelijk laagdrempelig in de eigen buurt en wijk. Je stapt naar buiten en je hebt je vraag en je komt het tegen in het buurthuis of de wegwijscafés of mensen kunnen makkelijk informatie in de eigen omgeving vinden, ook met activiteiten. Dus die drie ontwikkellijnen zitten in die sociale basis en we zijn natuurlijk nu bezig om dat verder uit te werken naar een uitvoeringsplan en daar zit ook een subsidiekader in. Gaan we daarmee maken om nog gerichter met onze samenwerkingspartners, onze subsidiewelzijnsorganisaties, de stappen om steeds beter samen te werken en uitvoering te geven daaraan ook weer verder te versterken of te verbeteren of te ontwikkelen, blijven leren en ontwikkelen. De VVD heeft het ook over die presentaties en de sociale regelingen, daar komt eigenlijk de weg vinden voor professionals heb ik naar benoemd. Maar voor die inwoners, hoe kunnen we dat dan verbeteren? En daar werd eigenlijk aangegeven: "Kunnen we het niet zoveel makkelijker maken dat de communicatie echt gericht is op anderen, dat mensen het makkelijk kunnen zien, moeten we het niet in meerdere talen informatie geven, eenvoudig taalgebruik?" Nou ja, we kunnen aangeven dat we daar via bezig zijn eigenlijk en eigenlijk zei mevrouw Breddels van de PvdA, die had het daar ook over. We zijn bezig met een soort digitaal loket. Dan moet ik even lezen. Dat is natuurlijk niet mijn beste ding, maar door middel van het digitaal loket willen we ervoor zorgen dat het voor mensen makkelijker wordt om te zien welke regelingen er zijn en waar zij voor in aanmerking komen. En het zal ons een website worden waar inwoners door middel van een paar vragen een duidelijk overzicht krijgen van de regelingen waarvoor ze in aanmerking komen en een groot voordeel daarvan is dus ook dat mensen dat gewoon thuis, een soort anoniem, kunnen invullen, omdat het vaak moet je nu echt ergens naartoe. En dan moet je met de billen bloot en daar kunnen ze gewoon thuis eens checken: "Kom ik ervoor in aanmerking?" En eigenlijk hebben we dat helemaal niet, maar dat proberen we met deze website dus wel te bevorderen dat mensen ook sneller doorkrijgen: "Hé, ik val in aanmerking voor bepaalde regelingen." En daar wordt bij de PvdA ook aangegeven: "Nou, dan hebben ze dus wel recht op die regelingen, maar dan durven ze dus niet meer te vragen en weer met de billen bloot." En ik en daarnaast dus, de administratieve rompslomp, het willen verlagen van al die procedures, opnieuw willen vragen, moeten aantonen dat je voor de minima in aanmerking komt. Nou, we hebben dat in het coalitieakkoord ook meegenomen als ambitie. En we hebben daar eigenlijk in gezet dat de regeling op het gebied van cultuur en sport proactiever te communiceren aan betreffende inwoners en dat we het gebruik van diverse regelingen laagdrempelig willen gaan maken. Nou ja, om deze doelstelling te realiseren, hebben we eind Q4 een project gestart rondom het realiseren van dat digitale minimale loket en dat bouwt eigenlijk verder op de verkennende werkzaamheden, zoals het haalbaarheidsonderzoek van het participatieve traject met de maatschappelijke partners. Dus we hebben met de maatschappelijke partners bekeken wat daarin nodig is. En we gaan natuurlijk hen ook gebruiken om ook weer die communicatie over al die regelingen verder te brengen en dat doen we dus ook weer samen met ons netwerk bestaanszekerheid. Ook wordt binnen dit project, naast het realiseren van het digitale minimale loket, gekeken of de inzet van een U-pas nog een oplossing is voor het aanvragen van verschillende bestaande regelingen om het laagdrempelig en eenvoudig te maken. Dus toch dat ene pasje waarmee je heel makkelijk kan aantonen dat je volgens een bepaalde of dat je binnen de bepaalde doelgroep valt. Nou ja, kortom, we zijn met dit project vooral aan het kijken hoe we het eenvoudiger en makkelijker kunnen maken en de communicatie kunnen vergroten via een communicatieplan, maar ook vooral via onze maatschappelijke welzijnspartners om daarin echt te kijken, kunnen we hen als ambassadeurs gebruiken voor die communicatie en het verder brengen. En daarbij willen we echt gaan kijken. Dat is natuurlijk een prima voorstel om te kijken of we nog eventueel in andere talen en zeker in eenvoudig taalgebruik dat gaan vormgeven en uitwerken. Bij interruptie.

Ernst van Splunter - VVD

Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mevrouw Hoogstraat, voor het antwoord en ook dank voor de poging om die brug te slaan ten aanzien van de communicatie. Maar het is toch weer een digitale oplossing. Wij hebben die passage ook in de algemene beschouwingen opgenomen, omdat we zo bang zijn dat we via dat digitale loket niet bij die mensen komen. En dan denk ik vooral ook aan mensen op een wat hogere leeftijd en vanuit een andere culturele achtergrond, die niet digitaal bij die informatie kunnen komen. En ik zou het juist zo goed vinden als we een poging doen om daarbij te komen en dat u dus zoekt naar andere wegen dan de digitale om dat te bereiken.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Als ik daarop mag reageren, voorzitter, het is een hartenkreet die ik echt zeker hoor. Ik denk ook dat, wat dat betreft, ons welzijnsnetwerk en onze partners in de wijken en in de nabijheid de route zullen moeten zijn om die mensen te bereiken en te vinden. Dit ook omdat, zoals u terecht opmerkt, zij anders niet op deze zaken worden gewezen of gezien. Dus het is een brede campagne. Ik denk dat het belangrijk is, maar vooral ook laagdrempelig in de buurt. Een toegang tot, en laat dat dan het wegwijzerscafé zijn. Misschien moeten we eens kijken naar een cultureel wegwijzerscafé, waarbij we dit soort vragen direct kunnen beantwoorden met een makkelijke, minimale website die we daarvoor gaan inrichten.

Ernst van Splunter - VVD

Als u mij toestaat, voorzitter, ondersteun ik wat u net zei over het anonieme karakter, hè? Dat is natuurlijk wel weer mooi, inderdaad, van die digitale weg. Maar als we ook gewoon fysiek toegang krijgen op die plekken die u nu benoemt, denk ik dat we dan een stap vooruit kunnen maken. Dank u wel, Wilma.

Wilma Breddels - PvdA

Dank u wel, wethouder, voor de beantwoording tot zover. Ik heb een vraag die ik niet eerder heb gesteld, maar u begon over de pas en misschien weet u het uit uw hoofd. Mag ik die even stellen? Een aantal maanden geleden is er in de raadsbrief gedeeld dat er een kledingpas werd geïntroduceerd. Ik weet eigenlijk niet hoe het daarmee staat. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag heb ik wel eerder gesteld. We hebben natuurlijk in onze kaartenbak van de sociale dienst een soort harde kern van mensen waarvan we zeker weten dat zij gewoon niet meer aan het werk komen. Ik heb eerder gevraagd of het mogelijk is om hen zonder aanvraag individuele inkomenstoeslagen uit te betalen, want dit zijn precies de mensen die misschien digitaal niet zo vaardig zijn, of überhaupt niet in schrift of wat dan ook.

Laura Hoogstraten - Wethouder

De uitvoering van de kledingtas zal waarschijnlijk via de Stichting Leerkansen plaatsvinden. Deze stichting beschikt over een goed bestand van gezinnen die in aanmerking komen voor de tas. De verstrekking zal dus via hen verlopen. Wat betreft het automatisch toekennen van toeslagen: op landelijk niveau wordt hieraan gewerkt door de VNG en de Belastingdienst. Dit proces stuit echter op verschillende technische en AVG-gerelateerde vraagstukken. We volgen deze ontwikkelingen op de voet. Daarnaast is het college in gesprek met de RLS om interne mogelijkheden te onderzoeken voor het automatisch toekennen van toeslagen, wat bijdraagt aan het ontzorgen van burgers. Dit maakt deel uit van onze strategische kaders, waarin we kijken naar manieren om de uitvoering van regelingen te vereenvoudigen. We streven naar een 'trap op, trap af'-systeem, zodat mensen vanuit een stabiele en vertrouwde basis aan hun participatie kunnen werken. Deze aanpak zal ook terugkomen in het uitvoeringsplan van de strategische kaders.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Voortbouwend op dit onderwerp werd er verwezen naar het onderzoek naar leefbaarheid. Wat ik daarbij denk, is dat het nog steeds uitmaakt waar je wieg heeft gestaan, ook in Zeist, wat betreft je ontwikkeling en kansen. Wat dat betreft is het project Natuurlijk Vollenhoven een initiatief waarin we het verschil willen maken. Het project 'Voorloper Volle Vooruit' is natuurlijk één manier om de wijk te verbeteren, maar we richten ons ook zeker op het verbeteren van de bestaanszekerheid en kansen voor de inwoners. We proberen de diversiteit te vergroten, ook door gericht een aantal woningen toe te wijzen aan wat meer draagkrachtige inwoners die de rest van de wijk op sleeptouw kunnen nemen. Er wordt vaak gesproken over twee burgerberaden, maar we hebben eigenlijk 2,5 of een derde gehad in Vollenhoven. De inwoners zijn met een soort burgerberaad over hun eigen omgeving bezig en stellen advies op. Dat is bijna klaar, dus op die manier proberen we de betrokkenheid van de inwoners te vergroten, participatie te stimuleren en daarmee ook ambassadeurs voor de wijk zelf te krijgen. Wat betreft het project 'Voor Elkaar' is het gestart vanuit de gedachte dat er een innovatie gaande is. We willen deze innovatie zo goed mogelijk laten landen bij de inwoners en vanuit die optiek is het ook gefinancierd. Naar aanleiding van de evaluatie van 'Voor Elkaar' wil ik zeggen dat ik niet heel verrast was, omdat we al tijdens het project zagen dat mensen dit erg konden waarderen. Er komt naar voren dat we graag door willen gaan met 'Voor Elkaar', omdat het zoveel meerwaarde heeft voor de bewoners. We willen nu onderzoeken of 'Voor Elkaar' net zo'n groot succes kan blijven, zelfs als er geen renovatie gaande is. Echter, daarvoor hebben we niet de middelen binnen het project 'Vol Over Uit'. We hebben gekeken naar middelen en de aanleiding om de middelen vanuit de coronagelden te gebruiken, is dat uit een COVID-onderzoek, met name in Utrecht Overvecht - en je zou kunnen zeggen dat Vollenhoven daarop lijkt - is gebleken dat er echt extra en blijvende gevolgen zijn door corona. Dat zie je ook in landelijke onderzoeken rondom jeugd, maar het komt dan specifiek neer op de wijk. Om die reden hebben wij gericht een beroep gedaan op de coronamiddelen, juist om in de voortzetting van 'Voor Elkaar' ook gericht te kijken naar die effecten van de coronagevolgen voor de bewoners in de flat. Dit zal ook meegenomen worden als aandachtspunt in het verdere plan dat 'Voor Elkaar' heeft opgesteld voor de komende twee jaar. Dus vanuit die optiek dachten wij dat deze middelen geschikt zouden zijn en hebben we een deel daarvan uit de coronamiddelen genomen.

Koos Janssen - Burgemeester

Fluitman van het CDA zegt ja. Er was een kleine weigering, maar hij doet het toch. Hij is de eerste.

Marcel Fluitman - CDA

U weet dat ik een warm hart heb voor vooruitkijken en voor elkaar zorgen. Toen ik onlangs het college bezocht, heb ik ook gekeken naar structurele middelen om de financiering van nitril te kunnen blijven waarborgen. Ik ben ervan overtuigd, en ik denk dat we dat hier allemaal in de raad weten, dat het ongelooflijk belangrijk is dat er mensen zijn die anderen kunnen opvangen in een grote samenleving zoals de onze, voor mensen die hulp nodig hebben en wegwijs gemaakt moeten worden. Ik zie dit graag in samenwerking met onder andere de woningbouwvereniging, om te bekijken hoe we dit moeten aanpakken. Hierover hebben wij geen discussie. De discussie ligt, nogmaals, op financieel gebied, maar uw collega van Financiën heeft deze discussie naar u doorgeschoven, dus nu moet ik deze met u voeren. We kunnen natuurlijk bij elk probleem dat zich voordoet zeggen: "Er was corona, dus iemand zal er wel last van hebben gehad." U verwijst naar een onderzoek in Overvecht en zegt dat het in Zeist waarschijnlijk ook zo zal zijn. Ik vraag me af of dat recht doet aan het budgetrecht van de raad en of wij als raad zo weggezet willen worden, of dat we eigenlijk om de tuin geleid worden om de 1,2 miljoen die we in die pot hebben, zonder duidelijke bestemming te benoemen. Ik ben echt van mening dat hier oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van een budget. Het was netter geweest als het college had gezegd: "Oké, wij zien op dit moment geen mogelijkheden of aanvragen meer die een relatie hebben met corona en dit budget. Gemeenteraad, stemt u in dat wij dit voor andere elementen of projecten gaan inzetten?" Maar u focust nu heel erg op dat budget, en dat snap ik, en daar gaat uw collega van Financiën ook niet van af. Dan kijken we naar de spelregels die we hebben gesteld, en dan is het zo dat wij als raad geld uit dat budget kunnen bestemmen voor corona gerelateerde aspecten. Wat u hier doet, is een project verlengen, een project dat is ingezet voor de verbouwing van de 11 flat, de verbouwing van de L flat, die vanwege corona geen enkele verlenging heeft opgeleverd. In de rapportage van 2021 wordt ook totaal niet gesproken over een vertraging vanwege corona of andere aspecten. Nu haalt u geld uit dat budget. Bent u het niet met mij eens dat dit een oneigenlijke manier van budgetteren is?

Laura Hoogstraten - Wethouder

Kijk, ik ben het met u eens dat we het potje met coronamiddelen nog eens goed moeten afronden. We moeten onderzoeken wat eruit betaald is en wat er nog over is. Vervolgens moeten we samen besluiten wat we ermee gaan doen. Ik denk dat, wat dat betreft, het voorbeeld van 'Voor Elkaar' in Utrecht juist wel goed is. Daar is onderzoek gedaan en er is een overzicht. Ook in Zeist is er onderzoek geweest, dat was niet heel duidelijk, maar er zijn wel degelijk nog gevolgen van COVID-19 en corona. Vanuit dat perspectief moeten we de opdracht meegeven aan 'Voor Elkaar', toch? Bij Buurtzorg Jong is gezegd, is dat niet ook bij ons in Zeist aan de hand en kunnen we daar extra aandacht aan besteden? Dat was de reden om te zeggen dat we middelen uit het coronafonds konden halen. Ik vond dat gerechtvaardigd en het college vond dat ook gerechtvaardigd. Maar ik ben het met u eens dat we nog eens naar dat potje moeten kijken om te bepalen of er nog wat in zit. Kunnen we de gevolgen die we nog steeds zien van corona aanpakken? Want het is nog niet weg. Mensen ondervinden er nog last van. Er zijn nog steeds gevolgen. Moeten we daar nog iets mee doen en zo ja, wat dan en welke regels gelden daarbij? Dus in die zin ben ik het zeker met u eens.

Marcel Fluitman - CDA

Nou, ik denk dat we al een heel eind komen. Ik kom verder met u dan met uw collega van Financiën, maar misschien moet u dus in het college eens vragen of de collega van Financiën niet nog voordat het raadsvoorstel in stemming komt, met een voorstel kan komen om die coronamiddelen op een of andere manier vrij te geven. Hierdoor kunnen we op een rechtvaardige manier zeggen dat we vanuit dat budget graag willen financieren en dan zou ik er zelfs wat meer geld aan willen besteden. Het gaat erom dat we nu op een duurzame manier financieren. En dan denk ik dat we weer op het juiste pad zijn en niet op zoek hoeven te gaan naar zijpaden om ergens geld vandaan te halen voor een belangrijk project zoals 'Voor Elkaar'. Dus ik hoop dat we op die lijn komen, dat we op de juiste manier uit de juiste middelen geld halen voor de zaken die nodig zijn in Zeist.

Roy Luca - Seyst.nu

Voorzitter, dank u wel. Ook wij dragen een zeer warm hart toe, en ik vind het eigenlijk wel mooi dat het college daar goed over gesproken heeft. Maar ik wil toch even meegeven dat er ook nog een Zeist West is, want als u de vergelijking met Overvecht maakt, dan moeten wij wel iets breder kijken. En dan zou ik het ook zeer positief vinden als het college, en de heer Fluitman heeft dit eigenlijk aan het einde al aangehaald, na het vrijvallen van de coronamaatregelen deze inderdaad breder en langdurig zou inzetten, maar dan wel met een brede scope. Dus niet alleen op Vollenhoven, maar overal waar het daadwerkelijk problemen zou kunnen geven, of het nu van de coronamaatregelen uitgaat of waar de problemen zijn die wij hebben geïnventariseerd, om daar dan inderdaad slim en wel via de Raad te handelen. En ik deel de mening van de heer Fluitman op dat vlak, dat wij als Raad dan ook kunnen beslissen om eventueel gewoon meer middelen vrij te maken. Want als het eenmaal zover is, dan denk ik dat het aan ons is, en dan maken we het met elkaar goed. Maar op deze manier zijn wij er geen directe voorstander van, en ik ben ook benieuwd hoe de rest van het college daarin staat, want wat u als antwoord geeft, wijst in de goede richting, dus ik ben erg benieuwd. Nou, daar laat ik het bij.

Koos Janssen - Burgemeester

Hier is de grammaticaal gecorrigeerde tekst: "Daar geef ik dan direct antwoord op, hè? Er is eenheid van beleid en een eenheid van standpunt, dus daarmee moet u het doen. De werkelijkheid is niet anders dan wat ik aangeef. Dus dank voor uw vraag; ik ben blij dat ik die helderheid kan verschaffen. Had u nog andere vragen? Want dan kan de wethouder..."

Roy Luca - Seyst.nu

Zit u daar even goed voor? Het is inderdaad zo dat het college dit gezamenlijk doet. Maar wat ik daarmee wil aangeven, is dat het college een voorstel heeft dat ze nu zelf hebben geoormerkt, en ik probeer juist te benadrukken dat we het met z'n allen doen. En ik heb u gehoord; u hebt daarin gelijk.

Koos Janssen - Burgemeester

Dank je, wil je nog iets anders zeggen? Nou ja, ik...

Laura Hoogstraten - Wethouder

Ik heb het voorstel van de heer Fluitman gehoord. Dat neem ik aan, zeg maar, als het zover is. Het voorstel zoals het nu voorligt, heeft de dekking zoals die nu is. Ik heb aangegeven waarom wij het gerechtvaardigd vonden om een deel vanuit de coronamiddelen te nemen. Doe ik het niet goed? Nee, oké. Ja.

Koos Janssen - Burgemeester

Ik grijp even in, omdat dit een herhaling van de discussie is. Ik rond hem af en geef dan het woord aan Luca, maar dan gaan we er toch weer over praten. Vervolgens gaat er iemand interrumperen. En ja, laat mij alstublieft mijn verhaal afmaken.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Ik zal mijn verhaal afronden. Dit is het voorstel dat nu ter tafel ligt, en de heer Fluitman heeft een voorstel gedaan. Ik zal in het college onderzoeken of dit een begaanbare route is. Maar daarover kan ik op dit moment geen uitsluitsel geven. Dat is het, zogezegd.

Hannie van Kippersluis - ZeisterBelang

Dank u wel, Voorzitter. Ik ben het eens met de heer Fluitman dat we coronagelden niet via een omweg naar elkaar moeten sluizen. Maar ik heb wellicht een andere suggestie. We hebben een positief saldo over de jaarrekening. Misschien kunnen we daar een gedeelte van gebruiken om in ieder geval eenmalig te financieren, en dan op zoek te gaan naar structurele financiering. Ze heeft een suggestie.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Ja, dank voor de suggestie. Aanvullend daarop is er ook een opmerking gemaakt over de boa; er is inderdaad een extra boa aangenomen voor het project 'Volle vaart vooruit'. Dat is gefinancierd vanuit het projectgeld en dat budget. In 2023 doen we een evaluatie en kijken we hoe we verdergaan met deze vorm van extra boa. Dat zijn niet de twee nieuwe vacatures die u heeft gezien. Overstappen naar wonen: wonen blijft een heel breed vraagstuk met veel verschillende aspecten. Vandaag wil ik inzoomen op de koppeling met urgente vraagstukken rondom woningzoekenden, vluchtelingen en de opvang en integratie van nieuwe inwoners. Ik werk altijd vanuit het principe dat vluchtelingen en nieuwe inwoners welkom geheten moeten worden en zich welkom moeten voelen. Dat doe je door ze op te vangen, niet naast de samenleving, maar samen ín de samenleving. En er zijn veel inwoners die zich daarvoor inzetten. Het is vandaag toevallig ook Wereldvluchtelingendag, en wat we vooral zagen bij de opvang van Oekraïners, is hoe de gemeente dat zelf moest doen en hoe vrijwilligers actief werden, maar ook hoe de Oekraïners zelf de handschoen oppakten en snel aan het werk gingen. Dit heeft veel betekend voor de integratie van vluchtelingen in een land. We hebben zoveel geleerd dat we op regionaal niveau en op Utrechts niveau een brief naar de minister hebben gestuurd. We hebben gezegd: kijk eens wat het betekent om te kunnen wonen, werken en meedoen in de samenleving voor een vluchteling en wat dat doet voor de integratie. Moeten we dat niet voor alle vluchtelingen doen en er zo snel mogelijk mee aan de slag gaan? Die brief ligt nog bij de Kamer; die moet daar nog over spreken. Maar we hebben al wel met de RSD gekeken naar mensen die al snel mogen werken en doen, hoe we daar actie op kunnen zetten. Dat zit in de strategische kaders voor de RDWI en in samenwerking met het AZC in Leersum en Kamp Zeist willen we ook echt gaan kijken of we werk kunnen maken voor mensen in de AZC's, de kansrijke asielzoekers en de statushouders die daar zitten, vanuit de gedachte dat dat voor alle partijen positief is. Er zijn werkgevers die staan te springen om deze mensen in te zetten. Wat betreft wonen, wil ik aangeven dat volgende week de evaluatie van de versnellingsopgave, de woningbouwmonitor en de evaluatie van de prestatieafspraken eraan komen, zodat u weer helemaal up-to-date bent over alle projecten en hoe het loopt. Bijvoorbeeld in de versnellingsopgave was de afspraak dat voor ieder huis voor een statushouder, we ook een huis bouwen voor een reguliere woningzoekende. Om een tipje van de sluier op te lichten: vanaf het begin van de versnellingsopgave in de periode van 2017 tot 2022 zijn er 429 woningen gerealiseerd, waarvan 254 sociale huurwoningen. In diezelfde periode waren er 133 sociale huurwoningen nodig voor het huisvesten van statushouders. Dat is bijna de helft, dus we voldoen nog steeds aan de versnellingsopgave voor het huisvesten van zowel reguliere woningzoekenden als statushouders. Dat neemt niet weg dat in 2022 eigenlijk geen woningbouwprojecten zijn gerealiseerd binnen die versnellingsopgave, dus we hebben weer zaak om extra kracht te zetten op het realiseren van woningen. Er komen weer projecten in zicht waarbij we extra woningen toevoegen, want de vraag naar huisvesting voor statushouders is enorm gestegen. Er is iets gezegd over de doorstroming van ouderen. We hebben alleen concrete gegevens voor de sociale huursector en met de regeling 'Van groot naar beter' wordt beoogd dat ouderen in een vierkamerwoning voorrang krijgen op een driekamerwoning, dus van groot naar beter, dat ze naar een kleinere woning gaan. In 2022 zijn er zo'n 13 woningen op die manier verhuurd. Dat is ongeveer 3% van het aantal sociale huurwoningen dat regulier via WoningNet is aangeboden. Kan dat omhoog? Ik denk het wel. Die vraagstukken moeten we bij de evaluatie van de woonvisie en de herijking van de nieuwe woonvisie bekijken, hoe we dat beter kunnen doen. De 50%-regeling, de vraag van Zeist.nu, heeft betrekking op de wetgeving die nog in voorbereiding is, namelijk de Huisvestingswet. U heeft net de eerste spoor van de huisvestingsverordening vastgesteld, dat was eigenlijk gewoon een technische wijziging. Het is nu nog niet mogelijk om die 50% toe te passen. De mogelijkheden die komen in de nieuwe Huisvestingswet gaan we uitwerken in spoor twee, dat wordt al voorbereid op U10-niveau. Dit voorstel komt naar de raad en dat is dan ook het moment om te kijken hoe we daarmee om willen gaan, met die 50% lokale toewijzing en 50% lokaal maatwerk. Overigens geldt deze mogelijkheid in de nieuwe wet alleen voor woningen in de betaalbare segmenten tot €355.000, dus als er een nieuwbouwproject is met duurdere woningen, kunnen we die 50% lokale toewijzing niet eens toepassen. Zo ver wat betreft wonen. Afsluitend, oh nee, het waterwingebied. Ga maar weer zitten. Het windpark wordt natuurlijk verder voorbereid. U kunt erover lezen in de huisvestings- of de versnellingsopgave. De evaluatie daarvan is opgenomen als project. Op dit moment worden de stedenbouwkundige uitgangspunten, kaders en randvoorwaarden opgesteld door Woongoed, samen met de gemeente. Er is goed overleg met de bewoners van de tiny houses; ik ben er zelf ook geweest. We zijn in goed overleg en het project heeft het tempo dat het altijd heeft. Op die manier wordt u op de hoogte gehouden via de rapportage van de versnellingsopgave.

Marcel Fluitman - CDA

Dat heeft het tempo dat het heeft; dat betekent dat die 5 jaar gewoon gerealiseerd worden en dat u daarna van start gaat met woongoed.

Laura Hoogstraten - Wethouder

We zijn nu aan de slag met Woongoed. Bij Woongoed gaat het minder snel dan je zou verwachten. Ze hebben allerlei zaken waar ze nog niet mee bezig zijn. We voeren momenteel gesprekken met woongroepen over wat de kaders zijn en welke ruimte er beschikbaar is. We bespreken wat er gebouwd kan worden. Dus we richten ons echt op de stedenbouwkundige aspecten en de vragen die spelen bij de ontwikkeling van het terrein.

Marcel Fluitman - CDA

Wat is uw prognose? Denkt u dat er iets gaat gebeuren? Echt waar?

Laura Hoogstraten - Wethouder

Nou, ik durf geen prognoses meer te geven. Het is in ontwikkeling in die zin dat ze ermee bezig zijn. We hebben met de bewoners van het waterwindpark afgesproken dat ze weten dat ze de weg moeten vrijmaken, maar we kijken ook of ze, als het langer gaat duren, langer kunnen blijven tot echt de volgende stappen genomen zijn. Een deel van het gebied is natuurlijk naast het waterwingebied, dus het moet ook goed bekeken worden wat überhaupt het bebouwingslint onderdeel is. We hebben ook met Vitens te maken, dus eigenlijk worden alle partijen nu aangesloten, of ze zijn al aangesloten.

Jan Bredius - NieuwDemocratischZeist

Voorzitter, dank u wel. Ja, we hebben lang stilgestaan bij het project Vollenhoven. Nieuw Democratisch Zeist wil aangeven dat zij begrip heeft voor de keuze van het college om de dekking te realiseren zoals voorgesteld in paragraaf 20. Er zijn echter nog twee vragen die gesteld moeten worden. Ten eerste, betreft het bijna militaire aanpak van het tekort, dat eerst 35 miljoen was en nu 17 miljoen bedraagt. Is het college het ermee eens dat dit tekort ambtelijk moet worden aangepakt om uit de catch-22 te komen, en niet politiek? Met andere woorden, is het inzetten van een liaison officer de vraag voor deze wethouder? Ten tweede, hoe staat het college tegenover het uitrollen van het oudste lied en de zorg daarover in heel Zeist? Ja, dat is de vraag.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Het uitrollen van het oudste lied zorgt voor zorg over heel Zeist. Ik wil nog wel aangeven dat Auster niet zorgt. Dat is eigenlijk nog ontstaan uit de tijd dat... Er is een woord voor. Nou ja, ik kom er niet meer op, maar in ieder geval was er toen de mogelijkheid voor inwoners om te zeggen: "Wij kunnen het beter dan de samenleving of dan de overheid. Laat ons het zelf doen." In die zin is dat ontstaan en hebben we dat ook gefaciliteerd. Het is een voorbeeld voor heel veel gemeentes, dorpen en wijken in het land, maar het is niet zomaar kopieerbaar. Het heeft een chemie van een aantal factoren die helemaal passen in dat oudste lied, en dat oudste lied... ja, de eigenwijsheid die daar is, die volgens mij ontstaan is in de tijd van de bezetting van de Polygon. Als je echt teruggaat in de historie, die eigenheid die is niet overal en zeker niet in de rest van Zeist. Dus ik weet bijvoorbeeld dat ze er ook wel in Den Dolder mee bezig zijn geweest, maar dat het echt lastig is om het op die manier uit te voeren of op te zetten. En het tweede, dat nou ja, moeilijk woord, zeg maar de voorman, om bij het rijk op de trom te slaan van: "Hé, hoe zit het nou?" Ik had u al gezegd dat ik trekker ben van de pijler sociaal binnen de M50-platformen en dat vorige week op het VNG-congres eigenlijk, nou ja, mede vanuit de M50 gezegd is van: "Hé rijk, we willen boter bij de vis en anders gaan we inderdaad het gesprek aan over taken weer teruggeven, omdat we gewoon onvoldoende middelen hebben om het werk uit te voeren." Dus in die zin denk ik dat u... En denk ik dat het geluid dat gegeven wordt en wat de heer Van Dijk ook al geeft, hè? De, nou ja, niet het radicale, maar wel het stevige geluid en de verenigbaarheid binnen de VNG en de grote meerderheid waarmee de moties zijn aangenomen. Dat u daarmee al geholpen wordt met de vraag: "Moeten we niet naar voren stappen?"

Jan Bredius - NieuwDemocratischZeist

Ja, voorzitter, taken teruggeven klinkt inderdaad radicaal en sluit enigszins aan bij het beeld dat ik drie uur geleden heb geschetst. Het college is gelukkig wat gematigder dan de bewoordingen van de fractievoorzitter van Nieuw Democratisch Zeist suggereren. Maar taken teruggeven klinkt toch wel bedreigend. Kan de wethouder daar nog iets meer over zeggen? Nou ja, dat...

Laura Hoogstraten - Wethouder

In de bijdrage van de voorzitter van de N50 vorige week werd iets verteld ter ondersteuning van de motie, maar ik ben de naam vergeten. Het ging in ieder geval over het volgende: "Beste rijk, we hebben simpelweg meer middelen nodig om onze taken goed uit te kunnen voeren. Als we die niet krijgen, moeten we overwegen welke taken we teruggeven aan het rijk omdat we ze niet naar behoren kunnen uitvoeren door een gebrek aan middelen." Om af te sluiten, wat ik heb geprobeerd aan te geven, is dat samenwerking het sleutelwoord van de avond is. We willen de beweging maken van curatief naar preventief, en dat zit vooral in het samenwerken, elkaar vinden, nabijheid creëren en het vormgeven van een goed leven in Zeist. Maar wat is dat dan, een goed leven in Zeist? Daar heb ik over nagedacht en ben ik in gesprek met anderen tot de volgende visie gekomen: een Zeist waar iedereen meetelt en gehoord wordt, waar je jezelf fysiek en mentaal kunt ontwikkelen en welbevinden kunt ervaren. Een plek waar iedereen een passende basis heeft en waar zorgen voor jezelf en voor elkaar beter is dan genezen. Waar je kracht ontwikkelt in plaats van beperkingen. Dat is, wat mij betreft, het goede leven in Zeist.

Koos Janssen - Burgemeester

Dankzij de interruptie was er een fluitist van het CDA, ja.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, dank u wel, voorzitter, en dank u wel, wethouder, voor uw woorden over het goede leven in Zeist. Ik mis echter enigszins de aandacht voor de zorgen die u niet uitspreekt. Als ik naar alle cijfers voor de komende jaren kijk, zie ik diverse problemen. In mijn bijdrage heb ik gesproken over de jeugd, over de ouderen, de Wmo en over het vervoer. Er zijn, naar mijn mening, heel veel zorgen die u zou moeten voelen, maar waarover ik u niet hoor spreken. Ik had echter verwacht dat u zou ingaan op de leefbaarheid, waarover we metingen hebben uit 2020, want daarover maak ik me zorgen. Als wij op nummer drie staan, zelfs nog voorbijgestreefd door andere steden, of als Zeist zelfs de G4 voorbijstreeft, deel ik die zorg. Kent u het rapport? Wat betekent dit voor u en heeft u enig idee wat u daarmee gaat doen? Nou ja, dat dus.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Het rapport is nog te nieuw voor mij om het goed te kennen. Ik denk dat het vooral belangrijk is om met elkaar in gesprek te gaan over de inhoud en te overwegen welke gedachten we kunnen meenemen bij bijvoorbeeld de herijking van de woonvisie.

Laura Hoogstraten - Wethouder

De woonvisie: wat betekent het en hoe kunnen we dat meenemen in ons beleid? Nou ja, bijvoorbeeld in de woonvisie die we opstellen.

Marcel Fluitman - CDA

Om deze tekst grammaticaal correct te maken, moet deze worden aangepast tot een volledige zin met een onderwerp en een werkwoord. Hier is een mogelijke correctie: "Ik denk eraan om dit stuk te schrijven en het naar de Raad te sturen."

Laura Hoogstraten - Wethouder

Ik denk dat het, wat dat betreft, gewoon wel een goed stuk is waar we het goede mee moeten doen en we moeten inderdaad gewoon het gesprek erover voeren, ja.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, goed dat u het leest. Dan weet u waar het over gaat en wellicht deelt u dan mijn zorgen? Ik zal er zeker op terugkomen, want ik vind het echt heel zorgwekkend dat wij, als Zeist, zo hoog op nummer 3 staan van de 342 gemeenten op dit punt. Dat zegt iets over de achteruitgang van onze wijken en het sociale leven van onze mensen. Over de leefomgeving zou u zich zorgen moeten maken, net als ik.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Net zoals ik het op een bepaalde manier zie. Ik weet niet of dat de juiste duiding is, maar goed, het is goed om met elkaar dat gesprek te voeren en te kijken hoe...

Marcel Fluitman - CDA

Maar dat wilt u niet, dus ik zal er zeker op een andere manier op terugkomen, want het baart mij wel grote zorgen.

Koos Janssen - Burgemeester

Dank u, wethouder Hoogstraten. Ik geef graag het woord aan de wethouder, Jan Wilting. Oh, David Tompot, u wilt toch van tevoren interrumperen, voorzitter?

Koos Janssen - Burgemeester

Ja, nu werkt die pas ook niet. Fijn dat het zo doet, ja.

David Tompot - SP

Ja, voorzitter, naar aanleiding van de bijdrage van wethouder Hoogstraat wil ik nog iets toevoegen. Tijdens mijn algemene beschouwing heb ik een vraag gesteld of opmerkingen gemaakt over de urgentie, waarop ik niet echt een antwoord heb gekregen, althans niet naar mijn tevredenheid. Ik heb de wethouder wel horen zeggen dat er een bijeenkomst zal plaatsvinden over, laat ik zeggen, de nieuwe woningmarktmonitoring, geloof ik. Maar toen ik dat net even opzocht, kon ik het niet vinden in de raadsagenda voor de komende weken. In ieder geval had ik een vraag gesteld over hoe het straks zit met het verkennend onderzoek dat wordt gedaan naar mensen die werkzaam zijn in het onderwijs, de zorg en de veiligheid, om hen urgentie te kunnen verlenen. Ik vraag me af wat dit zou betekenen voor de overige woningzoekenden die ook met urgentie een woning zouden willen krijgen. Mijn vrees is namelijk dat dit opnieuw tot verdringing zal leiden voor de groep reguliere woningzoekenden die ook in urgente situaties kunnen terechtkomen, zoals onlangs duidelijk is geworden met het gezin dat dakloos dreigde te raken – en uiteindelijk dakloos is geworden – maar niet tot een van die doelgroepen behoort. Dus mijn vraag is: hebben deze mensen straks nog kans op urgentie als dit beleid zo doorgaat? Dat is mijn vraag.

Laura Hoogstraten - Wethouder

Ja, dat is een terechte zorg die de heer Tompot uit. Hoe meer mensen urgentie krijgen, hoe minder woningen er overblijven voor de reguliere woningzoekenden. Het is ook een gesprek dat we hebben met de corporaties die eigenlijk op zoek zijn naar een soort percentage. Nou ja, de uitwerking van het toewijzen met urgentie voor bepaalde doelgroepen zit ook in de huisvestingsverordening. Dat zal een lokale bepaling zijn en er zal ook aangegeven worden wat dat eventueel zou betekenen en op welke manier je dat dan zou kunnen toepassen. Dus het is een zoektocht hoe je daar vorm aan geeft en of je dat zou willen en hoe je dat dan zou willen toepassen. Dus dat is ook een gesprek en dat wordt meegenomen in de onderzoeken en uiteindelijk het advies. Een uitwerking in de huisvestingsverordening, daar komen we op terug.

Angèle Welting - D66

Ja, dank u wel, Voorzitter. Laat ik allereerst zeggen: dank aan alle fracties die zich vandaag hebben uitgesproken. Een aantal complimenten ook aan wethouder Hoogstraat, die refereerde al aan de complimenten voor het sociaal team en het CJG, maar ook aan de ambtenaren die aan alle stukken hebben gewerkt. Ik zou ook de complimenten willen geven aan onze inwoners, die volgens mij het afgelopen jaar hebben laten zien hoeveel kracht en initiatief er is. En soms schuurt dat ook wel eens in bepaalde opzichten, ook hier in deze raadszaal. Maar overal is het goed om te zien dat er grote betrokkenheid is van onze inwoners op allerlei manieren, zowel in denken als in daadkracht. Dat brengt me ook even om terug te komen op het onderwerp waar net even collega Hoogstraten ook op refereerde, namelijk het leefbaarheidsonderzoek. De fractie van het CDA gaf daar een bepaalde duiding aan en volgens mij zijn we nog te prematuur. Dat onderzoek is net recent uitgekomen om daar al een hele duiding aan te geven. Ik wil wel in ieder geval hier namens het college aangeven dat wij daar zeker nog een duiding aan gaan geven en graag samen met de Raad daar een bijeenkomst over willen hebben. Zodat we met elkaar kunnen kijken: wat vraagt dit nou? Ik denk wel dat de eerste duiding die ik er even aan zou willen geven is dat het vooral een onderzoek is dat aangeeft hoe groot de verschillen zijn. Dat betekent niet dat er in wijken zoals Vollenhoven of Zeist-West geen goede dingen gebeuren of dat die wijken achteruit zijn gegaan. Want we zijn wel degelijk de afgelopen jaren al bezig geweest om te werken aan de leefbaarheid van onze wijken. Het geeft alleen aan dat we hele grote verschillen hebben en dat we met elkaar moeten kijken: wat betekent dat nou? Collega Hoogstraten gaf ook al aan: "Oude lieden zorgen voor een mooi initiatief, hè?" De heer Bredius noemde het al in zijn bijdrage. Kunnen we dat nou kopiëren? Nou, volgens mij zijn we op zoek naar de nieuwe balans tussen de gemeenschap, de overheid en de markt, en lees de markt ook even als zorgpartijen of zorgprofessionals die in de wijken actief zijn, en daar met elkaar kijken: wat kan elke wijk nou als kracht dragen als gemeenschap en wat kunnen we nou doen samen met al onze partners om die kracht van die gemeenschap weer te stimuleren en te vergroten? Ja, dat is volgens mij de uitdaging waar we met elkaar voor staan, want dat we zeker in het sociaal domein en in de zorg het niet houdbaar kunnen houden als we altijd doen wat we al deden. Ja, dat is volgens mij evident en fractie Osinga, hè? Die refereerde daar ook aan: dat vraagt om een goede samenwerking. Dus het idee om die naar buurschap of ja, het heet noaberschap geloof ik, maar ik ben niet zo goed in het Twents of het Gronings. Maar dat is volgens mij wel goed om te kijken hoe we dat kunnen doen. Want het is waar dat inwoners die een betere gezondheid hebben in wijken waar een levendig nabuurschap is, dat die prettiger wonen. Het is ook zo dat inwoners prettiger leven in een omgeving waar het groen is en waar veel natuurwaarden zijn. Het beeld wat door sommige fracties wordt geschetst alsof de woningbouw per definitie ten koste gaat van groene waarde, wil ik echter wel hier namens het college corrigeren. Ik denk dat de recente discussies die we hebben gehad bij de vaststelling van de eerste destijds de omgevingsvisie, ook daar zie je de kracht van de inwoners. En of dat dan een smal deel is of niet, dat laat ik aan u om te beoordelen en of het instrument burgeramendementen een goede toevoeging is of niet. Ik denk dat een van de fracties terecht zei dat we volgens mij dat nog goed moeten evalueren met elkaar. Het geeft in ieder geval wel aan dat we in dat samenspel tussen Raad, College en samenleving gekomen zijn tot een hele goede toevoeging op die eerste destijds de omgevingsvisie en de komende jaren in dat samenspel het goede gesprek moeten voeren. Hoe we zowel een betaalbare woning voor heel veel inwoners kunnen realiseren alsook een impuls kunnen geven aan onze groene en gezonde leefomgeving. Dus ik denk dat dat een hele belangrijke is in wat we te doen hebben om te komen tot een omgevingsplan. Een tweede Zeist de omgevingsvisie, maar ook concrete projecten. Een van die projecten werd ook genoemd. Dat is het Stationsgebied Driebergen-Zeist. Daar ligt binnenkort natuurlijk besluitvorming over het plan van aanpak. Ik denk dat het belangrijk is om te melden dat dat vooral een plan van aanpak is wat procesmatig van aard is en dat de politieke weging uiteindelijk moet gaan plaatsvinden als er een aantal scenario's liggen en wij als college vooral ook de ruimte vragen aan u als Raad, maar ook aan de Raad van de Utrechtse Heuvelrug om aan deze voorkant nog gewoon breed te kijken en breed te denken en met ons mee te dromen. Want het beeld van een Bijlmer in de Heuvelrug wil ik toch echt even corrigeren. Het moet echt een woonkern worden waar we allemaal niet alleen u als Zeist de Raad, maar ook de Raad van Utrechtse Heuvelrug en onze inwoners trots op zijn. En waar we juist die natuur- en landschapswaarden goed samen laten komen met betaalbare woningen voor al die mensen die nu een sociale basis, namelijk het hebben van een huis, moeten ontberen. Ik denk dat dat een hele belangrijke is bij de gebiedsontwikkelingen die we de komende jaren in Zeist te doen hebben. Maar u vraagt niet alleen aandacht voor onze groene waarden en de leefbaarheid. U vraagt ook heel duidelijk aandacht voor onze jeugd en onze jongeren. En die hebben de toekomst. En zoals u zich zorgen maakt, soms over het toekomstperspectief van onze gemeenteraad en de financiën, zo maken ook jongeren zich zorgen over hun toekomst, hè? Wij zien in toenemende mate dat zij zich zorgen maken over het klimaat, dat er jongeren zijn die daadwerkelijk klimaatstress hebben omdat ze zich zorgen maken dat ze twijfelen over of ze die vaste baan nog kunnen vinden of dat ze mentale problemen hebben. En mijn complimenten gaan ook uit naar de ChristenUnie-fractie die daar expliciet aandacht voor vraagt en graag wil weten van hé, wat gebeurt er nou op dat gebied? Recent is er natuurlijk tijdens de algemene ledenvergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten ook de hervormingsagenda Jeugd aan de orde geweest waar allerlei moties zijn geweest, die deels ingingen op de financiering. Maar veel belangrijker: als wij willen werken aan de toekomst van onze jeugd en ook de toekomst van onze jeugdhulp, dan kunnen we dat niet geïsoleerd zien van alleen maar de jeugdzorg. Dan vraagt dat ook verbinding met andere leefdomeinen, bijvoorbeeld het onderwijs, hè? Wij hebben daar als gemeente Zeist, samen met onze collega's in Zuid-Oost Utrecht, maar ook met onze collega's in Almere ook expliciet aandacht voor gevraagd en die motie is ook aangenomen waarin we vragen om bij die uitwerking van de hervormingsagenda jeugd ook echt het onderwijs te betrekken. En de ministers van Onderwijs ook verantwoordelijk te maken voor wat er dan gaat gebeuren rondom die hervorming van de jeugdzorg. Maar we zitten niet stil lokaal, want we kunnen gaan wachten op het rijk om te komen met discussies over reikwijdte en wat wel en niet tot de jeugdzorg hulp behoort. We zijn hier zelf lokaal al bezig met onze partners om die verbinding te maken. Zo hebben we niet een lokale educatieve agenda gemaakt, maar zijn we juist aan de slag gegaan met een agenda jeugd onderwijs waar zowel de kinderopvang als het primair onderwijs als ook het voortgezet onderwijs, maar ook ons CJG, ook de GGD, ook mee aan de slag gaan om met elkaar te kijken: hoe slaan we de handen ineen? En heel concreet is daar een vraag gekomen van een van de fracties: hoe zit het met het aannamebeleid? Nou, we hebben daar vorig jaar met het zogenaamde bestuurlijk overleg van het primair onderwijs, het BOPO, ook gesprekken over gehad, want wij kunnen van alles bedenken als gemeente, maar het zijn uiteindelijk wel de schoolbesturen die dat moeten doen. Op dit moment is het al zo dat de scholen voldoen aan de wettelijke regelgeving. Dat betekent dat zij hun regels op hun website en in de voorlichting aan ouders hebben aangepast. Dat betekent dus ook dat ze niet meer kinderen zomaar voor hun derde levensjaar mogen vooraanmelden en op basis daarvan mogen plaatsen. Dat mag echt pas vanaf 3 jaar. Daarmee proberen we in ieder geval een eerste stap te zetten in die kansen gelijkheid voor alle ouders en kinderen. Het tweede is dat er een tweetal scenario's zijn opgesteld hoe wij dan het aannamebeleid willen vormgeven en die komen in het najaar ook terug in het bestuurlijke overleg om daar een knoop over door te hakken. En een van de dingen daarvan is ook dat we echt als gemeente een proactieve rol willen spelen in de voorlichting aan ouders. Hoe werkt het nou als je je kind wil aanmelden op een basisschool in Zeist? Wat zijn de regels? Hoe werkt dat dan met een ouderbijdrage? Want die is immers vrijwillig. Ook die motie hebben we van de afgelopen keren nog zeker in ons achterhoofd en gaan we het gesprek over voeren, maar dat aannamebeleid, daar komen wij dus op terug bij u in het najaar. Dan de vraag over het mentaal welzijn: gebeurt er dan wel iets, hè? Dat Join Us is gestopt. Dat betekent niet dat er niks gebeurt. We hebben inmiddels het zogenaamde Hangouts, dat zijn ja, een veilige plek, gezellige plek waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Er is ook een medewerker van MeanderOmnium bij betrokken voor vragen en ondersteuning en afhankelijk van wat de groep jongeren graag wil. En die verschilt natuurlijk ook per wijk worden er ook activiteiten georganiseerd. We gaan ook een lokale campagne houden om juist de bewustwording bij jongeren en eenzaamheid onder jongeren om daar aandacht voor te vragen. En we hebben sinds een tijdje ook EPIC Youth. Dat is een online jongerenplatform waar zo'n 1500 jongeren bereikt worden. Die hebben op een laagdrempelige manier contact juist in die digitale leefomgeving van jongeren waar zij in chatrooms ook bepaalde nou, soms gevoelige onderwerpen bespreekbaar maken en op basis daarvan ook kijken: welke signalen zien we nou? En als daar nou jongeren zijn die echt meer hulp en ondersteuning nodig hebben, kunnen die dat ook een-op-een krijgen, dus zowel een groepsgerichte aanpak als waar nodig een-op-een stuk begeleiding en zij hebben ook contacten waar dat nodig is met het CJG als blijkt dat ze zich echt zorgen maken over jongeren. Nou, we zetten ook met NPO-middelen de zogenaamde gezonde schooladviseurs in. Die zijn van de GGD, gaan langs bij scholen en kijken wat ze kunnen doen om die gezonde schoolomgeving te creëren, waarbij juist ook dat mentaal welzijn op heel veel middelbare scholen aandacht krijgt. En we zijn met scholen aan het kijken hoe we op een laagdrempelige manier jongerencoaches kunnen inzetten. Geen individuele beschikkingen, geen ingewikkelde aanmeldingsprocedures, maar eigenlijk gewoon hè? Jongerencoaches die laagdrempelig aanwezig zijn en de ene keer met één of twee gesprekken al een jongere weer op weg kunnen helpen en de andere keer een wat langduriger traject. En we zien dat de resultaten daarvan heel goed werken. Nou, er werd ook aandacht gevraagd voor de gezinsgerichte aanpak. Ik denk dat we hier de kern raken van wat we te doen hebben als het gaat om onze jeugdzorg voor de toekomst. Want veel kinderen krijgen een stempeltje dat er iets wel of niet mis met hen zou zijn, terwijl de context waarbinnen ze opgroeien of dat nou prestatiedruk is in het onderwijs of hè? De toename van echtscheidingen, veel problematiek daar ligt niet zozeer het kind aan ten grondslag, maar is er iets niet goed in het systeem waarin dat kind opgroeit? Dus die gezinsgerichte aanpak en kijken wat er nodig is, ja, die is essentieel. En dat is ook hetgeen wat het sociaal team en het CJG juist ook bij uitstek doet. Wat is de context waarbinnen dit kind opgroeit? Het eruit halen, hulp geven en weer terugzetten in diezelfde context? Ja, dat is volgens mij ook terecht door één van de fracties aangehaald. Ja, dat is volgens mij niet wat werkt. We moeten altijd kijken binnen welke omgeving iemand opgroeit. Dan ben ik even aan het kijken, dan werd er nog dus kortom, dank voor de aandacht die er gevraagd is voor onze jeugd. We gaan daar zeker mee aan de slag met onze partners. De vraag die er ook wel kwam vanuit bijvoorbeeld de CDA-fractie en ook andere fracties, ja, maar hè, maakt u zich dan geen zorgen over hoe dat zit met de budgetten en is alles nog wel toereikend? Ik denk dat die zorgen zowel op inhoud als op budget zeker aanwezig zijn bij het college. We kunnen niet ontkennen dat de toenemende druk die er is vanuit ook het rijk om maar te drukken op die financiële budgetten dat die echt wel pittige discussies hebben opgeleverd. Dat is niet voor niks ook de reden dat er nu een financieel akkoord ligt tussen het rijk en de gemeentes, waarbij ook heel duidelijk een ja, een soort tussenevaluatie wordt gemaakt met de Commissie van wijzen die ook echt goed kijkt: van ja, is het nou straks over een paar jaar wel terecht dat die korting wordt ingeboekt? Of hebben we daar echt andere dingen in te doen? Dus die ontwikkelingen volgen we echt wel op de voet, zowel lokaal als ook in de regio als ook bovenregionaal. Maar het ontslaat ons niet van de plicht om ook nu al te kijken aan welke knoppen we kunnen draaien, zowel op inhoud: wat kunnen we doen aan de voorkant? Als ook moeten we bepaalde keuzes al dan niet ook gewoon komende tijd met elkaar gaan maken? Dat ten aanzien van de jeugd. Tot slot werd er ook iets gezegd over sport en het masterplan, maar laat ik allereerst zeggen dat in brede zin we sport niet alleen bekijken vanuit de harde kant, hè? Als u goed naar ons coalitieakkoord heeft gekeken, dan zien wij sport en bewegen en cultuur ook heel duidelijk als middel om jong en oud in beweging te krijgen, als middel om mensen bij elkaar te brengen en ook als middel om ze uit hun sociaal isolement te halen. Ik denk dat dat belangrijk is. Dat is ook de reden waarom we met het gezond en actief leven akkoord heel actief zijn hier in onze eigen gemeente. Er is een zogenaamde specifieke uitkering, de SPUK. Nou, we hebben het al wel eens eerder gehad. Iemand refereerde er ook aan. Er komt steeds meer incidenteel geld en steeds minder structureel geld. We zijn blij met de SPUK die er is voor gezond leven

Koos Janssen - Burgemeester

Vertel bij interruptie wanneer Roelofsen zes punten heeft. En wie is het eerst bij de microfoon, hè? Ja, ik...

Hanny Roelofsen - Seyst.nu

Ik had nog een vraag over die buitensport. Ik begrijp dat het gaat over het onderhoud van de kantines en dergelijke. Dat is precies het onderwerp waarover we nog gaan praten, zeg maar, binnen het masterplan. Het betreft de achterstand in het achterstallige onderhoud. Waar kom je dat tegen?

Angèle Welting - D66

De techniek laat ons in de steek; hij doet het weer, kijk nu en niet meer. Nee, laat ik daar duidelijk over zijn: de uitvoering van het masterplan gaat primair over de sportvelden en de kleedkamers. Daarvoor heeft de gemeente Zeist geld beschikbaar gesteld en wij verzorgen de uitvoering. Als het gaat over de sportkantines of het bouwen van de club, dan is er zeker een vraagstuk. Maar primair zijn de clubs daar zelf verantwoordelijk voor. Wat betreft FZO hebben we empathie getoond en een uitzondering gemaakt in die zin dat wij daar het clubgebouw neerzetten en daarover ook afspraken maken betreffende de huur die zij moeten betalen. Maar nogmaals, primair gaat het om de sportvelden en de kleedkamers. Dus ik probeer uw vraag te begrijpen: primair gaat het om de sportvelden en de kleedkamers.

Hanny Roelofsen - Seyst.nu

Ja, dan had ik nog een aanvullende vraag. U heeft het over de achterstand die ook is opgelopen door COVID. Is het misschien een gek idee om dan ook iets met het coronapotje te doen? Ja, ik gooi het maar even op tafel.

Angèle Welting - D66

Nu herhaal ik, geloof ik, wat ik zojuist ook al heb gezegd. We hebben zeer nauwkeurig gekeken naar wat de uitvoering van het masterplan buitensport betekent. Een deel daarvan hebben we ook via prijsstijgingen gedekt, en een ander deel vindt u terug in de stukken. Ja, uiteindelijk is het aan u als Raad om een besluit te nemen over hoe u bepaalde middelen wel of niet wilt toewijzen. Ik zou willen zeggen, om het budgetrecht van de Raad, zoals de heer Fluitman dat noemde, recht te doen, dat u zelf een besluit neemt over hoe u het resterende totaalbudget, dat nog over is uit de coronaperiode, wilt besteden. Ja, ik begrijp het, maar u begrijpt ongetwijfeld heel goed wat ik bedoel.

Koos Janssen - Burgemeester

Dank aan de heer Roel van Nieuwstadt van GroenLinks, dank.

Roel van Nieuwstadt - GroenLinks

Dank u wel, voorzitter. Het kan zijn dat ik even heb zitten suffen en het antwoord gemist heb, maar ik ben nog op zoek naar het antwoord op de vraag of het college bereid is om een speurtocht op te zetten naar ontwikkelaars die hun sporen hebben verdiend in het duurzaam en natuurinclusief bouwen, met onze grote bouwopgaven, zeker in Driebergen-Zeist waar we net aan het begin staan. Ik vraag naar de bereidheid om die speurtocht aan te gaan.

Angèle Welting - D66

Ja, dat is een soort vraag, hè? Het is begrepen dat vragen die beginnen met een werkwoord per definitie gesloten zijn, dus hierbij even een tip: ja, nee, dat dus. Ik kan alleen niets anders zeggen dan ja, uiteraard zijn we daartoe bereid. Sterker nog, we hebben als gemeente natuurlijk het convenant Duurzaam Bouwen ondertekend, waarbij wij ons ambitieniveau ook heel hoog hebben gesteld. We zien ook wel eens, bijvoorbeeld bij Hart van de Heuvelrug, dat daar verschillen tussen zitten. Het betreft een provincie, Soest en Zeist, maar met elkaar hebben we echt steeds het streven om in de uitvragen die we doen, bijvoorbeeld bij marktpartijen, daar ook echt expliciet mee te nemen dat we dat zo duurzaam en circulair mogelijk willen. Ik denk dat, als het specifiek over Driebergen-Zeist gaat, we ook zelf met elkaar als gemeenteraden – want ik spreek even in meervoud – de ambities kunnen neerleggen over hoe hoog we die ambities willen zetten. En ja, we gaan zeker ook, hè? Dat is in het debat ook naar voren gekomen, vorige week, werkbezoeken afleggen waar we voorbeelden kunnen gaan zien van hoe het kan, dus om het ook echt tastbaar voor u te maken dat de droom niet alleen maar een droom is, maar dat we ook plekken gaan bezoeken waar het al werkelijkheid is geworden.

Koos Janssen - Burgemeester

Dank u wel. Ik geef graag het woord aan wethouder Wouter Catsburg. Ja, hij doet het.

Wouter Catsburg - Wethouder

10:10 uur. Vooral voor de mensen op de tribunes is het nog enigszins te doen. Ik vind het knap dat jullie het volhouden. Waarschijnlijk ga ik morgen naar de fysio, maar goed. Allereerst wil ik de raad hartelijk danken voor jullie inbreng, ook bij de jaarrekening, en de complimenten voor de medewerkers. Die zullen we zeker meenemen. Ik werd deze week een beetje getriggerd door het idee dat waarschijnlijk iemand wel complimenten voor de organisatie zou uitspreken. Ik was met een van de medewerkers op bezoek bij inwoners en toen we weggingen, zei die medewerker: "Joh, als er wat is, je hebt mijn 06-nummer, hè?" Toen dacht ik: ja, dat is de spirit die we moeten hebben. Zo'n medewerker werkt buiten, heeft direct contact met de inwoner en het contact is zodanig dat 06-nummers worden uitgewisseld. Als er wat is, wordt er gebeld. Dus, met uw permissie, zou ik ook de complimenten willen doorgeven aan al die medewerkers die dagelijks contact onderhouden met onze inwoners. In mijn portefeuille, die vooral in het fysieke domein zit, gebeurt dat best vaak. Mensen in de openbare ruimte, of het nu over speeltuintjes of groenvoorzieningen gaat, mensen bij de casus C aan de balie, de buitendienst – met uw goedvinden zou ik ook hen graag de complimenten willen geven voor de manier waarop ze het goede leven in Zeist vormgeven. Over uw bijdrages: er zijn vragen gesteld over mobiliteit en dienstverlening. Ik ben erg blij dat jullie in jullie wijsheid hebben besloten om de mobiliteitsvisie en het mobiliteitsplan aan te nemen, wat ons echt houvast biedt voor ons werk in de openbare ruimte op het gebied van mobiliteit. D66, jullie noemden het Groenboek. Ik heb het er nog eens bij gepakt en kan zeggen dat er gelukkig heel veel projecten zijn uitgevoerd. Maar dit is ook een momentopname. Dit Groenboek werd samengevoegd met de lijst die we al hadden. Daar zijn jullie ook over geïnformeerd. We hebben in het participatieproces bij het mobiliteitsplan ook veel reacties van mensen opgehaald. Tot op heden krijg je natuurlijk te maken met inwoners die zeggen: "Kijk hier eens naar, kijk daar eens naar." Dus de lijst is eigenlijk nooit klaar, hoe graag we dat ook zouden willen. Bij het mobiliteitsplan heb ik aangegeven dat we de komende 10 tot 20 jaar in Zeist nog wel bezig zullen zijn met het verbeteren van de mobiliteit en de veiligheid op straat. Ons speerpunt is de risicogestuurde aanpak. We kijken of een knelpunt werkelijk een knelpunt is en welke prioriteit we eraan stellen. Dat is de manier waarop wij proberen de verkeersveiligheid in Zeist stap voor stap te verbeteren. Ik denk dat we daar al grote stappen in hebben gemaakt. Heel belangrijk daarbij zijn onze contacten met de wijkverenigingen en andere belangenverenigingen, zoals de ouderenbond, het GPZ en de groene groepen, waarmee we minstens twee keer per jaar spreken. Sommige groepen zouden dat graag vaker willen, en in sommige gevallen is dat ook gebeurd. Maar dat kan ook, als er iets speelt in de wijk, dan hebben we gewoon veel vaker contact met elkaar. Op die manier proberen wij ook het contact met onze inwoners en met de groepen te onderhouden. Er werd gesuggereerd dat het aantal verkeersongevallen spectaculair was toegenomen. Als je naar de trendlijn kijkt, dan zitten we aan de goede kant. Elk verkeersongeluk is er een te veel, maar we hebben natuurlijk twee jaar van corona gehad, waarbij er veel minder verkeer op de weg was. Dus dan zie je een daling. Nu zie je weer een stijging, want het wordt allemaal wat normaler, maar ten opzichte van 2018, het pre-coronajaar, zie je nog steeds dat we in een dalende trend zijn, en dat maakt ons blij, maar nog niet blij genoeg. Want nogmaals, elk ongeluk is er een te veel. Dan hebben we het ook over toegankelijkheid. De ChristenUnie en de SP hebben daar opmerkingen over gemaakt, evenals andere fracties. Ik refereerde al naar de mobiliteitsvisie, want een van onze ambities, speerpunt 9, is dat iedereen meedoet. We hebben ook een knelpuntenlijst met dit soort punten opgesteld en ook daar zijn we aan het werk. Dat doen we eigenlijk zoals we ook de 30 km-buurten op dit moment aan het inrichten zijn. Op het moment dat er sprake is van groot onderhoud, dan pakken we het mee. Het is eigenlijk bij ieder project een integraal onderdeel van de afweging. Als we met een weg bezig gaan, dan kijken we naar veiligheid voor de fietser, voor de voetganger, klimaatadaptatie nemen we mee, groen toevoegen nemen we mee, dus het is onderdeel van onze afwegingen en onze werkwijze. Maar dat betekent inderdaad wel dat het een aantal jaren kan gaan duren. En daar waar echt knelpunten zijn, daar hebben we wel een potje voor, dat heet kleine verkeerskundige maatregelen, maar die is ook beperkt. Dus er is wel enige ruimte, maar om te zeggen dat we de komende jaren even versneld al die knelpunten gaan aanpakken en alles inclusief gaan maken, dat zit op dit moment niet in de plannen, dus dat zou nieuw beleid zijn. Het is onderdeel van het uitvoeringsplan, het coalitieakkoord, we hebben daar ook afspraken over gemaakt, dus het zit in een spoor. Alleen ja, dat vraagt enige uithoudingsvermogen. Maar we zijn er wel mee bezig en dat is belangrijk. Onderdeel zijn de beheerplannen voor de wegen en voor de stoepen. Veel stoepen in Zeist lopen tegen het einde van hun levensduur aan. Ze gaan over het algemeen een jaar of 50 mee en dan moeten ze vervangen worden en daar zijn we bezig met het beheerplan. Die hopen we eind van dit jaar, begin volgend jaar klaar te hebben en dan hebben we ook inzicht in de financiële gevolgen van die plannen. Ons idee is om alle lessen die we bij Kouwenhoven hebben geleerd, toe te passen. Dus het traject van Kouwenhoven gaan we niet nog een keer op deze manier doen, want dat duurt veel te lang met de nodige hobbels. Daar hebben we veel van geleerd en we willen ook de aanpak van Kouwenhoven uiteindelijk in andere wijken gaan doen, zodat je echt goede buurtprojecten krijgt. En tot die tijd zul je altijd plekken hebben die bijna ondoenlijk zijn om aan te pakken. Ik ben met Esther Kant op de Gerolaan geweest. Daar zie je natuurlijk de bomen die, net zoals op de Utrechtseweg, op het voetpad staan en alle stenen omhoog drukken. Eigenlijk kun je maar één ding doen: de bomen kappen en het recht maken. Maar bomen kappen in Bredius, dat gaan wij niet zomaar doen, dus dat gaat zeker niet gebeuren. Maar dat zijn dus punten die echt lastig zijn om op te lossen. Dan zijn er een aantal punten genoemd over de nabijheid. We zouden maar wat doen, we zouden geen contact hebben met inwoners. Nou, ik kan u verzekeren, en ik heb dat net al gezegd, 06-nummers worden uitgewisseld, zowel met medewerkers als ook met projectleiders. Bij grote infrastructurele projecten wordt altijd met de inwoners samengewerkt, met participatie en goede voorlichtingsbijeenkomsten. Dus over heel veel verrassingen kan een gemiddelde inwoner die geïnteresseerd is in het onderwerp en die actief betrokken is, wat ons betreft weinig overkomen. Uitzonderingen zijn er altijd, maar we denken dat we daar op zich de goede lijn te pakken hebben, ook in de gesprekken met de wijkverenigingen. Een ander stuk is de nabijheid vanuit het stukje dienstverlening. Een kantoor op de hoek wil niet zeggen dat je nabij bent. We zetten in op digitalisering van de diensten om aan te sluiten bij de veranderende behoefte van de inwoners, plaats- en onafhankelijk diensten en efficiëntie, zoals het IOC ons heeft gevraagd en zoals ook overgenomen door de raad. Je ziet dat inwoners ons weten te vinden en daar waar het nodig is, omdat men digitaal niet vaardig is of bijvoorbeeld een taalachterstand heeft, bieden we maatwerk. We merken, en dat ziet u ook in de rapportage in de jaarrekening van dienstverlening, dat onze inwoners ons uitstekend weten te vinden, zowel aan de balie als digitaal en zelfs op de chatbot. Het werkt gewoon goed. Dus in die zin zitten we ook wat betreft de nabijheid bij onze inwoners, denk ik, op dit moment op het goede spoor en we worden ook daarin gewaardeerd. Dan heb ik nog een vraag van de SP over het grof afval. U suggereert een beetje dat we dat gedaan hebben omdat dat geld oplevert. Nou, niets is natuurlijk minder waar, want €20 is nog steeds niet kostendekkend. Maar de bedoeling is natuurlijk om de circulariteit een boost te geven. Alles wat je zelf wegbrengt naar het afvalbrengstation, dat wordt grotendeels gerecycled omdat je dat in heel veel fracties kunt verdelen. Dat is de reden waarom wij die prijsprikkel hebben ingebouwd. Als je dan kijkt wat de gevolgen zijn, dan zien we dat het aantal ritten voor grof afval afneemt, dus dat er echt een substantiële afname is van het aanbod grofvuil, terwijl we zien dat het aantal dumpingen niet substantieel toeneemt. Er is een toename, daar was ook rekening mee gehouden, maar je ziet dat die nu al aan het afvlakken is en we verwachten, en dat zie je ook in omliggende gemeenten die dit hebben ingevoerd, dat het uiteindelijk weer op het helaas nog altijd te hoge, maar normale niveau zal uitkomen. U stelde ook een vraag over de misschien... [Tekst lijkt hier onvolledig te eindigen]

Koos Janssen - Burgemeester

Misschien even een interruptie. Marcel Fluitman was als eerste aan de beurt, daarna is Ernst van Splunter aan de beurt. Marcel Fluitman van het CDA, u heeft het woord voor een interruptie. Dank u.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, voorzitter, dank u wel. Dat ging eigenlijk nog even over het vorige punt. Ik vind het lovenswaardig, maar ik heb de indruk dat de wethouder erg in de verdediging schiet, dat alles wat gebagatelliseerd wordt en dat er zogenaamd goed contact is en alles goed geregeld wordt. Ik heb u het voorbeeld genoemd van de schermen die weggeslagen werden; het oude hekwerk werd verwijderd. Ik heb de correspondentie daarover gezien, en daar gaan weken overheen zonder dat er resultaat geboekt wordt. Kent u dat voorbeeld? Bent u daarvan op de hoogte wat daar aan de hand is?

Wouter Catsburg - Wethouder

Ja, ik ben op de hoogte. Sterker nog, ik ben zelf gaan kijken, dus ik weet dat het voetpad verkeerd is aangelegd door een aannemer. Ik weet niet of dat inmiddels is gecorrigeerd, maar dat zou wel moeten gebeuren.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, en dat is dus juist mijn punt. In april is dat al aangegeven bij de bewoners, maar we zitten nu in juni en er is nog geen bordje verschenen dat wijst op een gevaarlijke situatie. Daardoor worden mensen onrustig en die zeggen ook: "Ja, we maken kosten, we zetten onze tijd daarvoor in. We spreken daarover met de gemeente." Het duurt heel lang voordat we een antwoord krijgen. Dan zie je een heen en weer gaan, op en neer gaan, en vervolgens, nou, bent u wezen kijken? Dat is heel fijn, maar de oplossing is er niet. Mensen willen ook graag zien dat er iets gebeurt. Oftewel, als we dat soort dingen constateren, roep ik u toch op om vrij snel actie te ondernemen. En ik heb al aangegeven: als het dus niet door een aannemer direct gecorrigeerd kan worden, laat dan gewoon een dag later een bord neerzetten. Volgens mij is dat een hele simpele manier, maar nu zie je gewoon dat mensen zich niet gehoord voelen, zich niet serieus genomen voelen, er tijd in stoppen en eigenlijk zeggen van: "Zie je wel, er gebeurt niks."

Wouter Catsburg - Wethouder

Ja, ik probeer het zeker niet te bagatelliseren. Absoluut niet, hè? Want uiteindelijk hebben wij de inwoners ook via de belangenvereniging gevraagd om hun mening. De aannemer was bijna klaar met dat gedeelte, en dan vraag je ook aan de inwoners wat zij ervan vinden. Zo kom je nog dingen tegen waar je tegenaan loopt, nietwaar? Die werden geïnventariseerd door de belangenverenigingen, dus we bagatelliseren de inbreng van de inwoners zeker niet; die is superbelangrijk. Maar het feit dat er geen bordje staat, is in mijn ogen absurd om dan te veronderstellen dat er niets mee gedaan wordt. De inwoners weten dat we ervan op de hoogte zijn en dat we het gaan aanpakken. We zijn geen bol.com, hè? Dus morgen is het niet klaar, maar we gaan het aanpakken. En het plaatsen van een bordje wil niet zeggen dat het probleem opgelost is of dat dat de oplossing van het probleem is. Het kan zelfs zo zijn dat het plaatsen van een bordje juist extra gevaar oplevert. Die overweging ken ik niet, maar dat zou zomaar kunnen.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, u gebruikt het woord 'absurd'. Ik zal er niets over zeggen. Ik vind wel dat we de bewoners serieus moeten nemen, en als u geen bordje plaatst omdat het onveilig is, communiceer dat dan met deze mensen. Ik kan u de mailwisseling laten zien die hierover is gegaan. Dan zult u ook constateren dat dit beter kan. Dus mijn vraag is gewoon: houdt u rekening met hen en luistert u naar de inwoners? En als iets niet kan, communiceer dat dan ook naar die mensen, want dan hebben ze daar begrip voor. En dan maak ik een bruggetje naar mijn andere vraag die ik had, en dat was over de prioriteit van de Slotlaan. De levensgevaarlijke situaties waarover we als raad hebben gediscussieerd met elkaar, en vervolgens lezen we dat de uitvoering moet wachten op de bijzondere elementen in 2024. Dus kunt u daar wat meer uitleg over geven en ook aangeven hoe de communicatie verloopt met de bewoners en de winkeliers aldaar?

Wouter Catsburg - Wethouder

Nu, u heeft van mij niet gehoord dat we moeten wachten op de bijzondere elementen. Nee, dat is niet het besluit. Kijk, we hadden de Slotlaan natuurlijk al lang kunnen aanpakken. Alleen heeft de Raad op een gegeven moment gekozen voor een onveilige situatie. Die hebben we, denk ik, gecorrigeerd, nietwaar? Dus de Raad heeft een nieuw voorstel aangenomen. Daarmee zouden we aan de slag gaan. We moesten op zoek naar een projectleider. Nou, die hebben we inmiddels gevonden, dus dat traject kan opgestart worden. We hebben gezegd: "Nou, dan gaan we aan de slag met de Slotlaan. Dan is het natuurlijk handig om werk met werk te maken, nietwaar? We gaan de bijzondere elementen toevoegen, dus dat project wordt erin meegenomen." Overigens heb ik meteen een onderdeel meegenomen. Kijk ook of er, als je toch bezig bent met de Slotlaan, ergens ruimte is voor het plaatsen van toiletten, één van de speerpunten die de Raad heeft uitgesproken. Kijk, we proberen op die manier gewoon werk met werk te maken. Dus we wachten niet op die bijzondere elementen. Nee, we gaan die route tegelijkertijd bewandelen en dan heb je te maken met, bijvoorbeeld, de vraag wanneer we het gaan uitvoeren. Nou, dat is natuurlijk in een rustige periode. Ja, voor de ondernemers denk je aan de zomer, maar de zomer was in ieder geval qua levering van materialen niet haalbaar, dat was gewoon niet beschikbaar. Dus dan kijk je al naar een veel later moment. Voor zover ik weet, zijn ondernemers daarin meegenomen, maar als dat niet zo is, dan laat ik dat alsnog corrigeren en dan moeten we binnenkort nog een keer met elkaar in gesprek.

Marcel Fluitman - CDA

Ja, bedankt voor de laatste toezegging. Ik denk dat het belangrijk is dat niet alleen ondernemers, maar ook bewoners erbij betrokken zijn. Ik denk ook dat de samenleving erbij gebaat is als je dat overschrijft, want er is al veel opschudding geweest over hoe onveilig het was. En daar hebben we hier met elkaar een avond lang over gediscussieerd, met heel veel tamtam, en dan blijft het uit. Dat roept ook vragen op in de samenleving: wat gebeurt er dan? Dus wellicht is het belangrijk dat er vanuit de gemeente tenminste één keer een uiting over komt, los van het wachten op de bijzondere elementen. Dat was uw eigen uitspraak tijdens de ronde tafel, en daarnaar refereer ik dus. Dank u.

Ernst van Splunter - VVD

Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik worstel met het antwoord van de wethouder. Want hij zegt: "We zetten in op digitale dienstverlening, hè? Dienstverlening om de hoek? Nee, dat doen we niet, want we zetten in op digitale dienstverlening." Dat snap ik, het is heel begrijpelijk, want het is snel en het is goedkoop. Maar ik heb tijdens de algemene beschouwingen geprobeerd in een vrij korte tijd uit te leggen wat ik op tafel wil brengen. Misschien is het ook beter als ik dat straks, in een later stadium, als we op besluitvorming aangaan, in de motie giet. Het gaat vooral om de 'have-nots' hier, want er zijn natuurlijk mensen die toegang hebben tot de digitale snelweg en dus inderdaad snel en efficiënt met ons in contact kunnen komen. Maar ik denk dat de Statenverkiezingen nog eens hebben aangegeven dat een heleboel mensen zich niet gehoord voelen en dat de kloof tussen de gemeentelijke politiek en de inwoners eerder groter wordt dan kleiner. En om daar een poging te doen om, net als in de tijd dat de gemeenten kleiner waren en dus dichter bij de inwoners stonden, de brug te slaan, ben ik hiermee gekomen. Ik zou willen vragen of u nog eens zou willen kijken en reflecteren op dat punt, hè? Ik vraag u helemaal niet om op dit moment al direct iets daarover te zeggen, want het is niet eenvoudig en de oplossingen zijn, wat mij betreft, ook niet eenduidig. Ik ben heel benieuwd naar suggesties, uiteraard, over hoe we van A naar B zouden kunnen komen. Maar ja, ik overweeg dus op dit punt een motie in te dienen, en dan kan ik bij de overwegingen en constateringen wat meer uitleg geven en dan kunnen we zien of we tot een vergelijk kunnen komen. Ik vraag u nu even om daarover na te denken, dat kost even tijd, mijn excuses daarvoor. Ik vraag u nu even of u in die lijn zou willen meedenken.

Wouter Catsburg - Wethouder

Ja, u noemde de termen snel en goedkoop. Laten we dat even uitstellen. Als we het over dienstverlening hebben, zijn 'snel' en 'goedkoop' nooit ons uitgangspunt, hè? Ons uitgangspunt is goede dienstverlening aan onze inwoners, en dat betekent dat je je dienstverlening ook aanpast aan de vraag en de behoefte van onze inwoners. En wat u zegt, hè? Er zijn heel veel mensen die daar prima mee overweg kunnen. Ik vind het een mooi voorbeeld dat je, als je je rijbewijs nu moet verlengen, niet meer naar het gemeentehuis hoeft, maar dat je dat direct bij de fotograaf grotendeels kunt regelen. Dat zijn natuurlijk ook ontwikkelingen die gaande zijn. Je hebt er thuis geen computer voor nodig, hè? Dus in die zin speelt er al wat, en een uitgangspunt voor ons is ook dat we altijd bereikbaar zijn voor de mensen waar u op doelt. Hetzij dat ze hier aan de balie geholpen worden, hetzij op welke manier dan ook, hè? Ze kunnen altijd bellen, ze kunnen altijd aan de balie komen en als het nodig is, nou ja, dan moeten we ze helpen. En in die zin denk ik dat, als u daar een motie of een wetsvoorstel voor indient, we er natuurlijk goed over gaan nadenken. Hoe gaan we het borgen? Want ik denk dat daar wellicht uw zorg ligt. Hoe gaan we borgen dat die groep mensen ook de beschikking houdt of krijgt, hè? Sommigen krijgen het al niet eens, omdat ze niet weten hoe ze het moeten vinden. Maar dat zij inderdaad altijd in aanmerking komen en toegang hebben tot de dienstverlening die wij als gemeente verlenen.

Ernst van Splunter - VVD

Ja, voorzitter, als u dat toestaat, wil ik nog een kleine aanvulling geven. Misschien heb ik het iets te veel toegespitst op dienstverlening. Het gaat ook vooral over de informatievoorziening naar de inwoners. Wat speelt er nu precies in mijn directe omgeving, hè? Want dat is een terugkerend thema in gesprekken met inwoners: dat zij zich soms overvallen voelen door dingen die ineens gebeuren in hun straat of wijk. Ik zou het dus heel goed vinden om heel dicht bij waar mensen wonen ook informatie aan te bieden, waardoor ze tijdig en ook adequaat worden geïnformeerd. Dat zou ook een rol kunnen spelen, maar ik kom daar in de motie wel op terug en ik dank u voor het antwoord.

Wouter Catsburg - Wethouder

Dank u. Dan zal ik een laatste vraag stellen namens de SP: hoe betrekken we de particuliere verhuurders bij het isolatieprogramma? Dat is een lastige groep, omdat het geen homogene groep is. Er zijn zowel grote als kleine particuliere verhuurders. De grote verhuurders hebben we in beeld; we voeren gesprekken met hen. Zij worden ook landelijk benaderd en aangemoedigd om hun woningen te isoleren. Maar vooral bij de kleine particuliere eigenaren is het lastig. We gaan er echter wel op inzetten. We zijn nu bezig met het schrijven van een subsidieaanvraag, specifiek voor deze groep particuliere verhuurders, om ook hen te betrekken bij het isolatieverhaal. Dus ze zijn in beeld en we zijn ermee bezig. Ik zie dat iedereen weer wakker is; mensen schrikken opeens op, dus...

Koos Janssen - Burgemeester

Het is mooi weer. Verder, interruptie van Hannie Wolfsen uit Zeist. Punt. Nu, dank u wel.

Hanny Roelofsen - Seyst.nu

Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet echt of dit een interruptie is, maar de wethouder zegt dat dit de laatste vraag is en ik had ook nog een vraag gesteld. Voor zover ik weet, is er een budget beschikbaar van KPN om de stoepen te herstellen. En ik vroeg me af of dat ingezet gaat worden. Ja.

Wouter Catsburg - Wethouder

Het geld waarover gesproken wordt, is een afkoopsom die, heel kort door de bocht, in de grote pot gaat. Maar deze is natuurlijk al ingezet, want op sommige plekken zijn er inderdaad al herstelwerkzaamheden verricht. Het gaat echter alleen om de sleuven die gegraven zijn. De vraag die gesteld werd over de stoepen en dergelijke, niet alleen door jullie maar ook door andere partijen, gaat veel verder. Als je bijvoorbeeld naar de Groenlaan kijkt, zie je dat het geld wel degelijk wordt besteed. Het is simpelweg een afkoopsom voor de herstelwerkzaamheden die wij uiteindelijk moeten uitvoeren. Op het moment dat er broddelwerk is afgeleverd, nemen wij contact op met KPN. Als het goed is, geeft KPN dan de opdracht aan de stratenmakers om het werk opnieuw te doen. De meest verschrikkelijke voorbeelden die u wellicht heeft, zouden inmiddels aangepast moeten zijn. Blijf het echter vooral melden, want dan kunnen we ermee aan de slag.

Hanny Roelofsen - Seyst.nu

Dank u wel, voorzitter. Mag ik nog een vraag hierover stellen? Terugkomend op de kwestie van de stoepen met die grote bomen erop: het lijkt me meer dan vanzelfsprekend dat we geen bomen gaan kappen. Maar dat verandert de situatie sowieso niet. Dus ik vroeg me af, hoe gaan jullie daarmee om? Wordt de stoep verlegd? Iemand die daar loopt, moet nu immers over de weg of over het fietspad en vervolgens weer terug op de stoep. Ik denk toch dat dit een heel groot punt van aandacht is, dat zich niet spontaan zal oplossen.

Wouter Catsburg - Wethouder

Nee, dat is zeker waar. We moeten het dus blijven melden, zodat we het kunnen repareren voor zover mogelijk, wetende dat het probleem waarschijnlijk een half jaar later, of drie kwart jaar later, weer ontstaat. Maar tot die tijd, als we de weg niet grootschalig gaan aanpakken, is dit de oplossing. Overigens, voor de Utrechtseweg zijn we al aan het nadenken over het principe 'als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan'. Dus daar zijn we wat creatiever in het zoeken naar een oplossing. Ik kan me voorstellen dat we ook op de Gero Laan creatief moeten zijn als we daar aan de slag gaan, want er is inmiddels een project gestart voor de Gero Laan. Dat duurt nog wel een paar jaar, maar ik verwacht dat er binnen twee tot drie jaar wel wat gaat gebeuren. Wellicht moeten we tot die tijd ook creatief zijn met tijdelijke oplossingen op straat of iets dergelijks. Maar uiteindelijk moet het natuurlijk wel veilig zijn, ja.

Koos Janssen - Burgemeester

Dank u, dan geef ik het woord nu over aan een heer/mevrouw/van Ginkel om zelf te spreken.

Koos Janssen - Burgemeester

Bent u er nog? Heeft u tijd? Ik wil vier onderwerpen kort bespreken die betrekking hebben op democratie, sociaal beleid, communicatie en PNO. Ik benader deze vanuit het perspectief van rechtvaardigheid voor mensen. Uw algemene beschouwingen waren hierop gericht en daarom bekijk ik de verschillende thema's door deze bril. Uw bijdragen gingen over hoe we in ons politiek-bestuurlijke werk zo goed mogelijk recht kunnen doen aan iedereen in de samenleving. Bij democratie en participatie is het samenspel, zoals door velen van u genoemd, essentieel. Het burgeramendement, het uitdaagrecht en het buurtbudget zijn voorbeelden van burgerparticipatie die zijn aangehaald. Waarom vinden we dit belangrijk? Ik verwijs naar de laatste avond van het burgerberaad hier in deze zaal, waar we hoorden hoe deelnemers het proces hebben ervaren. Het ging over het geluk dat mensen voelden door erkenning van hun expertise en levenservaring en de uitnodiging om mee te doen. Dit leidde tot inhoudelijk geluk, sociaal geluk en een vorm van educatief geluk, waarbij mensen kennis en ervaringen konden delen. Dit samenspel van democratie is cruciaal voor een goed leven in Zeist, iets waar we trots op zijn en wat we willen laten doorklinken in de algemene beschouwingen. Het tweede onderwerp is het sociale aspect van de samenleving. Verschillende fracties hebben benadrukt hoe belangrijk het is om oog te hebben voor het individu, vooral voor degenen die niet mee kunnen doen of zich niet aan de goede kant van de streep voelen staan. Het is van groot belang om deze mensen een helpende hand te bieden. Dit is niet altijd meetbaar, maar wel merkbaar als de raad, het bestuur en de medewerkers zich goed inzetten. Wat betreft communicatie, er is een onderzoek in voorbereiding dat zich richt op inhoud, bereik, taal en beeld. We moeten effectief communiceren met onze inwoners, wat niet eenvoudig is. Dit onderzoek, gepland voor de tweede helft van dit jaar, zal ons helpen beter op maat te communiceren, uitgaande van de behoeften van de mensen, niet van onze eigen behoeften. Het laatste onderwerp, PNO, betreft de waardering voor onze medewerkers. Hun inzet is essentieel voor een goed leven in Zeist. Onze medewerkers vormen het gezicht van onze organisatie en zijn cruciaal voor onze bijdrage aan de samenleving. We streven ernaar een aantrekkelijke werkgever te zijn en ons personeel te binden en te boeien. We werken aan een duurzame inzet van onze mensen en een veilige werkomgeving. Voorzitter, ik hoop dat ik niet te veel tijd heb gevraagd. De algemene beschouwingen waren positief en uitdagend, wat ons prikkelt en wat we nodig hebben. Laten we dat zo zeggen. Dank u.

Dick van Ginkel - Plaatsvervangend voorzitter

Koos Janssen, de burgemeester: "Ik kijk even rond. Heeft iemand behoefte om te reageren? Nee? Dan geef ik u graag het voorzitterschap weer terug. Dankjewel. Hartelijk."

Koos Janssen - Burgemeester

Ja, er is nog een onderwerp dat aan de orde is geweest, namelijk het amendement waarover wij ook tijdens de schorsing hebben gesproken. Van Dijk zal namens het college een eerste reactie geven op het amendement. Wat denken we ervan?

Walter van Dijk - Wethouder

Ja, dank u wel. Het abonnement bestaat eigenlijk uit een aantal verschillende zaken. Het eerste punt dat genoemd wordt, is de buitensport, die vanavond al eerder ter sprake is gekomen. Er is een bedrag van €900.000 genoemd. Deze aanpassing wordt ook vermeld in de eerste bestuursrapportage, en dat betekent dat het college deze aanpassing koppelt aan het kalenderjaar 2023. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de prijsstijgingen, bijna 4% prijsstijgingen. Ook dat wordt letterlijk zo genoemd in de eerste bestuursrapportage, dus ook daarvoor geldt dat wij dat koppelen aan het kalenderjaar 2023. Dat doen we ook bewust, omdat dat het meest zuiver is. In een jaar waarin zich iets voordoet, proberen we ook de lasten daarvan te nemen. En dit abonnement stelt eigenlijk voor beide punten voor om dat niet ten laste te laten komen van 2023, maar om dat in plaats van ten laste te laten komen van het kalenderjaar 2022, door dat af te boeken van het resultaat over 2022. Nu, zoals gezegd, zien wij minder logica in dan wat we zelf voorstellen, maar dat heeft puur te maken met de processen. Op inhoud is het voorstel van het college niet anders dan dit. En dan resteert eigenlijk de kern van het amendement, en dat gaat over de verhoging van de weerstandsratio van het huidige niveau naar het niveau van 1,5. Dat is ook het maximale wat is opgenomen in de nota stabiliteitscriteria. Het college werkt, op basis van een eerdere uitspraak van uw raad bij de begroting eind vorig jaar, aan een verhoging van de weerstandsratio naar een niveau van 1,2, zoals dat ook opgenomen is in de kadernota. En ja, kijkend naar de situatie waarin we ons bevinden, vinden wij dat op dit moment voldoende, en vandaar het voorstel om het resterende saldo toe te voegen aan het RIO's. Het RIO's is daarmee vervolgens niet iets abstracts. In de kadernota is ook aangegeven dat we in het najaar graag met de raad de discussie willen voeren over het RIO's. Wat willen we daarmee, welke criteria hanteren we daarvoor en vooral, welke bestemmingen zouden we willen geven aan het saldo dat daar op dit moment in is opgenomen? Dat zover even de appreciatie, want daar werd naar gevraagd ten aanzien van dit amendement. Dank u wel.

Koos Janssen - Burgemeester

Kijk, ik vraag me af of de indienende fracties van het amendement op dit moment iets willen zeggen, of dat ze er nog eens over willen nadenken. In de aanloop naar de raadsvergadering op 29 juni. Wie waren de indieners? Zij zijn van belang, zij zijn nu aan zet. Anderen hadden gevraagd hoe B en W erin staan, nietwaar? Daarop is een eerste reactie gegeven. Dus als u zegt: "Laten we het hierbij laten," dan kijken we wat de komende weken gaan brengen. Als dat op dit punt goed is, dan...