- Koos Janssen - Burgemeester
- Ruben Pattiasina - D66
Nota Bodembeheer
Dan kom ik bij agendapunt 11: het vaststellen van een nota bodembeheer. Is dat akkoord? Weer wat zeer, Sima geeft een korte stemverklaring: "Ja."
Ja, ik zou graag een stemverklaring willen afgeven bij deze nota. Het is een mooi beheersplan, circulair in drie categorieën, met harmonisering binnen de ODRU en gebaseerd op spontane naleving, wat zeer positief is. De ouderen worden sterk vertegenwoordigd en ook de nationale coördinatie tussen de verschillende omgevingen krijgt momenteel veel aandacht, wat zeer goed is. De gesprekken over het mandaat van de handhaver en de positie van de dienst zijn ook erg belangrijk; dit beheersplan creëert synergie en maakt uitvoering mogelijk, en daarvoor verdient het alle steun. De hoge, of zelfs extra hoge, eisen rondom lood in de woonomgeving en op plekken waar kinderen spelen, zijn erg goed. Ik heb zelf ook een zoon van die leeftijd die zand toch echt nog even moet proeven, en dit plan is het overwegen waard. Onderzoek kan nu veilig plaatsvinden en verdient een expliciete vermelding. D66 stemt in met dit beheersplan, maar omdat we geen debat hebben gevoerd, zou ik graag nog een korte overweging willen meegeven. Ik hoop dat jullie mij die tijd gunnen. Voorzitter, via u roep ik het college op om het woord 'verbeteren' wat vaker terug te laten komen in beleidsstukken rondom deze thema's. Ik wil beginnen met een voorbeeld vanuit de ronde tafel, dat naar mijn idee veel illustreert. In boomgaarden worden soms bestrijdingsmiddelen gebruikt, en ik zal jullie de technische terminologie besparen. In biologische boomgaarden worden deze middelen niet gebruikt. Als je in onze gemeente grond uit een boomgaard wilt verplaatsen, is het niet meer nodig om voorzorgsmaatregelen toe te passen, omdat eigenlijk alle boomgaardgrond deze bestrijdingsmiddelen al bevat. Wethouder en geachte raad, is dit niet treurig? Dit beheersplan staat vol met normen en is operationeel, maar het echte gesprek over de normen hebben we nog niet gevoerd. De norm die wij onszelf opleggen, is dat we per saldo de kwaliteit van de bodem niet verbeteren. Ik reken mezelf rijk, want deze week nog heeft onze minister gepleit voor een gematigde ambitie op het gebied van natuurherstelrichtlijnen, waarbij zelfs gezegd wordt dat het principe van 'niet verslechteren' niet past in de ruimtelijke visie. Waar een groot land klein in kan zijn... Gelukkig legt ons college de nadruk in deze nota net iets anders. Ik wil geen onwerkbare beperkingen opleggen, maar er moet ruimte zijn voor ondernemerschap en activiteiten. Het is een vanzelfsprekendheid die me dwarszit, de vanzelfsprekendheid dat economische activiteiten en milieuschade hand in hand gaan, impliciet en evident ook in deze nota. Ik ken veel ondernemers en spreek regelmatig met hen over milieu- en omgevingsvraagstukken. Er moet ruimte zijn, ook voor ondernemingen met hogere milieucategorieën. Maar ik spreek eigenlijk nooit een ondernemer die het echt intrinsiek normaal vindt dat je de boel uiteindelijk slechter achterlaat dan hoe je het gevonden hebt. Je voorkomt blijvende schade of je ruimt het op; past het niet binnen je businessmodel, dan heb je gewoon geen businessmodel. Grondverzet is een bulkstroom en veruit het grootste volume. Dit etiketteren als circulair geeft heerlijke statistieken, maar circulariteit moet meer zijn. Laten we alsjeblieft oppassen met deze claim als het in essentie gaat over kostenefficiëntie. In het beheersplan zit geen enkele prikkel die hoogwaardige toepassing stimuleert. We hebben dat we mooie, schone gronden aanbrengen waar we de kwaliteit willen verbeteren of handhaven. Waarom ontbreken deze prikkels en deze stimulans om het goede uit te lokken? Bodemkwaliteit, lucht en water, de kwaliteit van onze leefomgeving, moet niet gezien worden als een delfstof, een gezonde leefomgeving is meer dan louter grondstof met economisch nut binnen een circulaire economie. Eigenlijk weten we allemaal dat het principe van 'niet verbeteren' bij bodem, lucht, water en biodiversiteit, onze leefomgeving, niet meer houdbaar is. Voorzitter, via u roep ik het college op om het woord 'verbeteren' wat vaker terug te laten komen in beleidsstukken over deze thema's. Wellicht zijn er nuances, maar dit beheersplan gaat over de status quo, de huidige situatie. Maar ik mis de gewenste situatie. Waar willen we naartoe? Van welk beleid is dit het uitvoeringsplan en waarop koersen we, waarop sturen we? Deze nota raakt bij mij een snaar, maar het zit iets te veel in de uitvoering. Het heet een beheersplan, maar er is geen achterliggend beleid, geen integrale visie. De inspreker tijdens de ronde tafel en zelfs de ODRU gaven aan dat het aan een visie ontbreekt. Het gematigde enthousiasme in de reactie stelt me nog niet echt gerust. Hoop put ik uit de mogelijkheid dat er ruimte is om af te wijken. Dit beheersplan maakt het niet onmogelijk om te verbeteren. Gebiedsspecifiek eigen beleid is niet uitgesloten. Waar gaan we dit beleid vormgeven en wanneer mogen we dit als raad vaststellen? En als we daar dan toch mee bezig gaan, laten we dan ook gelijk onze ambities voor een integraal beleid vaststellen op het gebied van waterkwaliteit, luchtkwaliteit en biodiversiteit, dus onze leefomgeving. Dank u wel.
U bent de heer Patries Sina, neem ik aan. Ik beschouw uw betoog als een stemverklaring, als een oproep om als het ware de toekomst in te stappen en het college op te roepen om aandacht te besteden aan bepaalde terreinen. Dank daarvoor. Zijn er andere leden van de Raad die een stemverklaring willen afleggen? Nee? Dan gaan we, met inachtneming van de gegevens in de stemverklaring, over tot het vaststellen van de nota bodembeheer. Akkoord, dank u.