Het transcript dat je hieronder aantreft is gegenereerd met behulp van computertechnologie.
Hierdoor kunnen de namen van personen en partijen soms foutief zijn weergegeven.
Indien je een fout opmerkt kun je deze gemakkelijk verbeteren door op het bewerk-symbool (het potloodje) te klikken.
Dan gaan we over naar agendapunt 10. Dit punt betreft de aanpassing van diverse verordeningen in verband met de invoering van de Omgevingswet. Er is een amendement ingediend, ik dacht door de fractie van Nieuw Democratisch. Ik geef u de gelegenheid voor een toelichting. Ja.
Ja, dank u wel, voorzitter. De achterliggende gedachte van dit abonnement ligt in een robuuster besluitvormingsproces in geval van beëindiging van de monumentenstatus van gebouwen. Zeist kent 141 rijksmonumenten, maar dit amendement betreft de 1538 gemeentelijke monumenten. Het afvoeren van een object van de monumentenlijst is het begin van een veel omvangrijker proces van slopen en herbouw. Daarom is het belangrijk dat alle betrokkenen, ook de raad, meegenomen worden in het besluitvormingsproces, in het samenspel met de krachtige formule van Zeist. Dat betekent een completere samenwerking tussen college, raad en samenleving. Geen van de hoofdrolspelers komt geïsoleerd te staan, maar is van betekenis, en daarmee komen besluiten in balans. Besluiten in balans maken het besluitvormingsproces robuuster en versnellen het juist in plaats van het te vertragen. Besluiten in balans maken het doel het middelpunt van het proces. Met de toevoeging in deze verordening wordt recht gedaan aan een complete en compacte invulling van wat zij belangrijk vindt. Intern is uitgezocht of er juridische belemmeringen zijn, en het is mogelijk de bevoegdheid bij de raad te leggen, ook al wijkt dit af van de modelverordening. De impact van het verleggen van de bevoegdheid is beperkt, en het komt slechts sporadisch voor dat een monument van de lijst wordt geschrapt. De indieners denken dat de doorlooptijd hierdoor korter wordt in plaats van langer. En dat een situatie van aanvraag tot opheffing en sloopaanvraag niet gelijktijdig kan plaatsvinden, omdat de verordening samenloop verhindert. Dat was het, voorzitter.
Dank u, dan ga ik nu. Ik weet dat het amendement is ingediend, ook door de fractie van Cees. Wilt u nu de gelegenheid voor een aanvulling of motivatie ter toelichting? Ik...
Ik zou willen zeggen: "Dank u wel, voorzitter." De woorden die u heeft gebruikt, zouden nu van zijsplit kunnen zijn. Maar het is waarschijnlijk daarom dat we mede-indiener zijn, zie je. Ik sluit me volledig aan bij de woorden van NZ.
Bedankt, dan zal ik de portefeuille bijhouden en zien wat er gedaan is voor een toelichting, dacht ik. Dank u wel, het is nog niet zover dat een ander uw portefeuille beheert, maar dat zag ik.
Goed, dank u, voorzitter. Wij kunnen de toelichting van de heer Bredius onderschrijven in die zin dat het een modelverordening betreft en dat het in principe denkbaar is. Het is mogelijk dat de bevoegdheid, zoals die in de modelverordening bij het college is neergelegd, door uw raad naar de raad verlegd wordt. Dat kan zeker; dus in die zin zijn er verschillende opties denkbaar. Waar wij als college met name naar hebben gekeken, is wat eigenlijk het meest passend is bij, ja, zeg maar, de bestuursstelsels die wij in Zeist hanteren. Wat is de rol van de raad? Wat is de rol van het college? Ons beeld is dat de rol van de raad vooral kaderstellend en controlerend is en de rol van het college meer uitvoerend. Dat neemt overigens niet weg dat, als het college zaken doet waarvan de raad vindt dat die een bredere afweging vereisen - om uw woorden over te nemen - er natuurlijk alle ruimte voor is, zodat we daar op ieder moment met u het gesprek over kunnen aangaan. Dat is eigenlijk het belangrijkste argument om aarzelingen bij dit voorstel te hebben.
Een tweede reden zijn de praktische nadelen. U geeft aan dat het sporadisch voorkomt, en tegelijkertijd bevestigt u in uw toelichting dat Zeist een heel groot aantal gemeentelijke monumenten heeft, meer dan 1500. Een groot deel van de raad was ook ongeveer een jaar geleden aanwezig op locatie bij Woongoed, waar we vanuit beide corporaties in beeld hebben gekregen waar zij tegenaan lopen, juist als het gaat om gemeentelijke monumenten. Dus dat het sporadisch voorkomt, zou waar kunnen zijn, maar is bepaald geen garantie voor de toekomst. En ja, deze manier van werken vertraagt de doorlooptijd in individuele gevallen vanzelfsprekend.
Nu is het zo dat we, mede op basis van dat gesprek dat we destijds met de corporaties hebben gevoerd en op basis van het besef dat we in Zeist een groot aantal gemeentelijke monumenten hebben waar de vraag speelt of dat ook naar de toekomst toe het geval zou moeten blijven, een onderzoek hebben opgestart. We hebben u, raad, ook een tijd geleden hierover geïnformeerd, naar de waardestelling, een herwaardering, zou u willen, van die verschillende gemeentelijke monumenten. Met name omdat het heel vaak clusters betreft - in het dorp hebben we hier wel vaker over gesproken - is er echt een cluster van bijvoorbeeld meer dan 100 woningen. Daar wil je dan het cluster beschermen, of je wilt een aantal woningen beschermen. In die zin zit daar een heel directe relatie, ook met het voorgaande agendapunt. Daar zijn we volop mee bezig en dat raakt veel woningen, dat raakt een groot aantal bewoners, ook. Misschien als aspect, dus juist daar zouden we ons kunnen voorstellen dat het college, en dat kan ook heel goed als toezegging worden beschouwd, dat dat zou kunnen leiden tot een aanpassing van het register, het afvoeren, zou u willen, van een aantal woningen, gesteld dat dat uit het onderzoek zou komen. Ja, dan mag vanzelfsprekend geacht worden dat we daarover dan ook zeker de discussie met uw raad zouden willen aangaan. Maar dat is wat anders dan in ieder individueel geval dat, zeg maar, voor te leggen aan de raad.
Kortom, dat eerste argument, en die gaat dus over de rolverdeling tussen de raad en het college, is voor ons de voornaamste reden om hier terughoudend in te zijn. Zo u wilt, het amendement, of sorry, de motie, te ontraden. Sorry, abonnement, u heeft helemaal gelijk. Tot zover, voorzitter. Dank u.
Ja, het argument over de bestuursstijl overtuigt ons niet, juist omdat we bekend zijn met de krachtige formule van Zeist en de rondetafelgesprekken en debatten. Juist in dit proces is ook gebleken, denk aan Griffensteijn, dat het belangrijk is om in een vroegtijdig stadium de raad en alle betrokkenen te betrekken. Er zijn vier partijen, waaronder ook inwoners en de erfgoedvereniging. Het past dus uitstekend binnen de krachtige formule van Zeist. Ja, ik begrijp de aarzelingen, want er is geen overtuiging om het anders te doen. Ik heb al iets gezegd over de manier van werken; het zou vertragend werken. We weten dat het project Griffensteijn vijf jaar heeft geduurd, dus die manier van werken heeft zeker vertragend gewerkt, en dat is buitengewoon ongewenst en had ook sneller gekund. We weten dat in de fase van renovatie de laatste woningen ook daadwerkelijk zijn afgerond. Deze week zelfs, begreep ik, dus het kan ook vlot, maar juist het betrekken van alle partijen kan tot versnelling van het proces leiden. Omdat je het sneller bij de raad neerlegt, hoeft er geen raadsinformatiebijeenkomst te komen. Kortom, het college overtuigt ons niet van het tegendeel.
Bedankt, dan stel ik het open voor discussie. Ik ga even inventariseren wie het woord wil voeren. Ik zag André de la Porte, Julian Wassink, maar ook Fluitman? Alexander Pieters, Gerard van Vliet, André de la Porte, D66, dompelt.
Dank u wel. Ja, we hebben het vaak over monumenten in Zeist, en zeker in dit soort gevallen hebben we het ook over de monumentenstatus gehad. Er zijn meer situaties waarin we zien dat de monumentenstatus aan ons voorbijgaat. Maar wat er in dit voorstel wordt gevraagd, is dat de Raad betrokken wordt op het moment dat we een object van de monumentenlijst willen halen. Laat dat dan via de Raad lopen, en dat vind ik een heel moeilijke gedachte. Waarom vind ik dat moeilijk? De wethouder sprak er net al over. Daar waar het college uitvoerend is en de Raad kaderstellend, moet je je afvragen binnen welk kaderstellend kader wij het besluit gaan nemen om een monument van de lijst af te halen. Aan de voorkant hebben we geen duidelijk kader geschetst om deze monumenten op de lijst te plaatsen. Het kan dus niet zo zijn dat we aan de voorkant geen beoordeling hebben, maar aan de achterkant er wel iets van vinden en het kennelijk noodzakelijk is. Dat is wat D66 betreft een ongewenste situatie. We hebben dit al eerder opgemerkt. Als we hier iets aan willen veranderen, dan moeten we naar de hele manier kijken hoe die lijst tot stand komt en wat we daarvan vinden, en of we dat dan eens in de vijf jaar gaan toetsen of wat dan ook. Maar we kunnen dat niet zomaar alleen doen. Verder vinden we het ook moeilijk, en dat is nog op een hoger aggregatieniveau, om te gaan 'shoppen' in de manier waarop wij omgaan met de taakstelling die we bij het college hebben neergelegd. We kunnen niet zeggen dat we dit punt nu eens apart gaan uitpakken en daar als Raad iets van gaan vinden. We gaan niet stoppen met het delegatiebesluit vanuit het college, lijkt me, en dan is dit al helemaal een moeilijk onderwerp om zomaar op te pakken. Ik ben blij met de opmerking van de wethouder dat er in ieder geval nog een keer een bevestiging komt dat er een visie komt op het register. Dit lijkt me dan ook een mooi moment om integraal te kijken naar hoe de kaders voor de totstandkoming van die lijst überhaupt tot stand komen en of we ons daarin kunnen vinden, en zeker niet de waan van het moment laten gelden op het moment dat we vinden dat we een monument van de lijst af moeten halen of niet. Dus D66 zal tegen het voorstel zijn, dank u wel.
Ja, dank u, voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag voor het college van de wethouder over wat u noemde, namelijk de kaderstellende taak van de Raad, en ik wil daar graag opheldering over. Vindt het college dat het voldoende kaders van de Raad heeft ontvangen om op dit punt goede inschattingen te kunnen maken? Ten tweede, kunt u een toezegging doen dat, indien u van plan bent een grote verandering door te voeren, zoals het voorbeeld van die honderd woningen, u ondanks de ruimte die u heeft, toch de Raad inschakelt om een besluit te nemen? Ik refereer hierbij ook aan Griffensteijn, waarbij ik me herinner dat we een besluit van het college hebben gehad, waarna pas bij de bestemmingsplanwijzigingen veel discussie ontstond over dat besluit. We konden als Raad toen eigenlijk niets meer doen. Volgens mij moeten we dat in ieder geval voorkomen, en dat zouden we met zo'n toezegging kunnen oplossen voor de toekomst.
De vraag die straks gesteld zal worden, zal beantwoord worden door de portefeuillehouder nadat we de ronde hebben gemaakt. Ik kom nu bij de fluitist van het CDA, dank u.
Dank u wel, Voorzitter. Ja, de griep wordt een paar keer genoemd. Ik heb dat ook ooit mogen meemaken en ik vind het resultaat dat er nu is heel mooi. Maar ik weet ook hoe het proces is verlopen en ik kijk wat anders tegen het proces aan dan hier geschetst wordt, want volgens mij is er heel zorgvuldig mee omgegaan. Maar los daarvan, ik heb alle vertrouwen in het college en het CDA heeft er ook alle vertrouwen in. We willen ook graag de ruimte bieden om bij goede projecten heel goed te kijken. Van ja, wat gaan we nou afwegen als het om een monument gaat? En dat doen ze natuurlijk nooit alleen; dat gaan ze altijd doen met de bewoners of de eigenaar. En als ze slim zijn, en het is een heel gevoelig onderwerp, ook met ons als raad. Want anders komen ze onze raad ook weer tegen, want dan gaan we ze wel ter verantwoording roepen als ze opeens zeggen van: "Hé, we hebben de monumentenstatus eraf gehaald." Ik ken geen betere plek dan een dorp waar rentmeesterschap hoog in het vaandel staat. Dat mag ook wel blijken uit de grote lijst met ruim 1500 woningen die wij op de lijst hebben staan als lokaal erfgoed. Ik denk dat wij daar zuinig op moeten zijn en er trots op moeten zijn. Ik heb het grootste vertrouwen in het college dat zij dat voor ons goed kunnen beheren. En als ze denken van: "Hé, hier zou wel eens iets aan de hand kunnen zijn," dan moeten ze ons opzoeken, want anders zoeken wij hen op. Dus wat mij betreft, wat het CDA betreft: alle ruimte. Dank u.
Dank u wel, Voorzitter. Er is veel gezegd waarbij ik mij kan aansluiten. De bijeenkomst bij Woongoed staat mij nog helder voor de geest. Ik herken het spanningsveld waarin de corporaties zich bevinden. Echter, ik herken niet de wens of de behoefte om als Raad bij elk individueel geval betrokken te zijn. Wel kan ik me voorstellen, en de wethouder heeft dit toegezegd, dat we bij de grotere herijkingen die eraan komen betrokken zullen zijn. Ik hoor graag van de wethouder op welke wijze hij voorziet dat wij als Raad daar invloed op en inspraak in kunnen hebben. Dit hoeft niet per se via een formeel besluit, maar wel in het kader van die herijking. Dan wil ik afsluiten met dank.
Ja, dank u, voorzitter. Bij dit raadsvoorstel gaat het om een beleidsneutrale omzetting; de verordeningen zouden dus worden aangepast aan de Omgevingswet waar dat nodig was. Hier wordt eigenlijk een wijziging voorgesteld. We moeten kijken in hoeverre die wijziging van zodanig belang is dat wij als GroenLinks deze zouden willen steunen. Hoe sympathiek we het ook vinden, wij zijn van mening dat het in principe aan het college is, en aan de raad om de kaders te stellen, en aan het college om de uitvoering te doen. Met de toezegging vanuit het college dat bij plannen waarbij mogelijk grotere gebiedsdelen in één keer beschouwd zouden worden, de raad actief betrokken zal worden, zijn wij heel tevreden. Wij zullen het amendement dus niet steunen.
Ja, dank u wel, voorzitter. Dat is P. Ik heb nog enkele vragen over dit abonnement en wil deze ook graag aan het college voorleggen. Ik vraag me af, wanneer we spreken over individuele monumenten en er een aanvraag of verzoek wordt gedaan voor een woningbouwproject of sloop, wat er gebeurt als een monument van de lijst verwijderd zou worden. Op welke wijze worden zowel de Raad als de samenleving hierover geïnformeerd? Ik denk dat het belangrijk is dat deze informatie ons bereikt en dat we er misschien indirect nog iets over te zeggen hebben.
Als we bijvoorbeeld kijken naar de Slotlaan, zijn er de afgelopen jaren veranderingen geweest met betrekking tot de monumenten die daar zijn verdwenen. Niet alleen recent, maar ook in de jaren '80, toen het project Belcour veel monumenten betrof. Men kan zich afvragen in hoeverre de Raad destijds invloed heeft gehad.
Aan de andere kant, als we zouden instemmen met het idee dat de Raad hierover kan beslissen, kunnen we wellicht een glijdende schaal creëren. Bij de verduurzaming van een monument, waar vaak beperkingen gelden, zou de Raad dan misschien ook moeten beslissen. De uiterste consequentie zou kunnen zijn dat een eigenaar van een monumentaal pand het alleen kan verduurzamen als het pand van de lijst wordt gehaald. Dan zou zo'n kwestie bij de Raad terechtkomen. Maar de Raad moet dan beslissen vanuit een expertise die ze eigenlijk niet heeft.
Er zijn dus twee kanten aan deze kwestie, en ik ben nog enigszins aarzelend over hoe ik zal stemmen. Ik neig ertoe dit amendement waarschijnlijk niet te steunen, maar ik zou graag nog een reactie van het college willen op mijn vragen. Dank u wel.
Hier is de gecorrigeerde tekst:
"Als eerste de zeden van de Raad in de eerste termijn. Dan ga ik over naar de wethouder, wethouder Van Dijk, voor de beantwoording van enkele vragen. Daarna kom ik terug bij de indiener. Fracties, Martin van Dijk, dank u."
Dank u wel, voorzitter. Dan heb ik drie vragen genoteerd, denk ik. De eerste is van de ChristenUnie, die vraagt of het college op dit moment van mening is dat het voldoende kader heeft meegekregen vanuit de Raad om dit type afwegingen goed te kunnen maken. Het antwoord daarop is eigenlijk ja, maar dat is een kader, zeg maar, vooral vanuit erfgoed, en langs die weg maken wij nu de afweging. Dat doen we met op de achtergrond advisering, waarbij ook de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een rol speelt, dus dat kan tegelijkertijd. Daarom noemde ik zojuist ook die sessie bij Woongoed. Ja, we weten dat er een dilemma speelt waarbij ook andere aspecten een rol spelen, en duurzaamheid werd net door de heer Tompot al genoemd; dat is zo'n voorbeeld. Betaalbaarheid is ook een voorbeeld, en comfort, een soort basiscomfort, zou je kunnen zeggen, van huurders is ook zo'n dimensie. Dus in die zin zijn wij wel op zoek naar het goede gesprek met de Raad over die kaders, en dat zouden we, zoals gezegd, graag willen koppelen aan die inventarisatie, die herziene waardestelling moet ik zeggen, die momenteel plaatsvindt en die zou kunnen leiden tot een voorstel van het college om het register in te korten. En dat zou een goed en passend moment kunnen zijn om dat gesprek over die kaders opnieuw met elkaar te voeren.
De VVD vroeg op welke manier die discussie dan gevoerd wordt. Dat is een beetje een premature vraag, misschien. Ik snap wat daarachter zit, dus ik zou me kunnen voorstellen dat we dat doen via een ronde tafel van het debat. Maar ik denk dat het echt iets te vroeg is. Het duurt nog wel even voordat het voorstel onze, of uw, kant op komt. Eerst komt het onze kant op, en ik stel me voor dat we daar dan op dat moment een voorstel voor raadsbehandeling aan toevoegen.
En in de richting van de heer Tompot, die vroeg op welke manier de Raad en ook de samenleving geïnformeerd worden: je kunt op verschillende manieren de status van een gemeentelijk monument opheffen, maar uw zorg zit, denk ik, met name op de situatie waarin er sprake is van een eigenaar die een gemeentelijk monument zou willen slopen. In dat geval is altijd ook een sloopvergunning nodig, en daarvoor gelden alle bekendmakingsvereisten, zoals die bij de wet zijn vastgelegd, en zullen we die dus bekendmaken. Bezwaar, beroep en wat dies meer zij, dus in die zin kan het niet zo zijn dat dat iedereen zou kunnen ontgaan.
Voorzitter, tot zover de beantwoording. Dank u.
Voorzitter, naar aanleiding van het antwoord dat de wethouder zojuist heeft gegeven en ook in het licht van een eerdere wijziging, waarbij de gemeente niet alles meer bekendmaakt, wil ik toch mijn vraag stellen. In de casus waarbij een eigenaar een monumentaal pand wil slopen om er iets anders voor in de plaats te zetten, zou de gemeente dan een sloopvergunning afgeven. Op welke wijze wordt dit dan bekendgemaakt, zodat het ook voor inwoners - om het zo te zeggen - makkelijk is om die informatie te verkrijgen? Wordt dit ook gepubliceerd in iets als de Nieuwsbode? Dat is mijn korte vraag.
Ja, er is recentelijk een keuze gemaakt om dat soort mededelingen niet meer via de Nieuwsbode te communiceren. Dat neemt niet weg dat we natuurlijk verplicht zijn, ook onder de Wet openbaarheid van bestuur, om dit soort zaken te communiceren. Dat doen we via openbarebekendmakingen.nl, onder andere. Het is onze plicht als college om dit soort zaken actief naar de samenleving en daarmee ook naar uw raad te brengen. Maar dat gaat dus niet meer via de Nieuwsbode, sinds kort, meen ik althans. Dank voor uw begrip.
Voor de duidelijkheid wil ik nog even iets verduidelijken. Is het nu zo dat het college toezegt dat er tijdige informatieverstrekking komt en dat er een kader wordt ontwikkeld dat met de Raad besproken wordt? Zowel de VVD als de ChristenUnie-SGP en de Socialistische Partij hebben hierom gevraagd. Hoe zit het nu precies met dat kader? Is de Raad daar voldoende bij betrokken? Is dat kader beschikbaar?
Nu wil ik even ingaan op D66. Deze partij heeft als eerste een toelichting gegeven. De lijst van monumenten is tot stand gekomen toen de Raad nog de bevoegdheid had om monumenten op de lijst te plaatsen. Deze lijst dateert al van honderd jaar geleden en er is weinig aan gedaan. De Raad had destijds die bevoegdheid, die op een gegeven moment naar het college is overgegaan, in het goede vertrouwen waarover het CDA spreekt. U, voorzitter, heeft mij en de fractie van Nieuw Democratisch horen spreken, niet over vertrouwen, maar over samenspel en samenwerking, over op de hoogte blijven en informeren. Dat is de toon die is aangeslagen, dus vertrouwen is geen aspect dat door D66 ter sprake is gebracht. Ook is er geen sprake van een delegatiebesluit. In de verordening staat vast dat het college momenteel deze taak heeft. In het amendement van de beide indieners wordt gevraagd om een wijziging, zodat niet het college, maar de Raad deze taak gaat vervullen.
Ik denk dat ik iedereen zo'n beetje heb besproken en dat er nog twee vragen overblijven. De VVD vraagt of er, hoewel er geen formeel besluit nodig is, een kader is dat ervoor zorgt dat de Raad tijdig wordt geïnformeerd. Dit om te voorkomen dat we weer vijf jaar besteden, zoals we aan Gifstein hebben gedaan, want dat is een leermoment geweest. Dit is wat we samen hebben ontwikkeld en waar dit amendement vandaan komt. Het CDA heeft daarin gelijk. Ik heb, samen met de fractie van Nieuw Democratisch, geprobeerd dit in neutrale bewoordingen en op een andere manier dan gewoonlijk te doen, door dit amendement vanuit het samenspel in te dienen.
Ja, ik waardeer het enthousiasme en de drive van de heer Bredius op dit punt, maar er worden wel woorden in mijn mond gelegd die ik niet heb uitgesproken. Volgens mij heb ik de wethouder namelijk niet gevraagd om een kader te stellen. Ik heb de wethouder gevraagd hoe hij ons gaat informeren over en betrekken bij de herijking en de herwaardering. Dat is net iets anders dan het vragen om een kader. Hoe worden wij bij de besluitvorming betrokken? Mijn vraag ging specifiek over die herijking en op welke manier wij daarbij betrokken worden.
Laat het duidelijk zijn, dank u, voorzitter meneer Bredie, dat wij uw goede bedoelingen zeker hebben begrepen. Is het niet zo dat u, in mijn woorden, iets heeft gezegd? Hij heeft het gehoord, althans, dat zou zeker niet de bedoeling moeten zijn. Wij willen niet dat, op het moment dat de waardestelling plaatsvindt en het onderzoek nog loopt, wij daar direct een nieuw kader aan verbinden. Het is echter wel zo dat we dit naar de Raad zullen brengen en op dat moment de discussie willen aangaan. Graag gaan we hierover met u in gesprek, aangezien we de afgelopen tijd hebben gemerkt, met Griffensteijn als voorbeeld, dat er mogelijk behoefte is aan een nieuw kader. Dus die discussie zal ongetwijfeld komen. Maar we zien deze zaken als losstaand van elkaar, dus er zal eerst een waardestelling naar u toe komen, en dat kan eventueel vanuit uw kant aanleiding zijn om tot bijstelling van het huidige kader te komen. Zo zien we het. Dank u wel, voorzitter. Dank.
Ja, we proberen dat vaak, althans, naar aanleiding van een suggestie van de heer Wassink om de schorsing niet door te laten gaan. Maar als u even wilt overleggen om dat op een transparante wijze in het kader van het samenspel in de openbaarheid te brengen, dan...
(Opmerking: De zin lijkt niet volledig te zijn en eindigt abrupt met "dan...". Voor een volledige correctie zou de rest van de zin of context nodig zijn.)
Nou ja, ik wil even vragen wat zij, die nu speelt, vindt van de opstelling van het college. Zonder dat ik lastiggevallen word door de indienende partij, zei ze net. Kunnen we het amendement aanhouden, hè? Dat geldt niet, maar kunnen we het intrekken omdat het college voldoende informatie heeft verstrekt en ook de raad heeft gehoord? Wij zouden...
We zouden er inderdaad over denken om het wellicht ter sprake te brengen als straks de kaders opnieuw aan de orde komen. Zouden we het dan nog een keer ter sprake moeten brengen? Ja, dat lijkt aannemelijk.
Dank u wel. Dank voor de beraadslagingen over dit punt. Het amendement is niet meer aan de orde. Wel het voorstel zelf; het verzoek is of u kunt instemmen met de aanpassing. Diverse verordeningen in verband met de invoering van de Omgevingswet zijn aan de orde. Is dat akkoord? Dank u.